I N F O


 
 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

begin

nieuws

aank.

info

media

links

foto's

archief

contact

 
 
 





















 

MEER INFORMATIE OVER LOPENDE ZAKEN





Toespraak van het CU Tweede Kamerlid Mw. Wiegman bij de herdenking in Assen, van de moord op Hrant Dink in 2007.


Vandaag is het een jaar geleden dat Hrant Dink is vermoord. Hij bracht in Turkije nadrukkelijk de Armeense genocide uit 1915 onder de publieke aandacht, kwam op voor de belangen van Armeniërs in Turkije en trachtte de democratie te bevorderen.
Hij was tegen het gebruik van het woord 'ras', omdat dat leidt tot discriminatie. Hij discussieerde graag over nationaliteit en identiteit. Een discussie over nationale identiteit wordt nooit gevoerd op rationele gronden, wist Dink. 'Daarom is dat een pijnlijk en traag verlopend proces. Het Westen, en ook de Armeense diaspora, gaat dit alles te langzaam, maar dat is onvermijdelijk en niet erg', merkte hij eens optimistisch op.
Dink volgde met grote belangstelling de toetredingsonderhandelingen van Turkije tot de Europese Unie. Hij constateerde dat Europa en Turkije verstrikt zijn in een relatie van wederzijdse angst. En ,,waar angst domineert, ontstaat weerstand tegen veranderingen op alle maatschappelijke niveau's in een samenleving. Hoe meer sommige mensen werken aan openheid, hoe meer mensen met angst werken aan het gesloten houden van een samenleving. Dat speelt tussen Europa en Turkije, maar ook binnen de Europese en Turkse samenlevingen.'' In Turkije tonen de processen tegen mensen als Dink en de schrijver Orhan Pamuk hoe het doorbreken van taboes steeds tot paniek leidt. Dit geldt met name voor de Armeense kwestie, een van de grootste taboes in Turkije. In zo'n atmosfeer, schreef Dink eens, moeten we ons laten leiden door de eerste woorden van het Turkse volkslied: Wees niet bang. In een van zijn laatste stukken schreef Dink over de angst die de bedreigingen toch bij hem veroorzaakten, nadat hij aangeklaagd was voor belediging van de Turkse identiteit. Maar het verlaten van een kokende hel om naar een hemel te rennen, was niets voor hem, schreef hij. Hij wilde deze hel veranderen in een hemel.
Nederland en Europa zullen vast moeten houden aan het principe dat een land dat zijn eigen verleden niet onder ogen wil zien, geen lid kan worden van de Europese Unie. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en rechten van minderheden kenmerken de Europese Unie.
"Niet wat je wenst maar resoluut het goede doen. Niet dromen over mogelijkheden maar onbevreesd de werkelijkheid", het zijn woorden van Dietrich Bonhoeffer. Hij was theoloog en verzette zich in de Tweede Wereldoorlog tegen het nazisme. Tijdens zijn gevangenschap werkte hij aan een ethiek van verantwoordelijkheid en vrijheid; van medemenselijkheid, omdat die verantwoordelijkheid niet kan ophouden bij het eigen ik. Vrijheid ligt niet in verheven gedachten, alleen in de daad.
Bij de zelfgekozen verantwoordelijkheid voor het wel en wee van de wereld hoort ook gemeenschapszin en het zonder aanzien des persoons handelen, dus zonder erg veel nadruk te leggen op ras en clan, rang en stand. Bonhoeffer en Dink hebben in deze visie iets van elkaar weg.

Ik wil afsluiten met een paar in het Nederlands vertaalde dichtregels van Bonhoeffer:
niet in het mogelijke zweven
maar dapper de werk'lijkheid grijpen
vrijheid ligt niet in de stroom der gedachten
maar enkel in 't doen




















Videoimpressie van de herdenking in Assen op 24 april 2007, door André Cunningham













Den Haag, 23 januari 2007

Verklaring naar aanleiding van de
moord op Hrant Dink


"Hoe serieus de bedreigingen zijn die ik krijg, weet ik niet. Het
ergste is de marteling die ik mezelf aandoe. Ik zie de mensen naar me
kijken en denken 'he, is dat geen Armeen?' En dan begint de molen in
mijn hoofd.
"

Dat schreef Hrant Dink in het laatste nummer van AGOS, het weekblad
voor in Turkije wonende Armeniërs, waarvan hij hoofdredacteur was.

Hrant Dink werd doodgeschoten op 19 januari 2007 voor het kantoor van
zijn tweetalige krant AGOS in Istanbul. Wij speken onze afschuw
hierover uit.

Zijn tweetalige krant stond model voor de dialoog die hij in Turkije
probeerde op gang te brengen tussen Turken en Armeniërs. De laatste
maanden begon hij de moed te verliezen; er veranderde niets in Turkije
en de bedreigingen namen toe. Meer dan 2600 bedreigin-gen waren niet
genoeg om de gevraagde bescherming van de politie te krijgen.

Wij nemen kennis van de reactie van de Turkse regering, die de moord
"betreurt". Maar Turkije gaat verre van vrijuit in deze. Het lijkt te
gaan om een andere Turkse regering, dan die wij kennen. Wij weten dat
Turkije meer dan wie ook in staat is met 2 monden te spreken en deze
gelegenheid, zelfs de begrafenis van Hrant Dink, aan te grijpen om
zichzelf in positieve zin te profileren.

Daarom is waakzaamheid geboden, immers Turkije is zonder enige twijfel
zelf medever-antwoordelijk voor deze politieke moord. Niet alleen door
Hrant Dink feitelijk geen bescherming te bieden, maar ook door een
klimaat te creëren, waarin Armeniërs, Koerden, Arameeërs, Assyriërs en
andere minderheden, in een verkeerd daglicht worden gesteld. Met name
valt Turkije in deze verwijten te maken over de vrijheid van
meningsuiting en de positie van minderheden.

De redenen daarvoor zijn:

- Door het creëren van wetgeving als artikel 301 van het Turkse
Wetboek van Straf-recht,waarin het denigreren van de Turkse identiteit
strafbaar is gesteld (een kapstok voor alles wat onwelgevallig is),
waardoor weldenkende mensen in Turkije monddood zijn gemaakt. Zonder
dit artikel was Dink niet vervolgd, veroordeeld en doelwit geworden
voor nationalisten.

- Door de agressie die met de ontkenningspolitiek inzake de genocide
tegen Armeniërs wordt opgewekt, waarbij Armeniërs niet als
slachtoffers maar als daders worden voorge-steld. Turken in binnen- en
buitenland zijn onlangs nog opgeroepen ieder op zijn wijze de Armeense
"beschuldiging" van genocide te bestrijden. Deze ontkenning tegen
beter weten in is de angel in de Turks-Armeense relaties.

Met de ontkenning en de wijze waarop, worden rechts-nationalistische
elementen voortdurend gevoed, ook de organisatie die de jonge dader
tot de moord op Dink heeft aangezet.

Wij vinden dat Turkije nu duidelijk zal moeten maken, dat het op
drastische wijze deze ontkenning opgeeft, en alle hetze tegen
Armeniërs stopt. Zonder snelle en concrete maatregelen kan de
veroordeling door Turkije van de deze moord slechts als
ongeloofwaardig vertoon worden beschouwd.

Wij staan voor de vrijheid van meningsuiting en de dialoog, die Hrant
Dink zo moedig voorstond.

Wij staan een democratisch Turkije voor, zonder fascisme, nationalisme.

Wij veroordelen de ontkenning van de genocide op de Armeniërs en
roepen Nederland en Europa op deze ontkenning in al zijn vormen zeer
scherp te veroordelen.

Wij roepen Turkije op echt zo "anders" te worden, als de veroordeling
van de moord op Dink lijkt te betekenen.

Wij roepen Nederland, Europa, op kritisch, zeer kritisch Turkije te volgen.


Samenwerkende Armeense Organisaties

Mensen Rechten Vereniging Turkije / Nederland

Federatie Koerden in Nederland (FEDKOM)

Federatie van Democratische Verenigingen van Arbeiders uit Turkije in Nederland (DIDF)

Suryoye Aramese Federatie Nederland (SAFN)

Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM)

Samenwerkende Provinciale Aramese Organisaties (SPAO)

Stichting Cema (Koerden uit Dersim)

Stichting Utopiya (voor kunst en literatuur)














VRAGEN EN ANTWOORDEN OVER HET 24 APRIL COMITE


is uw vraag er niet bij, mail naar
24aprilcommittee@wanadoo.nl



1. WAT IS HET DOEL VAN HET 24 APRIL COMITE

Antwoord: de volledige naam van het comité is: 24 april comité voor de
herdenking en de erkenning van de Armeense genocide. Dat is dus het
doel van het comité.
Andere onderwerpen zijn niet aan de orde.

2. Kan ik het werk van het 24 april comité financieel steunen?

Antwoord: graag: u kunt uw bijdrage storten op
ABN Amro nr 56707978 ten name van ACVA24 april, te Rijswijk, ZH.

3. Is de Armeense genocide in Nederland erkend?

Op 21 december 2004 heeft de Tweede Kamer unaniem een motie aangenomen
van Kamerlid Rouvoet, waarin de Nederlandse regering wordt gevraagd de
erkenning van Armeens genocide voortdurend en nadrukkelijk aan de orde
te stellen in de dialoog met Turkije. De Minister van Buitenlandse
Zaken heeft deze motie verwelkomd.
Door de bewoordingen van deze motie, en met name het gebruik van het
woord genocide, wordt zowel in de nationale politiek als door
internationale deskundigen het standpunt ingenomen dat de facto met
deze motie de erkenning van de Armeense genocide een feit is. Het feit
dat de Minister van Buitenlandse Zaken namens het kabinet de motie
heeft verwelkomd betekent dat regering en parlement het in deze eens
zijn.

4. Zijn er ook Nederlanders die het werk van het 24 april comité steunen

Zeer veel Nederlanders, bekende en minder bekende, steunen het comité.
Een aantal bekende Nederlanders uit de wereld van politiek, wetenschap
en kunst, hebben zich in het comité van Aanbeveling verbonden met het
doel van het comité.

5. Hoe kan ik het 24 april comité bereiken?

U kunt mailen naar: 24aprilcommittee@wanadoo.nl
U kunt bellen naar: 070-4490209 (graag een boodschap achterlaten, u
wordt teruggebeld)

6. Waar kan ik informatie over de Armeense genocide vinden?

Antwoord: op de website kunt u informatie en artikelen in twee talen
vinden. U kunt daar ook een verhandeling over de geschiedenis vinden
van de hand van drs T Zwaan van het Centrum voor Holocaust en
Genocidestudies in Amsterdam.
Verder treft u ook vele links aan naar internationale sites , waar
informatie te vinden is.
Als u specifieke vragen hebt kunt u die natuurlijk per mail of
telefoon aan ons stellen.


7. Behoort het 24 april Comité tot enige politieke groepering

Antwoord : nee. Het 24 april comité is een orgaan van de Federatie van
Armeense Organisaties in Nederland (FAON). Dit is een
samenwerkingsverband van een aantal Armeense sociaal-culturele
verenigingen en stichtingen in Nederland.






Discussie op Radio 1 over het wetsvoorstel strafbaarstellen ontkennen genocide


  beluister radiodiscussie van vrijdag 2 juni 2006








NCRV 1opdeMiddag is iedere vrijdag van 14.00 tot 17.00 uur te beluisteren op Radio 1
Presentatie: Sjors Fröhlich












<

HERDENKING 24 APRIL



.Docuclip over 24 april door André Cunningham





Demonstratie in Den Haag
Georganiseerd door Hay Tad Holland

Zie www.haytad.nl voor het volledige herdenkingsprogramma van Hay Tad Holland




Datum:
Zondag, 23 april 2006
Tijd: 19.00 uur
Plaats: Malieveld - Den Haag
Programma: Avonddemonstratie in Den Haag ter nagedachtenis aan de 1,5 miljoen slachtoffers van de Armeense genocide van 1915


PETITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Het 24 april comité van de Federatie van de Armeense Organisaties in Nederland (FAON)

Overwegende

– dat 90 jaar geleden de Armeense bevolking in het Ottomaanse Rijk is uitgeroeid door stelselmatige massamoorden en deportaties gericht op vernietiging van deze etnische groep, waarbij ook andere christelijke minderheden zoals Assyriërs en Grieken slachtoffer waren;

– dat deze genocide jegens de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog gepleegd door het Jong Turkse bewind, door de Turkse overheid stelselmatig wordt ontkend;

– dat uitingen over deze gebeurtenissen in Turkije nog steeds tot vervolging kunnen leiden;

– dat toetreding van Turkije tot de Europese Unie een democratische rechtsstaat vereist met respectering van mensenrechten en rechten van minderheden, vrijheid van godsdienst en van meningsuiting en met goede relaties met de buurlanden;

– dat afgelopen jaar de Europese Unie onder Nederlands voorzitterschap heeft besloten dat op 3 oktober 2005 onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Europese Unie kun nen beginnen, mits voldaan is aan aantal voorwaarden waaraan nog niet volledig was voldaan;

– dat de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, zonder objectieve beoordeling van het eigen verleden en met name zonder erkenning van de Genocide gepleegd jegens Armeniërs niet geloofwaardig zal zijn voor een waardengemeenschap als de EU;

– dat Minister Bot bij verschillende gelegenheden de Tweede Kamer heeft verzekerd dat Turkije weet, dat het zonder erkenning van het verleden niet kan toetreden tot de EU;

– dat in steeds toenemende mate ook het Nederlandse publiek blijk geeft van betrokkenheid en zich bewust is van het onrecht dat de Armeniërs door de genocide, maar ook door de ont kenning daarvan wordt aangedaan; dat dit bij Nederlandse tot onbegrip en onvrede leidt over het uitblijven van helderheid ten opzichte van Turkije;

– dat een aantal leden van de Turkse gemeenschap in Nederland de moed hebben om openlijk
de genocide te erkennen;

– dat de afgelopen jaren in de Tweede Kamer in vele debatten met de Minister van Buiten-landse Zaken, de heer B. Bot, over de opstelling van Turkije ten opzichte van Armeense zaken is gesproken;
Vaststellende

– dat de Tweede Kamer op 21 december 2004 de Armeense genocide heeft erkend door middel van het unaniem aanvaarden van de motie Rouvoet (21 501-20, nr. 270) welke motie door de regering bij monde van Minister van Buitenlandse Zaken werd verwelkomd;

– dat de Turkse opstelling ten opzichte van de Armeense genocide en ten opzichte van buurland Armenië, waarmee het de grenzen gesloten houdt en geen diplomatieke betrekkingen wil aanknopen, niet passend is voor een land dat tot de EU wenst toe te treden;

– dat immers vanuit de Turkse overheid op allerlei manieren nog steeds een actieve ontkenningspolitiek wordt gevoerd, die de afgelopen maanden weer sterker is opgelaaid, waarbij verdraaien en omkering van feiten plaatsvindt, waarmee voeding wordt gegeven aan rechts-nationalistische gevoelens van Turken in Turkije en daarbuiten 1 ;

– dat ook de oproep van Premier Erdogan aan de vooravond van de 90-jarige herdenking van de Armeense genocide, om met een Armeens Turkse commissie van historici over de gebeurtenissen van 1915 te spreken gezien de context niet anders kan worden opgevat dan als propagandastunt 2 ;

– dat weliswaar in Turkije onder kleine groepen intellectuelen discussie over het verleden op gang komt, maar dat deze vanuit de regering wordt ontmoedigd door talloze uitspraken zoals recent die van de Minister van Justitie dat het houden van een universitaire conferentie in Istanbul over de Armeense kwestie een dolksteek in de rug van de Turken zou zijn, hetgeen samen met de daaruit voortvloeiende uitspraak van de politie de veiligheid van de deelnemers niet te kunnen waarborgen, aanleiding was de conferentie uit te stellen;

– dat ook dezer dagen de Turkse regering weer blijk gaf van een politiek van volledige ont-kenning, gezien de uitspraken van minister Gül, dat hij de (uitgestelde) conferentie ziet als gelegenheid om het regeringsstandpunt onder de aandacht te brengen, en om te voorkomen dat nieuwe generaties weer met ongegronde beschuldigingen worden beïnvloed, terwijl deze conferentie tegelijkertijd moet dienen als propaganda in de richting van Europa, gezien dat de uitgestelde conferentie blijkens Turkse media op aandrang van premier Erdogan vóór 3 oktober plaatsvindt;

– dat het vanzelf spreekt dat in de relatie tussen Turkije en Armenië de gebeurtenissen op een voor beide landen aanvaardbare wijze bespreekbaar moet worden gemaakt 3 ;

– dat de Turkse opstelling ten aanzien van de Armeense genocide niet past voor een kandidaat lidstaat en het gesloten houden van de grens met Armenië binnen de criteria van Kopen-hagen, met name het vereiste van de democratische rechtsstaat en rechten van minderheden;

– dat de uitspraken van Minister Bot dat Turkije zich ervan bewust is dat het niet kan toe-treden zonder met het verleden in het reine te zijn gekomen, geen basis vinden in het onder-handelingspakket dat thans voor Turkije voorligt;

– dat het gezien de huidige houding van Turkije noodzakelijk is deze voorwaarde in het on-derhandelingspakket te verankeren;

– dat het Europees Parlement op voorafgaand aan de Eurotop van 17 december 2004 nog-maals de erkenning van de genocide expliciet heeft genoemd onder de voorwaarden waaraan Turkije moet voldoen in het kader van toetreding tot de Europese Unie;
Verzoekt de Tweede Kamer om
uit te spreken:


– de ontkenningspolitiek van Turkije scherp te veroordelen en op te roepen hieraan consequenties te verbinden voor wat betreft de aanvang van de toetredingsonderhandelingen metTurkije;
de Minister dringend te verzoeken:

– nakoming te eisen van alle criteria, op het gebied van mensenrechten en rechten van min-derheden, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en persvrijheid, alvorens rechtens met de onderhandelingen kan worden begonnen;

– uitvoering te eisen van het criterium van het hebben van goede relaties met buurlanden, door het onverwijld openen van de grens met Armenië en het aangaan van diplomatieke be-trekkingen
met dat buurland;

– de Europese partners te overtuigen van de noodzaak van opname van de erkenning van de Armeense genocide als voorwaarde in het onderhandelingsdocument met Turkije;

– op uitstel van de start van onderhandelingen aan te dringen als bovengenoemde zaken niet
bevredigend kunnen worden opgelost.
* * * * *
Aldus overhandigd op 30 augustus 2005 in het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Ge-neraal
aan Mw. Drs. G.M. van Heteren, voorzitter van de vaste Kamercommissie van de
Tweede Kamer voor Europese Zaken.


--------------------------------------------------------------------
1 Voorbeelden hiervan o.a. zijn het door Turkije (nl. Turkse Kamer van Koophandel), op misleidende wijze, nl. in Time magazine bij wijze van toeristische informatie, laten verspreiden van een DVD waarop behalve korte toeristische informatie een 70 minuten durende propaganda documentaire staat, waarin op bijzonder haatzaaiende wijze de Arme-niërs ervan worden beticht dat wat hen is overkomen volledig aan henzelf te wijten is. Ook heeft Turkije zich verzet tegen opname in het onderwijs pakket in Duitsland van informatie over de Armeense genocide, in plaats van ook intern tot rechtzetting van de ontkennende geschiedenisboeken over te gaan. De rol van het onderwijs ook voor Nederland en in Nederland wonende Turken niet voldoende kan worden benadrukt, daar ook in Nederland Turken zich – ook bij afwezigheid van Nederlands onderwijsmateriaal – blijven beroepen op de Turkse lezing van de geschiedenis (zie de recente zaak van Turkse raadslid in Almelo, die zijn uitspraak dat de Armeense genocide “een sprookje” is, niet wil intrekken. Voorts worden via de kabel urenlange Turkse uitzendingen met Engelse vertaling met dit soort uitspraken uitgezonden.
2 Dat het hier niet om wens om waarheidsvinding gaat, bleek o.a. uit het feit dat meteen al de uitkomst van zo'n debat
werd vastgesteld, door toevoegingen dat Turkije trots is op zijn geschiedenis en dat er geen genocide heeft plaatsge-had. Voor het vormen en werken van een dergelijke commissie zonder dat er normale (diplomatieke) relaties tussen Turkije en Armenië zijn en zonder dat Turkije de grensblokkade met Armenië opheft ontbreken de randvoorwaarden, zodat Armenië om dergelijke randvoorwaarden gevraagd heeft. Ook door het op volle toeren draaien van de ontkenningsmachine en de verschillende uitspraken van Turkse gezagsdragers en het voltallige Turkse parlement op 13 april kan het aanbod van een commissie niet als geloofwaardig en reëel worden bestempeld. Verwezen mag worden naar m.n. de laatste 2 alinea's van een schrijven dat de Turkse ambassadeur in Nederland op 18 april aan de Eerste Kamer toezond en waarbij landen die zich over de Armeense genocide hebben uitgelaten, wordt worden veroordeeld.
3 Dit zijn de woorden van Minister van Buitenlandse zaken Bot in de Eerste Kamer tijdens het debat over de Staat van de Unie op 9 november 2004.





Inhoud van de rondgezonden brief

Herdenking 90 jaar
Armeense Genocide in Nederland


Het is 90 jaar geleden, dat een heel volk werd vernietigd in zijn eigen land. Het gaat niet om één of om enkele personen, niet om een wijk, een dorp of een stad, maar de hele Armeense bevolking van West Armenië werd gedeporteerd en beestachtig uitgeroeid door het Jong Turkse bewind volgens een vooraf opgesteld plan.

De “geciviliseerde” overheden zagen het en zwegen en lieten daardoor de Turkse misdadigers hun gang gaan om massamoorden uit te voeren. De stilte van de zelfde overheden heeft zich, helaas, voortgezet in Lausanne en tot in Brussel aan toe, van 1915 tot 2005, waardoor achtereenvolgende Turkse regeringen de gelegenheid kregen om deze misdaad te ontkennen.
Wij zijn blij dat inmiddels het hoogste politiek orgaan van Nederland, de Tweede Kamer, op 21 december 2004 , in navolging van enkele andere landen, thans officieel de Armeense genocide heeft erkend.
Het Armeense volk werd slachtoffer, maar werd niet verslagen. Het handjevol Armeniërs, dat aan het Turkse zwaard ontsnapte, zonder huis, zonder eigen land, werd gedwongen zich over de hele wereld te verspreiden.
“Er is geen Armeense kwestie, want er zijn geen Armeniërs” riepen trots de Jong Turkse moordenaars. Maar het Armeense volk vond zijn weg terug en kon hetzij in het kleine en zwakke Armenië hetzij in de Diaspora nieuwe successen boeken en bewees nogmaals zijn sterke wil om te leven.
Vandaag de dag, 90 jaar na de volkerenmoord, moet het Armeense volk vastbesloten en eendrachtig strijd voeren voor het realiseren van zijn legitieme rechten. Alleen met onze gezamenlijke inzet zal
het mogelijk zijn onze doelen te bereiken.
Het 24 april comité van de Federatie van de Armeense Organisaties van Nederland bewust van het belang van de herdenking van 90 jaar Armeense genocide, roept iedereen voor wie de menselijke
waardigheid belangrijk is, op om eensgezind de herdenkings- plechtigheden bij te wonen.
Om onze eer te betuigen aan 1,5 miljoen slachtoffers van ons volk en voor de hernieuwing van onze plicht om de strijd voort te zetten tot de mondiale erkenning van de Armeense genocide en voor de
realisatie van onze gerechvaardigde eisen, organiseert het 24 april comité de volgende drie activiteiten:
(
Uw financiële bijdrage voor deze herdenking kunt u storten op ABN AMRO rekening 567079678 t.n.v. ACVA - inzake 24 april in Rijswijk ZH)

Met medewerking van:

Prof. Dr. J. Th. M. Houwink ten Cate - Holocaust and Genocide Institute
Amsterdam
Seth Gaaikema - Cabaretier, tekstschrijver
Farah Karimi - Lid Tweede Kamer
René Diekstra - Hoogleraar psychologie
Vahé Hovhannesian - Duduk
Vazgen Pirdjanian - Komitas String Quartet
Ruzanna Nahapetjan - Sopraan
Ruzanna Hakopian - Canon
Hambardzum Sahakian - Voordracht
Nicolai Romashuk jr. - Duduk
and others - en anderen


1. Op 17 april, om 14.00 uur zal in de Pieterskerk te Leiden een herdenkingsconcert worden gehouden met Armeense klassieke muziek uitgevoerd door Armeense en Nederlandse musici, alsmede
worden er korte toespraken gehouden door maatschappelijke en politieke persoonlijkheden.
2. Van 17 april t/m 21 april wordt in de Pieterskerk te Leiden een tentoonstelling gehouden van documenten en foto’s over de Armeense genocide.
3. Op 24 april om 15.00 uur wordt bij het Armeense monument op de begraafplaats “De Boskamp” te Assen een bijeenkomst gehouden met kranslegging bij het monument en een herdenking in de aula van de begraafplaats met toespraken van prominente persoonlijkheden uit maatschappij en politiek en
met Armeense muziek.

Het 24 april comité van de Armeense Federatie (FAON)

Brief in pdf




Comité van Aanbeveling


Van het 24 april Comité ter herdenking en erkenning van de Armeense genocide



L. C. van Dijke Voorzitter; public affairs VolkerWessels; ex-kamerlid
Prof B. Bichakjian Hoogleraar Franse Taal en Cultuur, Universiteit van Nijmegen
Drs. H. van Bommel, Lid Tweede Kamer
Mw.drs. K.G. Ferrier, Lid Tweede Kamer
Freek de Jonge, Cabaretier
Prof. Dr. W. J. van der Dussen, Hoogleraar Cultuurgeschiedenis en Filosofie Open Universiteit NL
Mw. Drs. F. Karimi, Lid Tweede Kamer
Dr. Th. M. van Lint, Calouste Gulbenkian Professor of Armenian Studies, University of Oxford
Mr. A. Rouvoet, Lid Tweede Kamer
Drs. Paul Scheffer, Bijzonder Hoogleraar Grootstedelijke Problematiek UvA, publicist
Mr. C. van der Staaij, Lid Tweede Kamer
Drs. E. van Thijn, Lid Eerste Kamer
Prof. J. Weitenberg, Hoogleraar Armenologie, Universiteit Leiden








FEDERATIE ARMEENSE ORGANISATIES NEDERLAND
24 april comité voor erkenning en herdenking van de Armeense genocide 1915
1915 - 2005
HERDENKING ARMEENSE GENOCIDE






24 APRIL COMITÉ TOT ERKENNING EN HERDENKING VAN DE ARMEENSE GENOCIDE 1915

 

^Terug^

   


BEGIN

NIEUWS

AANKONDIGING

LINKS

M E D I A

FOTO'S

ARCHIEF



© April 24 Commitee - The Hague april 2004