|
|
| Deze pagina's geven programma's, activiteiten,
nieuws e.d. weer van het 24
April Comité voor de
erkenning en herdenking van de Armeense Genocide in 1915. |
Turken herdenken massamoorden Armeniërs
Uitgegeven: 24 april 2010
ISTANBUL - Voor het eerst hebben Turken in Turkije de massamoorden op Armeniërs in 1915 herdacht.
© ANP
Ongeveer tweehonderd mensen deden zaterdag mee aan twee herdenkingen, die werden georganiseerd door IHD,
één van de grootste mensenrechtenorganisaties van het land.
Eén van de herdenkingen vond plaats bij een treinstation vanwaar op 24 april 1915 een eerste konvooi Armeniërs
uit de toenmalige hoofdstad van het Ottomaanse Rijk vertrok richting het oosten.
Een ander protest werd gehouden in de buurt van het centrale Taksimplein. De demonstranten hielden een sit-in-protest
en toonden foto's van Armeniërs die uit Istanbul werden weggevoerd en van wie nooit meer is vernomen.
Tegenprotest
Bij het station was een tegenprotest georganiseerd waar onder andere oud-diplomaten en een gepensioneerde generaal
op afkwamen en waar met Turkse vlaggen werd gezwaaid.
Tot problemen leidde dat niet: de politie hield de tegendemonstranten op afstand. De mensen die de volkerenmoord
herdachten, namen het woord 'genocide' niet in de mond, maar spraken over de 'grote catastrofe'.
De term 'genocide' is beladen in het land; Turkije ontkent dat er sprake was van georganiseerde massamoord.
Obama
24 april wordt wereldwijd aangehouden als officiële gedenkdag voor de massamoorden. Ook de Amerikaanse president
Barack Obama houdt een herdenkingstoespraak, en zoals elk jaar wordt er in Turkije vol spanning afgewacht of de
Amerikaanse president het woord genocide in de mond zal nemen. De kans daarop lijkt klein.
Herdenking Armeense genocide 2008 in Nederland
Door Inge Drost
ASSEN – 24 april 2008 - Met enkele honderden kwamen Armeniërs naar Assen voor de jaarlijkse herdenking
van de Armeense genocide, 93 jaar geleden in het Ottomaanse Rijk. De herdenking was georganiseerd door het 24 april
comité van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON).
Voorafgaand aan deze herdenking, bood eerder in de week een petitie aan de Tweede Kamer aan. Behalve de petitie
kreeg de Vaste Commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer een exemplaar aangeboden van het pas uitgekomen
boek “De Eerste Holocaust”, over de Armeense genocide. Dit boek was speciaal voor deze gelegenheid door schrijver
en journalist van de “The Independent” Robert Fisk gesigneerd.
De herdenking begon met een stille tocht naar het monument van de Armeense Genocide, waar tijdens een plechtigheid
bloemen en kransen bij deze Armeense gedenksteen werden gelegd, o.a. van het recent in Den Haag gevestigde Armeense
consulaat, van de FAON en van de Armeense Studenten Vereniging Gladzor.
Tijdens de bijeenkomst in de aula werd er duduk-muziek gspeeld door Nicolai Romashuk jr en werd een voordracht
ten gehore gebracht door Nicolai Romashuk sr. Er werden beelden van “Twenty Voices” uit www.twentyvoices.com en
“Holy Mountain” van System Of A Down vertoond. Toespraken werden er gehouden door o.a. Arshak Manoukian, de consul
van Armenië, de heer Noubar Sipaan, voorzitter van het 24 april Comité van de FAON, en de Iraanse mensenrechten-activist
de heer D. Madjlesi. Twee andere gastsprekers, het Tweede Kamerlid Mw. E. Wiegman en Rabbijn A. Soetendorp, konden
door omstandigheden niet aanwezig zijn, hun bijdragen werden voorgedragen.
Mato Hakhverdian opende als voorzitter van de FAON de bijeenkomst. Hij haalde de woorden van Robert Fisk aan, dat
de Armeense genocide “een van die historische tragedies is die met het verstrijken van de tijd steeds grotere betekenis
krijgt”. Hakhverdian dankt dit aan de generaties Armeniërs, die de nagedachtenis van de slachtoffers in ere
hebben gehouden. Dit ondanks dat Turkije al die tijd kosten noch moeite spaarde om de vreselijke werkelijkheid
uit het geheugen van de mensheid weg te vagen, zoals door het veranderen van het schrift, waardoor documenten niet
meer toegankelijk zijn voor de nieuwe generaties en het wijzigen van plaatsnamen. Hij wees hierbij op de TV documentaire
“Het land van onze grootouders”, een roadmovie hierover die in de avond wordt uitgezonden. Het is onze plicht de
herinnering aan de genocide levend te houden, te hopen op erkenning en verzoening. Het is onze droom dat ons land
zo in vrede en rust kan leven en vooruitgang zal boeken. Met geloof aan die droom werken we aan de verwerkelijking
van die toekomst.
Consul Manoukian bedankte ten eerste Nederland voor de opvang destijds van Armeniërs die de genocide waren
ontvlucht. Voorts wees hij erop dat de Armeense genocide niet (alleen) een daad was tegen Armeniërs, maar
een misdaad tegen de gehele mensheid. Daarom is het ook zo dat andere landen Turkije hierop voortdurend aanspreken.
Hij benadrukte dat Armenië zonder voorwaarden de relatie met Turkije wil herstellen en samen door de zwarte
bladzijden van het verleden wil gaan. Het streven van Armenië om in stabiliteit, rust en vrede te leven, is
alleen bereikbaar als het conflict over het verleden wordt opgelost.
De Voorzitter van het 24 april Comité Noebar Sipaan stelde vast dat de gebeurtenissen van 1915 niet uitwisbaar
zijn uit het collectieve geheugen, maar dat het na 93 jaar in Turkije nog steeds verboden is te lezen over deze
inkzwarte bladzijden van de geschiedenis. Maar er zijn witte vlekjes, aldus Sipaan, nl. de eerlijke en moedige
Turken en Koerden die hun Armeense vrienden, buren met gevaar voor eigen leven probeerden te beschermen, en ook
verdienen herdacht te worden. Hij vermeldde dat op 24 april 1919 de eerste herdenking in Istanbul plaatsvond, tevens
de enige keer dat dit publiekelijk gebeurd is. Daarna werd het een taboe, de “tranen keerden zich naar binnen”;
nu, met artikel 301 en alle vervolgingen daarvan, leidde dit uiteindelijk tot zelfcensuur. De hoop blijft bestaan,
want er is een kleine groep die er ook in Turkije voor kiest te blijven zoeken naar de waarheid. In dit verband
komt vandaag, 24 april 2008 in Istanbul een groep intellectuelen in de universiteit samen, met als thema “wat gebeurde
er op 24 april 1915”. Sipaan verwacht dat dankzij dergelijke initiatieven de waarheid in Turkije niet langer verborgen
kan blijven en spreekt zijn erkentelijkheid uit voor deze moedige mensen.
Namens Mw. Esmé Wiegman, die voor de ChristenUnie fractie woordvoerder Europese Zaken is, werd naar voren
gebracht hoe actueel de genocide nu na 93 jaar nog is: “Het is iets wat nog elke dag speelt, in het zwijgen en
ontkennen. Hoezeer spreken genadeloos wordt afgestraft, liet de dood van Hrant Dink zien.” Mw. Wiegman, die in
januari in Assen aanwezig was bij de herdenking van de moord op Hrant Dink, gaf aan dat goed is dat vandaag de
Armeense genocide herdacht en wel hardop gesproken wordt: “daarbij kan men ook een moment stil zijn, maar dat is
een andere stilte dan het ontkennend zwijgen”.
Een zeer krachtige solidariteit met de Armeniërs uitte de Iraniër D. Madjlesi met een pleidooi dat Turkije,
net zoals Duitsland en Zuid Afrika dat hebben laten zien, zich van het “smerige verleden zou moet ontsmetten”,
en zonder dat geen deel van Europa kan uitmaken. Hij ziet de genocide niet alleen als een zaak van de Armeniërs,
maar ook van alle Iraniërs en in feite van de hele wereld. Hij beschouwt het van zichzelf als plicht hiervoor
met de Armeniërs zij aan zij te strijden tegen de ontkenning en gaf dit glashelder aan men de woorden “Ook
ik ben een Armeniër”.
De vergelijking met de schuldaanvaarding van Duitsland kwam ook pregnant naar voren in de woorden van Rabbijn Soetendorp.
Daarin verwees hij naar een verzoeningsbijeenkomst in Duitsland vorig jaar, waar hijzelf een appel tot verzoening
had voorgelezen, waarop een respons kwam van duizenden, meest jongeren, in de vorm van een vredeslied. “Ik voelde
mij voor het eerst thuis in Duitsland, waarbij ik me realiseer dat het knielen van Willy Brandt (in 1970) bij het
monument van het getto van Warschau van grote betekenis voor mij is geweest”. Hierop vervolgde de Rabbijn: “Mijn
hoop is dat een proces van erkenning ook in Turkije een aanvang zal nemen”.
Mevrouw Inge Drost van het 24 april Comité sloot de waardige herdenkingsbijeenkomst af met een samenvatting.
Vasthoudendheid en de plicht te herdenken, maar geen haat was er in de redevoeringen te horen geweest. Hoe scherp
de verschillende toespraken de genocide en de ontkenning daarvan ook veroordeelden, door alle toespraken heen klonk
als de rode draad de hoop, de verzoening, de solidariteit tussen volkeren. Ten eerste door niet onvermeld te laten
dat er toch ook moedige Turken en Koerden de Armeniërs hadden geholpen, zoals ook Rabbijn Soetendorp ook zei
zijn leven te danken te hebben aan een Duitse vrouw. Ten tweede door de warme woorden van solidariteit tussen volkeren
in het algemeen en met het Armeense volk in het bijzonder, die uit de woorden van alle sprekers klonk.
Tenslotte zij vermeld dat er een TV rapportage van de herdenking gemaakt is door TV Drente. Deze is te zien op
de website van tvDrenthe en You Tube:
http://www.tvdrenthe.nl/761e2b9b-2602-4484-98bd-7f9c0000bf01.aspx?NewsID=22620
http://nl.youtube.com/watch?v=4fC_aLprXtE&feature=user
Bijdrage Rabbijn Soetendorp voor de 93e Herdenking van de Armeense Genocide
op 24 april in Assen.
(wegens omstandigheden zal Rabbijn Soetendorp de toespraak niet persoonlijk kunnen uitspreken).
Geachte aanwezigen,
In de schemer van het dichtbije verleden doemen de gezichten op van mannen, vrouwen en kinderen, die ieder en ieder
in ons hart dragen. Die al het recht van de wereld hebben op hun naam in eeuwige waardigheid. De Israëlische
dichteres Zelda heeft vanuit de joodse ervaring universele woorden geschreven, die resoneren in de ziel van ieder
die gedenkt.
Lechol iesj jesj sjem" –
Ieder mens heeft een naam, die God hem gaf, en hem gaven vader en moeder.
Ieder heeft een naam die zijn houding en zijn wijze van lachen hem gaven en zijn kleding hem gaf.
Ieder heeft een naam die de bergen haar gaven en haar muren.
Ieder heeft een naam die de planeten en zijn buren hem gaven.
Ieder heeft een naam die zijn fouten hem gaven en zijn diepste verlangen hem gaf.
Ieder heeft een naam die zijn vijanden hem gaven en zijn liefde hem gaf.
Ieder heeft een naam die zijn feesten hem gaven en zijn werk hem gaf.
Ieder heeft een naam die de jaargetijden hem gaven en zijn blindheid hem gaf.
Ieder heeft een naam die de zee hem gaf en zijn dood hem gaf.
Hier houden wij de waardigheid van ieder en ieder individu vast, want we weten dat vergeten leidt tot ballingschap
en herinneren, gedenken leidt tot bevrijding.
Elk zacht snikken van een kind op een verlaten station, het reddende water buiten bereik. Elk schreeuw om mededogen
vanuit de hel die niet te verbeelden is, zijn voor altijd opgevangen in ons hart. De taal is ontoereikend. Woorden
kijken elkaar aan en raken buiten hun zinnen.
In het felle licht van vandaag vallen muren weg, komen verten dichtbij en zien wij de gezichten van mannen, vrouwen
en kinderen die zwerven door de woestijnen van onze eigen tijd. Vandaag dreigen zij naamloos te sterven door geweld,
water tekort en gebrek aan medicijnen. Een schier eindloze vluchtelingenstroom die zich met hun laatste krachten
voortslepen tot onze deur van verantwoordelijkheid. Iedere herdenking is impliciet een protest tegen onrecht, dat
nu geschiedt, en een hartstochtelijke oproep aan ieder en ieder van ons om de deur naar redding en waardige toekomst
te openen en geopend te houden.
In het aarzelend ontluiken van de dageraad van morgen, is er geen plaats voor haat, worden tegenstanders elkaars
broeders en zusters. Terwijl nog zwakke licht stralen duisternis binnentreden, voetje voor voetje, houd ik me vast
aan mijn leraren en leraressen: Israëlische en Palestijnse families die geliefden verloren hebben in oorlog
en terreur en elkaar gevonden hebben in de strijd van zachte krachten voor verzoening en vrede. Een priester uit
Bosnië die op mijn vraag "koester je geen wraakgevoelens tegen diegenen die jou martelden?" zacht
antwoordde: "haat verwondt diegenen die haten veel meer dan diegenen die gehaat worden". Ik tracht met
jullie, met hem, vorm te geven aan een morgen waar waarachtig geen plaats meer is voor haat. Ik schaar me aan de
kant van Bisschop Ochola uit Noord-Uganda, die in zijn gevecht om kindsoldaten uit de greep van bendes te redden
zijn dochter en zijn vrouw verloren heeft en de oerkracht heeft om te zeggen: "Ik heb de moordenaars vergeven,
om alle energie te behouden om meer en meer kinderen te redden en in dat werk God vinden."
Beste vrienden en vriendinnen, ik ben hier al is het vanuit een fysieke afstand om met u te zijn in dit uur van
gedenken, om mij te vereenzelvigen met u in uw rouw, die ook mijn rouw is.
Ik, die bij elke ademtocht besef dat ik in leven ben dankzij de offervaardigheid van diep gelovige Katholieken.
Weet tot in mijn botten dat waardigheid van het individu door geen macht ter wereld kan worden weggenomen. Juist
in de dagen van Pesach, die wij nu vieren, worden wij wederom eraan herinnerd dat sinds de uittocht uit Egypte
uiteindelijk vrijheid de norm is en elke vorm van slavernij tijdelijk. Mijn moeke, mijn redster, was Duitse van
geboorte. Een eenvoudige in wezen vanzelfsprekende zin die doorklinkt tot het diepste van de ziel, als een oproep:
wij mogen nooit generaliseren. Aan alle kanten van de demarcatielijnen zijn er altijd mensen die weigeren die ideologie
van vernietiging, genocide te volgen en tegen de stroom in vervolgden te redden. In de Talmoed en de Koran staat
in dezelfde bewoordingen dat hij die een mensen leven redt, de hele wereld heeft gered. En het zijn deze tegendraadse,
gewone mensen die de wereld keer op keer redden.
Moge hun voorbeeld ons blijven inspireren.
Zelf "een stuk hout gered uit het vuur" durf ik aarzelend tot u Armeense gemeenschap in dit verscheurende
uur te spreken, woorden van verdriet, woorden van bemoediging, loyaliteit en troost en ook woorden van verzoening.
Ik heb geleerd bij het dagelijks herdenken van de doden, bij het gevecht om het behoud van het leven van de rechtloze,
dat het nooit alleen gaat om de joden, dat het nooit alleen gaat om de Armeniërs maar altijd over de rechten
van de mens. Zo gaat het vandaag vanuit ons gedenken om het behoud van de beschaving om de toekomst van een fatsoenlijke
Europa en een levensreddende wereld.
Vorig jaar hebben Prins Hassan van Jordanië en ik een appèl gedaan op ons allen om te werken aan plekken
van verzoening: "de last van de geschiedenis is wellicht de grootste hindernis op de weg naar een waarachtig
begrip voor de ander. De pijn en onrecht die we hebben geleden in verschillende tijden in onze gemeenschappelijke
geschiedenis vormen de basis van traumatische culturele herinneringen, en een schijnbaar onoverkomelijke barrière
om te kunnen komen tot ware verbondenheid en vertrouwen…. Deze hindernis op de weg naar mededogen kan weggenomen
worden wanneer we onze pijn kunnen delen en onze geschiedenissen en herinneringen herkennen…..Laten we centra van
documentatie en luisteren van waarheid en verzoening creëren, waar kinderen van Abraham en anderen die geleefd
hebben in confrontatie zich kunnen ontdoen van de last en een proces van genezing in kunnen gaan."
Het is een hartverscheurende taak, maar het is naar mijn diepste overtuiging, te doen. Zelfs conflicten waar zo
vaak recht staat tegenover recht kunnen worden opgelost wanneer wij de kracht vinden om onze pijn met onze tegenstanders
te delen.
Vorig jaar las ik het gezamenlijke appèl voor verzoening voor in het hart van Duitsland tijdens de Kirchentag
in Keulen. De respons van duizenden in meerderheid jongeren, die een vredeslied aanhieven, ontroerde en bevrijdde
mij. Ik voelde mij voor het eerst thuis in Duitsland, waarbij ik mij realiseer dat door het knielen van Willy Brandt
(in 1970) bij het monument van het getto van Warschau van grote betekenis voor mij is geweest. Mijn hoop is dat
een proces van erkenning ook in Turkije een aanvang zal nemen.
In de bescheidenheid die mij past, maar vanuit een aartsoptimisme die me nooit verlaten heeft, spreek ik de hoop
uit dat het breekbare verlangen naar verzoening, die hoorbaar is in de Armeense gemeenschap en de Turkse gemeenschap
steeds luider zal klinken en dat deze worsteling van de ziel naar elkaar toe mede de weg vrij zal maken voor een
barmhartig Europa en een betrokken alerte wereld, waar de wanhoop van een kind nooit meer wordt genegeerd.
De laatste Bijbelse profeet Malachi verzucht: "wij hebben alleen toch maar één vader ons heeft
toch één God geschapen?" In de dageraad van een nieuwe morgen kijken we in elkaars ogen en ontmoeten
in het netvlies van de ander door de wreedheid de ontkenning en de wanhoop heen, de Altijd Aanwezige God. En kunnen
wij kracht aan elkaar ontlenen om de wereldwonden van oorlog en ondervoeding van rassenwaan, terreur, rechteloosheid
te genezen.
Vrienden en vriendinnen, ik buig mijn hoofd met u en gedenk elke man, elke vrouw en elk kind die zo wreed gerukt
zijn uit het leven van de gemeenschap, mijn broeders en zusters.
Moge hun zielen gebundeld zijn temidden van de zielen der rechtvaardigen. En mogen de herinneringen aan hen ons
inspireren om ons blijvend in te zetten voor mededogen die de hele wereld omvat.
Mw Esmé Wiegman, woordvoerder Europese Zaken in de Tweede Kamer voor
de ChristenUnie fractie, laat het volgende weten:
Graag was ik vandaag aanwezig geweest in uw midden, om de Armeense genocide te herdenken. De Kameragenda liet het
echter niet toe.
De herdenking van de moord op Hrant Dink, waar ik een paar woorden mocht spreken, zal ik niet snel vergeten.
De Armeense genocide is niet enkel iets van 93 jaar geleden, het is iets wat nog elke dag speelt, in het zwijgen
en ontkennen. De dreiging die rondom het spreken hangt. Spreken wat genadeloos wordt afgestraft, zoals de dood
van Hrant Dink laat zien.
Het is goed dat u vandaag herdenkt en hardop spreekt. Het is ook goed om een moment stil te zijn. Een andere stilte
dan ontkennend zwijgen.
In gedachten ben ik bij u.
Met vriendelijke groet,
Esmé Wiegman
's-Gravenhage, 22 april 2008
TOELICHTING/ACHTERGROND BIJ PETITIE
aangeboden aan de voorzitter en leden van de Vaste Commissies
voor Europese Zaken en voor Buitenlandse Zaken
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
De Armeense genocide
Het is 93 jaar geleden dat de Armeense bevolking in het Ottomaanse Rijk is uitgeroeid door stel-selmatige massamoorden
en deportaties gericht op vernietiging van deze etnische groep; daarbij werden ook andere Christelijke minderheden
als Assyriërs en Grieken slachtoffer.
Omtrent de feiten van de Armeense genocide is onder wetenschappers mede op grond van recente bronnen, zoals uit
de Duitse archieven, en veel onderzoek, zoals van de Turkse historicus Taner Akcam, geen discussie meer over de
vraag of er wel of geen genocide is gepleegd. Toonaangevend in deze is het Internationaal genootschap van genocide
wetenschappers, dat zich hierover ook tot Premier Erdogan heeft gewend.
Ter info; In Nederland zijn recent boeken verschenen van Ton Zwaan, Taner Akcam, Ugur Ungor, Robert Fisk enz.
De ontkenning
Turkije ontkent tot op heden de Armeense genocide. Het is een algemeen aanvaarde stelling, dat een misdaad, die
niet wordt erkend door de dader, opnieuw kan worden gepleegd. Hierdoor is het niet alleen een kwestie van moreel
en rechtvaardigheid naar het verleden, maar is ook de veiligheid van Armeniërs in en buiten Turkije in het
geding.
Het uitblijven van erkenning van de Armeense genocide door Turkije staat mede de oplossing van andere problemen
in de instabiele regio Kaukasus in de weg en houdt als conflictbron een extra ri-sico in voor de vrede.
Bij de stelselmatige ontkenning, wijst Turkije er graag op dat het allemaal zo lang geleden is, en dat men naar
de toekomst moeten kijken enz. Dat is juist, maar ook daar komt men de genocide weer tegen. Zoals Robert Fisk in
"De Eerste Holocaust" schrijft, heeft het tijdsverloop hierop geen in-vloed en is de Armeense volkerenmoord,
een van de historische tragedies, die door verstrijken van de tijd een steeds grotere historische betekenis krijgt.
Voor de ontkenning worden zowel binnenlands als internationaal verschillende methoden gebruikt: vertragingstechnieken,
dwaalsporen, omkering en verdraaiing van feiten.
De oproep bijvoorbeeld van Premier Erdogan aan de vooravond van de 90-jarige herdenking van de Armeense genocide,
om met een Armeens Turkse commissie van historici over de gebeurtenissen van 1915 te spreken kan niet anders worden
opgevat dan als vertragings- en propagandastunt.
De aanvankelijke hoop in 2004-2005 op bespreekbaarheid van het verleden in Turkije, na de confe-rentie in Istanbul
is verdwenen, toen er aanhoudingen en vervolgingen gingen plaatsvinden en na de moord op Hrant Dink is de situatie
rond de vrijheid van meningsuiting definitief verslechterd. Door de angst van intellectuelen voor vervolging of
moord, heerst er nu in Turkije, autocensuur, volko-men stilte en stilstand, achteruitgang; het klimaat is kil.
Ondanks talloze beloftes van de Turkse regering is elke uiting over de zwarte kant van het verleden strafbaar als
zijnde tegen de staat gekeerd. Hrant Dink moest - na als eerste op basis van dit artikel niet alleen te zijn vervolgd
maar ook veroordeeld - zijn woorden over de genocide uiteindelijk met zijn dood bekopen. Openheid over het verleden
is in Turkije niet toegenomen, maar afgenomen. Recent is uiteindelijk wijziging van artikel 301 voorgesteld, maar
die biedt geen enkele soelaas voor schrijvers.
De grimmige houding van Turkije lijkt zelfs invloed te hebben op Europa, waar het Europees Par-lement recent onderleiding
van Ria Oomen van het CDA een rapport produceerde waarin opvallend en anders dan de eerdere EP-rapporten de woorden
"Armeense genocide" zijn weggelaten en Tur-kije en Armenië tot reconciliatie worden opgeroepen,
alsof daarvoor reeds klimaat voor is gescha-pen door een open houding van Turkije t.o.v. het verleden.
Erkenning in Nederland en elders
De Tweede Kamer heeft op 21 december 2004 de Armeense genocide erkend door middel van het unaniem aanvaarden van
de motie Rouvoet (21 501-20, nr. 270) welke motie door de regering bij monde van Minister van Buitenlandse Zaken
werd verwelkomd.
Ook in een groot aantal EU-landen zoals in Frankrijk, België, Zweden, Italië, Griekenland, Polen, maar
ook in bijv. Zwitserland en Canada heeft erkenning van de Armeense genocide door de rege-ring en/of door het parlement
plaatsgevonden. Erkenning dor het Amerikaanse Huis van Afgevaar-digden kon in 2007, net als eerder, slechts met
grote Turkse dreigementen en omkoperij (zoals in Volkskrant van 19 oktober 2007 geschreven) worden voorkomen.
De Armeense genocide, Turkije en Europa
De Europese Unie heeft op 21 december 2004 onder Nederlands voorzitterschap besloten dat op 3 oktober 2005 onderhandelingen
met Turkije over toetreding tot de Europese Unie konden beginnen, mits voldaan zou zijn aan een aantal voorwaarden
waaraan nog niet volledig was voldaan. De on-derhandelingen zijn inmiddels begonnen terwijl er nog steeds niet
aan deze kernvoorwaarden is voldaan;
In het kader van de toetredingsonderhandelingen met een kandidaat-lidstaat mag de Europese Unie van deze (ook van
Turkije) verwachten dat het een democratische rechtsstaat is met respectering van mensenrechten en rechten van
minderheden, vrijheid van godsdienst en van meningsuiting en met goede relaties met de buurlanden.
Toetredingscriteria
Het is een misvatting dat de erkenning van het zwarte verleden geen deel uitmaakt van de toetre-dingsvoorwaarden.
Uiteraard zou ook de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, zonder objec-tieve beoordeling van het eigen
verleden en met name zonder erkenning van de Genocide gepleegd jegens Armeniërs niet geloofwaardig zijn voor
een waardengemeenschap als de EU.
De erkenning van de genocide mag dan niet met zoveel woorden genoemd zijn als een voorwaarde voor de toetreding
tot de EU, maar is daar wel degelijk in opgenomen. Op 31 augustus 2005 immers verzocht toenmalig kamerlid Rouvoet
gesteund door de rest van de Kamer, in het Algemeen overleg voorafgaand aan de vaststelling van het onderhandelingskader
om de erkenning expliciet op te ne-men in het onderhandelingskader. Daarop antwoordde toenmalig Minister van Buitenlandse
Zaken Bot klip en klaar, dat de voorwaarde niet expliciet behoefde te worden opgenomen, daar zij reeds besloten
ligt in de voorwaarde van het goed nabuurschap en in dat kader ook telkens aan de orde zou komen. Bot benadrukte
hierbij dat dit in de besprekingen volkomen duidelijk is gemaakt zowel in Europees verband als voor Turkije. Ook
heeft ex minister Bot, en recent ook Minister Verhagen in deze Kamer, in het verlengde van het voorgaande, naar
voren gebracht dat het ondenkbaar is dat Turkije kan toetreden zonden het verleden onder ogen te hebben gezien.
Het is dus een misvatting als gezegd wordt dat de erkenning van de Armeense genocide niet tot de voorwaarden behoort
voor toetreding; dat immers helder uitgesproken, impliciet tot de voorwaarden behorende zaken, deel uitmaken van
het onderhandelingspakket.
Nederland
In steeds toenemende mate is het Nederlandse publiek terzake geïnformeerd en is zich bewust van het onrecht
dat de Armeniërs door de genocide, maar ook door de ontkenning daarvan wordt aange-daan. De Nederlandse Tweede
Kamer is daar geen uitzondering op.
Verschillende gebeurtenissen hebben voor de Nederlandse bevolking in ons eigen land de afgelopen jaren vele zaken
aan het licht gebracht, hoe de actieve ontkenningspolitiek zich niet tot het grond-gebied van Turkije beperkt.
De weigering van enkele kandidaat kamerleden om het door hun partij ingenomen standpunt (in de motie Rouvoet) tot
het hunne te maken, de Turkse censuur bij de ten-toonstelling in de Nieuwe Kerk (onder dreiging materialen niet
te leveren), de oproep vanuit een Turks ministerie aan Turken in Nederland om op D66-kandidaat Koser Kaya te stemmen
daar haar partij erkenning van de genocide niet als eis voor kamerleden (deze zaak is overigens nooit geheel opgehelderd)
enz.
De chantagepraktijken van Turkije, zowel financieel met omkoping als politiek ivm de luchtmacht-basis zijn n.a.v.
de genocide resolutie eind 2007 in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, in-middels voor veel mensen helder
(voetnoot Volkskrant-artikel) Onder aanvoering van de ambassa-deur en consul, die zich ook met ingezonden brieven
in de discussie in Nederland mengen, wordt - ondanks dat er een duidelijk communis opinio (politiek, remedies,
publiek) is die de genocide - ook in Nederland op groteske wijze blijft ontkennen. Vele ontkenningssites zijn actief,
zoals Arme-nië.nl, misleidend.
Hier staat tegenover dat een aantal leden van de Turkse gemeenschap in Nederland, de euvele moed hebben om openlijk
de genocide te erkennen; hun positie, maar ook die van vele andere Turken in Nederland kan sterk worden verbeterd,
als zij niet langer - ten onrechte - beschouwd worden als mede-onderdeel uitmakend van de ontkenningspraktijken
vanuit Turkije. Helaas behoren in Neder-land bedreigingen van dergelijke personen niet tot de uitzonderingen.
Hrant Dink herdacht in Assen
19 januari 2008 - In Assen kwamen Armeniërs samen bij het genocide monument om
de l jaar geleden vermoorde Hrant Dink te herdenken met een plechtigheid, georganiseerd door het 24 april Comité
van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON)
Vertegenwoordigers van de FAON en andere organisaties uit verschillende steden van Nederland legden bloemen en
kransen bij het Armeense genocide monument, een Armeense kruissteen (khatchkar) op begraafplaats de Boskamp in
Assen.
Mw. Wiegman-van Meppelink Scheppink, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie hield een toespraak over de inspanningen
van Dink voor de democratie in Turkije. Zij vergeleek Dink met de theoloog en bestrijder van het nazisme Dietrich
Bonhoeffer, volgens wiens opvattingen over medemenselijkheid iemands verantwoordelijkheid verder gaat dat het eigen
ik en vrijheid niet te vinden is in verheven gedachten, maar in de daad.
Sprekend over taboes in Turkije beklemtoonde mw. Wiegman dat Nederland en Europa zullen moeten vasthouden aan het
principe dat een land, dat zijn eigen verleden niet onder ogen wil zien, geen lid kan worden van de Europese Unie.
In een resolutie, die de FAON zal aanbieden aan regering, parlement en aan de Turkse ambassade, stelt de FAON vast
dat Dinks ideeën nog springlevend zijn en er veel mensen mee sympathiseren. Deze mensen hebben steun nodig.
Om deze steun te geven, moet het handhaven van artikelen als 301 van het Turkse Wetboek van Strafrecht, die strijdig
zijn met de voorwaarden voor toetredingsonderhandelingen met de EU zowel als met de verplichtingen die Turkije
heeft in het kader van het lidmaatschap van de Raad van Europa, niet langer zonder consequenties zijn. De resolutie
roept voorts de Turkse regering op om de ideeën van Dink te volgen wat betreft de verzoening van bevolkingsgroepen
en om de eigen geschiedenis onder ogen te zien, een en ander als enige mogelijkheid om de problemen in het land
op te lossen.
Met verwijzing naar de woorden van Dink in een van zijn laatste columns. nl dat hij zich voelde “als een duif,
een beetje bang, maar vrij” werden tijdens de plechtigheid witte duiven losgelaten.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Foto's herdenking ////////////////
Het 24 april Comité van de FAON wenst u allen
een goed 2008.
Het Comité zal zich dit jaar opnieuw inspannen voor de herdenking en
de erkenning van de Armeense genocide.
Allereerst zal de komende week gewijd zijn aan de herdenking van de
brute moord op de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink, op 19 januari
2007.
De FAON zal een persverklaring uitbrengen en a.s.
zaterdag om 2 uur
zullen er bloemen gelegd worden bij Khatchkar, op begraafplaats "de
Boskamp" in Assen
Belangstellenden zijn uitgenodigd deze herdenking bij te wonen.
Voor al uw opmerkingen, ideeën en vragen: info@faon.nl
De Volkskrant 19 oktober 2007
Turkse lobbyisten versus Armeense: 1-0
Achtergrond
De lobby van Turkije heeft succes: de ‘genocide-resolutie’ in de VS lijkt van de baan. De Armeniërs hebben
het nakijken.
Van onze correspondent Philippe Remarque
WASHINGTON - Wat is er met de Armeense genocide-resolutie gebeurd tussen vorige week woensdag en deze week woensdag?
Turkije lijkt zijn zin te krijgen, zoveel is duidelijk. Minder zeker is hoe de resolutie is gesneuveld. Door geopolitiek
inzicht van Amerikaanse afgevaardigden- of door een lobbycampagne waar Turkije miljoenen voor betaalt?
Vorige week stevende het Huis van Afgevaardigden nog af op een resolutie die de president oproept ‘de doelbewuste
vernietiging van 1,5 miljoen Armeniërs’ in 1915 ‘als genocide te erkennen’. In de buitenlandcommissie stemde
een meerderheid voor. Nancy Pelosi, Huisvoorzitter en voorvechter van de Armeense zaak, zei dat de resolutie ondanks
alle bezwaren van Turkije en het Witte Huis ter stemming zou worden gebracht.
Deze woensdag was haar voortvarendheid verdwenen: ‘We moeten nog zien of het wordt voorgelegd of niet.’ De reden
is dat een reeks afgevaardigden de genocide-resolutie plotseling niet meer steunt. ‘Niets verandert het feit dat
massamoord en onzegbare wreedheden hebben plaatsgevonden’, zei één van hen, Doug Lamborn. ‘Maar deze
niet-bindende resolutie aannemen op dit kritieke moment zou destabiliserend werken, nu de VS de hulp van zijn bondgenoten
als Turkije nodig heeft.’
Inderdaad, Turkije is één van Amerika’s weinige bondgenoten in het Midden-Oosten en biedt een essentiële
aanvoerroute voor de Amerikaanse operatie in Irak. In de afgelopen week liet het land zien dat het de situatie
verder kan compliceren, door de Koerden in Noord-Irak aan te vallen.
Er is dus voldoende reden om het Witte Huis en acht vroegere ministers van Buitenlandse Zaken te volgen en Turkije
niet voor het hoofd te stoten wegens 1915. Tevens is duidelijk dat Turkije afgevaardigden een handje helpt. ‘Dit
is wat er gebeurt als je op moet boksen tegen een zeer vaardige miljoenencampagne’, stelde afgevaardigde Brad Sherman.
De Armeniërs in Amerika zijn ziedend over de ‘miljoenen buitenlandse dollars die in het Amerikaanse politieke
systeem worden gesluisd.’ Ze hebben zelf ook een krachtige lobby, met kiezersmacht in zekere Californische districten.
Maar de regering van het arme Armenië wist slechts 300 duizend dollar voor een Washingtons pr-bureau op te
hoesten.
Nee, dan de Turken. Hoe het precies werkt, is moeilijk te achterhalen. ‘Vraagt u dat maar aan de pr-firma die Turkije
heeft ingehuurd’, zegt het bureau van de afgevaardigde. ‘Wij doen hier geen mededelingen over’, zegt de firma.
Maar gelukkig houdt Amerika de geldstromen netjes bij. Zo is gedocumenteerd dat ex-afgevaardigde Livingston, nu
een invloedrijke lobbyist, in de afgelopen acht jaar al twaalf miljoen dollar van Turkije kreeg om een genocide-resolutie
te voorkomen – met succes. Hij is nu weer druk bezig, toont het register. Neem afgevaardigde Bobby Jindal, aan
wiens gouverneurscampagne Livingston 10 duizend dollar doneerde. Twee maanden later trok Jindal zijn steun aan
de genocide-resolutie in.
Turkije zet ook de ex-presidentskandidaat Dick Gephardt in, als Congreslid voor een genocide-resolutie. Nu lobbyt
hij ertegen voor 1,2 miljoen dollar op jaarbasis.
Turkije woedend over Armenië-resolutie Amerika
Elsevier_donderdag 11 oktober 2007 08:46
Een commissie van het Amerikaanse Congres heeft gisteravond een resolutie aangenomen waarin de massamoord
door Turken op de Armeniërs tussen 1915 en 1917 wordt erkend als genocide. Turkije is woedend, de regering
Bush probeert de schade te beperken.
Tussen 1915 en 1917 deporteerde de nationalistische beweging van de 'Jonge Turken' tussen
de 1 en 2 miljoen Armeniërs uit het Ottomaanse Rijk. Honderdduizenden werden daarbij systematisch vermoord,
anderen kwamen om door honger en uitputting.
Vanwege het hoge aantal doden en het systematische karakter spreken de meeste historici van de eerste genocide
in de moderne geschiedenis.
De Jonge Turken stonden aan de basis van het huidige Turkije, dat de massamoord altijd heeft afgedaan als een burgeroorlog
waarbij aan beide zijden slachtoffers vielen. Tot nu toe hebben 21 landen, waaronder Nederland, officieel erkend
dat sprake was van genocide.
De deportatie van 2 miljoen Armeniërs uit het Ottomaanse Rijk tussen 1915 en 1923, waarbij 1,5 miljoen van
hen omkwamen, komt neer op genocide.
Dat stelt de niet-bindende resolutie die woensdagavond met 27 tegen 21 stemmen werd aangenomen door de Buitenlandcommissie
van het Huis van Afgevaardigden.
Onacceptabel
De Turkse regering reageerde als door een wesp gestoken. 'Onacceptabel', verklaarde president Abdullah Gül
al enkele uren na de stemming. 'Het Turkse volk beschouwt deze beslissing als ongeldig en van generlei waarde.'
Ook de regering van president George W. Bush toonde zich teleurgesteld over de uitslag. Eerder op de avond riep
hij Congresleden persoonlijk op tegen de resolutie te stemmen, om de belangrijke strategische en militaire relaties
met Turkije niet op het spel te zetten.
Meerderheid
Het besluit maakt de weg vrij voor een stemming in het Huis van Afgevaardigden. Twee jaar geleden lukte dat bij
een soortgelijke resolutie niet. Nu is de kans daarop aanzienlijk groter.
Democratische leiders in het Huis hebben toegezegd de resolutie in stemming te brengen. Volgens initiatiefnemer
Adam Schiff, Democratische Afgevaardigde van Californië, kan de resolutie daar rekenen op een ruime meerderheid.
Onwelkom
De regering Bush kan een verdere confrontatie met Turkije niet gebruiken. Het land wordt gezien als een cruciale
NAVO-partner en de Amerikaanse militaire operaties in Irak en Afghanistan zijn afhankelijk van het gebruik van
bases in Turkije.
Bovendien proberen de Amerikanen uit alle macht de Turken ervan te weerhouden Noord-Irak binnen te vallen om de
Koerdische separatisten die zich daar schuilhouden aan te pakken.
Turkije niet klaar met moord op Dink
NRC 4-10-2007_ Door onze correspondent Bernard Bouwman
Nieuwe aanwijzingen van nalatigheid Turkse politie - of meer
Steeds weer wordt Turkije geconfronteerd met nieuwe onthullingen over de moord op Hrant Dink. Een vraaggesprek
met advocate Fethiye Çetin, die de familie-Dink mede vertegenwoordigt.
ISTANBUL, 4 OKT. Op de minibus die Ogün Samast, de minderjarige jongen
die de Turks-Armeense journalist Hrant Dink in januari vermoordde,
deze week naar de rechtszaal bracht, zat een sticker geplakt.
'Houd van Turkije of kras op' stond erop.
Het was het soort slogan dat extremistische nationalisten vroeger
tegen Dink inbrachten als hij Turkije aansprak op bijvoorbeeld de
Armeense genocide. Hoe kon zo'n sticker op de minibus belanden?
Volgens advocate Fethiye Çetin, die de familie- Dink mede
vertegenwoordigt, was het geen toeval. „Er zijn groepen binnen het
Turkse veiligheidsapparaat die verrot zijn. Zij hebben niets gedaan om
de moord te voorkomen en voelen nu sympathie voor Samast. De komende
tijd wordt duidelijk of Turkije in staat zal zijn om met die verrotte
groepen af te rekenen en een echte rechtsstaat te worden."
Turkije is nog lang niet klaar met de moord op Dink. Deze week, juist
voordat het proces tegen Samast en zijn medeverdachten werd hervat in
Istanbul, kwamen de Turkse media met een schokkende transcriptie van
een telefoongesprek. Een politieagent belde net na de moord met Erhan
Tuncel. Deze was ooit een informant van de politie maar wordt nu door
het openbaar ministerie als een van de breinen achter de moord gezien.
Uit het gesprek blijkt dat de agent een duidelijk beeld had hoe de
moord zou plaatshebben. „Hij [de dader] zou er niet vandoor gaan maar
dat heeft deze [Ogün Samast] wel gedaan", zegt hij.
Voor Fethiye Çetin is deze onthulling slechts het topje van de
ijsberg. Voorbeeld op voorbeeld geeft ze hoe de Turkse politie tekort
schoot en zelfs bewijsmateriaal probeerde te vernietigen. „De politie
in Trabzon stuurde een rapport over Yasin Hayal [deze gaf Samast het
wapen] naar de politie in Istanbul", zegt ze. In het rapport wees de
politie erop dat Hayal in die stad een bomaanslag op de McDonald's had
gepleegd en dus gevaarlijk was. Zij gaf aan dat Hayal Dink wilde
vermoorden en wees zelfs de plaats aan [de bakkerij van zijn broer]
waar hij zou verblijven. Istanbul deed niets met het rapport. „Toen de
autoriteiten een onderzoek instelden zei de politie in Istanbul dat ze
die bakkerij niet hadden kunnen vinden – maar de inspecteurs van het
ministerie vonden haar direct."
Overigens kreeg Hayal door dat hij werd gevolgd en stuurde daarom
Samast en kwam zelf niet naar Istanbul.
En dan is er nog de sms over de kogels.
Erhan Tuncel kreeg een sms waarin stond dat een van de verdachten
„kogels nodig had". De politie luisterde de telefoon van Tuncel af en
zag ook de sms. „Maar als je kijkt naar de dossiers", aldus Çetin,
„dan werd in eerste instantie die sms over de kogels niet genoemd. Die
was eruit gehaald."
Niemand betwijfelt inmiddels dat de politie tekort schoot. Maar was
het nalatigheid of was er meer aan de hand – wilden elementen binnen
de politie Hrant Dink laten vermoorden?
Çetin is er van overtuigd dat de journalist een groot gevaar vormde
voor het extremistische nationalisme in Turkije. „H ij doorbrak taboes
en bracht Turken en Armeniërs samen. Extreem-nationalisme wordt gevoed
door angst. Hrant Dink nu nam die angst bij Turken weg – elke Turk met
wie hij sprak, hield op een vijand van de Armeniërs te zijn."
Mede daarom gelooft Çetin dat er veel meer achter de moord op Dink zit
dan een minderjarige jongen uit Trabzon. Volgens haar kent Turkije een
hele reeks gangsterachtige nationalistische groepen die niet aarzelen
om mensen als Dink om te leggen.
Aan de top worden die groepen geleid door een „belangrijk iemand", zegt Çetin.
Deze persoon of personen, wie dat ook moge(n) zijn, gaven uiteindelijk
opdracht tot de moord op de journalist.
Maar zal Turkije ooit weten wie dat was? „Ik ben optimistisch", zegt
Çetin, „als iemand die zich bezig houdt met het recht moet ik wel
optimistisch zijn. Als de regering echt deze gangstergroepen gaat
aanpakken, komt de waarheid boven tafel."
Maar gemakkelijk zal dat niet zijn – extremistisch nationalisme is
wijd verspreid in de Turkse maatschappij, weet Çetin. „Op school, in
het leger – overal worden Turken geïndoctrineerd met een fel
nationalisme."
In dat nationalisme wordt een vijandbeeld gecreëerd waarbij alle
vermeende tegenstanders op een hoop worden gegooid. „Je hoort
nationalisten wel zeggen dat Abdullah Öcalan een Armeniër is."
Hoe groot binnen Turkije de steun voor Ogün Samast en de zijnen nog
is, bleek wel uit het succes op YouTube van een liedje van zanger
Ismail Türüt waarin de moord op Dink wordt verheerlijkt. „Als iemand
zijn land verraadt, wordt er direct met hem afgerekend", aldus de
tekst van het liedje. Het Openbaar Ministerie is een onderzoek
begonnen naar het liedje en de clip.
In de stad Samsun werd Samast na zijn arrestatie op het bureau van de
militaire politie aldaar verheerlijkt als een held– de politieagenten
lieten hem poseren met de Turkse vlag. „Het proces daarover gaat s l e
ch t ", zegt Çetin. „Maar twee mensen zijn aangeklaagd terwijl er veel
meer bij betrokken waren." De aanklachten, aldus de advocate, zijn ook
ridicuul. „Een daarvan is dat Samast naar de theetuin werd gebracht en
niet werd vastgehouden in een cel, de ander gaat erover dat die foto's
aan de pers werden gegeven." Dat het fout is een moordenaar te
verheerlijken, staat nergens in de procesacten.
Çetin is inmiddels alleen nog maar met de zaak-Dink bezig. Hij was
bovenal een vriend van haar, die haar hielp toen ze ontdekte dat haar
grootmoeder Armeens was.
Mist ze hem? Toen hij nog leefde en processen tegen hem werden gevoerd
omdat hij Turkije beledigd zou hebben, belde Çetin altijd met de
rechtbanken om beveiliging voor hem te regelen tijdens de
rechtszitting.
Opeens staan er tranen in haar ogen. „Steeds denk ik: ik heb hem niet
kunnen beschermen."
CU gaat door met genocidewet
NOS 24-04-07
De ChristenUnie (CU) in de Tweede Kamer zet haar initiatiefwetsvoorstel door om het ontkennen van genocide strafbaar
te stellen. Ook de volkerenmoord door de Turken op Armeense christenen in 1915 valt volgens de CU onder genocide.
De PvdA is tegen het initiatiefvoorstel van de coalitiegenoot.
De ChristenUnie zet het voorstel door ondanks kritiek van de Raad van State. Die wijst erop dat artikel 137c in
het wetboek van Strafrecht het beledigen van volken al strafbaar stelt.
Maar volgens Tweede Kamerlid Voordewind handelt zijn fractie in lijn met de Europese Unie, die wil dat ontkenning
van genocide expliciet strafbaar wordt gesteld.
In België, Frankrijk en Duitsland is dat al gebeurd.
Dinsdagmiddag was in Assen bij het Armeense monument een herdenking van de Armeense genocide. Op 24 april 1915
begon de volkerenmoord op de Armeense christenen.
Gevangenisstraf
Vorig jaar kwam de ChristenUnie met het initiatiefvoorstel om het ontkennen van genocide strafbaar te stellen.
Op het "ontkennen, op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of rechtvaardigen van volkerenmoord", moet
een boete of een gevangenisstraf van maximaal een jaar komen te staan, zo staat in het initiatiefwetsvoorstel.
De ChristenUnie noemt in de toelichting op het wetsvoorstel nadrukkelijk de Armeense genocide uit 1915.
En dat is een lastige kwestie, want de Turkse regering en sommige historici ontkennen dat er sprake was van genocide,
het stelselmatig vermoorden van een volk. Ook ligt het onderwerp gevoelig binnen de Turkse gemeenschap in Nederland.
Tijdens de verkiezingscampagne kreeg vooral de PvdA het lastig met de Armeense kwestie. Tot woede van de Turkse
achterban vond het uit Turkije afkomstige Kamerlid Albayrak ook dat er sprake was van genocide. Twee kandidaat-Kamerleden
moesten van de lijst omdat ze weigerden de genocide te erkennen.
Argumenten
De PvdA is tegen het wetsvoorstel, onder meer omdat het op gespannen voet zou staan met de vrijheid van meningsuiting.
Het debat over de Armeense kwestie moet worden gevoerd op basis van argumenten en niet op basis van artikelen in
het wetboek van strafrecht, vindt de PvdA.
Coalitiepartij CDA wil nog niet zeggen wat ze van het voorstel vindt. De partij wil eerst het advies van de Raad
van State bestuderen.
PvdA en CDA hebben er op zich geen probleem mee dat hun coalitiegenoot toch met een initiatiefvoorstel komt. Er
staat tenslotte niks over in het regeerakkoord. Het initiatiefwetsvoorstel haalt waarschijnlijk geen meerderheid.
Trouw
30 maart 2007
Armeens-Turkse relatie
Gemeenschappelijk feest zonder Armeense vlaggen
Iris Ludeker
Redactie Buitenland
Turkije verpest eigen toenaderingspogingen
De opening van een gerestaureerde Armeense kerk in Turkije moest een teken van verzoening zijn. Het ontaardde in
een robbertje bekvechten.
Het had zo'n mooie toenadering kunnen zijn: Turkse en Armeense hoogwaardigheidsbekleders die samen een gerestaureerde
Armeense kerk openen op Turks grondgebied. Maar wat zich gisteren op het eilandje Akdamar in het Van-meer in Oost-Turkije
afspeelde, was toch vooral een Turks feestje.
Turkse vlaggen en een portret van Atatürk fleurden de 10de-eeuwse kerk op. De openingsceremonie begon met
het Turkse volkslied. En ondanks de aanwezigheid van een delegatie uit Armenië was de Armeense vlag in geen
velden of wegen te bekennen.
Met het gehalte van de hoogwaardigheidsbekleders viel het bovendien ook niet mee. De Turken vaardigden hun minister
van cultuur af, uit Armenië was een twintig-koppige delegatie gekomen met aan het hoofd een staatssecretaris.
Eigenlijk was het de bedoeling dat de Turkse premier Erdogan aanwezig zou zijn, en het hoofd van de Armeens-orthodoxe
kerk, Catholicus Karekin II. De laatste bedankte echter voor de eer, waarop ook Erdogan maar thuis bleef.
Karekin wilde met zijn afzegging protesteren tegen de Turkse beslissing om de gerestaureerde kerk te veranderen
in een museum. De openingsceremonie had gisteren een niet-religieus karakter. De Turken besloten bovendien om geen
kruis op het dak van 'het museum' te plaatsen.
De leider van de Turkse afdeling van de Armeens-orthodoxe kerk, patriarch Mesrob II, was wél aanwezig. Mesrob
probeerde de sfeer te redden door de Turkse overheid te bedanken voor haar inspanningen. Maar ook hij verzocht
om de kerk in ieder geval één keer per jaar als gebedsruimte te openen. “Als onze regering daarmee
akkoord gaat, zal dat bijdragen aan de vrede tussen de twee gemeenschappen."
Al met al viel het Turkse promotiestuntje toch behoorlijk in het water. Terwijl de Turken juist 1,1 miljoen euro
hadden geïnvesteerd in de restauratie om zo de relatie met Armenië te verbeteren. De buurlanden hebben
al decennia een ijzige verhouding, en onderhouden geen diplomatieke banden.
Ook de grenzen zijn sinds 1993 gesloten, toen Armenië een oorlog uitvocht met Azerbeidzjan, bondgenoot van
Turkije. De Armeense economie heeft daar flink onder geleden. Armenië liet dan ook weten dat het de restauratie
verwelkomt, maar dat het openen van de grenzen een nog beter idee zou zijn. Dan hadden de Armeense delegatieleiders
ook niet met een omweg naar Van hoeven gaan.
Grootste pijnpunt in de relatie tussen de landen is het feit dat Turkije ontkent dat er in 1915 een genocide heeft
plaatsgevonden op de Armeense inwoners van het toenmalige Ottomaanse Rijk. Volgens Armenië kwamen daarbij
1,5 miljoen mensen om het leven. Dat de Turkse toenadering misschien niet helemaal oprecht was, blijkt wel uit
het feit dat de opening van de kerk in eerste instantie gepland was voor 24 april. De dag dat de Armeense gemeenschap
de genocide herdenkt.
Achtergrondinformatie
Het kerkje is af, op naar de stad
De kerk op Akdamar is lang niet het enige Armeense monument in Turkije. In het uiterste oosten van het land ligt
Ani, Armenië's hoofdstad in de tiende eeuw, met toen al 100.000 inwoners. Op het enorme terrein, precies op
de grens met Armenië, staan tientallen resten van kerken en moskeeën. Ani is moeilijk te bereiken en
ondanks de indrukwekkende locatie komt er geen hond naar de plaats toe. Tot woede van de Armeniërs hebben
de Turkse autoriteiten de zaak er jaren laten verslonzen. Pas sinds kort staat het naast de kerk op Akdamar hoog
op de Turkse restauratielijst. Merkwaardig genoeg opende de Armeense overheid overigens recht tegenover Ani een
steengroeve. Die verwoestte het landschap en tastte de rust in het gebied aan.
Politieke hoogspanning rond duizend jaar oude kerk
`
ANP_DO 29 mrt 2007 | 08.25
De politiek beladen restauratie van een duizend jaar oude kerk in het uiterste oosten van Turkije zorgt voor spanningen
in Turkije en ver daarbuiten.
Vandaag wordt de Armeense kerk van het Heilig Kruis uit het begin van de tiende eeuw op het eiland Aghdamar in
het meer van Van na een langdurige restauratie geopend als museum. De Turkse regering hoopt met deze gebeurtenis
duidelijk te maken dat ze het beste voor heeft met de Armeniërs en hoopt op toeristen om de streek aan inkomsten
te helpen.
De goede voornemens worden echter overschaduwd door kennelijk snel stijgende politieke spanningen in en over het
strategisch gelegen land dat nog steeds lid wenst te worden van de EU. De Turkse regering greep de opening van
dit Armeens historisch erfgoed aan om nog eens uitvoerig uiteen te zetten waarom er volgens Ankara volstrekt geen
volkerenmoord plaatsvond op Armeniërs in 1915 in het toenmalige Ottomaans Rijk.
Oorspronkelijk stelde Ankara voor de heropening op 24 april te houden, de dag van de Armeense herdenking van 1915.
De Armeense verontwaardiging werd met de verschuiving van de datum geluwd. Maar toen bleek dat het stenen kruis
dat ooit boven de torenspits stond, niet is nagebouwd. De Turkse autoriteiten beklemtonen dat een museum geen kruis
behoeft.
Het restauratieproject, gezamenlijk gerealiseerd door Turken en Armeniërs, lijkt een teleurstelling te worden.
Tal van prominenten, onder wie de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan, komen donderdag toch maar niet naar de opening.
En ook ver boven de kerktoren lijkt de Armeense kwestie voor spanningen te zorgen. Door de wijde luchten boven
bergachtig Oost-Turkije vliegen de Verenigde Staten het grootste deel van het proviand voor hun militairen naar
het niet veraf gelegen Irak.
Democraten in het Amerikaanse parlement willen binnenkort met een resolutie duidelijk stellen dat ze de Armeense
genocide wel erkennen. Een naaste adviseur Buitenlandse Zaken van premier Erdogan, Egemen Bagis, zei woensdag in
Ankara dat zijn land dat zwaar zal opnemen. Waarnemers menen dat Turkije de Amerikaanse vliegbasis in het land
overweegt te sluiten wanneer de resolutie wordt aangenomen.
Bagis zei dat Washington misschien niet direct de reactie van de Turkse regering hoeft te vrezen, maar beslist
wel die van de Turkse bevolking. Hij zei dat 80 procent van het proviand voor de Amerikanen in Irak via het Turkse
luchtruim wordt aangevoerd.
Bagis verweet voorts Armenië geen dialoog te willen met Turkije. Praten met de regering in Jerevan is volgens
hem net als praten tegen een muur. Bagis vindt net als veel Turkse zegslieden dat de Armeense regering zich veel
te veel laat opjutten door de fanatiek anti-Turkse Armeniërs uit de diaspora in bijvoorbeeld de VS of Frankrijk.
De Armeense patriarch in Istanbul, Mesrob II, is het met veel Turkse landgenoten eens is dat de Armeense genocide
politiek wordt misbruikt. Politici laten in sommige landen in parlementen resoluties aannemen over de erkenning
van de Grote Tragedie, zoals de Armeniërs de genocide noemen.
Ze doen dat omdat het in hun straatje past, bijvoorbeeld om Turkije als EU-kandidaat dwars te zitten. Het schaadt
de pogingen van Turken en Armeniërs om nader tot elkaar te komen, aldus de geestelijke.
Honderdduizend Turken op de been voor begrafenis Dink
ANP 23 jan. 2007 _ Ongeveer 100.000 mensen zijn dinsdag in de Turkse stad
Istanbul de straat opgegaan voor de begrafenis van de vrijdag vermoorde Turks-Armeense journalist Hrant Dink.
Vanaf de vroege uren kwamen mensen samen voor het kantoor van de krant Agos, waar Dink vrijdag op straat werd neergeschoten.
De rouwenden droegen protestborden met teksten als ‘Wij zijn allen Hrant Dink’ en ‘Wij zijn allen Armeniërs’.
De rouwenden applaudiseerden toen de lijkwagen met de met gele bloemen bedekte kist van Dink bij het kantoor van
Agos arriveerde. Enkele mensen lieten duiven los.
De stoet vertrok van het kantoor van Agos naar de kerk van het Armeense patriarchaat voor een religieuze dienst.
Dink wordt later op de dag begraven op de Armeense begraafplaats in Istanbul.
Dink noemde de massamoord op Armeniërs in 1915 genocide, wat volgens de Turkse wet is verboden. Een 17-jarige
jongen heeft inmiddels bekend dat hij de journalist heeft doodgeschoten, omdat die het Turkse volk zou hebben beledigd.
***********************************************
Stille tocht in Den Haag voor Hrant Dink
ANP
DEN HAAG 23 jan. 2007 - Een paar honderd Armeniërs hebben dinsdagmiddag in Den Haag een stille tocht
gehouden voor de vrijdag vermoorde Turks-Armeense journalist Hrant Dink.
Ze droegen een portret van Dink en hadden spandoeken bij zich waarop stond: ‘Armeense genocide. Wanneer houdt het
op?’.
De tocht begon op het Plein bij de Tweede Kamer en eindigde bij de Turkse ambassade aan de Jan Evertstraat.
De uitvaart van Dink was dinsdag in de Turkse stad Istanbul. Een 17-jarige jongen heeft bekend de journalist te
hebben doodgeschoten, omdat die het Turkse volk zou hebben beledigd. Dink noemde de massamoord op Armeniërs
in 1915 genocide. Dat is volgens de Turkse wet verboden
Turkse politie verspreidt beelden aanslag journalist (2)
ISTANBUL (ANP/AFP) - De Turkse politie heeft videobeelden verspreid
van de mogelijke dader van de moordaanslag op de Armeens-Turkse
journalist Hrant Dink van vrijdag. Dat heeft de gouverneur van
Istanbul zaterdag gezegd.
Hij zei te verwachten dat de aanslag snel wordt opgelost. De
videobeelden laten een jongeman zien die wegrent van de plek des
onheils en mogelijk een wapen draagt. Volgens de media zijn de beelden
afkomstig van beveiligingscamera's van winkels in de straat waar het
drama plaatsvond.
De politie heeft acht mensen aangehouden voor ondervraging in verband
met de moordaanslag, maar na verhoor konden ze weer gaan, aldus de
politie.
De dood van Dink leidde in binnen- en buitenland tot geschokte
reacties. Hij was een van de bekendste vertegenwoordigers van de
Turkse Armeniërs. Om die reden was hij meermalen het doelwit van
Turkse nationalisten.
De Turkse media besteedde zaterdag veel aandacht aan de zaak en sprak
van ,,een nationale schande''. De krant Hurriyet schreef op de
voorpagina dat ,,de moordenaar een verrader is''. Hiermee verwijzend
naar de nationalisten die eerder zeiden dat Dink een verrader was,
omdat hij veel schreef over de genocide op Armeniërs gedurende de
Eerste Wereldoorlog.
De kranten in Armenië uitten zaterdag scherpe kritiek op de Turkse
regering. Ze verwijten de regering in Ankara dat zij te weinig heeft
gedaan om de veiligheid van Dink te waarborgen. Volgens de Armeense
media heeft Dink veel dreigbrieven gekregen. De voorzitter van het
Armeense parlement zei dat Turkije er niet van hoeft te dromen ooit
nog lid te worden van de Europese Unie. 201421 jan 07
PERSBERICHT
Den Haag -Vrijdag 19 Januari _ De Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) spreekt zijn afschuw
uit over de moord op de in Turkije wonende Armeense journalist Hrant Dink. Nog afgelopen maand bezocht Dink Nederland,
waar hij de Oxfam Pen Award ontving uit de hand van Burgemeester Deetman van Den Haag. Dink was een moedig man,
die toekomstgericht dacht.
De 53-jarige Dink, redacteur van het Armeens-Turkse weekblad Agos, werd op vrijdag 19 januari 2007 voor het kantoor
van zijn krant in Istanbul doodgeschoten.
Op velerlei manieren draagt Turkije verantwoordelijkheid voor de dood van Dink. Door generaties op te voeden met
de superioriteit van de Turken en met de ontkenning van de Armeense genocide, zijn Turken al decennia lang opgezet
tegen Armeniërs. Ook is men niet in staat geweest Hrant Dink de nodige bescherming te geven, hij was in feite
vogelvrij.
Armeens-Turkse journalist vermoord
ISTANBUL (ANP) 19-01-07 - De Armeens-Turkse journalist Hrant Dink is vrijdag in Istanbul vermoord. De Turkse
televisie berichtte dat Dink voor het kantoor van zijn weekblad Agos werd doodgeschoten.
Over de dader of diens motieven is weinig bekend. De politie zoekt een jongeman van circa negentien jaar die de
52-jarige Dink met drie kogels om het leven bracht.
Dink werd onder meer vorig jaar door een Turks rechter veroordeeld wegens belediging van het Turkendom, een omstreden
strafbaar feit in Turkije. Hij bevestigde als prominent lid van de kleine Armeense gemeenschap in Turkije de Armeense
volkerenmoord die in 1915 in het Ottomaanse Rijk losbarstte. De Turkse republiek heeft later de genocide op Armeniërs
uit de officiële geschiedschrijving geschrapt en ontkent het bestaan ervan.
Dink joeg herhaaldelijk nationalistische extremisten in Turkije tegen zich in het harnas door zijn activiteiten
en stellingen voor of over de Armeniërs in Turkije. Ook werd hij juridisch vervolgd wegens zijn mening op
grond van een wetsartikel dat celstraf stelt op belediging van het Turkendom. Belediging kan hier ook een afwijkende
opinie over de geschiedenis van het land inhouden. Zo zijn hiermee onder anderen schrijvers zoals Nobelprijswinnaar
Orhan Pamuk en Elif Shafak vervolgd.
Dagblad Trouw:
(Novum/AP) 19-01-07 - De Armeens-Turkse journalist Hrant Dink is vrijdag toen hij het kantoor van zijn krant
wilde binnengaan door een onbekende doodgeschoten. Dat melden Turkse televisiezenders en persbureaus.
De 53-jarige Dink is talloze keren berecht voor het doen van uitlatingen over de Turkse massamoord op Armeniërs
aan het begin van de 20ste eeuw. Hij is bedreigd door nationalisten, die hem van verraad aan Turkije beschuldigden.
Als hoofdredacteur van de tweetalige krant (Turks en Armeens) Agos, was Dink een publiek figuur en een van de meest
prominente vertegenwoordigers van de Armeense gemeenschap. In een interview heeft Dink eerder weleens gehuild terwijl
hij sprak over de haat jegens hem in Turkije. Can Dündar, een vriend van Dink en zelf ook journalist, zei
tegen de tv-zender NTV dat Dink het land had moeten verlaten, zoals hij had beloofd. "Het lichaam van Hrant
ligt op de grond alsof die kogels zijn afgevuurd op Turkije", zei Dündar.
| |
|
NOS Journaal:
De Armeens-Turkse journalist en schrijver Hrant Dink is doodgeschoten voor de ingang van het kantoor van zijn krant
in de Turkse stad Istanbul. Dat hebben de Turkse CNN en andere persbureaus bekendgemaakt.
Volgens de Turkse CNN zijn twee mannen opgepakt in verband met de moord. De zender NTV heeft gezegd dat Dink drie
maal in de nek en het hoofd is geraakt en dat de politie op zoek is naar een 18- of 19-jarige man.
Een ooggetuige zei dat de dader een man van ongeveer 20 jaar was en riep: "Ik heb de niet-moslim doodgeschoten."
De 53-jarige Turk van Armeense afkomst zette zich in voor de erkenning van de massamoord door Turken op Armeniërs
aan het begin van de twintigste eeuw. Hij is daarom meerdere malen aangeklaagd door de Turkse rechtbank.
Belediging
Hij werd onder andere in 2005 door een Turkse rechter veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van zes maanden
omdat hij zich had uitgelaten over de genocide die door de Turkse regering officieel wordt ontkend. Hij zou daarmee
het Turkendom hebben beledigd, wat strafbaar is in Turkije.
Dink was een publiek figuur in Turkije. Hij was de hoofdredacteur van de tweetalige Turks-Armeense krant Agos,
een belangrijke spreekbuis van de Armeniërs. Hij schreef ook voor andere dagbladen, als Zaman en Birgün.
Bij de plek des onheils braken meteen protesten uit. Demonstranten scandeerden leuzen tegen de overheid en riepen
op tot actie tegen fascisme. Premier Erdogan heeft in een reactie gezegd dat de moord een aanval op de eenheid
van Turkije is en dat de verantwoordelijken zullen worden gepakt. Ook de minister van Buitenlandse Zaken veroordeelde
de "weerzinwekkende aanval".
Bedreigd
De journalist werd bedreigd door nationalisten, die hem zagen als een verrader. In een interview met het persbureau
AP huilde Dink ooit toen hij sprak over de haat die sommige landgenoten voor hem voelden. Hij zei dat hij niet
in een land kon blijven waar hij ongewenst was.
Hij brak vaak een lans voor de democratisering van zijn land en legde de nadruk op zaken als vrijheid van meningsuiting,
rechten van minderheden en de positie van de Armeniërs in Turkije.
Armeense Culturele Vereniging Abovian
21 december 2006
Indrukwekkende lezing van Akçam in Amsterdam
Door I. Drost
Op 18 december 2006 hield de Turkse professor in de geschiedenis Taner Akçam, goed gedocumenteerd en welsprekend
een lezing voor de Universiteit van Amsterdam. CREA Studium Generale organiseerde deze bijeenkomst in samenwerking
met de Humanistische Omroep en het Nederlandse Centrum voor Holocaust en Genocide Studies.
Taner Akçam was uitgenodigd in het kader van het debat dat momenteel in de Nederlandse media en politiek
gaande is over de Armeense genocide. De Humanistische Omroep wilde een positieve bijdrage aan dit debat leveren
door de kennis over dit onderwerp te verbeteren. De bijeenkomst viel samen met het verschijnen van Akçams
laatste boek “A shameful act: The Armenian Genocide and the Question of Turkish Responsibility”, waarvan de Nederlandse
vertaling in mei 2007 uitkomt.
Voorafgaand aan de lezing, zagen de deelnemers aan de bijeenkomst, waaronder veel mensen uit de Turkse en Armeense
gemeenschap in Nederland, de documentaire “Een muur van stilte”, van Dorothee Forma, een productie van de Humanistische
Omroep uit 1997. In deze documentaire komen parallellen naar voren van het persoonlijke en professionele leven
van de Armeense wetenschapper Vahakn Dadrian en de Turkse onderzoeker Taner Akçam en hun beider oproep tot
erkenning van de Armeense genocide.
Bij zijn introductie noemde professor Erik-Jan Zürcher, hoogleraar Turkse taal en cultuur aan de Universiteit
van Leiden, Taner Akçam een wetenschapper, die op het terrein van zijn onderzoek de “state of the art” aangeeft,
door de combinatie in zijn onderzoek van Armeense wetenschappelijke publicaties, documenten uit de Ottomaanse archieven,
het Turkse militair Tribunaal van 1919 en documenten, die in Duitse archieven zijn gevonden.
Na Akçam’s lezing stonden vele Turken op, vaak meer als protest dan om echte vragen te stellen. Maar op
een vreedzame wijze wist Akçam heldere reacties te geven en tegelijkertijd de Turken tot rust te brengen
door telkens te herhalen ”we moeten leren erover te praten” .
In zijn lezing legde Akçam de nadruk op het belang van de Ottomaanse archieven voor zijn onderzoek, in het
bijzonder het materiaal dat beschikbaar is in de Ottomaanse overheidsarchieven (BaÅŸbakanl?k Osmanl? ArÅŸivi)
in Istanbul. Volgens hem kan een aantal documenten ook via internet worden geraadpleegd. Maar ook gaf hij aan dat
veel documenten verwijderd zijn uit de archieven. Er zijn talloze bewijzen dat vele documenten over de Armeense
deportaties en massaslachtingen gedurende de tijd van deze misdaad zijn vernietigd.
Hij legde ook uit hoe een volledige verwijdering van documenten uit de archieven onmogelijk is, zelfs als de regering
verordende dat documenten direct na lezing verbrand moesten worden. Opdrachten en documenten werden altijd gekopieerd
voor verschillende departementen en het is onmogelijk om die allemaal te achterhalen en te vernietigen.
Akçam zei dat de eerste deportaties en gedwongen migraties al begonnen in 1913 met de deportatie van Grieken
uit Aegeïsch gebied. Deze gedwongen migratie breidde zich uit tot andere minderheden, zoals Assyriërs
en moslims uit Bulgarije enz., wat op verschillende manieren in hun leven heeft ingegrepen, afhankelijk van de
intentie van de regering. Terwijl het doel van de deportatie in het geval van de niet-Turkse moslims Turkificatie
was, is ten aanzien van de Armeniërs de intentie om de bevolking te vernietigen duidelijk op te maken uit
vele documenten. Met betrekking tot de deportaties is dit doel van uitroeiing aanwezig, daar de autoriteiten zich
bewust waren van het effect van die deportaties, maar doorgingen met de uitvoering van deze handelwijze. Duidelijke
voorbeelden zijn ook de besluiten die de regering uitgaf ten aanzien van Armeense eigendommen, die sterke aanwijzingen
bevatten dat de intentie van de Jong Turkse machthebbers de genocide op de Armeniërs was. Akçam zette
voorts uiteen waarom de Genocide Conventie van de Verenigde Naties (1948) op de Armeense situatie van toepassing
is. Veel documenten zijn bijvoorbeeld ook aanwezig over het gedwongen weghalen van kinderen bij hun ouders, een
van de elementen in de definitie van genocide in het VN verdrag; zij werden onder de moslims verdeeld en jonge
Armeense meisjes werden gedwongen tot huwelijken met moslims.
Op een vraag over het Turkse voorstel aan Armenië om een gezamenlijke commissie van historici te vormen, reageerde
professor Zürcher dat een dialoog nodig is, maar dat het Turkse voorstel niet zo onschuldig is als het lijkt,
gezien enkele voorwaarden van Turkse kant. Turkije wil de historici aangewezen hebben door de regeringen en wil
ook dat gedurende de werkzaamheid van deze commissie alle politieke discussie over historische onderwerpen moet
worden opgeschort. Het kan dan ook geen verrassing zijn dat het voorstel voor Armenië onder dergelijke voorwaarden
niet aanvaardbaar is.
Akçam ging hierop verder in door een retorische vraag te stellen, namelijk hoe zo’n commissie zou kunnen
functioneren als er geen normale relatie tussen de twee landen is. Zelfs een brief uit Ankara moet eerst naar Tbilisi
in Georgië, alvorens Armenië te kunnen bereiken. Akçam was het daarom met de Armeense regering
eens, dat er een commissie nodig is die alle problemen gaat aanpakken. Hij zou de Europese Unie willen voorstellen
een “roadmap” samen te stellen met een stap- voor-stap benadering voor het oplossen van de verschillende problemen.
Toen van Turkse kant de Turkse vertaling van een boek (1923) van de eerste Armeense Minister President (1918) H.
Katchaznouni aan de orde werd gesteld, waarin de schrijver de rol van Armeense vrijwilligerstroepen binnen het
Russische leger zou hebben toegegeven, antwoordde Taner Akçam, dat zelfs als dit het geval zou zijn, zou
dit dan betekenen dat de genocide niet had plaatsgehad? En wat was de schuld van Armeniërs die vreedzaam leefden,
ver van de Russische grens en niets te maken hadden met wat er in Oost Turkije gebeurde? In een vergelijking met
de Tweede Wereldoorlog, zou het feit dat er 1 miljoen gedeporteerde Duitsers na de oorlog in verschillende landen
de dood vonden, kunnen betekenen dat de Holocaust niet had plaatsgevonden?
Met betrekking tot de honderdduizend Turken die volgens sommige Turken door de Armeniërs zijn vermoord, wees
Akçam op het aantal, dat op dit punt is genoemd door de Turkse Generale Staf en dat in totaal 5000 bedraagt
voor het gehele gebied. Maar elk slachtoffer is te betreuren, voegde hij eraan toe.
Akçam maakte diepe indruk door de manier waarop hij omging met de soms agressieve opstelling van de kant
van het Turkse publiek. Hij vroeg kalm te blijven en elkaar met meer respect te behandelen, maar benadrukte en
stelde tegelijkertijd gerust, dat Turken en Armeniërs niet de enige twee volkeren zijn die problemen met elkaar
hebben, en dat er manieren bestaan om deze problemen op te lossen, zoals bijvoorbeeld in Zuid-Afrika, en dat voor
dit proces tijd en inspanning nodig zijn.
Reformatorisch Dagblad
17 november 2006
Excuses Bos voor CDA: Nu de Armeense genocide nog
Excuses van Bos voor "dodelijke" kritiek op het zorgplan van het CDA waren snel geregeld.
Maar waar blijven de excuses aan de Armeense gemeenschap voor de dodelijke uitspraken over de Armeense genocide.
Die Bos voortaan alleen nog "Armeense kwestie" zou noemen.
Van genocide spreken we hier in Nederland te snel, aldus Bos ten overstaan van het Turkse journaille.
Het beeld dat Bos onder emotionele zowel als electorale chantage van
"de Turkse kiezer" zijn principes, zelfs als het over genocide gaat, laat vallen was niet alleen van
een ongekende horkerigheid ten opzichte van de Armeense gemeenschap, maar heeft bij alle kiezers het vertrouwen
in Bos doen kelderen. Het vertrouwen in hemzelf, zijn beoordelingsvermogen, en
vertrouwen in wie hem adviseert, wie zijn achterban eigenlijk is.
Vandaar ook dat die "Zwarte Maandag" het keerpunt in de peilingen
betekende voor de PvdA.
De PvdA heeft in een cruciale fase van de campagne veel energie
gestoken in gesprekken met de Turkse achterban, gevolgd door de
openbare knieval voor de alom afgekeurde ontkenningspolitiek uit Ankara. Intussen zal het zelfs voor de PvdA duidelijk
zijn, dat het eerste
vruchteloos en het tweede fout was.
Juist omdat de PvdA in praktijk de Armeense genocide wel erkent - de
steun aan de motie uiteraard ook niet intrekt, en Bos meldde (14-11-
Radio 1): volkerenmoord is genocide, dat geldt ook voor de Armeense
genocide- heeft het zelfs een week voor de verkiezingen voor Bos nog
heel veel zin, zijn dwaling van vorige week klip en klaar te bekennen
en deze onverkwikkelijke zaak recht te zetten.
Lof en geen hoon zal hij in dit geval oogsten van de collega lijsttrekkers, het vertrouwen van de kiezer zal omhoogschieten.
Dus: beleg een bijeenkomst met de Armeense organisaties, kerk, pers en
noem maar op, en probeer niet alleen de Armeniërs, maar ook de
Nederlanders te overtuigen, van de betrouwbaarheid van de partij en
haar leider. Er is niets te verliezen. Alles te winnen:
geloofwaardigheid, vertrouwen, en als dat de PvdA op dit moment toch het meeste aanspreekt: stemmen.
Excuses aan de Armeniërs zijn in dit geval excuses aan de kiezers.
Verklaring FAON - reactie op PvdA
Vandaag heeft de heer Bos, lijsttrekker van de PvdA, zich tot de
Turkse pers gewend. Zijn uitspraken over de Armeense genocide, twee
weken voor de parlementsverkiezingen, kunnen slechts verklaard worden
als een knieval voor de Turkse PvdA achterban.
Niet anders dan de afgelopen twee jaar ook talloze malen in de Tweede
Kamer is besproken, zal Nederland conform de motie Rouvoet van 21
december 2004 voortgaan de erkenning van de Armeense genocide
voortdurend en nadrukkelijk onder de aandacht van Turkije te brengen.
Anders dan Bos nu suggereert, is in het pleidooi de Turkse regering op
te roepen de Armeense genocide te erkennen nimmer gemakkelijk voor de
term genocide gekozen, maar heel bewust en met overtuiging, gelet op
de feiten waar het om gaat. En telkens is de PvdA in de legitimatie
van deze term meegegaan. En terecht.
Tegen die achtergrond is de uitleg van Bos aan de Turkse journalisten
een doorzichtige poging potentiele Turkse kiezers aan zich te binden.
De Armeense gemeenschap is erg teleurgesteld in Wouter Bos dat hij
zich zo gemakkelijk laat verleiden tot een woordenspel daar waar het
om zo een historisch drama gaat. Dit zeker tegen de achtergrond van de
zeer te laken ontkenningspolitiek van de Turkse regering.
Bos kent deze ontkenningspolitiek en zijn fractie heeft zich met
genoemde motie Rouvoet daar tegen gekeerd. Daarom is deze plotselinge
en genante onderwerping aan de Turkse gemeenschap een manipulatie van
geschiedkundige feiten. Heel goedkoop en heel vernederend voor de
Armeense gemeenschap en een belediging voor de Nederlandse kiezers.
Dit hadden wij niet verwacht van een Nederlandse premier kandidaat.
In het debat in Nova van 6 november heeft CDA fractievoorzitter
Verhagen het standpunt van zijn partij en van de motie waar het
betreft de term genocide en de erkenning daarvan herbevestigd en
duidelijk afstand genomen van de PvdA.
Overigens heeft partijvoorzitter van Hulten in een gesprek afgelopen
donderdag 2 november met de Armeense Federatie als zijn persoonlijk
standpunt aangegeven dat hij de Armeense genocide erkent.
Verslag Europadebat
Antwoord Balkenende aan Tweede Kamer:
Dan resteert nog de Armeense kwestie. De heer Rouvoet had gelijk. Ik
heb er kort iets over gezegd bij de algemene politieke beschouwingen.
Het is een onderwerp dat sterk in de belangstelling staat en waarover
veel wordt gepraat. Het is een gevoelig onderwerp. Men weet dat het
politieke oordeel van de regering is dat destijds sprake is geweest
van massamoord, dat vele mensen zijn omgekomen en dat sprake is van
groot en ernstig leed.
De heer Rouvoet heeft in zijn motie de regering opgeroepen om in internationale fora de kwestie van de genocide
aan de
orde te stellen. De regering heeft dat ook steeds gedaan. Ieder doet
het op zijn eigen manier. Ik heb er met premier Erdogan over
gesproken. Het was voor hem een gevoelig onderwerp. Ik heb gezegd dat
het van belang is dat men in het reine komt met het verleden en dat
men eerlijk is over hetgeen er is gebeurd. Ik heb een vergelijking
gemaakt met de gebeurtenissen in Zuid-Afrika en truth commissions.
Wilde men een keer kunnen afreken met het moeilijke verleden van
apartheid, dan was het nodig dat mensen hun verhaal vertelden. De
stappen die nu worden gezet, denkend in termen van openen van
archieven en zaken bespreekbaar maken, zijn de stappen die gezet
moeten worden. Je moet dus zaken aan de orde stellen en wij hebben dat
gedaan. De minister van Buitenlandse Zaken zal ook aangeven wat zijn
visie is. Ik constateer verder dat er tussen de motie-Rouvoet, de
uitspraak van de Kamer, en de opstelling van het kabinet helemaal geen
licht zit.
Ten slotte maak ik mij zorgen over de bedreigingen die plaatsvinden.
Ik vind het heel erg als mensen, om het even om welk standpunt het is,
te maken krijgen met bedreigingen. Ik vind dat zeer zorgwekkend. Dat
geldt zowel hier als in Turkije zelf.
De heer Van Schijndel (Groep Eerdmans/Van Schijndel):
In de krant heb ik gelezen dat de Nederlandse regering erkent dat er
sprake is geweest van massamoord en van groot en ernstig leed, maar
dat het woord "genocide" daarbij niet wordt gebruikt. Het zou de
mensen in Nederland, zeker in de Turkse gemeenschap, die wel spreken
van genocide sterken, als de Nederlandse regering uitsprak dat er
inderdaad sprake is geweest van een volkerenmoord in volkenrechtelijke
zin.
Minister Balkenende:
Op dit punt hanteren wij exact de formulering die ook in de
motie-Rouvoet naar voren is genomen, te weten dat de kwestie van de
erkenning van de genocide wordt besproken enzovoort. Het
volkenrechtelijke aspect is een heel andere kwestie en heeft heel
andere consequenties. De formulering van de heer Rouvoet is heel goed
en werkbaar, geeft de ernst van de situatie aan en geeft ook aan wat
er moet worden gedaan. De genocidekwestie als zodanig betreft niet het
lidmaatschap van de EU, zoals ook door het Europees Parlement is
aangegeven. Wel is erop aangedrongen dat men de zaak eerlijk onder
ogen ziet.
De heer Timmermans (PvdA):
Ik vind de formulering die de minister-president kiest zeer
zorgvuldig. Het is ook de formulering die de PvdA zorgvuldig heeft
gehanteerd in de afgelopen weken, die heel woelige weken die ook wij
in de PvdA hebben meegemaakt. Dat is niet altijd gemakkelijk te
communiceren, zoals de minister-president weet. De nuance raakt al
gauw zoek, als je spreekt over genocide. Een heel andere zaak is de
volkenrechtelijke vaststelling van genocide, wat nog nooit is gebeurd.
Ik ben u dankbaar voor die nuance, omdat het duidelijk maakt dat de
Kamer en de regering op dit punt unisono zijn, hetzelfde standpunt
hebben en ook voor datzelfde standpunt staan, tegenover de mensen in
Turkije die dat standpunt niet delen en ook tegenover de mensen in
Nederland en elders die vinden dat dit standpunt nog veel harder zou
moeten zijn. Ik ben u er dankbaar voor en ik hoop dat de Kamer vanaf
nu de discussie op deze wijze kan voeren.
De heer Rouvoet (ChristenUnie):
Ik hecht eraan om hierop te reageren. Ik val de heer Timmermans bij.
Ik heb de formulering van de minister-president goed beluisterd en
vind die zorgvuldig. Het misverstand zit ook hier in een heel klein
hoekje, want het luistert heel nauw. In uw eerste formulering sprak u
over "de Armeense kwestie" en dan ben ik al op mijn hoede. Maar
terecht zei u later "de kwestie van de Armeense genocide". Dat
luistert inderdaad heel nauw. Het sluit perfect aan bij de formulering
van de motie die ik toen heb ingediend, die is aangenomen en die door
de regering is overgenomen, dus bijval van mijn kant. Ik ben blij met
het meer inhoudelijke antwoord. Ik val de minister ook nadrukkelijk
bij wat betreft de ernst van de bedreigingen die nu worden geuit. Het
is van belang om dat nu ook in dit huis te zeggen.
Minister Balkenende:
Ik dank de heer Rouvoet voor zijn woorden. Het is goed om vast te
stellen, zo zeg ik ook in de richting van de heer Timmermans, dat wij
wat dit betreft echt op een lijn zitten. Dat is van groot belang en
nodig.
Voorzitter. Ik ben hiermee gekomen aan het eind van mijn inbreng. De
minister van Buitenlandse Zaken zal ingaan op de overige punten.
NU.nl
Orhan Pamuk krijgt Nobelprijs literatuur
Uitgegeven: 12 oktober 2006 13:11
Laatst gewijzigd: 12 oktober 2006 14:23
STOCKHOLM - De Nobelprijs voor literatuur is gewonnen door de Turkse schrijver Orhan Pamuk. Dat heeft de Zweedse
Academie voor Wetenschappen donderdag meegedeeld. "In zijn zoektocht naar de melancholieke ziel van zijn geboortestad
heeft Pamuk nieuwe symbolen voor de botsing en interactie van culturen ontdekt", aldus de Academie.
Pamuk is geboren en getogen in Istanbul. Hij werpt in zijn veelal historische romans licht op de spanningen tussen
oost en west. Voorts gaan zijn verhalen ook over de indruk of gevoelens van identiteitsverlies in de cultuur van
de zowel oriëntaalse als westerse Turkse metropool Istanbul.
Istanbul
Pamuk kan zich geen leven in een andere stad voorstellen. Hij deed weliswaar een poging en vestigde zich met zijn
echtgenote in de VS maar dat experiment eindigde drie jaar later in een woning in Istanbul.
Pamuk groeide op in een bemiddeld gezin in deze stad en studeerde architectuur en journalistiek. Op 24-jarige leeftijd
begon hij geïnspireerd door moderne Europese romans boeken te schrijven. Het duurde evenwel jaren voor een
uitgever iets in Pamuks schrijfsels zag en Cevdet Bey ve Ogullari (Cevdet Bey en Zonen) uitgaf.
Onder zijn inmiddels negen romans zijn in talrijke talen vertaalde werken zoals De witte vesting, Het zwarte boek,
Mijn naam is rood, Het huis van de stilte en Het nieuwe leven.
Pamuk haalde zich de gramschap van radicale Turkse nationalisten op de hals door in een vraaggesprek te stellen
dat Turkije een miljoen Armeniërs en 30.000 Koerden van het leven heeft beroofd. Hij deed dat in een gesprek
naar aanleiding van het boek dat hij zijn eerste en zijn laatste politieke roman heeft genoemd, Sneeuw.
Een eind 2005 aangespannen proces wegens 'belediging van het Turkendom' bezorgde de schrijver extra internationale
bekendheid. Hij krijgt de prijs van 1,1 miljoen euro 10 december is Oslo uitgereikt.
Turkije dreigt Frankrijk met sancties
ANP_uitgegeven: 8 oktober 2006 18:54
ISTANBUL - Turkije heeft Frankrijk met economische en politieke sancties gedreigd. De Turkse regering in Ankara
wil voorkomen dat Frankrijk personen gaat straffen die ontkennen dat de Turken in de Eerste Wereldoorlog genocide
op Armeniërs pleegden.
De Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül, overweegt Frankrijk van grote projecten in Turkije
uit te sluiten, zoals de bouw van een kerncentrale waarvoor de aanbesteding binnenkort begint. De Fransen zullen
Turkije kwijtraken, aldus de bewindsman zondag in Turkse media.
Erdogan
De Turkse premier Tayyip Erdogan uitte in een gesprek met Franse zakenlieden in de Turkse stad Istanbul felle kritiek
op het Franse wetsvoorstel om ontkenning van de genocide strafbaar te stellen.
Hij riep de aanwezigen op de aanname van de wet te verhinderen. Het Franse parlement buigt zich donderdag over
het voorstel van de oppositionele socialisten. Erdogan sprak over een ernstige situatie: "Dit is een zaak
tussen Turkije en Armenië. Het gaat Fankrijk niets aan".
Algerije
Als Parijs het ontkennen van de Armeense genocide strafbaar stelt, dan zal Turkije mogelijk met een soortgelijke
wet komen ten aanzien van het Franse optreden in Algerije. Het onderwerp staat voor woensdag op de agenda, stelde
voorzitter Koksal Toptan van de juridische commissie van het parlement.
Genocide
De Franse houding is schadelijk voor de Turks-Franse relaties en ze zijn ook niet goed voor de Turks-Armeense verhoudingen,
aldus Toptan. Verscheidene parlementariërs kwamen al met voorstellen om het Franse optreden in koloniaal Algerije
als genocide te betitelen.
Mensen die ontkennen dat er volkerenmoord heeft plaatsgehad in het Noord-Afrikaanse land zouden een gevangenisstraf
opgelegd moeten kunnen krijgen, menen de politici. Een ander wetsvoorstel behelst het strafbaar stellen van uitlatingen
waarin de Armeniërs het slachtoffer worden genoemd van genocide.
Protesten
Ongeveer vijfhonderd Turken protesteerden zondag in Istanbul tegen het Franse wetsvoorstel. De demonstranten, voornamelijk
activisten van een kleine linkse partij, dreigden met een boycot.
Trouw 26-09
’Bronnen in Armeense kwestie bevuild’
Van onze verslaggever
Tegen de Armeniërs zijn in 1915 verschrikkelijke misdaden gepleegd. Het CDA worstelt met een ernstiger geloofwaardigheidsprobleem
dan de PvdA.
Dat zegt Nebahat Albayrak, nummer twee op de PvdA-lijst, over de beroering die is ontstaan over kandidaat-kamerleden
voor CDA en PvdA, die de Turkse volkerenmoord op de Armeniërs ontkennen. Op de CDA-lijst zijn dat Ayhan Tonca
en Osman Elmaci, terwijl bij de PvdA Erdinc Sacan plaats 53 inneemt.
Over de genocide is Albayrak helder. Ze staat dichtbij de opvattingen van professor E. J. Zürcher, die in
een boek over Turkse geschiedenis schat dat er in 1915 zevenhonderdduizend Armeniërs zijn omgekomen.
Albayrak: „Dat aantal is niet het belangrijkste. Zijn vijfhonderdduizend doden soms minder erg dan anderhalf miljoen?”
Over de aard van de gebeurtenissen in 1915 laat Albayrak dus weinig ruimte voor twijfel. Anders ligt dat voor de
toedracht.
Albayrak, van Turkse komaf maar vanaf haar tweede opgegroeid in Nederland: „Ik moet toegeven dat ik er bar weinig
van afwist. Maar toen ik me erin verdiepte, stuitte ik op een probleem. Alle bronnen bleken te zijn bevuild. Alles
wat Armeniërs zeggen, wordt door Turken ontkend en omgekeerd. De luiken zijn omlaag. Er is geen gesprek mogelijk.”
Ze wil dat er na honderd jaar een einde komt aan het welles-nietes- spelletje, ze wil de discussie opentrekken.
Ze vindt dat Turkije en Armenië gedwongen moeten worden te praten en hun archieven vrij te geven.
Pas dan kan worden nagegaan of en in hoeverre het Turkse verwijt klopt dat de Armeniërs in de Eerste Wereldoorlog
collaboreerden met de Russische vijand. Pas dan ook wordt duidelijk of er een vooropgezet Turks plan was voor volkerenmoord
of dat de zaken uit de hand zijn gelopen, waardoor er bij de deportaties van Armeniërs vanuit hun woongebieden
in het oosten van Turkije naar Syrië veel meer doden zijn gevallen dan verwacht.
Hoe komt het dat zo veel Turks-Nederlandse lokale politici er totaal andere opvattingen op na houden dan Albayrak,
ook partijgenoten van haar? Dit blijkt uit de chatboxdiscussies op de website www.siyaset.nl, die beheerd wordt
door Albayraks partijgenoot en kandidaat-kamerlid Erdinc Sacan. De site zit vol met genocide-ontkenners en ze behoren
tot alle partijen.
Hoe komt het dat mensen, die zo sterk Turks-nationalistisch denken, doordringen tot kandidatenlijsten voor de kamerverkiezingen,
waaronder de lijst van de PvdA? Klopt het dat de partijen bereid zijn principes te verloochenen om extra (Turkse)
stemmen binnen te halen?
Albayrak vindt het te vroeg om nu al een antwoord te geven op al die vragen. Ze wil eerst alle feiten kennen, bijvoorbeeld
over die website.
Toch vindt ze dat het vooral een CDA-probleem is: „Bij iemand als Tonca zit het dieper dan bij Sacan, het lijkt
ideologischer. Het CDA is bezig met een charme-offensief naar moslims. Dat is na het Verdonk-beleid van wij-zij
ongeloofwaardig.”
Elif Shafak weer aangeklaagd in Turkije
Turkse schrijfster Elif Shafak aangeklaagd; Bron: Oxfam Novib, 2006
De Turkse schrijfster Elif Shafak (1971) is door nationalisten in Turkije aangeklaagd wegens belediging van de
Turkse identiteit. Ze moet zich verantwoorden voor uitspraken van personages in haar roman ‘The Bastard of Istanbul’.
In mei gaf Oxfam Novib samen met uitgeverij De Geus de Nederlandse versie uit van haar boek ‘Het Luizenpaleis’.
De rechtszaak richt zich op twee passages uit Shafaks roman. Turkse nationalisten beroepen zich op de wet die belediging
van de Turkse identiteit strafbaar stelt. Eerder deden zij dat al bij schrijver Orhan Pamuk, die aangeklaagd werd
wegens uitspraken in een interview.
Shafak zelf zegt over de gewraakte passages: “'Een vrouwelijk personage gaat in een woede-uitbarsting tekeer tegen
van alles en nog wat in Turkije: nationalisten, seksisten, de voorvaderen, enzovoort. Verder voer ik Armeens-Amerikaanse
personages op, die leven in de diaspora. Zij spreken zich uit over wat er in 1915 met de Armenen gebeurde en laten
zich kritisch uit over de officiële Turkse versie van de geschiedenis.”
De zwangere Turkse schrijfster hangt een celstraf van maximaal zes maanden boven het hoofd. In Trouw van donderdag
6 juli stelt ze: “Een progressieve krant hier in Turkije heeft de advocaat al spottend gevraagd of ‘ie nu al romanpersonages
wil veroordelen. Deze nationalisten hebben geen enkel idee van fictie, van kunst.” De datum voor het proces is
vastgesteld op 21 september 2006. Shafak dient dan voor de rechtbank van Istanbul te verschijnen.
BRIEF VAN DE FAON AAN HET CDA
Aan: de Voorzitter van de CDA
Mw. M. van Bijsterveldt
Postbus 30453
2500 GL Den Haag
Den Haag, 8 september 2006
Betreft: kandidaatstelling heer Tonca
Bijlage: 1
Zeer geachte Mevrouw Bijsterveldt
Wij hebben kennisgenomen van de concept-kandidatenlijst van uw partij. Op die lijst zagen wij tot onze verbazing
de naam van de heer Tonca staan. Wij onderschrijven uiteraard het belang van participatie, ook in de actieve politiek,
van personen met een achtergrond als de Turkse, Marokkaanse enz. Tegelijkertijd is van het grootste belang nadrukkelijk
vast te kunnen stellen dat zulke kandidaten zich, eenmaal gekozen, 100% voor het Nederlandse belang in zullen zetten.
Het belang van het land van herkomst dient bij de uitoefening van de functie geen rol te spelen.
Ondanks de kwaliteiten die de heer Tonca ongetwijfeld zal hebben, is het nu juist het punt van de belangenbehartiging,
waarover wij ten aanzien van hem onze vraagtekens hebben. In dit schrijven beperken wij ons tot één,
veelzeggende, en voor ons zeer aangelegen kwestie.
Wij hebben uit verschillende publicaties (o.a. NRC Handelsblad) moeten vaststellen dat de heer Tonca in de kwestie
van de Armeense genocide, het officiële standpunt van Turkije vertolkt en verdedigt. In deze publicaties ontkent
de heer Tonca de Armeense genocide volkomen.
Deze ontkenning staat haaks op het standpunt, dat voor Nederland, en ook voor het CDA uitgangspunt is, en dat onder
meer zijn weerslag heeft gevonden in de motie Rouvout m.b.t. de Armeense genocide, d.d. 21 december 2004. Het Nederlandse
buitenlands beleid is o.l.v. Minister Bot, mede in het kader van deze motie, gericht op activiteiten om de erkenning
van de genocide door Turkije naderbij te brengen.
De vraag is of de heer Tonca nu afstand doet van zijn eerdere standpunt. Zo niet, dan zal dit tot grote problemen,
kunnen leiden, zoals bleek uit de zaak van de heer Bicici, CDA raadslid in Almelo, die de Armeense genocide een
sprookje heeft genoemd. Uw fractievoorzitter de heer M. Verhagen heeft zich uiteindelijk tot onze organisatie gewend
met een soort excuses (zie bijlage), daar het moeilijk werd gevonden een Turks Raadslid naar huis te sturen en
dit raadslid, ondanks aandrang uit zijn partij zijn woorden niet wilde terugnemen.
In de huidige tijd, met de zorg die er al is over de stijgende radicalisering onder bepaalde groepen Turken, die
zich agressief ten opzichte van Armeniërs uiten en gedragen, lijkt het opnemen van een bekende “genocide ontkenner”
op uw lijst een totaal verkeerd signaal. Wij gaan ervan uit dat u niet beoogd hebt om langs die weg stemmen van
deze categorie Turkse Nederlanders te verzamelen, maar het beeld zou kunnen ontstaan. Daarom is duidelijkheid nodig
over de opvattingen van de heer Tonca terzake en overigens ook van beide andere kandidaten van Turkse afkomst op
uw lijst.
Wij wijzen er wellicht ten overvloede op, dat genocide-ontkenning thans in principe strafbaar is op basis van het
antidiscriminatie artikel in het Wetboek van Strafrecht, en volgens het initiatiefwetsvoorstel van mevrouw Huizinga-Heringa,
binnenkort mogelijk door middel van een expliciete strafbaarstelling.
U zult begrijpen dat het om een zeer gevoelige zaak gaat, voor uw partij, voor de Turkse gemeenschap in Nederland,
maar uiteraard in de eerste plaats voor de Armeense (en ook voor de Assyrische) gemeenschap in Nederland. Daarom
zouden we graag van u vernemen op welke wijze u uw leden en kiezers tijdig voor de vaststelling van de kandidatenlijst
duidelijkheid verschaft.
Hoogachtend,
FAON;
24 april Comite
ANP
5 september 2006
Turkije laakt eis erkenning genocide Armeniërs
ANKARA (ANP/AFP) - Turkije is volgens zijn ministerie van Buitenlandse Zaken “ontsteld” over het Europese Parlement
(EP). Het EP eist onder meer dat Ankara erkent dat de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog het slachtoffer
waren van volkerenmoord. In een verklaring stelde het ministerie in Ankara dinsdag dat het EP probeert dubieuze
voorwaarden vooraf te stellen voor een eventueel toetreden van Turkije tot de Europese Unie.
Maandagavond kwam de EP-commissie Buitenlandse Zaken met een kritisch rapport over Turkije. De commissie betreurt
over het algemeen de vertraging bij de hervormingen in Turkije. Volgens Ankara zijn passages van dit rapport enkel
op grond van bepaalde politieke beweegredenen opgesteld. Het tast de geloofwaardigheid van het EP aan. “Wij menen
dat sommige elementen in het rapport zijn geschreven met politieke motieven in het achterhoofd en niet realistisch
zijn”, aldus woordvoerder Namik Tan in een verklaring van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken.
Turkije betwist dat in de nadagen van het Ottomaanse Rijk het grootste deel van de Armeense bevolking in dat rijk
systematisch is uitgemoord. Het gaat daarbij om volkerenmoord op driekwart van de Armeense bevolking, volgens Armeense
tellingen circa 1,5 miljoen mensen. Turkije bestrijdt dat sinds de jaren twintig. Turkije zal zijn standpunt niet
veranderen, reageerde premier Tayip Erdogan volgens persbureau Anatolië. Hij voegde eraan toe dat het besluit
van de EP niet-bindend is.
Het Europese Parlement eist verder van Turkije dat het voor het einde van dit jaar zijn havens en vliegvelden openstelt
voor Cypriotische schepen en vliegtuigen. Gebeurt dat niet, dan zal dat “ernstige gevolgen” voor het onderhandelingsproces
tussen Turkije en de Europese Unie over het lidmaatschap en zelfs “stilstand” tot gevolg kunnen hebben.
Behalve een normalisering van de relaties met Cyprus eist het parlement van Turkije ook dat het voor het einde
van 2007 echt resultaat heeft geboekt bij het verbeteren van de rechten van minderheden (cultureel en religieus)
en dat de positie van het leger minder sterk is gemaakt. Ook moet de vrijheid van meningsuiting echt worden versterkt
in Turkije, aldus de opsteller van het rapport, de Nederlander Camiel Eurlings.
ChristenUnie: bestraf ontkenning van volkerenmoord (2)
N i e u w bericht, meer informatie
DEN HAAG (ANP) - Het ontkennen van volkerenmoord, zoals de Holocaust, moet strafbaar worden. De ChristenUnie heeft
daartoe een wetsvoorstel ingediend. Wie opzettelijk genocide en misdrijven
tegen de menselijkheid ontkent om daarmee anderen te beledigen of aan te zetten tot haat, maakt zich volgens het
voorstel schuldig aan een strafbaar feit waarop maximaal een jaar cel staat.
De indiener van het wetsvoorstel, Tweede Kamerlid Tineke Huizinga van
de ChristenUnie, wil een en ander expliciet in het wetboek van strafrecht opnemen om een duidelijk signaal te geven
dat dergelijke ontkenningen ontoelaatbaar zijn. Ook is het dan beter mogelijk om discriminatie op internet aan
te pakken, zei Huizinga donderdag bij de presentatie van haar voorstel.
Voor slachtoffers van volkerenmoord en hun nabestaanden zijn welbewuste ontkenningen van het aangedane kwaad of
opzettelijke verdraaiing van feiten ,,onverteerbaar''. Huizinga noemde als voorbeeld behalve de jodenvervolging
door de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog ook de omvang van de slavernij, waarin ook Nederland een ,,kwalijke
rol'' heeft gespeeld.
Bovendien herinnerde het Kamerlid aan de volkerenmoord op Armeniërs in 1915 ten tijde van het Ottomaanse rijk
die in het hedendaagse Turkije en door Turken elders nog steeds wordt ontkend. Huizinga en andere Kamerleden zijn
de afgelopen tijd bedolven onder e-mails van vooral Turken die zich tegen het voorstel van de ChristenUnie keren.
Huizinga benadrukte dat haar voorstel niet bedoeld is om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Het debat over
feiten in de geschiedenis moet volgens haar altijd worden gevoerd. De ontkenning, goedkeuring of rechtvaardiging
van volkerenmoord moet daarom strafbaar zijn op het moment dat het een welbewuste uiting is om mensen te beledigen
en te discrimineren.
De Federatie Armeense Organisaties Nederland noemt het wetsvoorstel
een stap voorwaarts en is blij dat de Armeense genocide expliciet in de toelichting wordt genoemd. Een vertegenwoordiger
ervan, Inge Drost, gaat ervan uit dat het met deze wet mogelijk zou zijn om sites in Nederland aan te pakken waarop
de Armeense volkerenmoord wordt ontkend, zoals op de volgens haar onschuldig ogende site www.armenië.nl.
Ook het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie en het Centrum Informatie en Documentatie Israël
(CIDI) lieten in een reactie weten het voorstel te steunen. Het wetsvoorstel
gaat nu eerst voor advies naar de Raad van State, waarna de Kamer zich erover kan buigen.
Verklaring van het 24 april comité van de Federatie van Armeense Organisaties in
Nederland
Den Haag 1 juni 2006 – De volgende verklaring is gedaan door Mr. Inge Drost namens het 24 april comité
van de Federatie van Armeense Organisaties Nederland (FAON) tijdens de persconferentie op 1 juni 2006, waarij Tweede
Kamerlid mw. Huizinga-Heringa een initiatief wetsvoorstel van de ChristenUnie
heeft ingediend, waarin ontkenning van genocide en van andere misdaden tegen de menselijkheid expliciet strafbaar
wordt gesteld. De Armeense genocide wordt met name genoemd onder de volkerenmoorden die het wetsvoorstel bedoelt;
dit staat in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel,
die de ChristenUnie heeft opgesteld in samenwerking met het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI), het
24 april Comite van FAON en het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR).
1. Ontkenning van een genocide wordt soms "tweede genocide"genoemd. Ook zegt men wel, dat een
genocide die niet erkend is (en ook niet bestraft) nog steeds voortduurt. De Armeense genocide is misschien wel
het vaakst, het felst en in elk geval het langst (91 jaar) ontkend, verdraaid, gebagatelliseerd. Nog steeds, ook
recent vindt op vele manieren ontkenning plaats, in kranten, op internet op TV en radio.
2. Daarom zijn we blij met het wetsvoorstel van mw. Huizinga
Heringa. Wij hopen dat zo'n wet zal voorkomen dat met genocide en misdaden tegen de menselijkheid zo zal worden
omgegaan als met de Armeense genocide. Blij met de aandacht voor deze problematiek, blij met de duidelijkheid die
ze geeft. Ook blij dat de problemen van de getroffen volkeren niet daarmee niet meer als uitsluitend hun probleem
worden gezien, maar als een algemeen menselijk en mondiaal probleem, dat door iedereen moet worden opgepakt. Met
deze wet volgt Nederland een aantal andere landen in dit opzicht. Het is goed dat met deze expliciete bepaling
buiten kijf wordt gesteld dat op bewust ontkennen straf staat.
3. Het is een goede zaak, dat de Memorie van Toelichting
de Armeense genocide expliciet noemt, als een van de volkerenmoorden
waarop het wetsvoorstel doelt. Intussen hopen we dat als de wet eenmaal is aangenomen er geen veroordelingen zullen
volgen, in die zin dat de wet zijn preventieve werk zal doen; geen veroordelingen dus met als reden dat er niet
meer ontkend wordt!! Wat naast deze wet zeker nodig is, is het opvullen van het tekort aan informatie, met name
door extra aandacht op scholen.
4. Dit wetsvoorstel van de ChristenUnie is een stap voorwaarts.
We doen dan ook een beroep zowel op de regering als op de andere partijen in Tweede en Eerste Kamer haast te maken
met de behandeling van dit initiatief wetsvoorstel van mw. Huizinga Heringa.
De ontkenning de wereld uit, om te beginnen uit Nederland.
Persbericht CU
Maak ontkennen van genocide strafbaar
donderdag 01 juni 2006 12:27
De ChristenUnie heeft een wetsvoorstel ingediend dat het ontkennen, op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of
rechtvaardigen van volkerenmoord en misdrijven tegen de menselijkheid strafbaar stelt. Van strafbare uitingen is
sprake als deze bewust worden gedaan in de wetenschap dat mensen daardoor op discriminerende wijze worden beledigd,
of met de bedoeling aan te zetten tot haat of geweld tegen bevolkingsgroepen.
Over de hele wereld komen dit soort ontkenningen voor. Een bekend voorbeeld is de ontkenning van de holocaust.
De Iraanse president Achmadinejad noemde de holocaust onlangs een mythe. De erkenning van de Armeense genocide
is ook nog steeds een heikel punt. De moord op zeven duizend moslims in Sebrenica werd lang ontkend in Servië.
Uitspraken van ver over de grenzen klinken ook door in ons land.
"Het ontkennen, op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of rechtvaardigen van volkerenmoord en misdaden
tegen de menselijkheid, is een pijnlijke zaak voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Met het ontkennen van deze
gruweldaden, wordt hun verleden ontkend en dat is opnieuw een aanslag op hun identiteit," aldus Tineke Huizinga,
de indiener van wetsvoorstel.
Volgens rechterlijke uitspraken valt ontkenning van de holocaust in beginsel onder het discriminatieverbod uit
het wetboek van strafrecht. Dit wetsvoorstel beoogt het vastleggen van deze uitspraken in de wet, maar heeft daarnaast
een bredere strekking. Het voorstel heeft immers ook betrekking op andere in brede kring erkende volkerenmoorden
of misdrijven tegen de menselijkheid.
In de ons omringende landen als België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en Frankrijk is al sprake
van soortgelijke wetgeving. In een aantal gevallen is deze nog beperkt tot de holocaust en andere misdrijven tegen
de menselijkheid, die onder het nazi-regime zijn begaan.
In sommige landen overweegt men eveneens uitbreiding van deze wetgeving.
Huizinga: "Leon Meijer, lid van de Permanente Campagne van de Christenunie, droeg het idee bij de Tweede Kamerfractie
aan en is nauw betrokken geweest bij de voorbereidingen. De voorbereidingen van het wetsvoorstel hebben een jaar
geduurd. Er zijn verschillende juridische experts en maatschappelijke organisaties bij betrokken geweest. Er is
gekeken naar de wetteksten in de ons omringende landen. We zijn niet over één nacht ijs gegaan en
de tekst die er nu ligt, is volgens de ChristenUnie een goede aanvulling op ons rechtsysteem".
Nederlands verbod op ontkenning genocide? -
een discussie in dagblad Trouw
Net als in andere landen speelt in Nederland de discussie over nut en noodzaak van strafbaarstelling
van het ontkennen van genocides. Met een inleidend artikel met pro's en con's startte journalist Willem Breedveld
van het dagblad Trouw vorige week de discussie op en nodigde lezers uit te reageren. De discussie is of wordt in
Nederland actueel, niet alleen door de recente behandeling van het Franse voorstel om ontkenning van de Armeense
genocide te bestraffen, maar ook omdat binnenkort de ChristenUnie fractie in de Tweede Kamer een initiatief wetsvoorstel
wil indienen, waarin het ontkennen, goedpraten bagatellisering van genocides en andere misdaden tegen de menselijkheid
strafbaar wordt gesteld. Een dergelijk verbod maakte overigens ook deel uit van het vorig jaar door de regering
aangekondigde, maar wegens politieke onenigheid nog niet ingediende, breder wetsvoorstel, waarin ook de zg verheerlijking
van terroristische daden werd verboden.
Breedveld lijkt het in eerste instantie logisch dat er een verbod moet komen. Hij wijst op het recente bericht
dat de Turkse Zeki Arslan van multicultureel instituut Forum recent door Turkse krant Dunya keihard werd aangevallen
als verrader en bovendien bedreigd omdat hij van plan was op een discussie avond over de Armeense en Assyrische
genocide te spreken. De bijeenkomst werd afgelast en vindt overigens op 30 mei alsnog doorgang. Het voordeel dat
de overheid met een verbod een wapen in handen heeft om op te treden, weegt Breedveld vervolgens af tegen het gevaar
dat een aangeklaagde onbedoeld een heldenstatus zou kunnen krijgen en natuurlijk ook tegen het grote goed van de
vrijheid van meningsuiting. Hoewel hij neigt naar voorkeur voor dit recht , besluit hij met de open vraag of er
ten gunste van een verbod misschien andere zaken pleiten, zoals een beschavende werking die ervan uit gaat en de
verplichting die men heeft ten opzichte van slachtoffers.
Opgemerkt zij, dat Breedveld aan de bestaande juridische middelen tegen ontkenning van genocides in de Trouw-discussie
geen aandacht besteedt. Zo is de heersende mening op basis van het Verbeke arrest, dat ontkenning, in casu ging
het om de Holocaust, op grond van het discriminatieverbod strafbaar is. Hoewel een aantal Turken in Nederland,
zoals recent nog Tonca en Karacaer uitspraken hebben gedaan, die hier als het ware om schreeuwen, is -voor zover
bekend - hiertegen tot dusverre geen vervolging ingesteld, zodat - hoewel waarschijnlijk - het niet zeker is dat
in die gevallen de rechtbank eveneens straf oplegt op basis van het discriminatieverbod. Deze mogelijkheid kan
dus in het midden worden gelaten.
In Trouw van 20 mei concludeert Breedveld aan de hand van de ontvangen reacties dat er aan de kwestie "wel
of geen verbod" toch meer vastzit dan hij had gedacht. Hij publiceert 9 reacties, deels voor deels tegen een
verbod. Opvallend daarbij is dat de meeste stemmen tegen een verbod er wel van uitgaan dat ingrijpen door de rechter
zonodig mogelijk is. Met in het hoofd de Armeense genocide, die van alle genocides de langste en ook nog steeds
zeer actuele ontkenningspraktijk kent, en waar ook het land waar deze genocide heeft plaatsgehad deze nog steeds
ontkent, lopen we de argumentatie van de inzendingen langs. Overigens wordt hier bij "ontkennen" steeds
inbegrepen het goedpraten, bagatelliseren, in twijfel trekken, omkeren enz. van genocides, alle zijn vormen en
gradaties van ontkenning.
Een van de tegenstanders van een wettelijk verbod houdt het erop dat ontkennen van genocide beter kan worden tegengegaan
door mensen die hun leven in de waagschaal hebben gesteld, te eren en publiekelijk een plaats in de geschiedenis
te geven. Schrijfster ( I.Remijnse) kwam recent, heel begrijpelijk, tot deze overtuiging bij de uitreiking van
de Jad-Vasjempenning aan haar 87-jaar oude oom en tante. Echter dit te vertalen naar een mogelijkheid om langs
die weg de ontkenning van de Armeense genocide in Nederland te ontmoedigen is niet eenvoudig. Een andere inzender
( H.Cuperus) vindt een wettelijk verbod van holocaust ontkenners een zwaktebod, de tegenstander kan beter met argumenten,
en dat zijn er 6 miljoen, worden bestreden. Dit is juist, al houdt schrijver er kennelijk geen rekening mee dat
ontkenners - en dat is ook heel helder bij de Armeense genocide- niet met redelijkheid werken of voor argumenten
vatbaar zijn en dat zij hun ontkenning over het algemeen tegen beter weten in plegen, vaak juist met de bedoeling
te kwetsen. Het kwaad blijft dan dus heel vervelend bestaan. Een volgende inzending ( G.Balkestein) betwijfelt
of Zeki Arslan ermee geholpen zou zijn als er zo'n verbod bestond. Hij houdt het erop dat de ontkenners, en hij
noemt Serdengecti en Karacay, beter kunnen worden doodgezwegen; maar als zij andere kwetsen en/of bedreigen moet
er vervolgd worden. Onduidelijk is of schrijver hiermee doelt op bestaande of op nieuwe wetgeving. W.Krijn wijst
wel op de bestaande anti-discriminatiewetgeving, die hij voldoende acht; voor het overige is het beter te discussiëren
dan wel te negeren, dan tot nieuwe "heksenjachten" te komen. Ook H. de Lange ziet, maar dan heeft hij
het over in Chili belande ex-nazi's, meer in het negeren van die "dombo's", maar wil toch -als het de
spuigaten uitloopt- een rechtbank een eind laten maken aan de zulke kwalijke praktijken. De dombo redenering is
(helaas?) niet toepasselijk voor het merendeel van de Turkse ontkenners: goed opgeleid, alle bronnen bij de hand,
verantwoordelijk, willens en wetens.
De "tegenstanders" bepleiten in feite naast andere middelen op meer of minder impliciete wijze toch een
rol voor de rechter, niet steeds is duidelijk met welke wetgeving in de hand .
Dan de voorstanders. Daarbij ziet W.Heemkskerk een verbod van ontkenning als een "baken voor de rechter";
het ongelimiteerde recht van vrijheid van meningsuiting zaait volgens hem onrust en verdeeldheid. Met verwijzing
naar de bepalingen in het Duitse Strafwetboek, waarop een leraar die de jodenvervolging in twijfel trok in 2002
is veroordeeld, is volgens hem formele opneming van het verbod in onze strafwetgeving daarom een groot goed. Bij
de andere voorstanders speelt het voorkomen van onnodig leed van betrokkenen een rol.
D. Speijers benadrukt het opvoedkundige aspect, men is niet op de juiste weg, maar waarschuwt voor te hoge verwachtingen
van het verbod. H.Sieben verwijst naar de Armeense genocide en vindt de ChristenUnie dapper om het goedpraten van
de genocide van 1915 strafbaar te willen stellen. Duizenden zijn na de genocide ook naar Nederland en België
zijn gevlucht. Goedpraten of bagatelliseren van de gebeurtenissen ontkent het immense leed dat is aangericht. I.Drost
wijst op het bijzondere aspect van de Turkse ontkenners, die -heel anders dan bijv. met betrekking tot de Holocaust-
in feite niet anders zeggen dan hun regering voortdurend verkondigt, waar dan ook het eigenlijke probleem zit.
Het 24 april comité heeft er in Nederland zo vaak voor gepleit de erkenning van de Armeense genocide met
Turkije af te handelen alvorens aan de onderhandelingen over EU lidmaatschap te beginnen, maar Europa - veel naïever
dan Turkije- heeft zich met vage beloftes om de tuin laten leiden. Dus blijft "kampioen windowdressing Turkije"
nog steeds dezelfde ridicule maar daarom niet minder kwalijke ontkenningstaal uitslaan. Met een aantal Turken in
Nederland in hun kielzog. Het is heel pijnlijk voor de Armeniërs dat Europa toch is gaan onderhandelen.
Conclusie: de ontkenning de wereld uit, om te beginnen uit Nederland.
Ook al zal ontkenning van de Armeense genocide waarschijnlijk ook bestraft kunnen worden op basis van het discriminatie
artikel in het Wetboek van Strafrecht, zeker is dat een expliciete strafbaarstelling van ontkenning van genocides,
als signaal en als basis voor vervolging geleidelijk een eind kunnen maken aan de zeer kwetsende ontkenningspraktijken
in ons land.
Argumenten van tegenstanders leiden niet tot een andere conclusie, immers deels bepleiten ook zij een rol voor
de rechter, anderzijds zijn hun ideeën over hoe de ontkenning - bij voorkeur- aan te pakken daarmee niet in
strijd. Ik zou dus willen eindigen met : het is en - en. Soms negeren, soms discussiëren, helden eren, maar
een duidelijke wettelijke stok achter de deur voor degenen die niet willen horen - en in het geval van de Armeense
genocide is dit helaas de praktijk.
Inge Drost, 22 mei 2006
ANP 21 april 2006
Herdenking Armeense Genocide in Lyon en Amsterdam
Onthulling Armeens monument in centrum Lyon
LYON/AMSTERDAM (ANP) - Armeniërs onthullen maandag na lang juridisch touwtrekken en ondanks vandalisme van
Turkse extremisten in Lyon een prominent monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de volkerenmoord die
24 april 1915 in het Ottomaanse Rijk begon.
Opvallend van dit Armeense monument is dat het midden in de stad staat aan het Antonin Poncetplein, op slechts
200 meter van het centrale plein Bellecour en amper 200 meter van de rivier de Rhône, zo berichtten plaatselijke
media vrijdag.
De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Nicolas Sarkozy, verzekerde deze week verontwaardigd in een brief aan
de oprichters van het monument dat de bekladders streng zullen worden gestraft. Bij een betoging van radicale Turken
die de genocide van destijds loochenen, werd het monument in aanbouw afgelopen maand beklad met leuzen die de volkerenmoord
ontkennen.
De Turkse republiek werd na de Eerste Wereldoorlog door Turkse nationalisten gesticht in wat het centrum van het
Ottomaanse Rijk was geweest. De Armeniërs in dat rijk waren toen al voor het grootste deel systematisch en
wreed om het leven gebracht. De Armeniërs stellen dat bij deze volkerenmoord zeker anderhalf miljoen mensen
werden uitgeroeid.
De Turkse republiek besloot in de loop van de jaren twintig deze volkerenmoord te ontkennen. De republiek houdt
dat nog steeds vol. Het zou volgens Ankara gaan om 300.000 tot 500.000 Armeense slachtoffers van uit de hand gelopen
Armeense opstanden en andere oorlogshandelingen. Deze houding jegens de geschiedenis, kan volgens waarnemers een
obstakel vormen voor een Turks lidmaatschap van de EU.
De agressie van radicale ontkenners van de Armeense volkerenmoord neemt bij herdenkingen of bijeenkomsten volgens
waarnemers de laatste tijd toe. De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) heeft daarom voor een
herdenking zondagmiddag in Amsterdam om extra beveiliging gevraagd. De FAON heeft eerder deze maand brieven geschreven
aan vier Nederlandse ministers om hun zorg te uiten over agressief optreden van Turkse ontkenners zoals de Grijze
Wolven.
Het Nederlandse monument voor de slachtoffers van de Armeense genocide staat op een minder prominente plaats dan
in Lyon. Het werd na veel moeite en tegenwerking bij de bouw uiteindelijk 24 april 2001 in Assen onthuld op de
begraafplaats de Boskamp. Daar is maandag ook een herdenking.
Antwoorden van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Mw van der Laan op schriftelijke vragen van het lid van der Staaij (SGP)
over de vernieling van graven in Nachitsjevan (Ingezonden 23 februari 2006)
Vraag 1
Is het bericht juist dat op last van de Azerbeidjaanse autoriteiten in december 2005 graven met een bijzondere
cultuurhistorische waarde op het Armeense kerkhof van Djulfa in Nachitsjevan vernield zijn? Kunt u ons informeren
over de precieze gang van zaken?
Antwoord
De feitelijke juistheid van de berichtgeving kan nog niet worden beoordeeld. De kwestie is op 22 december 2005
in de Permanente Raad van de OVSE door de Armeense autoriteiten aan de orde gesteld. De Azerbeidzjaanse autoriteiten
wijzen beschuldigingen van de hand.
Vraag 2
Kan de regering aangeven of de vernielingen te maken hebben met het sluimerende conflict over het gebied Berg-Karabach?
Antwoord
Zolang nog onduidelijkheid bestaat over de feitelijke toedracht is er ook geen zekerheid over de aanleiding. De
partijen zijn nog steeds niet gekomen tot een oplossing van het conflict en spanningen kunnen zich blijven voordoen.
Vraag 3
In hoeverre heeft Azerbeidjan zich gevoelig betoond voor internationale kritiek op vernielingen in eerdere jaren?
Antwoord
Op de internationale kritiek van deze aard wordt door de Azerbeidzjaanse autoriteiten doorgaans gereageerd door
de beschuldigende vinger naar buurland Armenië te wijzen. Armenië zou in de ogen van de Azerbeidzjaanse
autoriteiten Azerbeidzjaans cultureel erfgoed in Nagorno Karabach en nabijgelegen provincies moedwillig hebben
verwaarloosd of vernietigd.
Vraag 4
Is de Nederlandse regering bereid om, in aansluiting op de opstelling van de EU, haar afkeuring over de gebeurtenissen
uit te spreken en Azerbeidjan aan te spreken op de verplichtingen die dit land heeft in het kader van het lidmaatschap
van de Raad van Europa en de participatie in het Europese nabuurschapsbeleid?
Antwoord
Nederland heeft zich reeds op 1 februari 2006 in het Comité van Ministers van de Raad van Europa uitgesproken
voor een internationaal onderzoek naar de vernielingen. In het Actieplan van de Raad van Europa en in het Actieplan
van de EU dat wordt opgesteld in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid, wordt aandacht besteed aan het
behoud van cultureel erfgoed op basis van de verplichtingen die op Azerbeidzjan rusten in het kader van het lidmaatschap
van de Raad van Europa en van het Europees Nabuurschapsbeleid.
De Federatie van Armeense
Organisaties in Nederland (FAON) is vandaag op de hoogte gesteld, dat Tweede Kamerlid C.G. van der Staaij
van de SGP (Staatskundig Gereformeerde Partij) schriftelijke vragen heeft gesteld aan de minister van Buitenlandse
Zaken en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de vernieling van Armeense kruisstenen (khachkars)
van Oud Julfa in Nachitjevan door Azerbeidzjaanse soldaten. De afgelopen weken heeft de FAON uitgebreide documentatie
over deze zaak overlegd zowel aan de leden van het Nederlandse parlement als aan de Minister van Buitenlandse Zaken
en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en heeft hen gevraagd de geplande vernieling van het
Armeense culturele erfgoed door Azerbeidzjan te veroordelen.
Schriftelijke vragen van het lid Van der Staaij (SGP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
22 februari 2006
1. Is het bericht juist dat op last van de Azerbeidjaanse autoriteiten in december 2005 graven met een bijzondere
cultuurhistorische waarde op het Armeense kerkhof van Djulfa in Nachitsjevan vernield zijn? Kunt u ons informeren
over de precieze gang van zaken?
2. Kan de regering aangeven of de vernielingen te maken hebben met het sluimerende conflict over het gebied Berg-Karabach?
3. In hoeverre heeft Azerbeidjan zich gevoelig betoond voor internationale kritiek op vernielingen in eerdere jaren?
4. Is de Nederlandse regering bereid om, in aansluiting op de opstelling van de EU, haar afkeuring over de gebeurtenissen
uit te spreken en Azerbeidjan aan te spreken op de verplichtingen die dit land heeft in het kader van het lidmaatschap
van de Raad van Europa en de participatie in het Europese nabuurschapsbeleid?
De Armeense Genocide
TV programma op 12.02.2006
Debat in Amsterdam op 14.02.2006
12 februari 2006 om 20.40 uur
Wat: Het VPRO-NPS geschiedenis-programma “Andere Tijden” gewijd aan Armeense genocide
Wanneer: Zondag, 12 februari 2006, om 20.40 – 21.20 uur
Waar: TV- Nederland 3
Programma: De meeste opnames en interviews zijn recent in Nederland gemaakt.
Informatie over de genocide wordt zichtbaar gemaakt door foto’s en fragmenten van de verhalen van overlevenden.
Website: http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/26605365/
====================================================
14 februari 2006 om 20.00 uur
Wat: De Armeense Genocide
Discussieavond in De Rode Hoed – Amsterdam
Wanneer: Dinsdag 14 februari 2006, 20.00 –22.00 uur
Waar: Keizersgracht 102, 1015 CV Amsterdam
Telefoon: 020- 6385606
Programma: Naar aanleiding van de TV uitzending organiseert de Rode Hoed een debat over hoe heden ten dagen
met de historische feiten wordt omgegaan.
Inleiding door T. Zwaan, interviews met derde generaties, Turkse en Nederlandse onderzoekers en discussie over
de Armeense Genocide
o.l.v. Hans Goedkoop (Andere Tijden)
Info: http://www.rodehoed.nl/index.php?pagina=programma.php
Toegang: 5 euro; kaarten kunnen online worden besteld
De Volkskrant
16 januari 2006
Armeniërs claimen tegoeden banken
Van onze buitenlandredactie
AMSTERDAM - Aangemoedigd door het succes van eerdere claims zijn zeven nabestaanden van de Armeense volkenmoord
in 1915 een civiele procedure begonnen tegen de Deutsche Bank en de Dresdner Bank in Californië. Zij eisen
miljoenen dollars, goud en juwelen terug die hun omgekomen familieleden indertijd bij de Ottomaanse vestigingen
van de banken hebben gedeponeerd.
Ook zouden de banken geld en goederen onder hun hoede hebben genomen die Turken uit Armeense woningen en kerken
zouden hebben geplunderd. De banken worden er tevens van beschuldigd de tegoeden te hebben verborgen en nabestaanden
hebben belet deze op te vragen.
Erkenning van de Armeense genocide stuit op fel verzet van Turkije, dat stelt dat er veel geweld is geweest tijdens
en vlak na WO I, en dat er ook veel Armeense slachtoffers zijn gevallen. Maar om te spreken van volkenmoord, dat
is gevaarlijke onzin, vinden de Turken.
In 2004 betaalde de Amerikaanse levensverzekeringsmaatschappij New York Life Insurance Co 20 miljoen dollar (bijna
16,5 miljoen euro) aan een groep Armeense nabestaanden. Vorige jaar bereikte de Franse verzekeraar AXA een akkoord
met Armeense nabestaanden en beloofde 17 miljoen dollar uit te keren. Bovendien zou AXA nog enkele miljoen schenken
aan Armeense hulporganisaties.
Pikant genoeg is AXA een partner van Oyak, het pensioenfonds van de Turkse strijdkrachten. Juist zij worden gezien
als exponenten van het Turkse verzet tegen erkenning van de volkenmoord.
Advocaat Mark Geragos, zelf van Armeense afkomst, is een van de advocaten die de zeven vertegenwoordigen. Hij stelt
dat de rechtszaken vooral zijn bedoeld als drukmiddel om de Armeense volkenmoord in de Verenigde Staten erkend
te krijgen. De waarde van de Armeense tegoeden bedraagt volgens hem intussen honderden miljoenen dollars.
PERSBERICHT
Overlevende Armeense genocide (92) overleden
Laatste in Nederland wonende overlevende Armeense genocide overleden
De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) maakt bekend, dat de (voor zover bekend) laatste in
Nederland wonende overlevende van Armeense genocide, mw. Hayganus Mardikoglu, vrijdag jl. op 92- jarige leeftijd
in haar woonplaats Breda is overleden.
Zij werd op 5 mei 1913 in Zimara (Turkije) geboren en overleefde ternauwernood de genocide. Zij woonde vanaf 1976
in Nederland.
De Armeense heeft tot haar overlijden alles gedaan ter nagedachtenis aan haar omgebrachte familie en voor de erkenning
van de genocide. Velen zullen haar herinneren, zoals ze aanwezig was in haar rolstoel bij de aanbieding van petities
aan het parlement, bij herdenkingen, demonstraties enz.
Mw. Mardikoglu wordt op 17 januari 2006, om 15.00 uur begraven op de Amsterdamse begraafplaats St. Barbara. 's
Morgens vindt in Almelo een uitvaartdienst plaats in de Armeense kerk aldaar.
NRC Handelsblad
23 december 2005
Rechtbank beboet schrijvers wegens beledigen Turkije
ISTANBOEL, 23 DEC. Een rechtbank in Istanboel heeft gisteren een schrijver en een journalist
veroordeeld wegens belediging van de Turkse staat. Schrijver Zulkuf Kisanak kreeg een boete van ongeveer 2.000
euro omdat hij in een boek het Turkse leger ervan beschuldigd een Koerdisch dorp te hebben verwoest. De journalist
Aziz Oser die vraagtekens heeft gezet bij de officiële Turkse ontkenning van de genocide op Armeniërs,
kreeg een boete van 4.000 euro. Zij hebben volgens de rechter hetzelfde artikel in het wetboek van strafrecht overtreden
als de bekende schrijver Orhan Pamuk, tegen wie het proces nog loopt. Hij wordt vervolgd omdat hij schreef over
de Turkse genocide op de Armeense bevolking tijdens de Eerste Wereldoorlog. AP
Antwoorden
van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Bommel (SP) over de journalist Hrant
Dink.
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van de zaak tegen journalist Hrant Dink van het in Istanboel verschijnende weekblad Agos?(1)
Vraag 2
Deelt u de mening dat er sprake is van een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van journalisten in Turkije
als de heer Dink wordt veroordeeld omwille van zijn artikelen en uitlatingen over de Armeense geschiedenis en de
Armeense bevolkingsgroep in Turkije? Zo neen, waarom niet? Zo ja, deelt u de mening dat er bij de Turkse autoriteiten
op moet worden aangedrongen te voorkomen dat journalisten vanwege hun werk veroordeeld worden?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat deze kwestie vergelijkbaar is met die van de Turkse schrijver Pamuk en daarom betrokken
moet worden bij de onderhandelingen over toetreding van Turkije tot de Europese Unie? Indien neen, waarom niet?
Antwoord
Net als bij de zaak Pamuk gaat het bij de aanklacht tegen Hrant Dink om een interpretatie van de nieuwe strafwet
die, volgens de EU-norm, niet in overeenstemming is met de vrijheid van meningsuiting. De Europese Commissie heeft
haar zorg hierover al bij verschillende gelegenheden uitgesproken. In het laatste voortgangsrapport dat de Commissie
op 9 november jl. uitbracht over Turkije is aangegeven dat de toepassing van artikel 301 van de Strafwet bezorgdheid
oproept, omdat sommige rechters en aanklagers beslissingen nemen op basis van dit artikel die niet in overeenstemming
zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wanneer deze situatie niet verandert, is amendering
van de wet nodig om de vrijheid van meningsuiting in Turkije te waarborgen. De Commissie en ook de Nederlandse
regering zullen hier nauwlettend op toezien.
Vraag 4
Bent u bereid er bij de Turkse autoriteiten op aan te dringen te proberen te voorkomen dat de heer Dink wordt veroordeeld?
Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?
Antwoord
De Turkse regering kan niet treden in de rechtsgang. Uitspraken van de rechter behoren ook niet door de regering
te worden beïnvloed. Wel is in de Reform Monitoring Group, waarin EU-hervormingen op ministerieel niveau worden
besproken en die onder leiding staat van minister van Buitenlandse Zaken Gül, afgesproken dat de zaken onder
artikel 301 nauwgezet zullen worden gevolgd. Mocht op termijn blijken dat de jurisprudentie niet in lijn is met
wat de regering met het artikel voor ogen had, dan zal het artikel worden herzien. De Turkse regering heeft altijd
aangegeven te willen moderniseren naar Europese maatstaven. Het feit dat de onderhandelingen met de EU zijn gestart
is daarbij een belangrijke steun in de rug. Het is dan ook van belang dat zowel het hervormingsproces als de onderhandelingen
een eerlijke kans krijgen. Duidelijk is dat het hervormingsproces nog lang niet is afgerond en dat ook de mentaliteit
moet meegroeien met de hervormingen, zodat openlijk kan worden gediscussieerd over gevoelige zaken, waaronder de
Armeense geschiedenis. De EU en ook de Nederlandse regering zullen er op toezien dat Turkije voldoende vorderingen
maakt in dit proces en zullen daarbij de voortgang op het terrein van de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting
betrekken. Mocht Turkije daarbij ernstig ('persistent and serious breach') in gebreke blijven dan biedt het onderhandelingsmandaat
de mogelijkheid de onderhandelingen op te schorten.
1) zie “Case of the Month October 2005 Hrant Dink” op de website www. Englishpen.org, oktober 2005
http://www.englishpen.org/writersinprison/prisoners/hrantdink/
Kamervragen van het kamerlid Harry van Bommel (SP) over de veroordeling in Turkije van de Armeense journalist Hrant Dink.
2050603020
Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de veroordeling van de Armeense
journalist Hrant Dink (Ingezonden 14 november 2005)
1. Hebt u kennis genomen van de zaak tegen journalist Hrant Dink van het in Istanboel verschijnende blad Agos?
(1)
2. Bent u met mij van mening dat het een inbreuk is op de vrijheid van meningsuiting van journalisten in Turkije
als Dink wordt veroordeeld omwille van zijn artikelen en uitlatingen over de Armeense geschiedenis en de Armeense
bevolkingsgroep in Turkije? Indien neen, waarom niet?
3. Zo ja, bent u met mij van mening dat er bij de Turkse autoriteiten op moet worden aangedrongen te voorkomen
dat journalisten vanwege hun werk veroordeeld kunnen worden?
4. Deelt u de opvatting dat deze kwestie vergelijkbaar is met die van de schrijver Pamuk en daarom betrokken moet
worden bij de onderhandelingen over toetreding tot de EU van Turkije? Indien neen, waarom niet?
5. Bent u bereid er bij de Turkse autoriteiten op aan te dringen te proberen te voorkomen dat Dink wordt veroordeeld?
Indien neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze?
(1) Bron: zie "Case of the Month October 2005 Hrant Dink" op
www.englishpen.org/writersinprison/prisoners/hrantdink/
FAON Nieuws
Door I. Drost
Bot: Armeense genocide in onderhandelingspakket Turkije
Den Haag, 1 september 2005 - Minister Bot van Buitenlandse Zaken heeft gisteren tijdens een overleg in de
Tweede Kamer de kamerleden verzekerd dat de kwestie van de Armeense genocide wel degelijk deel uitmaakt van het
pakket voor de onderhandelingen met Turkije.
Bot zei dit nadat verschillende fracties er op aan hadden gedrongen om de erkenning van de Armeense genocide alsnog
in het onderhandelingspakket op te nemen. Hij verwees hierbij naar het vereiste van goede buurrelaties en het ondernemen
van stappen om uitstaande grensgeschillen op vreedzame wijze op te lossen, zoals opgenomen in het ontwerp framework.
De expliciete vraag van kamerlid Rouvoet (ChristenUnie) of hij dit zo mocht verstaan dat onder deze formulering
ook valt het onder ogen zien van de eigen geschiedenis, in het bijzonder ten aanzien van de Armeense genocide,
antwoordde Bot bevestigend. Hij bevestigde eveneens dit de Europese benadering van deze kwestie weergeeft. Turkije
is van dit vereiste goed doordrongen, aldus Bot. Hij ontkende dat de impliciete formulering later tot soortgelijke
problemen als nu met Cyprus kan leiden, gezien dat een vaststaande benadering van de kwestie is en de EU uiteindelijk
zelf meester is van de ratificatie. Ten slotte gaf de Minister de garantie dat hij zelf zich steeds aan de gedane
uitspraken gehouden zal weten.
Aankondiging:
27-08-2005
Het 24 april Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) biedt op 30 augustus
om 13.00 uur een petitie aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Commissie voor Europese Zaken, Mw. van Heteren,
aan. Hierin roept het Comité op tot aanpassing van het onderhandelingskader. Dit is het document voor de
onderhandelingen met Turkije, die mogelijk op 3 oktober 2005 beginnen.
In dit document dienen volgens het Comité de erkenning van de Armeense genocide en het openen van de grens
met Armenië door Turkije, als start van normale betrekkingen, te worden opgenomen. Nederland zou hier in Europees
verband sterk op moeten aandringen.
NADERE BERICHTGEVING VOLGT
PERSBERICHT
Petitie aan Eerste Kamer over erkenning Armeense genocide
Den Haag - Op 28 juni biedt het 24 april comité voor de erkenning en herdenking van de Armeense genocide
een petitie aan aan de Eerste Kamer (13.15 uur, ingang Eerste Kamer). Daarin vraagt het Comité, dat onderdeel
uitmaakt van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON), de Senaat o.a. zich over de erkenning
van de Armeense genocide op 1,5 miljoen Armeniërs tijdens WO-I uit te spreken. De Tweede Kamer heeft reeds
op 21 december 2004 de Armeense genocide erkend, door het unaniem aannemen van de motie Rouvoet. Deze motie is
door de regering, bij monde van Minister van Buitenlandse Zaken Bot, verwelkomd.
Als ook de Eerste Kamer tot een dergelijke uitspraak komt, zal de volledige Nederlandse politiek (de wetgevende
macht) zich uitgesproken hebben.
In de petitie wordt tevens gevraagd uiterst kritisch stelling te nemen tegen de weer fel opgelaaide ontkenningspolitiek
van Turkije. Deze ontkenningspolitiek en de gevolgen hiervan voor de vrijheid van meningsuiting en rechten van
minderheden (die zoals bekend deel uitmaken van de Copenhagencriteria) moeten door Europa serieus worden genomen
en consequenties hebben voor het tijdstip waarop toetredingsonderhandelingen kunnen beginnen. Genoemd kunnen worden
de bedreiging van de schrijver Orhan Pamuk (die in een interview over de genocide sprak en thans ondergedoken moet
leven), de DVD van de Turkse Kamer van Koophandel, gratis bij Time Magazine meegeleverd onder het misleidende mom
van toeristische informatie, maar grotendeels gevuld met een politieke propaganda documentaire inhoudende de Turkse
ontkenningspolitiek, en ook de uitspraken van de Turkse Minister van Justitie over een conferentie over de Armeense
kwestie in Istanbul, die daarna om veiligheidsredenen moest worden afgelast.
Het is belangrijk dat ook de Eerste Kamer de regering, die mede in het kader van de motie Rouvoet de Armeense zaak
op Europees niveau telkens weer naar voren brengt, kritisch bevraagt en Europa aanzet doortastender op te treden
in relatie met Turkije. Zo is de “oproep” van premier Erdogan tot vorming van een Armeense en Turkse commissie
van historici, van vlak voor de 90 jaar herdenking van de Armeense genocide, door Europa en ook door Minister Bot
niet ontmaskerd als publiciteitsactie om de aandacht van de herdenking af te leiden. De ongeloofwaardigheid van
de oproep was van stond af overduidelijk. Enerzijds door de vele uitspraken daaromheen gedaan dat Turkije trots
is op zijn geschiedenis en er geen genocide heeft plaatsgehad, waaruit blijkt dat voor zo'n commissie in Turkije
geen draagvlak is. Anderzijds door de weigering van Turkije tot dusverre om de werkzaamheden van een dergelijke
commissie onder normale randvoorwaarden als aanwezigheid van diplomatieke betrekkingen en met opheffing van de
grensblokkade tussen beide landen, te doen plaatsvinden.
De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken de heer. van Gennip zal de petitie in ontvangst nemen.
Twee reacties in de Volkskrant op ontkenning Armeense genocide
Op 9 juni heeft De Volkskrant op de opiniepagina een artikel geplaatst van de Amerikaanse controversiële historicus
Justin McCarthy, waarin hij de Armeense genocide ontkent. Op 13 en 14 juni verschenen hier reacties op in de krant,
waaronder die van Prof. Jos Weitenberg, Armenoloog aan de Leidse Universiteit en Dr. Ton Zwaan van het Holocaust
en Genocide Instituut in Amsterdam, die beide de stellingname en redenering van McCarthy sterk afwijzen.
-----------------------------------------------------------------------
De Volkskrant
14 juni 2004
McCarthy is beroepsontkenner
Hoewel de term 'genocide' inderdaad van later datum is, was het Turkse optreden in 1915 tegen
de Armeniërs wel degelijk een genocidaal proces, zegt Ton Zwaan.
Onder de tendentieuze kop . 'Term "genocide" voor Turks handelen aantoonbaar onjuist' is in de Volkkrant
een artikel geplaatst van de Amerikaanse historicus Justin McCarthy (Forum, 9 juni).
In een ongefundeerd, warrig en rommelig betoog dat bol staat van de halve waarheden en hele onwaarheden probeert
McCarthy de lezers wijs te maken dat er geen Armeense genocide heeft plaatsgevonden in het Ottomaans-Turkse rijk
in 1915 en 1916. Ten behoeve van uw lezers wil ik erop wijzen dat in kringen van serieuze onderzoekers reeds lang
overeenstemming bestaat over de voornaamste feiten.
In de betrokken jaren zijn naar schatting een miljoen leden van de Armeense minderheid in het Ottomaanse rijk het
slachtoffer geworden van zorgvuldig voorbereide en grootschalige vervolging, deportatie en massamoord.
Deze systematische vervolging en vernietiging heeft plaatsgevonden op initiatief en onder leiding van de toenmalige
centrale regering in Istanbul. Hoewel de term 'genocide' destijds nog niet bestond (deze werd pas voor het eerst
gebruikt in 1944), kan er geen enkele twijfel over bestaan dat het hier een genocidaal proces betrof.
De ruimte ontbreekt om uitvoerig in te gaan op het betoog van McCarthy, maar in tegenstelling tot wat hij beweert
was er destijds geen sprake van 'een verschrikkelijke oorlog tussen Turken en Armeniërs', noch van een 'grote
opstand' van de Armeniërs. Ook citeert hij de genocide-conventie van de VN onvolledig en onjuist en verwart
hij de begrippen 'oorlog' en 'genocide'.
Zijn bewering over de briljante en moedige Turkse schrijver Orhan Pamuk is zonder meer lasterlijk en zijn uitlatingen
over de Turkse ontkenningspolitiek en de berichtgeving daaromtrent in Amerikaanse kranten zijn dwaas en volledig
uit de lucht gegrepen.
Wie op de hoogte wil raken met de werkelijke gang van zaken kan terecht bij recent verschenen goede studies, zoals:
Donaid Bloxham: The Great Game of Genocide. Imperialism, Nationalism and the Destruction of
the Ottoman Armenians (Oxford University Press, 2005);
Jay Winter (red.): America and the Armenian Genocide of 1915 (Cambridge University Press, 2003);
H.L. Kieser en D. Schaller (red.): Der Völkermord an den Armeniern und die Shoah (Chronos, 2003).
Voor een samenvattend overzicht in het Nederlands:
'De vervolging van de Armeniërs in . het Ottomaans-Turkse rijk, 1894-1922', in: Ton Zwaan,
Civilisering en decivilisering (Boom, 2001).
Onder bonafide historici staat McCarthy bekend als een van de, door de Turkse overheid gesubsidieerde,
beroepsontkenners van de Armeense genocide.
Het zonder nader commentaar afdrukken van een dergelijk stuk siert de Volkskrant niet.
Ton Zwaan is verbonden aan het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies van het NIOD en de Universiteit van Amsterdam.
--------------------------------------------
foto: Armeense vluchtelingen, in boten samengepakt, zoeken redding op een Frans schip voor de kust van Syrië,
oktober 1915.
FOTO CORBIS
--------------------------------------------
Feit: Armeniërs gericht gedeporteerd
Het artikel van Justin McCarthy over de Armeense genocide behoeft een reactie. McCarthy behoort tot de weinige
niet-Turkse geleerden die het bestaan van een Armeense genocide ontkennen. Zijn argumenten zijn al jaren dezelfde.
Hij vertoont geen neiging serieus in te gaan op de weerleggingen van zijn vakgenoten.
Twee punten vallen op in dit artikel. Allereerst de stelling dat Armeniërs en Turken gelijkwaardige tegenstanders
waren in een oorlogssituatie. Dit is een valse voorstelling van zaken.
De Armeniërs waren slachtoffer van gerichte deportatie. De weerbare Armeense mannen zijn onder de wapenen
geroepen en vermoord. De deportaties waren bestemd voor ongewapende vrouwen en kinderen. De deportaties waren georganiseerd
en systematisch gericht op specifieke bevolkingsgroepen (Armeniërs en Syriërs) en eindigden in de woestijnen
van het huidige Syrië. Dat daarbij voedsel werd verstrekt uit de voorraden van het Ottomaanse leger, zoals
het artikel stelt, wordt weersproken door talloze ooggetuigenverslagen.
Het is waar dat Armeniërs zich incidenteel hebben verzet, dat er gewapende nationalistische verzetshaarden
zijn geweest en dat er ook misdaden tegen de Turkse bevolking zijn begaan. Dit verzet , als 'oorJog' te betitelen,
is een gotspe. Men dient de discussie wel, zuiver te houden.
In de tweede plaats valt op dat McCarthy het zwijgen van de Turkse regering over de gebeurtenissen betreurt en
dit verklaart 'uit vrees dat de Turkse bevolking wraak zou willen nemen'. Op wie dan wel? Sinds 1915 wonen er nauwelijks
Armeniërs meer in Turkije, bewijs op zich van een geslaagde genocide. De enkelingen die na de oorlog terug
durfden komen zijn inderdaad alsnog (uit wraak derhalve?) vermoord.
Dat de huidlige Turkse bevolking onbekend is met de etnische zuiveringen - van Armeniërs, Syriërs, Grieken
en Koerden - die gepaard gingen met de stichting van het moderne Turkije in het tweede en derde decennium van de
twintigste eeuw, valt zeker te betreuren. De door Turkije gewenste toetreding tot de EU biedt eindelijk een gelegenheid
dit soort feiten onder ogen te zien.
Het artikel van McCarthy verdraait en ontkent de feiten en is geen zinvolle bijdrage aan een verzoening.
Jos Weitenberg
De auteur is bijzonder hoogleraar Armeense Studies aan de Universiteit Leiden.
FEDERATIE ARMEENSE ORGANISATIES NEDERLAND
24 april comité
PERSBERICHT
Federatie Armeense Organisaties Nederland eist excuus van Time Magazine
voor misleidende Turkse informatie
In Time Magazine van 6 juni is bij een aantal reclamepagina’s voor Turkije als vakantie land een gratis dvd gevoegd
met de vermelding “Turkish Chamber of Commerce” (ATO), die behalve reclame ook een propaganda-documentaire bevat
waarin omstandig en met vele filmbeelden en documenten alle bekende omdraaiings- en ontkenningsverhalen van de
Armeense genocide zijn verzameld. Een illuster gezelschap van genocide-ontkenners zoals Mc Carthy, en de in Zwitserland
wegens ontkenning vervolgde Halacoglu, legt tal van verklaringen af van de bekende soort.
De Federatie kan zich niet voorstellen hoe een tijdschrift van naam als Time een dergelijke dvd heeft kunnen toevoegen
aan de 494 duizend exemplaren van Time Magazine, die voor de Europese markt bestemd zijn. De Federatie eist minstens
van Time Magazine een duidelijk excuus op de voorpagina van de volgende uitgave.
Turkije voert met deze propaganda-dvd een achterhoede gevecht in Europa, dat weinig indruk zal maken, daar voor
de meeste Europese landen zowel voor politiek als wetenschappelijk de Armeense genocide een feit is.
Kamervragen van het kamerlid van Baalen (VVD) over de uitspraken van de Turkse minister van Justitie over
een conferentie in Istanboel georganiseerd door drie Turkse universiteiten over de Armeense Genocide van 1915 en
Persbericht van ANP over het uitstel van deze Genocide conferentie.
--------------------------------------------------------------------------------
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2004–2005
Vragen gesteld door de leden der Kamer
Gepubliceerd: 30-05-2005
http://www.tweedekamer.nl/
-------------------------
2040515450
Vragen van het lid Van Baalen (VVD) aan de minister van Buitenlandse Zaken over het uitstel van een congres
in Istanboel over de Armeense en Assyrische genocide.
(Ingezonden 27 mei 2005)
1. Bent u op de hoogte van het feit dat drie Turkse universiteiten het voornemen hadden een congres te Istanboel
te organiseren over de Armeense en Assyrische genocide in de periode 1915–1923 en dat zij hebben moeten besluiten
deze bijeenkomst uit te stellen omdat de Turkse minister van Justitie het congres “een dolkstoot in de rug van
het Turkse volk” had genoemd? (1)
2. Deelt u de mening dat de uitspraken van de Turkse minister van Justitie op gespannen voet staan met het openen
van de toetredingsonderhandelingen van de Europese Unie met Turkije per 3 oktober aanstaande?
3. Bent u bereid de Turkse regering op voornoemd voorval aan te spreken, mede op basis van de door de Kamer aangenomen
motie-Rouvoet cs? (2)
4 Bent u bereid de Kamer nader over voornoemd voorval en de door u ondernomen actie te informeren?
(1)- ANP, 25 mei jl.
(2)- Kamerstuk 21 501-20, nr. 270.
--------------------------------------------------------------------------------
ANP 25-05-2005
Turkse universiteit ziet af van genocide-debat
ISTANBUL (ANP/RTR) - Een Turkse universiteit heeft een conferentie over de massamoord die 90 jaar geleden op Armeniërs
plaatsvond, woensdag afgelast. De Turkse minister van Justitie Cemil Cicek had kritische academici die mee zouden
doen aan het debat beschuldigd van verraad.
De conferentie aan de Bosporus-universiteit in Istanbul zou volgende week beginnen. Ook historici die zeggen dat
er destijds genocide is gepleegd waren uitgenodigd. Minister Cicek sprak dinsdag in het Turkse parlement van ,,een
dolkstoot in de rug van het Turkse volk'' en riep op ,,een einde te maken aan het verraad en de propaganda tegen
Turkije''.
De internationale druk op Turkije om de massamoord te erkennen neemt steeds meer toe en de volkerenmoord vormt
een heikel punt in de Turkse toetredingsgesprekken met de Europese Unie. De Turkse premier Recep Tyyip Erdogan
heeft onlangs opgroepen tot een open debat en wil een gezamenlijke Turks-Armeense commissie instellen voor historisch
onderzoek. Maar Turkije weigert de moorden vooralsnog te erkennen als genocide.
In april 1915 gaven de autoriteiten in het toenmalige Ottomaanse Rijk het bevel tot arrestaties van Armeense leiders,
die in verzet zouden zijn gekomen tegen de Turkse overheersing. Dat vormde de aanzet tot een periode van georganiseerde
moordpartijen waarbij volgens historici tussen de 1 en 1,5 miljoen Armeniërs om het leven kwamen. Turkije
houdt het op 300.000 doden en benadrukt dat er in die onrustige tijden ook veel Turkse slachtoffers te betreuren
waren.
VEEL AANDACHT NEDERLANDSE PERS VOOR ARMEENSE GENOCIDE
PERSOVERZICHT APRIL 2005 IN NEDERLAND
Den Haag- 14 mei 2005
Met diverse TV- en radiouitzendingen en in meer dan 40 krantenartikelen is in de afgelopen maand april in Nederland
aandacht geschonken aan de Armeense genocide. In dit bericht wordt van deze persaandacht een overzicht geschetst,
met een korte analyse. De meeste berichtgeving richt zich op de herdenking van het feit dat de Armeense genocide
90 jaar geleden heeft plaatsgevonden, maar er is ook veel plaats ingeruimd voor artikelen en informatie rondom
de achtergond van deze herdenking en de Turkse ontkenning van de genocide.
Daarmee kan de media-aandacht voor de Armeense genocide in deze herdenkingsmaand in Nederland als geheel genomen
en voor Nederlandse begrippen behoorlijk ruim worden genoemd .
Er zijn bij het 24 april Comité van de Federatie van armeense Organisaties in Nederland (FAON) ook veel
reacties binnengekomen van Nederlanders , die met name door de TV nieuwsuitzending voor het eerst in hun leven
iets hoorden over deze genocide. De Armeense genocide komt in de meeste Nederlandse geschiedenisboeken niet voor.
TV en Radio
Wat de TV betreft ging het op 24 april om alle avondjournaals van de landelijke zenders NOS en de RTL, waarbij
het NOS-nieuws naast de herdenking in Jerevan, de hoofdstad van Armenië, een uitgebreide reportage toonde
van de herdenking bij het Armeense genocidemonument in Assen.
Wat betreft de radio waren er verschillende uitzendingen op en rond 24 april, waaronder een reportage op de nationale
Radiozender Radio 1 van de herdenking in Assen, een discussie op de Wereldomroep tussen Mato Hakhverdian van de
Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) en Zeki Arslan van de Samenwerkende Turkse Organisaties,
en een reportage van de VPRO over de herdenking vanuit Jerevan met o.a. Satik Avetissian en journalist Bernard
Bouwman, correspondent voor NRC en Radio 1 in Turkije. Ook was er een 2 uur durende uitzending op RadioWest, met
vertegenwoordigers van de FAON en het 24 april Comité in de studio en met bijdragen van Armenoloog Jos Weitenberg
en kamerleden André Rouvoet en Harry van Bommel.
Kranten
De schrijvende pers heeft voor zover ons bekend in de maand april ten minste 45 artikelen over de genocide geschreven.
Bij dit aantal zijn de berichten van het ANP (Nederlandse persbureau) en van vele internetkranten in Nederland
zoals Nieuwsnet.nl niet meegeteld. Een aantal van de artikelen zijn in de maand april reeds op de site www.24april.nl
<http://www.24april.nl/> van het 24 april comité verschenen voorzien van een vertaling in het Engels.
De artikelen zijn onder te verdelen in: 4 grote algemeen beschouwende artikelen, veelal voorafgaand aan de herdenking,
waaronder een paginagroot artikel in NRC Handelsblad van opinieleider Paul Scheffer, die tevens lid is van het
Comité van Aanbeveling van het 24 apil Comité. 2 hoofdredactionale artikelen, 17 verslagen van de
herdenking op 24 april, die veelal van (kleuren)foto’s waren voorzien (in 17 kranten op 25 april, waarvan 9 landelijke
bladen en 8 regionale), 8 berichten over de Turkse “tegenmaatregelen” tegen de aandacht voor de herdenking. 4 opiniestukken
en columns waaronder een artikel van Inge Drost van het 24 april Comité en reportage’s over Armeense gemeenschappen
in Syrië en Israël en over de van de genocide in Polen. Tenslotte verschenen in april 5 artikelen, die
als nasleep van de herdenking in Assen kunnen worden gezien, omdat een CDA-Raadslid van de gemeente Almelo van
Turkse afkomst naar aanleiding van een hem toegezonden aankondiging van die herdenking, de Armeense genocide ontkende.
De strekking van de artikelen is praktisch zonder uitzondering positief m.b.t. de noodzaak dat de Armeense genocide
wordt erkend door Turkije. Meerdere malen is de recente erkenning door het Nederlandse parlement daarbij aan de
orde gesteld. In meer dan 30 artikelen wordt het woord genocide expliciet gebruikt, waarvan 11 keer in de kop,
daarnaast nog aantal keren in subtitels of onderschriften bij foto’s. De term “genocidemonument” waarmee het 24
april comité in haar persberichten de chatsjkar in Assen aanduidde, is daarbij in veel gevallen overgenomen.
De wens van Turkije om toe te treden tot de EU speelt in veel berichten een rol. De actie van Turkije om verwarring
te zaaien met de uitnodiging voor historisch onderzoek leverde wel aandacht maar ook veel scepsis op, mede omdat
de Turkse berichten tegenstrijdig waren. De inhoud van het persbericht met het eerste kritische commentaar van
de FAON op het voorstel Erdogan werd overgenomen in de reactie van het Reformatorisch Dagblad, op de voorpagina.
Ook in andere kranten bleef niet onopgemerkt dat de wens van premier Erdogan om met zijn voorstel van gezamenlijk
historisch onderzoek de wereld (Europa) gunstig te stemmen, vergezeld moest gaan van de verzekering “in eigen huis”
dat er met het verleden van Turkije niets mis is.
Enkele Nederlanders van Turkse origine speelden in de berichtgeving een positieve rol m.b.t. de erkenning en het
hervormingsproces dat hier in Turkije toe moet leiden, op één uitzondering na. Die uitzondering betreft
eerdergenoemd CDA-raadslid van Turkse afkomst in de gemeente Almelo, die naar aanleiding van de door een GroenLinks
raadslid van Armeense origine rondgestuurde aankondiging van de herdenking in Assen, meende de genocide te moeten
karakteriseren als “een sprookje”. De herdenking in Assen en de “rel” in de gemeenteraad van Almelo werden daarmee
ook nieuws, met ruime aandacht in de regionale krant Tubantia en zelfs een bericht in een groot landelijk ochtendblad.
Over de kwestie is in de krant ook een brief opgenomen van Inge Drost van het 24 april comité.
Vermeld zij nog dat al vanaf begin maart door het 24 april comité van de Federatie van Armeense Organisaties
in Nederland (FAON) aankondigingen naar de media zijn gestuurd van de activiteiten ter gelegenheid van de herdenking
in Armenië en in Nederland. Eén radio ormoep en één krant hebben verslaggevers naar Armenië
gestuurd voor verslaglegging van de herdenking aldaar. Voorts zij vermeld dat de website van het 24 april Comité
van de FAON (www.24april.nl <http://www.24april.nl/> ) in de maand april enkele duizenden bezoekers heeft
gehad.
Tenslotte voor wie meer informatie wil: de lijst met nieuwsitems is te vinden op de website van het 24 april Comite
van de Armeense Federatie in Nederland: www.24april.nl <http://www.24april.nl/> .
Voor aanvullingen op onze lijst, die ongetwijfeld niet geheel volledig zal zijn, houdt het Comité zich altijd
aanbevolen!
Krantenoverzicht maand april 2005
6 april
Krant: NRC Handelsblad
Titel: Elke Armeniër heeft gruwelijke herinneringen
Opmerking: Reportage over Armeniërs in Syrië
11 april
Krant: NRC Handelsblad
Titel: Turks parlement bespreekt Armeense kwestie
Titel: Turkse kernbom op Washington
Opmerking: Artikel n.a.v. roman “Storm van metaal”
14 april
Krant: Reformatorisch Dagblad
Titel: Erdogan wil debat over Armeense genocide
Krant: NRC Handelsblad
Titel: Turkije: onderzoek samen met Armenië
Krant: Trouw
Titel: Turkse premier wil debat over genocide Armeniërs
15 april
Krant: Leidsch Dagblad
Inhoud: Aankondiging concert ter herdenking Armeense genocide
Krant: Trouw
Titel: Applaus in Turks parlement: Nee, het was geen genocide!
Krant: NRC Handelsblad
Titel: 90 jaar ontkennen
Opmerking: Hoofdredactioneel
20 april
Krant: De Telegraaf
Titel: Debat maar geen schuldbekentenis Turkije over Armeniërs
21 april
Krant: Spits
Titel: Erdogan wil debat over Armeniërs
Krant: Haagsche Courant
Titel: Turkije denkt niet aan schuldbekentenis over Armenië
Krant: Reformatisch Dagblad
Titel: Turkije boos op Poolse erkenning genocide
22 april
Krant: Algemeen Dagblad
Titel: Israël negeert het drama van Armenië
Foto: Demonstratie in Jerusalem
Krant: Nederlands Dagblad
Titel: Massaal afslachten van Armeniërs blijft Turkije achtervolgen
23 april
Krant: De Gelderlander
Titel: Nijmeegse Armeniërs herdenken genocide
Krant: NRC Handelsblad
Titel: Hoe om te gaan met witte vlekken in het verleden: geweten en vergeten gaan niet samen
Opmerking: Artikel van Paul Scheffer
Krant: Reformatorisch Dagblad
Titel: Armeense kwestie lakmoesproef voor Ankara
Foto: Massagraf
24 april
NOS - Radio/TV; RTL4-TV, ANP; Internetkranten van De Telegraaf, Novum, NOS enz.
25 april
a. Landelijke bladen
Krant: De Volkskrant
Titel: Genocide 1915 herdacht door Armeniërs
Opmerking: Voorpagina
Krant: Trouw
Titel: Opnieuw rouwen alleen Armeniërs om Armeniërs
Titel: Turkije moet tijd krijgen de geschiedenis onder ogen te zien
Opmerking: Twee artikelen met twee foto’s Tsitsernakaberd
Krant: De Telegraaf
Titel: Miljoen Armeniers herdenken genocide
Foto: Kocharian en Tsitsernakaberd
Krant: Spits
Titel: Armeniërs herdenken genocide
Opmerking: Bericht met foto Fakkeloptocht in Jerevan
Krant: Het Parool
Titel: Armeniërs rouwen om massaslachting
Opmerking: Bericht met foto Tsitsernakaberd
Krant: Algemeen Dagblad
Titel: Armeniërs herdenken genocide
Krant: Financieel Dagblad
Titel: Massamoord in Armenië herdacht
Krant: Reformatorisch Dagblad
Titel: Vervolg ontkenners Armeense genocide
Opmerking: Opiniestuk 24 april comité met foto van Parijse poster
b. Regionale bladen
Krant: Utrechts Nieuwsblad
Titel: Miljoenen herdenken massamood op Armeniërs
Krant: Rijn en Gouwe
Titel: Armeniërs herdenken genocide
Krant: De Gelderlander
Titel: Miljoenen herdenken massamoord
Krant: Brabants Dagblad
Titel: Armeniërs herdenken genocide
Foto: Tsitsernakaberd
Krant: Rotterdams Dagblad
Titel: Massale mars van Armeniërs
Krant: Leidsch Dagblad
Titel: Armenië herdenkt genocide
Foto: Fakkeloptocht in Jerevan
Krant: Provinciaal Zeeuwse Courant
Titel: Armeniërs herdenken genocide
Foto: Tsitsernakaberd
Krant: De Limburger
Titel: Miljoen Armeniërs herdenken genocide
Foto: Tsitsernakaberd
Krant: Tubantia
Titel: Armeniërs herdenken genocide door Turken
26 april
Krant: Trouw
Titel: Armenen én Turken hebben recht op erkenning van massamoord 1915
Opmerking: Hoofdredactioneel
Krant: De Volkskrant
Titel: Black April
Opmerking: Column van Turkse schrijfster en actrice Nazmye Oral
27 april
Krant: NRC Handelsblad
Titel: Onderzoek naar genocide Armenië
Krant: Tubantia :
Titel: Turks raadslid noemt Armeens genocide een “sprookje”
Titel: Uitlatingen CDA’er Bicici slecht voor Almelose politiek
Opmerking: Twee artikelen
28 april
Krant: Algemeen Dagblad
Titel: Raad van Almelo ruziet over Turkse massamoord
29 april
Trouw
Titel: In een door Talaat getekend bevel staat: Het doel van de Armeense deportatie is vernietiging
Opmerking: Column beschouwing van schrijver Koen Koch
Krant: Tubantia
Titel: Een pijnlijke kwestie voor het CDA Almelo
30 april
Krant: Trouw
Titel: Turkije zoekt toenadering
Krant: Tubantia
Titel: Erkenning genocide
Titel: Maak excuus aan Aram Yilan
Opmerking: Twee commentaren op de kwestie Bicici - van Assyrische Democratische Organisatie (ADO) en van 24 april
comité van FAON
Krant: De Volkskrant
Titel: Genocide
Opmerking: Reactie op article “Black April”
^Terug^
PERSBERICHT
HERDENKING ARMEENSE GENOCIDE 1915-2005
Veel belangstelling voor herdenking Armeense genocide bij Armeense genocide-monument in Assen
Assen/Den Haag, 24 april 2005 - Met bussen, trein en auto's uit verschillende delen van het land kwamen vandaag,
zondag 24 april, ruim duizend Armeniërs en andere belangstellenden naar Assen, waar de herdenking van 90 jaar
genocide plaatsvond bij het Armeense genocidemonument. Onder de aanwezigen ook dit jaar de inmiddels 92-jarige
overlevende van de Armeense genocide.
De bijeenkomst, georganiseerd door het 24 april Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland
(FAON), begon met een kranslegging en gebed van Armeense geestelijken bij de gedenksteen op de Assense begraafplaats
de Boskamp. Deze steen werd vier jaar geleden na veel protest van rechtse Turken en procedures tot aan de Raad
van State, op verzoek van een Armeense inwoner van Assen geplaatst op de begraafplaats.
Dit jaar is het bij de herdenking voor de Armeniërs een belangrijk gegeven dat het Nederlandse parlement het
afgelopen jaar met de motie Rouvoet de Armeense genocide heeft erkend.
In de aula vond vervolgens een herdenkingsbijeenkomst plaats met Armeense voordracht en muziek (o.a. doudouk) en
met diverse toespraken zoals van Farah Karimi, René Diekstra, de Armenoloog Jos Weitenberg, Tigran Balayan
als vertegenwoordiger van de Armeense ambassade, en Vader Armen Melkonian. Namens de organisatie spraken Mato Hakhverdian
als Voorzitter van de FAON, Noubar Sipaan als voorzitter van het 24 april Comité en Inge Drost als lid van
het 24 april Comité.
De Nederlandse nationale zender Radio 1 en van de TV het NOS journaal , alsmede de meeste Nederlandse kranten besteeddden
aandacht aan de herdenking , evenals enkele andere radio-station.
In de voordrachten werd op verschillende wijze zware kritiek geuit op de Turkse ontkenning van de genocide. Farah
Karimi gaf aan dat bij recente bespreking van de Armeense kwestie in het Turkse parlement een ovatie had plaatsgevonden
bij de vaststelling dat er geen genocide was geweest. In plaats daarvan, aldus Karimi, was hier een minuut stilte
op zijn plaats geweest. Diekstra, door omstandigheden zelf verhinderd, kritiseerde in zijn tekst Erdogan's oproep
tot een "open debat" over de kwestie. Onzin, volgens Diekstra, want over de waarheid kun je niet debatteren.
Hij is voorstander van het afdwingen van erkenning van de Armeense genocide door Turkije, namelijk door de onderhandelingen
met de EU hiervan afhankelijk te stellen. Dit is de beste weg, ook voor de democratisering en mensenrechten in
Turkije, aldus Diekstra.
De erkenning van de genocide door de Tweede Kamer betekent overigens niet dat het 24 april Comité stil gaat
zitten: het Comité wil in samenwerking met Nederlandse organisaties iets gaan doen aan de informatie achterstand
in Nederland over dit onderwerp, onder andere door middel van lesbrieven. Verder stelt het Comité: ontkenning
van de Armeense genocide moet de wereld uit, om te beginnen in Nederland. Daartoe zal het Comité juridische
stappen tegen ontkenners van de genocide niet schuwen.
Foto’s van de herdenking:
http://www.abovian.nl/blog/gallery/19.aspx
“ persoverzicht 24 april 2005”
Pers en media:
21 april e.v.: ANP en regionale kranten (zoals Haagsche Courant)
hebben over 24 april en herdenking in Assen geschreven.
22 april: Artikel Algemeen Dagblad: Israel negeert het Drama
van Armenie, met foto demonstratie in Jerusalem.
22 april : Radio : op Radio West (regio den Haag) 2 uur lang
aandacht voor 24 april (van 21.00 tot 23.00 uur)
23 april: artikel in NRC van Paul Scheffer
23 april: artikel in Reformatorisch Dagbad
24 april: Wereldomroep: 17.00 uur : discussie tussen Mato Hakhverdian
(Voorzitter Federatie Armeense Organisaties in Nederland- FAON) en Zeki Arslan (voorzitter Samenwerkende Turkse
Organisaties)
25 april: Opnames NOS journaal
25 april: TV -uitzending Nova tussen 22.15 en 23.00 uur: Nova
volgt ooggetuige genocide op haar tocht op 24 april naar Assen, met beelden van de tentoonstelling – [mogelijk
gecanceld]
25 april: artikel op opiniepagina Reformatorisch Dagblad
Buitenland:
Der Spiegel, nr 16: groot artikel met foto’s
PERSBERICHT
TEVENS UITNODIGING AAN DE PERS
-----------------------------
HERDENKING BIJ ARMEENSE GENOCIDE MONUMENT IN ASSEN
Den Haag, 20 april 2005 - Op 24 april, de herdenkingsdag van de Armeense genocide zal om 15.00 uur in
Assen een herdenking plaatsvinden bij het Armeense genocide-monument. Hierbij zullen als sprekers o.a. het Kamerlid
Mw. Farah Karimi alsmede hoogleraar en columnist René Diekstra optreden. De bijeenkomst, georganiseerd door
het 24 april Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON), begint met een kranslegging
en gebed bij de Armeense gedenksteen op de Assense begraafplaats de Boskamp.
Ook dit jaar zal naar het zich laat aanzien de 92- jarige overlevende
van de Armeense genocide de herdenking nog kunnen bijwonen.
Voorafgaand zal in de ochtend van 24 april een kerkdienst plaatsvinden in de Armeense Kerk in Amsterdam.
Dit jaar is het bij de herdenking voor de Armeniërs een belangrijk gegeven dat het Nederlandse parlement het
afgelopen jaar met de motie Rouvoet de Armeense genocide heeft erkend.
Het 24 april comité zal bij de herdenking de inhoud van haar verdere
activiteiten-programma voor dit jaar bekend maken, dat o.a. als doel heeft
meer bekendheid te geven aan de Armeense genocide in Nederland en ook de in Nederland wonende Turkse bevolkingsgroep,
die op dit gebied door hun regering onwetend is gehouden, voor te lichten. Ontkenning van de genocide, hoe deze
ook plaatsvindt (in kranten, websites of anderszins), zal in Nederland uitgebannen moeten worden, zonodig door
middel van juridische stappen. Europa zal onder aanvoering van o.a. minister Bot, die dit al meerdere malen
in het parlement heeft gezegd Turkije onomwonden de erkenning als voorwaarde voor verdere Europese integratie
duidelijk moeten maken.
De genocide kostte 1,5 miljoen Armeniërs het leven en is nog steeds een hot item door de Turkse ontkenning.
Turkije is onder druk gekomen door de Europese eisen de ontkenning op te geven, en trachtte vorige week nog de
internationale aandacht voor de 90-jaar herdenking af te leiden met een show door onderzoek inzake 1915 aan te
kondigen. Uit de context en ook uit het behandelde in het Turkse parlement bleek echter dat dit onderzoek maar
één uitkomst mag hebben, nl. dat er geen genocide is geweest. Begrijpelijk dat Armenië dit aanbod
dus alleen maar beleefd kan afwijzen.
De afgelopen week vonden in Nederland net als elders op de wereld al een reeks activiteiten plaats
in het kader van de herdenking van de Armeense genocide, die 90 jaar geleden in Turkije plaatsvond. Zo werd op
17 april in de Leidse Pieterskerk een herdenkingsconcert georganiseerd met Armeense klassieke muziek en met sprekers
als Seth Gaaikema (die van Armeense afkomst is), Dr. Houwink ten Cate, namens het Instituut voor Holocaust en Genocidestudies,
de heer Kortenoeven, namens het CIDI, en de heer van Eijk, Voorzitter van de Raad van Kerken. (info en foto¹s
op www.24april.nl)
Tevens werd er een tentoonstelling geopend die daar nog tot en met 21 april, 17.00 uur te zien is. Velen raakten
hier diep van onder de indruk. Het materiaal geeft een duidelijk beeld van de achtergronden van waaruit en de gruwelijke
wijze waarop de genocide heeft plaatsgevonden en is voorzien van een uitvoerige Nederlandstalige toelichting. (Zie
foto¹s www.24april.nl)
Tevens zijn in enkele foto¹s Armeense culturele schatten uitgebeeld.
Deze tentoonstelling is afkomstig van het Centrum voor Informatie en Documentatie Armenië in Berlijn.
Een apart deel van de tentoonstelling is gewijd aan materiaal, dat in Nederland is gepubliceerd over de Armeense
genocide.
Dit is het resultaat van een recent bronnenonderzoek en geeft een beeld van de aandacht die de Armeense genocide
destijds in kranten, maatschappij en politiek kreeg.
Info: www.24april.nl
Federatie Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
24 april comité
Informatie : Tel 06 2427 2574
PERSBERICHT
HERDENKINSCONCERT ARMEENSE GENOCIDE
ARMEENSE FEDERATIE: Erkenning Genocide nodig voor veiligheid Armeniërs
WIM KORTENOEVEN (CIDI): Israëlische positie m.b.t. Armeense genocide onjuist
Leiden , 17 april 2005 - Tijdens het drukbezochte herdenkingsconcert op 17 april in de Leidse Pieterkerk
ter gelegenheid van 90 jaar Armeense genocide heeft de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
de internationale gemeenschap, en speciaal Turkije opgeroepen om de Armeense genocide te erkennen. Dit in de eerste
plaats om de veiligheid van de Armeniërs te garanderen. De genocide kostte 1,5 miljoen Armeniërs het
leven. Ook duizenden andere christelijke minderheden zoals Assyriërs waren de slachtoffers van de gruwelijkheden
van het Jong Turkse beleid. De Armeense genocide is nog steeds een hot item door de Turkse ontkenning.
Veel wordt dezer dagen gesproken over de noodzaak dat Turkije in het kader van de wens om lid te worden van de
EU, het verleden onder ogen ziet, maar nooit mag worden vergeten waarom deze erkenning in de eerste plaats nodig
is. Dat is het voorkomen van herhaling. Zolang in Turkije de geschiedenis niet wordt aanvaard, blijft er gevaar
dat het opnieuw tot tragedies gaat leiden.
Erkenning en herdenking stonden centraal op deze sfeervolle herdenking met veel klassieke Armeense muziek, waar
voorts o.a. werd gesproken, vanuit de wetenschappelijke hoek door directeur van het Instituut voor Holocaust en
Genocide Studies Dr. Houwink ten Cate, die het belang van onderwijs en onpartijdig onderzoek onderstreepte. Cabaretier
Seth Gaaikema (die van Armeense afkomst is) gaf in een persoonlijk getint verhaal en met behulp van een gedicht
zijn verbondenheid aan met het lot van het Armeense volk en van alle volken die door de gruwelijkheden van genocide
worden getroffen. De Voorzitter van de Raad van Kerken van Nederland, de heer Ton van Eijk betuigde steun van de
Raad van Kerken en wees op de oproep die vanuit de Wereldraad van Kerken aan alle kerken is gericht om a.s. zondag
24 april in de kerken te bidden voor de 1,5 miljoen doden van de Armeense genocide. De heer Kortenoeven van het
CIDI sprak met een opmerkelijke helderheid over de noodzaak van de erkenning van de Armeense Genocide. Hij hekelde
de Israëlische positie m.b.t. Armeense genocide, die, geënt is op ?het niet in gevaar brengen van de
relatie met Ankara. Hij vond dit met name onjuist daar het Joodse volk lotgenoot is van het Armeense als slachtoffer
van een genocide. Tevens kwamen aan het woord de consul van de Armenië in de Benelux mw. Hasmik Soghomonian
en de priester van de Armeense kerk in Amsterdam, vader Datav vartapet Muradian.
Veel bezoekers waren erg onder de indruk van de tentoonstelling over de Armeense genocide uit Informatie en Documentatie
Centrum Armenië van Berlijn. De tentoonstelling werd geopend door de Armenoloog professor Dr. J. Weitenberg
en die nog tot en met 21 april te zien is in de Leidse Pieterskerk (dagelijks van 13.30 tot 17.00 uur).
Federatie Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
24 april comité
Informatie: Tel 06 2427 2574
http://www.24april.nl
PERSBERICHT
TEVENS UITNODIGING AAN DE PERS
-----------------------------
ARMENIERS HERDENKEN GENOCIDE DOOR TURKEN
CONCERT en TENTOONSTELLING TER GELEGENHEID VAN
90 JAAR ARMEENSE GENOCIDE
Den Haag, 16 april 2005 - De komende week vindt
in Nederland - net als elders op de wereld - een reeks activiteiten plaats in het kader van de herdenking van de
Armeense genocide, die 90 jaar geleden in Turkije plaatsvond. De genocide kostte 1,5 miljoen Armeniërs het
leven en is nog steeds een hot item door de Turkse ontkenning.
De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) heeft als start van de activiteiten op zondag 17 april
a.s. in de Leidse Pieterskerk een herdenkingsconcert georganiseerd. Armeense klassieke muziek wordt uitgevoerd
door verschillende professionele musici, Vazgen Pirdjanian en het Komitas String Quartet, Ruzanna Hakopian, canon,
Ruzanna Nahapetjan - Sopraan, met Wega kwartet en Vahé Hovhannesian, Duduk. Enkele sprekers zullen vanuit
hun invalshoek de herdenking van de Armeense genocide belichten, onder hen Dr. Houwink ten Cate, Directeur van
het Instituut voor Holocaust en Genocide Studies en Seth Gaaikema (die van Armeense afkomst is). Ook zal namens
het CIDI en de Raad van Kerken gesproken worden.
Voorafgaand aan het concert wordt - ook in de Pieterskerk - een tentoonstelling geopend, waar foto's over de Armeense
genocide te zien zijn, die een duidelijk beeld geven van de achtergonden van waaruit en de gruwelijke wijze waarop
de genocide heeft plaatsgevonden (met toelichting)
Tevens is in enkele foto's over cultuur en landschap de herleving van de Armeense cultuur uitgebeeld. Deze tentoonstelling
is afkomstig van het Centrum voor Informatie en Documentatie Armenië in Berlijn en is voorzien van een Nederlandstalige
toelichting.
Een apart deel van de tentoonstelling is gewijd aan materiaal, dat in Nederland is gepubliceerd over de Armeense
genocide. Dit is het resultaat van een recent bronnenonderzoek. Het geeft een beeld van de aandacht die de Armeense
genocide destijds in de kranten, maatschappij en politiek kreeg. De tentoonstelling is te zien tot en met 21 april.
Verdere activiteiten : Op 24 april, de herdenkingsdag zelf , zal in de ochtend een kerkdienst plaatsvinden in de
Armeense Kerk in Amsterdam, waarna om 15.00 uur in Assen een herdenking plaatsvindt bij het Armeense monument ,
waarbij als sprekers o.a. het Kamerlid mw Karimi alsmede hoogleraar en columnist Rene Diekstra zullen optreden.
Federatie Armeense Organisaties in Nederland
(FAON)
24 april comité
Informatie : Tel 06 2427 2574 ; 070 4490209
KAMERVRAGEN 2040511970
Vragen van het lid Herben (LPF) aan de minister
van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (Europese Zaken) over het muilkorven van de
Turkse pers.(Ingezonden 5 april 2005)
1. Hebt u kennisgenomen van het artikel «Turkse pers wordt gemuilkorfd»?(1)
2. Hoe beoordeelt u de nieuwe Turkse strafwet die op 1 april 2005 van kracht wordt?
Deelt u de mening van de – protesterende – Turkse journalisten dat sprake is van grote beperkingen van de persvrijheid,
omdat de maatregelen veel te ruim kunnen worden geïnterpreteerd? Hoe beoordeelt u in het licht van het voorgaande
de uitkomst van het proces tegen politiek tekenaar Musa Kart van de krant Cumhuriyet, die, na te zijn aangeklaagd
door de Turkse premier Erdogan vanwege een spotprent, is veroordeeld tot een geldboete van 3500 dollar?
3. In antwoord op Kamervragen van het lid Van Baalen
betreffende het Turkse Wetsartikel 305, getiteld «misdrijven tegen fundamentele nationale belangen»,
stelde de minister van Buitenlandse Zaken dat de bijbehorende «reasoning» (vergelijkbaar met een Memorie
van Toelichting), niet in lijn was met het Handvest van de Grondrechten van de EU en het Europees Verdrag van de
Rechten van de Mens van de Raad van Europa. Na druk vanuit Turkije en ook de EU zelf, zou deze «reasoning»
zijn aangepast.(2).
Hoe kan het, gezien bovenstaande, dat het, althans volgens de Turkse advocaat Ergin Cinmen, op grond van artikel
305 nog steeds strafbaar is om kritiek uit te oefenen op de Turkse bezetting van Noord-Cyprus en de Armeense genocide tijdens de Eerste Wereldoorlog te erkennen – nota bene
de belangrijkste redenen om destijds druk uit te oefenen op Turkije om de «reasoning» te wijzigen?
4. Welke stappen gaat de regering – bilateraal en in Europees verband – nemen, om de Turkse regering te bewegen
tot het toestaan van meer persvrijheid? Vormt het Turkse persbeleid volgens de Nederlandse regering een dusdanig
obstakel, dat het de dit jaar te starten toetredingsonderhandelingen met Turkije in de weg staat? Zo neen, waarom
niet?
(1) Utrechts Nieuwsblad, 30 maart jl.
(2) Aanhangsel Handelingen, nr. 395, vergaderjaar
2004–2005
(Ongecorrigeerd stenogram)
Plenaire vergadering Tweede Kamer 29 maart
Aan de orde is het debat over de Europese top van 22 en 23 maart jl.
(…)
De heer Rouvoet
(ChristenUnie)
(…)
Voorzitter. Ik herinner tot slot aan de aangenomen motie van mijn hand die kamerbreed is gesteund bij de bespreking
in dit huis van de resultaten van de Top op 21 december en die ging over de Armeense genocide. Er zijn verschillende
signalen waaruit blijkt dat na die datum er bij Buitenlandse Zaken op zijn minst de neiging is om de betekenis
van die kamerbreed aangenomen motie te relativeren. Dat kan natuurlijk niet. Ik roep het kabinet op tot het tonen
van ruggengraat en er zich voluit voor in te zetten dat in de politieke dialoog met Turkije de genocide -- ik doel
niet (nu?) op de gebeurtenissen in de periode 1915-1917 -- voortdurende indringend aan de orde te stellen, zoals
de motie dat ook vraagt. Graag krijg ik op dit punt een bevestiging.
(…)
Minister Bot:
(…)
De Armenië-resolutie blijft onze volle aandacht houden. Dit punt wordt regelmatig in herinnering geroepen
bij de Turkse autoriteiten. Wij volgen de ontwikkelingen in Turkije op de voet. Er is in die zin een verbinding
met Kroatië dat dit ook ten opzichte van Turkije een goed signaal is geweest dat er met de voorwaarden niet
valt te spotten. De onderhandelingen worden niet geopend als niet aan alle condities is voldaan.
De heer Rouvoet
(ChristenUnie): Ik constateer dat de unaniem aanvaarde motie door Buitenlandse
Zaken soms anders wordt benaderd. Dan gaat het om "het bespreken tussen Turkije en de Armeniërs van de
kwestie". In de motie gaat het om het voortdurend en indringend aan de orde stellen van de erkenning door
Turkije van de Armeense genocide, dus niet van de Armeense kwestie. Ik stel het op prijs als in de officiële
en minder officiële stukken van Buitenlandse Zaken ook die termen worden gebruikt. Een andere formulering
kan de indruk geven dat Buitenlandse Zaken op een of andere manier gas terugneemt en dat zou ik betreuren.
Minister Bot: Er wordt geen gas teruggenomen.
Feit is echter wel dat noch door de Turken, noch door een aantal lidstaten over genocide gesproken wordt. Ik heb
dat wel met nadruk onder de aandacht gebracht. In Turkije realiseert men zich overigens wel dat men op een of andere
manier met deze kwestie tot een arrangement moet komen. Van beide zijden worden de archieven geopend. Ik kan verzekeren
dat de regering daar keer op keer bij Turkije op aandringt.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Waarom heeft de
Nederlandse ambassade in Parijs eigener beweging een bericht naar buiten gebracht naar aanleiding van aanvaarding
van de motie-Rouvoet c.s., dat van een officiële erkenning geen sprake is en dat dit wellicht later nog zal
gebeuren?
Minister Bot: Ik zal dat nagaan. Dat staat mij
niet voor de geest.
(…)
Het 24 April comité publiceert het programma
voor de herdenking in 2005 in Nederland van het feit dat het 90 jaar geleden is, dat de armeense genocide plaats
vond.
Een herdenkingsconcert op 17 april met Armeense klassieke muziek en een
tentoonstelling zijn de voornaamste extra elementen in het programma in Nederland ter gelegenheid van deze 90 jaar
herdenking. Daarnaast vindt, evenals in Armenië op 24 april zelve de ceremonie en kranslegging bij het Armeense
monument in Assen plaats.
Zie aankondigingspagina
Het 24 April Comité is een orgaan van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
Voor reacties mailt u naar: april24committee@wanadoo.nl
|