MEDIA -1



 
 
 

 
 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

begin

nieuws

aank.

info

media

links

foto's

archief

contact

 
 
 

 
 

Hier vindt u alle binnengekomen pers- en andere berichten:

HERKOMST


ONDERW.


DATUM


SOORT


 

 

 

 

       
ANP

Herdenking genocide

24-04-10

persbericht

       
Reformatorisch Dagblad

erkenning genocide

23-04-10

pers

       
FAON

Herdenking genocide

22-04-10

persbericht

       
FAON & Hay Tad

Demonstratie

20-04-10

persbericht

       
FAON

Herdenking genocide

25-04-09

persbericht

       
FAON

Herdenking genocide

22-04-09

persbericht

       
Trouw

’Straf ontkennen van genocide’

12-12-08

persartikel

       
FAON

Schr. vragen over vervolging T.Demirer

26-09-08

persbericht

       
FAON

Protest over "havikencursus"

25-09-08

persbericht

       
FAON

Antwoord minister

14-07-08

persbericht

       
FAON

Kamervragen

20-06-08

persbericht

       
Reformatorisch Dagblad

Ontkennen genocide kan echt niet

25-04-08

artikel 

       
Reformatorisch Dagblad

Armeniërs: Meer druk op Turkije 

24-04-08 

pers 

       
FAON

Herdenking 93 jaar Armeense Genocide
georganiseerd door het 24 april Comité van de Armeense Federatie (FAON)

24-04-08

persbericht

       
 FAON

 Aanbieding petitie en het boek "De eerste Holocaust" van Robert Fisk aan 2e kamer

 21-04-08

 persbericht

       
De Volkskrant

Extreemrechtse Turken opgepakt 

23-01-08

pers

       
FAON

 Nederland kritischer over Turkije dan Europese Commissie

6-12-07

persbericht

       
FAON

FAON betreurt lot genocideresolutie in VS

26-10-07

persbericht

       
FAON

kamervragen m.b.t. veroordeling Arat Dink

25-10-07

persbericht

       
FAON

Herdenkingsavond op 25 april in Brussel

22-04-07

persbericht

       
FAON

Verzoek aan regering niet in te stemmen met EU richtlijn

19-04-07

persbericht

       
ANP

Aangifte Albayrak dreigt voor belediging Turkije

15-03-07

pers

       
 NRC

Genocidezaak: Turk veroordeeld 

12-03-07 

 pers

       
ANP

Turkse overheid censureerde catalogus Istanbul'

12-02-07

pers

       
 FAON

Armeense Minister van BuZa in Nederland

 28-01-07

 persbericht

       
Samenw. Arm. Org. e.a.

Demonstratie n.a.v.
moord op Hrant Dink

23-01-07

persbericht

       
Telegraaf

Vermoed. dader aanslag gepakt

21-01-07

pers

       
NRC Handelsblad

Moord op Hrant Dink

20-01-97

pers

       
ANP

 Armeense journalist wint Oxfam Novib PEN Award

13-11-06 

 pers

       
Volkskrant

Mijden van 'g-woord' door PvdA valt slecht

8-11-06

pers

       
FAON

Arm. federatie op bezoek bij min. Verdonk

24-10-06

persbericht

       
Algemeen Dagblad

Kamerlid Albayrak tart PvdA

14-10-06

pers

       
De Volkskrant

‘Relaties met Ankara flink beschadigd’

13-10-06

pers

       
FAON  Armeense federatie juicht franse wet toe

13-10-06

pers

       
NRC Handelsblad

Frans verbod op ontkenning volkerenmoord

12-10-06

pers

       
Reformatorisch Dagblad

 Premier: Bedreiging om genocide zorgelijk

 11-10-06

 pers

       
Het Parool

Armeense lobby is sterk

10-10-06 

 pers

       
FAON

Armeense Federatie: standpunten Coruz en Albayrak nog niet opgehelderd

28-09-06

persbericht

       
Reformatorish Dagblad

Turkije bekritiseert CDA en PvdA

28-09-06

pers

       
FAON

Armeense Federatie blij met schrappen kandidatuur Sacan door PvdA

26-09-06

pers

       
 ANP

 PvdA schrapt kandidaat-Kamerlid om Armenië-standpunt

 26-09-06

 persbericht

       
Nederlands Dagblad

 Genocide

26-09-06

pers

       
Fries Dagblad

De Armeense kwestie...

25-09-06

pers

       
 Elsevier

 PvdA handhaaft genocide-ontkenner

 25-09-06

 pers

       
Refomatorisch Dagblad Ophef over kandidaat PvdA inzake ontkenning genocide

25-09-06

pers

Trouw

Turkse jurist wil CDA’ers voor rechter
Gedraai over Armeense kwestie

23-09-06

pers

       
ANP

CDA-kandidaten erkennen genocide Armeniërs

22-09-06

pers

       
Trouw

Heel wat Turken in CDA, PvdA en VVD ontkennen genocide

22-09-06 

 pers

       
Het Financieële Dagblad

Armeense gemeenschap heeft moeite met CDA-kandidaat

21-09-06

pers

       
Trouw

Kandidaten CDA ontkennen genocide Turken

21-09-06

pers

       
FAON

Armeniërs willen duidelijkheid van Turkse kandidaat-Kamerleden over genocide-standpunt

12-09-06

persbericht

       
 NRC Handelsblad

 Turkse erkenning
genocide niet uitgesloten

 9-09-06

 pers

       
Volkskrant

 Claim tegen Pamuk afgewezen

 28-07-06

 pers

       
NRC

EU laakt Turkije om veroordeling van journalist

13-07-06

pers

       
NRC

Bevestiging straf
Hrant Dink

12-07-06

pers

       
 ANP

 Wetsontwerp strafbaarstelling ontkennen genocide

1-06-2006 

 pers

       
Christen Unie

wetsontwerp

01-06-2006

persbericht

       
 
 
 
 
Vervolg overzicht 2006-2    
       
Vervolg overzicht 2005    
       
Vervolg overzicht 2004-1    
       
Vervolg overzicht 2004-2    
       



Armeniërs herdenken genocide

ASSEN (ANP) - Tussen de vijf- en zeshonderd mensen hebben zaterdag in Assen de Armeense genocide herdacht. Dat heeft een woordvoerster van de Armeense gemeenschap in Nederland laten weten. Ook in Almelo, waar een groot aantal Armeniërs woont, en in Amsterdam waren herdenkingen en kerkdiensten. De herdenking was bij de gedenkplaat op begraafplaats De Boskamp. Ook was er een korte kerkdienst. SGP-senator Gerrit Holdijk en consul Arshak Manoukian van Armenië hielden toespraken.

De genocide begon op 24 april 1915 toen in Istanbul driehonderd intellectuelen werden opgepakt, gedeporteerd en gedood. Over de hele wereld herdenken Armeniërs de genocide, waarbij 1,5 miljoen Armeniers in het toenmalige Ottomaanse Rijk omkwamen en waarvan ook andere christelijke minderheden slachtoffer zijn geworden.

Dinsdag demonstreerden Armeniërs in Den Haag en boden een petitie aan de Tweede Kamer aan. Zij willen dat er ook in Den Haag een monument komt ter herdenking van de slachtoffers van de genocide. Ook willen zij dat het Internationaal Strafhof zich alsnog over de kwestie buigt, het verzoek daartoe ligt er al, aldus de woordvoerster. De bedoeling is dat Turkije de genocide erkent. Tot nu toe ontkent Turkije dat er volkerenmoord heeft plaatsgevonden.





FAON bezorgd over Turkse PvdA’er
23-04-2010 11:40 | Redactie politiek

DEN HAAG – De Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) maakt zich zorgen over de nummer 25 op de PvdA-kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen. De Turkse sociaaldemocraat Metin Çelik zou de Armeense genocide uit 1915 niet voluit erkennen.

Çelik erkende in 2006 tegenover het AD dat het Armeense volk destijds „iets vreselijks” is overkomen, maar wilde dat volgens de krant geen genocide noemen. „Dat is voer voor historici”, aldus toenmalig PvdA-raadslid Çelik.

Het huidige kandidaat-Kamerlid zei verder: „Als zij oordelen dat sprake is geweest van volkerenmoord, dan moet dat ook volkerenmoord worden genoemd. Het punt is alleen dat historisch nog altijd niet duidelijk is in welke omvang en door wie die dan precies is gepleegd. Goed uitzoeken dus, deze kwestie.”

De FAON heeft de PvdA enkele weken geleden „in algemene zin” aangeschreven over de ontkenning van de Armeense genocide, heeft Inge Drost van FAON vanmorgen desgevraagd gezegd, „om situaties zoals in 2006 te voorkomen.” De PvdA schrapte toen kandidaat E. Saçan van de kieslijst omdat hij de Armeense genocide niet wilde erkennen. Het CDA haalde om dezelfde reden toen de kandidaten A. Tonca en O. Elmaci van de kieslijst.

De PvdA heeft de federatie verzekerd dat genoemde brief is gelezen door de partijleiding. Partijvoorlichter E. Buter stelde vrijdagmorgen desgevraagd dat Çelik op het punt van de Armeense genocide „altijd de partijlijn heeft gesteund, zowel in 2006 als nu.” De PvdA steunt de motie-Rouvoet uit 2004, die de regering verzoekt binnen het kader van de toetredingsonderhandelingen tussen de EU en Turkije „voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen.”

Die motie wordt gelezen als officieuze erkenning van de genocide door de Kamer.





Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON)
24 april comité voor erkenning en herdenking van de Armeense genocide 1915

Persbericht

Den Haag, 22 april 2010 – Op zaterdag 24 april 2010 zal de Armeense gemeenschap kransen leggen bij het Armeense genocidemonument in Assen. De plechtigheid vindt plaats om 13.00 uur op begraafplaats “De Boskamp” in Assen. Vele belangstellenden en prominenten, zoals J. Voordewind lid Tweede Kamer voor ChristenUnie en G. Holdijk fractievoorzitter SGP van de Eerste Kamer, worden verwacht. Het programma maakt deel uit van de jaarlijkse herdenking van de Armeense genocide van 1915, die door het 24 April Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) wordt georganiseerd.

De herdenkingsmanifestatie begon dit jaar op dinsdag 20 april met een demonstratie op Het Plein in Den Haag. Deze demonstratie was georganiseerd door de Samenwerkende Armeense Organisaties, te weten het 24 april Comité van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) en Hay Tad Nederland. Een brede kring Kamerleden sloot zich aan bij de demonstratie en betuigde steun, door protest te uiten tegen het beleid van genocide ontkenning van de Turkse regering. Tijdens de demonstratie richtten achtereenvolgens Harry van Bommel van de Socialistsche Partij (SP), Kees van der Staaij van de Staatskundig Gereformeerde Partij (SGP), Kathleen Ferrier van het CDA, Joël Voordewind van de ChristenUnie en Hans ten Broeke van de VVD het woord tot de demonstraten en stelden buiten alle twijfel dat de genocideontkenning van Turkije onaanvaardbaar is. Ook Ronny Naftaniel, directeur van het CIDI (Centrum voor Informatie en Documentatie Israël) gaf volledige steun aan de Armeniërs en veroordeelde de Turkse positie ten aanzien van de genocide. Het startschot van de organsiaties voor een monument werd uitdrukkelijk door hem verwelkomd evenals door de kamerleden Voordewind, Ten Broeke en Van der Staaaij.

Datum: Zaterdag, 24 april 2010 om 13.00 uur
Plaats: Begraafplaats ‘de Boskamp in Assen
Adres: Boskamp 5 – 9405 NN Assen





Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) - www.faon.nl
en
Hay Tad Nederland - www.haytad.nl


PERSBERICHT Brede steun bij demonstratie voor Turkse erkenning van de Armeense genocide en voor een monument in Den Haag


Den Haag, 20 april 2010 – Armeniërs van alle delen van Nederland kwamen vandaag naar de demonstratie in Den Haag ter gelegenheid van de herdenking van 95 jaar Armeense genocide, georganiseerd door de Samenwerkende Armeense Organisaties van Nederland. Een brede kring parlementairs sloot zich aan bij de demonstratie en betuigde steun, door protest te uiten tegen het beleid van genocide ontkenning van de Turkse regering. De organisaties, te weten het 24 april Comité van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) en Nederlands Armeens Comité voor Rechtvaardigheid en Democratie (Hay Tad Nederland), hebben met instemming ook de steunbetuigingen aanvaard voor hun idee voor een monument in Den Haag, de stad van het internationale recht.
Op het Plein in Den Haag, richtten onder grote belangstelling van publiek en pers achtereenvolgens Harry van Bommel van de Socialistsche Partij (SP), Kees van der Staaij van de Staatskundig Gereformeerde Partij (SGP), Kathleen Ferrier van het CDA, Joël Voordewind van de ChristenUnie en Hans ten Broeke van de VVD het woord tot de demonstraten en stelden buiten alle twijfel dat de genocide ontkenning van Turkije onaanvaardbaar is. Ook Ronny Naftaniel, directeur van het CIDI (Centrum voor Informatie en Documentatie Israël) gaf volledige steun aan de Armeniers en veroordeelde de Turkse positie ten aanzien van de genocide. Het startschot van de organsiaties voor een monument werd uitdrukkelijk door hem verwelkomd evenals door de kamerleden Voordewind, Ten Broeke en Van der Staaaij. Leiders van het het 24 april Comité van de FAON en van Hay Tad spraken eveneens de demonstraten toe en er werden op het podium duduk muziek en Armeense lieden ten gehore gebracht.

Een delegatie van de organisaties bood in het Parlementsgebouw vervolgens een petitie aan aan voorzitter Henk Jan Ormel (CDA) en leden van de vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Hierin wordt o.a. gevraagd:
* meer nauwlettendheid en actie op de Turkse genocide ontkenning (dit in lijn met motie Rouvoet van 2004) en deze bij elke gelegenheid scherp te veroordelen;
* meer en openlijke steun te geven aan degenen die in Turkije en daarbuiten de Armeense genocide bespreekbaar willen maken;
* te bevorderen dat ontkenning van de Armeense genocide in Nederland, hetgeen strafbaar is zoals Minister Hirch Ballin heeft gezegd, dan ook door het OM wordt vervolgd;
* steun dan wel medewerking op welke wijze dan ook te geven aan het streven tot een genocide-monument te komen in Den Haag, stad van het internationale recht.

Daarna ging het in een sfeer van eensgezindheid in een lange optocht richting Turtkse ambassade.

Naast de demonstratie vinden er op 24 april kransleggingen en herdenkingsbijeenkomsten plaats in Assen en Almelo.







Persbericht

94 jaar Armeense genocide herdacht in Nederland

Politici, wetenschappers en lotgenoten herdenken samen



Den Haag, 25 april 2009 – Met bijeenkomsten in Amsterdam en Assen herdacht het 24 April Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland – FAON dit jaar de slachtoffers van de genocide op de Armeniërs.

In de schitterende Mozes en Aäronkerk in hartje Amsterdam, luisterden op 19 april enkele honderden belangstellenden naar toespraken van vertegenwoordigers van vele instanties en volkeren, ieder vanuit de eigen invalshoek.

Centrale plaats was ingeruimd voor de pogroms van Adana, nu 100 jaar geleden. Dr. Ton Zwaan gaf uitleg over de toedracht van de tragische gebeurtenissen van Adana in 1909.

Osman Koker illustreerde de uitroeiing van de Armeniërs door een presentatie van ansichtkaarten van Armeense wijken en gebouwen van vóór 1915, die verdwenen zijn als gevolg van de Armeense genocide.

Centraal in het betoog van Prof. Dr. Mihran Dabag stond het werk van de Armeense schrijfster Zabel Yessayan, die o.a. over Adana schreef. Hij gaf ook een uiteenzetting over de politieke achtergronden waartegen in 1909 specifiek de afslachting in Adana en in het algemeen de genocide tegen de Armeniërs konden plaatsvinden.

De heer Recep Marasli ging diep in op de rol van de Koerdische bevolking, zowel in de zin van medeschuldige, als in zekere zin ook nu nog behept met dezelfde problemen als de Armeniërs toen.

In zijn betoog benadrukte Harry van Bommel, lid SP-fractie van de Tweede Kamer de barsten die binnen Turkije zelf in de ontkenningspolitiek zijn ontstaan, en sprak uit zich nog sterker dan tevoren in te willen zetten voor de erkenning van de Armeense genocide.

Ronny Naftaniel van het Centrum Informatie en Documentatie Israël, CIDI
sprak als “lotgenoot” en veroordeelde de ontkenning scherp, hij vergeleek daarbij de impact van ontkenning van de Holocaust met die van de Armeense genocide op dit moment. Het is van groot belang, aldus Naftaniel, voor ons en onze kinderen dat Amerika, en andere landen, en speciaal ook Israël de Armeense genocide erkent.

Voorts spraken Arshak Manoukian, Consul van Armenië in Nederland, Mato Hakhverdian, voorzitter van de FAON en Noubar Sipaan, Voorzitter van het 24 april Comité.

De bijeenkomst werd opgeluisterd door een voordracht in het Armeens van een tekst van Peter Balakian door Hambardzum Sahakyan en stemmige dudukmuziek van Nicolai Romashuk jr.

In een tentoonstelling in de Mozes en Aäronkerk werden naast de ansichtkaarten van de verdwenen Armeense gebouwen van vóór 1915 ook berichten over de gebeurtenissen van Adana uit Nederlandse en Amerikaanse kranten van 1909 gepresenteerd. Ook werden er boeken aangeboden over de genocide.

De herdenkingsceremonie in Assen op 24 april begon met een stille tocht van enkele honderden mensen met kranslegging en een herdenkingsdienst bij het Armeense genocide monument. Aan de herdenking nam o.a. deel Arie Slob, kamerlid en voorzitter van de Tweede Kamer fractie van de coalitiepartij ChristenUnie. In zijn toespraak verzekerde hij, dat zijn partij in een lange traditie, te beginnen met Leen van Dijke, en ook de huidige Minister Rouvoet op wiens naam de motie staat waarmee in 2004 de Armeense genocide werd erkend, verder zal werken ten behoeve van erkenning en in de strijd tegen ontkenning van de genocide.

Voorts was een delegatie van het CDA van Assen aanwezig, waarvan Agnes Mulders, kandidaat voor het Europees Parlement voor het CDA, kort het woord voerde, evenals Arshak Manoukian, Consul van Armenië in Nederland, Noubar Sipaan, voorzitter van het 24 april Comité en Mato Hakhverdian, voorzitter van FAON. Onder de aanwezigen waren o.a. vertegenwoordigers van de Armeense studentenvereniging Gladzor en van de Suryoye Aramese Federatie Nederland.

Na afloop was er een samenzijn met beelden van de Armeense genocide in een kerkgebouw in Assen, waar regelmatig Armeense kerkdiensten plaatsvinden.









Persbericht

Herdenking 94 jaar Armeense genocide op 24 april in Assen


Den Haag, 22 april 2009 – Op vrijdag 24 april 2009 zal de Armeense gemeenschap kransen leggen bij het Armeense genocidemonument in Assen. De plechtigheid vindt plaats om 14.00 uur op begraafplaats “De Boskamp” in Assen. Vele belangstellenden en prominenten worden verwacht. Het programma maakt deel uit van de jaarlijkse herdenking van de Armeense genocide van 1915, die door het 24 April Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) wordt georganiseerd.

De herdenkingsmanifestatie begon dit jaar op zondag 19 april in de Mozes en Aäronkerk te Amsterdam met een bijeenkomst en een tentoonstelling over de massaslachting van Armeense en andere christelijke bevolking van Adana in 1909, nu 100 jaar geleden. Tijdens de bijeenkomst hebben bekende sprekers uit binnen- en buitenland van Nederlandse, Joodse, Turkse, Koerdische, Armeense afkomst een publiek van paar honderd mensen toegesproken.

Voor veel Armeniërs is het 24 april dit jaar een spannende dag, omdat duidelijk zal worden of de Amerikaanse president Barrack Obama woord zal houden en in de jaarlijkse presidentiële boodschap op 24 april aan de grote Armeense gemeenschap in de Verenigde Staten, het woord "genocide" zal gebruiken. Dit heeft hij in zijn verkiezingprogramma herhaaldelijk beloofd. Hoewel dit ook het geval was bij vele voorgaande presidenten, die vervolgens onder zware Turkse druk toch met andere formuleringen kwamen, hebben de Armeniërs hun hoop dat Obama wel woord zal houden, niet opgegeven. Obama verzekerde tijdens zijn staatsbezoek aan Turkije enkele weken geleden tijdens een persconferentie, dat hij "bij zijn mening bleef", dat wil zeggen, dat de genocide benoemd en erkend moet worden, maar noemde daar in Turkije het woord genocide niet.

Turkije, dat de afgelopen tientallen jaren met succes zijn territoriale en politieke bufferfunctie in het geding bracht in zijn ontkenningspolitiek, maakt zich ditmaal ernstige zorgen. Door opeens te komen met bewegingen om de grens tussen Turkije en Armenië te openen, probeert het de druk van de ketel te halen en de wereld te overtuigen dat de opening van die grens belangrijker is dan een verklaring over het verleden. De genocide-ontkenning is van dermate gewicht voor Turkije, dat het daarmee zelfs ruzie met Azerbeidzjan oproept; Azerbeidzjan ziet de opening van de – wegens de conflict in Nagorno Karabach – gesloten grens, als verraad van Turkije aan zijn broederland Azerbeidzjan.

Turkije is echter ook op grond van het kandidaat-lidmaatschap van de Europese Unie al jaren verplicht normale betrekkingen met buurlanden te hebben en kreeg ook van de EU veel kritiek voor de gesloten grenzen en het niet willen aanknopen van diplomatieke betrekkingen met Armenië.

Datum: Vrijdag, 24 april 2009 om 14.00 uur
Plaats: Begraafplaats ‘de Boskamp in Assen
Adres: Boskamp 5 – 9405 NN Assen









Trouw - 12 december 2008

ChristenUnie voelt steun van Europa voor initiatief-wetsvoorstel
’Straf ontkennen van genocide’

Door Cees van der Laan

De PvdA voelt er weinig voor, maar de ChristenUnie zet haar initiatief-wetsvoorstel door om het beledigend ontkennen van genocides te bestraffen. Onder het oppervlak suddert de kwestie-Armenië.

Het was al een tijdje stil rond het in 2006 aangekondigde initiatief-wetsvoorstel van de ChristenUnie om het publiekelijk ontkennen van een genocide te bestraffen. De heftigheid van het debat over de Armeense volkerenmoord tijdens de verkiezingen in 2006 zal daar debet aan zijn geweest. Bovendien zitten een voorstander van het bestraffen van genocide-ontkenning, de ChristenUnie, en een tegenstander, de PvdA, in een coalitie. Dan is het niet onverstandig het onderwerp af te laten koelen.

Maar de ChristenUnie (CU) voelt zich nu door Europa in de rug gesteund om verder te gaan met haar wetsvoorstel. De Europese Commissie, het Europees Parlement en de EU-ministers van justitie vinden dat de aangesloten landen de strafbaarstelling in hun wetgeving moeten opnemen. Zaterdag werd dit Europese kaderbesluit gepubliceerd en dus officieel. „Een heldere uiting van Europese gezindheid”, vindt CU-Kamerlid Joël Voordewind. Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, Spanje en Luxemburg kennen al een straf op het ontkennen van genocide.

Maandag houdt de ChristenUnie in de Tweede Kamer een ’rondetafelgesprek’ over haar initiatief-wetsvoorstel. De bijeenkomst is besloten, zodat Kamerleden en uitgenodigde genocide-experts en juristen vrijelijk met elkaar van gedachten kunnen wisselen. Dat over de Armeense volkerenmoord zal worden gesproken, kan er ook mee te maken hebben, want de Federatie van Armeense organisaties is eveneens present.

Bij Turken in Nederland wordt deze kwestie, die volgens vele Turken geen genocide was, bijzonder emotioneel beleefd. Bij CDA en PvdA trokken zich in 2006 drie Turkse kandidaten voor de Tweede Kamer terug, omdat ze de Armeense genocide ontkenden. Staatssecretaris Albayrak (PvdA) vindt dat er destijds wel massamoorden zijn gepleegd, maar voor haar is het de vraag of het in volkenrechtelijke zin genocide was.

Voordewind gaat ervan uit dat hij na de hoorzitting zijn wetsvoorstel formeel in behandeling zal geven bij de Tweede Kamer. Dit voorstel is na kritiek van de Raad van State op enkele onderdelen aangepast, maar staat qua strekking recht overeind. Maar coalitiepartner PvdA ziet er niks in. Ook minister Hirsch Ballin (justitie) voelt niet voor aparte wetgeving. Hij onderschrijft het Europese kaderbesluit, maar vindt dat de huidige wetgeving hierin al voorziet. Met de bestaande strafbepalingen ten aanzien van discriminatie en belediging kunnen ontkenners van de holocaust op joden en andere genocides (Srebrenica, Rwanda, Armenië) worden aangepakt, vindt hij.

De ChristenUnie is het daar niet mee eens. Het welbewust verdraaien van de feiten in combinatie met het kwetsen, beledigen of discrimineren van slachtoffers of hun nabestaanden moet een op zichzelf vaststaand strafbaar feit zijn, vindt Voordewind. Speciale wetgeving zal bovendien effectiever werken dan de huidige algemenere bepalingen in het wetboek van strafrecht.

Het initiatief-wetsvoorstel vindt zijn oorsprong in een motie van de ChristenUnie die in 2004 door de Tweede Kamer werd aangenomen. Daarin werd de Armeense volkerenmoord als genocide erkend. De regering had er destijds geen problemen mee. In 2006 volgde het initiatiefwetsvoorstel tot strafbaarstelling van het algemenere ’negationisme’, het beledigend ontkennen van misdrijven tegen de menselijkheid, waarop een gevangenisstraf zou moeten staan van maximaal één jaar of vergelijkbare geldboete. Het wetsvoorstel is niet specifiek gericht op de Armeense genocide, maar geldt voor alle door internationaal vastgestelde volkerenmoorden.










Persbericht



Minister Verhagen vraagt opheldering over vervolging van Temel Demirer


Den Haag, 1 november 2008 - Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft zijn Turkse collega om opheldering gevraagd over het besluit van de Turkse minister van Justitie om toestemming te verlenen voor het vervolgen van schrijver Temel Demirer. Dit zegt hij in antwoorden op schriftelijke vragen van 26 september 2006 vanuit de Tweede Kamer. De vragen werden door vier partijen in de Tweede Kamer, te weten ChristenUnie, CDA, SGP en VVD, gesteld na berichtgeving van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) dat Temel Demirer wegens uitlatingen over de Armeense genocide wordt vervolgd.

Ook publiekelijk heeft Verhagen, in een toespraak op de Bosporus Conferentie, zijn zorg uitgesproken over het gebrek aan voortgang van Turkije op onder andere het terrein van de vrijheid van meningsuiting. Daarbij heeft hij een nadrukkelijke relatie gelegd met de toepassing van artikel 301.

Temel Demirer deed zijn uitlatingen tijdens een herdenkingsdienst na de moord op Hrant Dink in 2006, waarin hij stelde dat Dink het spreken van de waarheid over de Armeense genocide met zijn leven heeft moeten bekopen. Dink werd, bekend geworden nadat hij wegens zijn uitlatingen over de genocide veroordeeld was op basis van artikel 301, vermoord door een Turkse nationalist.

Het antwoord vermeldt tevens dat de Turkse Minister van Justitie tot dusver in 44 van 311 voorgelegde gevallen toestemming heeft gegeven tot vervolging. Merendeels zou het gaan om zaken die voor de wijziging van artikel 301 in behandeling waren. De argumentatie, die de Turkse regering in deze 44 gevallen geeft voor de toestemming voor vervolging, is nog niet bekend. Verhagen wordt hierover nog nader geinformeerd.

Verhagen kondigt in zijn antwoorden tevens aan, dat de toepassing van artikel 301 nadrukkelijk aan de orde zal komen in de beoordeling die Nederland zal geven op het binnenkort te verschijnen voortgangsrapport van de Europese Commissie met betrekking tot Turkije. Ook zal Nederland er strikt op toezien dat aan de Europese voorwaarden wordt voldaan, als in het kader van de toetreding de hoofdstukken over ‘rechtelijke macht en fundamentele rechten’ (hoofdstuk 23) en ‘justitie, vrijheid en veiligheid’ (hoofdstuk 24) aan de orde komen; dit geldt ook voor de politieke dialoog.





Persbericht


Schriftelijke vragen over vervolging van Temel Demirer


Den Haag, 25 september 2008
- De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) werd meegedeeld, dat door vier partijen in de Tweede Kamer, te weten ChristenUnie, CDA, SGP en VVD schriftelijke vragen zijn gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken over de verleende toestemming van de Turkse Minister van Justitie tot strafrechtelijke vervolging van de Turkse schrijver Temel Demirer wegens zijn uitlatingen daags na de moord op de Armeens Turkse journalist Hrant Dink over de Armeense genocide.


Schriftelijke vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie), Ormel (CDA), Van der Staaij (SGP) en Van Baalen (VVD) aan de minister van Buitenlandse Zaken over verleende toestemming tot strafrechtelijke vervolging van een Turkse schrijver


De schriftelijke vragen luiden als volgt:

1. Hebt u kennisgenomen van het bericht dat de Turkse minister van Justitie toestemming heeft gegeven om de schrijver Temel Demirer te vervolgen op grond van artikel 301 van het Turkse Wetboek van Strafrecht wegens uitlatingen over de Armeense genocide? 1)

2. In hoeveel gevallen heeft de Turkse minister van Justitie sinds artikel 301 onder druk van de Europese Unie is aangepast toestemming gegeven voor het aanspannen van een strafzaak op basis van dit wetsartikel?

3. Welke conclusies verbindt u aan deze gang van zaken mede tegen de achtergrond van de antwoorden op eerder gestelde vragen over de veroordeling van een Turkse schrijver wegens publicatie van een boek over de Armeense genocide (nr. 3045), waarin u kenbaar maakte het effect van de aanpassing van artikel 301 nog onvoldoende te kunnen beoordelen? Blijkt hieruit dat de aanpassing van artikel 301 in materiële noch in procedurele zin het beoogde effect heeft opgeleverd en verdere aanpassing van het Turks strafrecht noodzakelijk is? Indien neen, waarom niet?

4. Welke maatregelen gaat u zowel bilateraal als in EU-verband nemen om de Turkse regering duidelijk te maken dat voortgaande schending van het recht op vrije meningsuiting mede in het licht van de door de Kamer aanvaarde motie-Rouvoet c.s. onacceptabel is?




PERSBERICHT


FAON Protest bij Minister Onderwijs over "havikencursus"
Turkije: nog steeds geen vrijheid van meningsuiting over Armeense genocide


Den Haag, 25 september 2008 – De FAON heeft bij Minster Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen geprotesteerd, dat Turkse Erasmusstudenten aan de Staatsuniversiteit Marmara in Turkije verplicht zijn om aan een vierdaagse cursus deel te nemen, waar zij worden geïnstrueerd hoe zij het Turkse standpunt op onderwerpen als de ontkenning van de Armeense genocide en Cyprus in het buitenland moeten uitdragen. Dit bleek uit de berichtgeving in Trouw van 19 september 2008.

De FAON stelt daarin dat Nederland dit Erasmusprogramma voor wat betreft uitwisseling met Turkije, uit protest tegen deze handelswijze moet stopzetten.

De FAON benadrukt dat Turkije als kandidaatlidstaat op het terrein van de erkenning van de Armeense genocide, geen enkele voortgang heeft laten zien. Vrijheid van meningsuiting om te spreken over de Armeense genocide is er ook nog steeds niet. Zelfs vindt nog altijd vervolging plaats, ook onder het gewijzigde artikel 301 van het Turkse Wetboek van strafrecht, van mensen die over de Armeense genocide spreken. Zo is recent, met toestemming van de Minister van Justitie van Turkije, vervolging ingesteld tegen schrijver Temel Demirer, wegens een persconferentie daags na de moord op de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink afgelopen jaar.

De FAON geeft aan dat uitingen van de Turkse ontkenningspolitiek langs allerlei wegen plaats vindt. Vergelijkbaar met de "havikencursus" zijn de cursussen, zoals die plaatsvinden bij Nederlandse Turken die een al dan niet verkorte dienstplicht in Turkije vervullen. Maar ook in Nederland wordt geprobeerd het Turkse en Nederlandse publiek, via het werk van de Turkse Ambassade, maar ook via Turkse TV programma's, die via de Nederlandse kabel worden uitgezonden, en door sommige Turkse organisaties in Nederland, te beïnvloeden. Vaak is er angst voor de "lange arm van Ankara", waardoor veel Turken hiertegen niet durven te protesteren. Andere, met name rechts nationalistische Turken, zijn zeer actief in de verbreiding van de ontkenning o.a. via internet.

Naar aanleiding van de berichten over de Turkse invulling van het uitwisselingsprogramma met de Erasmus universiteit, herhaalt de FAON eerdere verzoeken om in Nederland "lesbrieven" in het onderwijs op te nemen, waardoor objectieve informatie jongeren kan bereiken en moeilijkheden tussen bevolkingsgroepen in de toekomst kunnen worden voorkomen. Hierbij zouden verschillende genociden behandeld kunnen worden, bijv. de Holocaust, de Armeense genocide en Rwanda, zodat er bij alle jongeren meer kennis en begrip komt.

Met betrekking tot de situatie in Turkije gaat de FAON ervan uit dat de Nederlandse politiek, die eerder aangaf de praktijk van het gewijzigde artikel 301 van het Turkse Wetboek van strafrecht te willen afwachten, nu helder afstand neemt van de opstelling van de Turkse regering inzake de vrijheid van meningsuiting en de ontkenning van de Armeense genocide.


Federatie Armeense Organisaties in Nederland






Persbericht

Minister Verhagen: Veroordeling van Ragip Zarakolu in strijd met Europese normen


Den Haag, 14 juli 2008 - De Federatie van Armeense Organisaties Nederland (FAON) deelt mee dat Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken in zijn beantwoording van de schriftelijke vragen, die hem door vier partijen in de Tweede Kamer, te weten ChristenUnie, SGP, VVD en CDA waren gesteld, mede namens de Staatssecretaris voor Europese Zaken heeft geantwoord dat de veroordeling van de Turkse uitgever Ragip Zarakolu wegens het uitgeven van een boek over de Armeense genocide niet in lijn is met de normen die de Europese Unie stelt wat betreft de vrijheid van meningsuiting. De Nederlandse regering zal dan ook zowel in de gesprekken met Turkije als in EU verband blijven aandringen op het wegnemen van alle obstakels die een vrije discussie over dit onderwerp belemmeren, daar dit van eminent belang is voor het onder ogen zien van het verleden. Voor een definitief oordeel of verdere aanpassing van het Turkse strafrecht (artikl 301) noodzakelijk, wordt gewacht tot beslist is op het beroep dat de heer Zarakolu bij het Hof heeft ingesteld.

-----------------------------------------------------------------------

De letterlijke tekst van de beantwoording luidt:

Graag bied ik u hierbij, mede namens de staatssecretaris voor Europese Zaken, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Van der Staaij, Voordewind, Van Baalen en Ormel over veroordeling van een Turkse schrijver wegens publicatie van een boek over Armeense genocide. Deze vragen werden ingezonden op 24 juni 2008 met kenmerk 2070823460.

De minister van Buitenlandse Zaken, Drs. M.J.M. Verhagen

Antwoorden van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken en de heer Timmermans, staatssecretaris voor Europese Zaken op vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Voordewind (CU), Van Baalen (VVD) en Ormel (CDA) over veroordeling van een Turkse schrijver wegens publicatie van een boek over Armeense genocide.

Vraag 1. Heeft u kennisgenomen van het bericht, dat een Turkse uitgever veroordeeld is tot een gevangenisstraf wegens het publiceren van een boek over de Armeense genocide in 1915?

Antwoord op vraag 1: Ja

Vraag 2. Hoe beoordeelt u deze veroordeling, die is gebaseerd op het omstreden artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht?
Vraag 5. In hoeverre strijdt deze Turkse veroordeling met het Handvest van de grondrechten van de EU en met het EVRM?

Antwoord op de vragen 2 en 5: Deze veroordeling is niet in lijn met de normen die de EU stelt ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting.

Vraag 3. De betreffende, controversiële wetsbepalingen uit het Turkse wetboek van strafrecht zijn vrij recent onder druk van de EU aangepast om de vrijheid van meningsuiting in Turkije beter te kunnen waarborgen, juist ook in relatie tot de Armeense genocide. Blijkt uit deze veroordeling, dat deze aanpassing slechts cosmetisch was? Welke strekking en betekenis van artikel 301 laat zich nu precies afleiden uit deze veroordeling?
Vraag 4. Welke stappen gaat de minister bilateraal en in EU-verband zetten om de Turkse regering aan te spreken op deze veroordeling?
Vraag 6. Welke consequenties zou deze veroordeling in de ogen van de minister moeten hebben in relatie tot de toetredingsonderhandelingen met Turkije, mede in het licht van de door de Kamer aanvaarde motie-Rouvoet c.s. (21501-20, nr. 270)?

Antwoord op de vragen 3, 4 en 6: De heer Zarakolu gaat zowel op procedurele als inhoudelijke gronden tegen de uitspraak in beroep bij het Hof van Cassatie. Omdat de zaak nog onder de rechter is, kan nog niet worden vastgesteld of de recente amendering van artikel 301 van de Turkse Strafwet het beoogde effect heeft.

De zaak tegen de heer Zarakolu is in december 2004 aangespannen op grond van artikel 159 van de oude Turkse strafwet. De toenmalige minister van Justitie heeft destijds ingestemd met het indienen van deze aanklacht. In juni 2005 is artikel 159 afgeschaft en vervangen door artikel 301 dat vervolgens op 29 april jl. is geamendeerd. Ook op grond van het gewijzigde artikel 301 kunnen aanklachten slechts worden ingediend met toestemming van de Turkse minister van Justitie. Omdat in 2004 al toestemming van de toenmalige minister van Justitie voor het indienen van de aanklacht was verkregen, heeft de rechter geoordeeld dat niet opnieuw toestemming van de huidige minister van Justitie diende te worden aangevraagd.

Een van de vragen die nu bij het Hof van Cassatie voorligt, is of voor deze oude aanklacht niet opnieuw toestemming van de huidige minister van Justitie had moeten worden verkregen. De uitspraak van het Hof van Cassatie zal bindend zijn voor alle nog lopende zaken waarvoor al toestemming was verleend. Dit is van belang omdat een eerste reeks aanklachten die na amendering van artikel 301 zijn ingediend inmiddels door de huidige minister van Justitie is afgewezen. Dit wijst erop dat restrictief beleid wordt gevoerd bij het verlenen van toestemming om dit soort zaken aanhangig te maken.

Pas na uitspraak van het Hof kan een definitieve beoordeling worden gemaakt of verdere aanpassing van het Turkse strafrecht dat betrekking heeft op de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk is.

Vanzelfsprekend blijft de Nederlandse regering bilateraal en in EU-verband aandringen op het wegnemen van alle obstakels die een vrije discussie over de Armeense kwestie in de weg staan. Dit is van eminent belang voor het verwerken en het onder ogen zien van de verschrikkelijke gebeurtenissen die rond 1915 hebben plaatsgevonden.






Persbericht

Schriftelijke vragen over veroordeling van Ragip Zarakolu


Den Haag, 20 juni 2008 - De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) deelt mee dat door vier partijen in de Tweede Kamer, te weten ChristenUnie, SGP, VVD en CDA schriftelijke vragen zijn gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Europese Zaken over de veroordeling van de Turkse uitgever Ragip Zarakolu wegens het uitgeven van een boek over de Armeense genocide.

De schriftelijke vragen luiden als volgt:

1. Heeft u kennisgenomen van het bericht, dat een Turkse uitgever veroordeeld is tot een gevangenisstraf wegens het publiceren van een boek over de Armeense genocide in 1915?

2. Hoe beoordeelt u deze veroordeling, die is gebaseerd op het omstreden artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht?

3. De betreffende, controversiële wetsbepalingen uit het Turkse wetboek van strafrecht zijn vrij recent onder druk van de EU aangepast om de vrijheid van meningsuiting in Turkije beter te kunnen waarborgen, juist ook in relatie tot de Armeense genocide. Blijkt uit deze veroordeling, dat deze aanpassing slechts cosmetisch was? Welke strekking en betekenis van artikel 301 laat zich nu precies afleiden uit deze veroordeling?

4. Welke stappen gaat de minister bilateraal en in EU-verband zetten om de Turkse regering aan te spreken op deze veroordeling?

5. In hoeverre strijdt deze Turkse veroordeling met het Handvest van de grondrechten van de EU en met het EVRM?

6. Welke consequenties zou deze veroordeling in de ogen van de minister moeten hebben in relatie tot de toetredingsonderhandelingen met Turkije, mede in het licht van de door de Kamer aanvaarde motie-Rouvoet c.s. (21501-20, nr. 270)?






Reformatorisch Dagblad 25 april (alleen Nl tekst)


Ontkennen genocide kan echt niet
25-04-2008 23:27 | Addy de Jong

Afgelopen dinsdag was het weer zover. Omdat het deze week 93 jaar geleden was dat de Turken hun massaslachting van Armeense christenen startten, bood de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) de Tweede Kamer een petitie aan. Immer terugkerend element daarin: Turkije moet de genocide van 1915 erkennen en Nederland en Europa moeten al hun invloed aanwenden om de Turken tot die erkenning te bewegen.

Het lijkt weinig zinvol, dat jaarlijkse aanbieden van zo'n petitie. Wat Turkije de achterliggende 93 jaar niet heeft gedaan, is het ook nu niet voornemens te doen. Zelfs niet nu het van hem geëist wordt in het kader van de eventuele toetreding tot de EU.

Maar niet alles mag gelegd worden langs de meetlat van direct waarneembare effecten. Sommige historische feiten mógen gewoon niet vergeten worden. De jaarlijkse herdenking van de Armeense genocide op 24 april, compleet met petitieaanbieding in Den Haag en het leggen van een krans bij het Armeense monument op de begraafplaats in Assen, houdt terecht de herinnering levend aan de eerste volkerenmoord van de 20e eeuw.

Daarbij komt dat ontkenning van deze genocide niet alleen in Turkije plaatsvindt, maar net zo goed in Nederland. Er zijn diverse Nederlandstalige websites in de lucht die langs een omweg of heel direct ontkennen wat de meeste historici als een onweerlegbaar feit beschouwen, namelijk dat de Turken een kleine eeuw geleden bewust en georganiseerd een heel volk probeerden om te brengen. Een van die sites draagt -hoe pijnlijk voor slachtoffers en nabestaanden!- de naam Armenie.nl.

Waar Turkije op dit punt immuun lijkt voor druk, kan het op of vanaf Nederlands grondgebied ontkennen van genocides, of het nu de Holocaust betreft, de massamoord op de Armeniërs of de slachting in Srebrenica, wellicht wel worden aangepakt. De ChristenUnie heeft er een initiatiefwet voor klaarliggen, enkele jaren terug in gang gezet door toenmalig Kamerlid Huizinga-Heringa en nu overgenomen door parlementariër Voordewind. Het wetsvoorstel, dat al bij de Raad van State is geweest, zal naar verwachting na de zomer worden ingediend.

Nu staat niet bij voorbaat vast dat het strafbaar stellen van negotianisme (een moeilijk woord voor het ontkennen van een genocide) wenselijk is. Wie deze weg inslaat, begeeft zich op een pad vol voetangels en klemmen. De belangrijkste is wel dat het gemakkelijk kan botsen met de vrijheid van meningsuiting, een in deze tijd veelbesproken grondrecht.

Er is niet veel fantasie voor nodig om je voor te stellen dat een verbod op negotianisme door een kwaadwillige overheid misbruikt kan worden. Het mag natuurlijk niet gebeuren dat een bepaald regiem één bepaalde interpretatie van het verleden tot absolute norm verheft en een wetenschappelijk debat over de geschiedenis aan banden legt.

Maar daar blijft het ChristenUnie-initiatief verre van. Nadrukkelijk wordt daarin gesteld dat het wetenschappelijk debat geheel vrij moet blijven. Het voorstel is louter gericht op grove of intimiderende ontkenningen van algemeen erkende historische calamiteiten. Wie welbewust een volkerenmoord ontkent door verdraaiing van de feiten en met het doel een bepaald volk of ras te beledigen, kan, zo luidt het voorstel, gestraft worden met een geldboete of een gevangenisstraf. Landen om ons heen hebben vaak al een dergelijke strafbepaling.

Als gegarandeerd blijft dat wetenschappelijke discussie tussen historici mogelijk blijft en dat er alle ruimte blijft om feiten verschillend te wegen en te waarderen, tast een strafbaar stellen van negotianisme de democratische vrijheden niet aan, maar versterkt het eerder de rechtsstaat. Democratie betekent niet dat alles mag. Democratie impliceert vrijheid, maar wel binnen begrenzingen. Een van die begrenzingen is dat het kwetsen en beledigen van mensen door het ontkennen van een genocide echt niet kan.






Reformatorisch Dagblad


Armeniërs: Meer druk op Turkije
23-04-2008 11:09 | Redactie politiek

DEN HAAG - Nederland zou meer steun moeten geven aan degenen die in Turkije en daarbuiten de Armeense genocide bespreekbaar willen maken.

Ook zou Nederland in het onderhandelingstraject van de Europese Unie over toetreding van Turkije sterker moeten benadrukken dat erkenning van de genocide beslist nodig is om lid te kunnen worden van de EU.

Dat stelt de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) in een petitie die zij dinsdag aanbood aan de Tweede Kamer. Morgen is het 93 jaar geleden dat in het Ottomaanse Rijk naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs werden gedeporteerd en omgebracht. Turkije weigert nog altijd de massaslachting als een genocide te erkennen.

De Tweede Kamer heeft de genocide wel erkend door het aanvaarden van de motie-Rouvoet in 2004. De regering zou die motie echter meer handen en voeten moeten geven, vinden de Armeniërs. Bijvoorbeeld door in het kader van de toetredingsonderhandelingen in EU-verband zwaarder te hameren op het punt van de mensenrechten.

De Armeniërs zetten dinsdag de misvatting recht dat erkenning van het zwarte verleden geen deel uitmaakt van de aan Turkije gestelde toetredingsvoorwaarden. Dat is wel degelijk het geval, benadrukten zij. Minister Bot heeft de Tweede Kamer er destijds op gewezen dat erkenning van de genocide opgesloten ligt in de voorwaarde van het zogeheten "goede nabuurschap".

Behalve de petitie bood de FAON de Kamer ook een boek aan, "De eerste holocaust", waarin journalist Robert Fisk van de Britse krant The Independent aandacht vraagt voor de volkerenmoord op de Armeniërs.







PERSBERICHT (update Rabbijn Soetendorp)

Herdenking 93 jaar Armeense Genocide
georganiseerd door het 24 april Comité van de Armeense Federatie (FAON)


Datum: Donderdag, 24 april 2008

Tijd: 13.00 uur

Plaats: Begraafplaats de Boskamp in Assen (www.boskamp.nl)
Adres: Boskamp 5 - Assen

Programma: Kranslegging bij het Armeense monument, herdenkingsplechtigheid
gevolgd door een bijeenkomst in de aula van begraafplaats
de Boskamp met artistieke uitvoeringen en met sprekers,
waarbij ook een bijdrage van de kant van
Rabbijn
Soetendorp
zal worden ingebracht en voorts:
Mw. E. Wiegman, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie,
Prof. Dr. J. Weitenberg, Armenoloog aan de Rijksuniversiteit te Leiden,
de heer
A. Manoukian, consul van Armenië in Nederland












PERSBERICHT


Aanbieding petitie en het boek “De eerste Holocaust” van Robert Fisk aan Tweede Kamer

Herdenking 93 jaar Armeense Genocide


“De Eerste Holocaust” , een nieuwe Nederlandstalige uitgave van Robert Fisk over de Armeense Genocide wordt dinsdag 22 april door het 24 april comité van de Armeense Federatie (FAON) aangeboden aan de Vaste Commissies van de Tweede Kamer voor Europese Zaken en Buitenlandse Zaken. Het boek is door de auteur speciaal voor deze gelegenheid gesigneerd en behandelt de Armeense Genocide en de ontkenning daarvan door de staat Turkije. Afgelopen vrijdag vond een ontmoeting plaats tussen Robert Fisk en de FAON.

De overhandiging vindt plaats bij aanbieding van een petitie door het 24 april Comité aan de Tweede Kamer, dit in het kader van de activiteiten voor de 93e herdenking van de Armeense genocide. De petitie betreft zowel het gebrek aan vooruitgang in Turkije van mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en religie en de rechten van de minderheden, als de voortzetting van vervolgingen van Armeniërs en andere Turkse burgers op basis van het artikel 301 van de Turkse Wetboek van Strafrecht. Tevens wordt opgemerkt dat in de erkenning door Turkije van het verleden met name van de Armeense genocide geen enkele stap voorwaarts is gezet.

De herdenking van 93 jaar Armeense Genocide georganiseerd door het 24 april Comité van de FAON zal op 24 april 2008 om 13.00 uur plaatsvinden bij het Armeense genocidemonument in Assen. Het Armeense monument bevindt zich op de begraafplaats de Boskamp, Boskamp 5 in Assen.

Het programma van de herdenking bestaat uit de kranslegging bij het Armeense monument, herdenkingsplechtigheid gevolgd door een bijeenkomst in de aula van begraafplaats de Boskamp met artistieke uitvoeringen en met sprekers Mw. E. Wiegman, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, Prof. Dr. J. Weitenberg, Armenoloog aan de Rijksuniversiteit te Leiden, de heer A. Manoukian, consul van Armenië in Nederland.

Comité van aanbeveling: Prof B. Bichakjian - Hoogleraar Franse Taal en Cultuur, Universiteit van Nijmegen, Drs. H. van Bommel - Lid Tweede Kamer, Prof. Dr. W. J. van der Dussen – Emeritus-Hoogleraar Cultuurgeschiedenis en Filosofie Open Universiteit Nederland, dhr. L. C. van Dijke - Public affairs VolkerWessels; Voormalig Lid Tweede Kamer, Mw. drs. K.G. Ferrier, Lid Tweede Kamer, dhr. Freek de Jonge - Cabaretier, dhr. Seth Gaaikema - Cabaretier, Mw. Drs. F. Karimi – Voormalig Lid Tweede Kamer, Dr. Th. M. van Lint - Calouste Gulbenkian Professor of Armenian Studies, University of Oxford, Mr. A. Rouvoet – Minister voor Jeugd en Gezin, Drs. Paul Scheffer - Bijzonder Hoogleraar Grootstedelijke Problematiek Universiteit van Amsterdam, publicist, Mr. C. van der Staaij - Lid Tweede Kamer, Drs. E. van Thijn - Lid Eerste Kamer, oud burgemeester van Amsterdam, Prof. Dr. J.J.S. Weitenberg - Hoogleraar Armenologie, Universiteit Leiden.


Extreemrechtse Turken opgepakt

de Volkskrant, Buitenland, 23 januari 2008 (pagina 04)

AMSTERDAM De Turkse politie heeft ruim dertig personen opgepakt. Ze worden in verband gebracht met de ontdekking van een opslagplaats met explosieven in de arme Istanbulese voorstad Umraniye medio vorig jaar. De acties vonden plaats in Istanbul en Izmir.
Volgens het tv-station CNN Türk bevinden zich onder hen niet alleen een gepensioneerde brigade-generaal en een kolonel, maar ook de ultranationalistische advocaat
Kemal Kerincsiz. Deze werd bekend van zijn aanklachten tegen Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk en de vermoorde Turks-Armeense journalist Hrant Dink wegens het beledigen van de Turkse identiteit (het wetsartikel 301).

Kerincsiz verdedigt een van de dertien verdachten – een gepensioneerde legerofficier –die eerder zijn opgepakt in verband met de wapenvondst die bestond uit handgranaten, explosieven en ontstekers. Ook werd de advocaat Fuat Turgut aangehouden. Hij is de verdediger van Yasin Hayal, medeverdachte van de moord op
Dink.

Volgens Turkse media hebben alle verdachten banden met extreemrechtse groeperingen












PERSBERICHT

Nederland kritischer over Turkije dan Europese Commissie

Verhagen: Een land dat wil toetreden tot de EU, moet wel zijn eigen geschiedenis onder ogen hebben gezien.


Den Haag 6 december 2007. Het Nederlandse parlement is het eens met Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken en Staatssecretaris Timmermans van Europese Zaken, die een kritischer standpunt innemen dan de Europese Commissie inzake de voortgang van de hervormingen in Turkije. Dat bleek vandaag in een overleg, waarin o.m. het voortgangsrapport 2007 van Turkije op de agenda stond, ter voorbereiding van de EU top van 14 december. De FAON heeft zich voorafgaand aan dit overleg schriftelijk tot het parlement gewend met nadere informatie over o.m. artikel 301, de vrijheid van godsdienst, rechten van minderheden en over de recente flagrante ontkenningen van de Armeense genocide door de Turkse regering.

In een brief aan het parlement hadden de bewindspersonen aangegeven weliswaar de kritische opmerkingen van de Europese commissie te onderschrijven, maar op een aantal andere punten verder te willen gaan dan de Commissie. Nederland vindt bijvoorbeeld dat meer nadruk gelegd moet worden op problemen in het rechterlijke systeem, maar ook denkt Nederland minder positief dan de commissie over de vrijheid van godsdienst, waarbij gewezen wordt op de steeds terugkerende bedreigingen van leden van religieuze minderheden. Deze belemmeringen moeten "zo spoedig mogelijk" worden opgeheven. Het aantal strafzaken mede n.a.v. de Armeense kwestie is dit jaar opnieuw gestegen. Over de vrijheid van meningsuiting stelt de Commissie daarom dat artikel 301 en andere artikelen in lijn moeten worden gebracht met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Nederland is van mening dat een "spoedige" herziening van de wet daarom nodig is en gaat daarin verder dan de Commissie.

Verschillende partijen refereerden aan recent onderzoek onder Turkse magistraten, die in meerderheid het belang van de staat boven individuele mensenrechten stellen, en waarvan maar 16% voor schrappen van artikel 301 bleek te zijn.

Door verschillende partijen werd de Armeense genocide naar voren gebracht, meestal in het kader van het ontbreken van vrijheid om daarover in Turkije te spreken. Het krachtigst sprak de ChristenUnie zich hierover uit. Mw Wiegmans sprak als woordvoerder voor die partij van de ontkenning van de Armeense genocide als een van de belangrijkste knelpunten in Turkije; wie daarover spreekt is zijn leven niet zeker, zeker als het om een Armeense burger gaat. Zij sprak van een blamage voor de Europese Unie om de onderhandelingen in deze omstandigheden voort te zetten. De motie Rouvoet, van 3 jaar geleden, vroeg om de erkenning van de Armeense genocide voortdurend en nadrukkelijk onder de aandacht te brengen in het onderhandelingsproces met Turkije: wat gebeurt hier op dit moment mee, vroeg zij zich af. Zij wil een signaal afgeven dat de voortdurende ontkenning door Turkije van de genocide consequenties moet hebben voor de onderhandelingen, zoals haar partij ook een signaal heeft afgegeven door indiening van het initiatiefwetsvoorstel strafbaarstelling ontkenning genocide

In zijn reactie gaf Minister Verhagen aan dat het tekortschieten van Turkije op het gebied van de politieke criteria ernstig is, niet alleen voor Turkije maar ook voor het draagvlak voor Turkije in Europa. Zowel hij als de Staatssecretaris benadrukten dat het om een langdurig proces van hervormingen en onderhandelingen gaat, waarvan de uitkomst, anders dan vroeger, allerminst van te voren vaststaat.

Nederland en Europa houden zich aan de afspraken, en Turkije moet dat ook doen. In dat verband kunnen volgens de minister, door de EU geen nieuwe criteria worden toegevoegd. Hij doelde hiermee op de opmerkingen van de ChristenUnie m.b.t. de Armeense genocide. Wel is relevant voor de onderhandelingen, dat de Armeense genocide aan de orde kan worden gesteld, maar de erkenning ervan is geen voorwaarde.

Wel is het aldus de Minister zo, dat wil een land toetreden tot de EU, het zijn eigen geschiedenis onder ogen moet hebben gezien. Staatssecretaris Timmermans gaf in zijn bespiegelingen aan, dat het "Kemalistische wereldbeeld" in Turkije moet verdwijnen, wil het land een democratische rechtsstaat kunnen worden.







PERSBERICHT


FAON betreurt lot genocideresolutie in VS


Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) betreurt de
beslissing dat in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de Resolutie
over de Armeense genocide niet in stemming wordt gebracht, terwijl er
een meerderheid van de Afgevaardigden voor de resolutie is.

Het is niet de eerste keer dat een dergelijke resolutie wegens
"omstandigheden", die buiten het onderwerp zijn gelegen van de agenda
gaat. In dat opzicht is de FAON niet verbaasd. Wel is het voor
Armeniërs en anderen die de internationale erkenning van de Armeense
genocide uit oogpunt van zuiverheid van de geschiedenis en
rechtvaardigheid voorstaan telkens weer pijnlijk te zien hoe nog
steeds, onder de Turkse druk, de Amerikaanse belangen, i.c. in Irak,
prevaleren. Een zo pijnlijk feit uit de geschiedenis dient daarmee
voor de zoveelste keer als internationaal ruilmiddel.

Dat er in de afgelopen weken, behalve de belangen van Amerika en Turkije ook veel smeergeld aan te pas kwam om de resolutie van de agenda te krijgen en steun te ontnemen, zoals in de Volkskrant van 19 oktober j.l. uitvoerig uit de doeken is gedaan, doet nog verder afbreuk
aan het beeld van democratie, dat Amerika tracht te belichamen.

Overigens verandert deze beslissing niets aan de realiteit, waarin
niet alleen in Amerika maar in vrijwel de gehele wereld voor politici
en wetenschappers de Armeense genocide een historisch feit is.
In Nederland is de genocide erkend door de motie Rouvoet van
december 2004; deze motie werd door de Nederlandse regering bestempeld als ondersteuning van het beleid, waarmee ook de
Nederlandse regering de facto de Armeense genocide (waarbij overigens ook andere Christenen in het Ottomaanse Rijk werden getroffen zoals Assyriers, Arameers en Grieken) erkende.

Tenslotte spreekt FAON haar afschuw uit over de gebeurtenissen van de
afgelopen dagen in en rond Brussel, waarbij Turkse "Grijze Wolven" een
aantal keren de straat op zijn gegaan om (zonder vergunning) te
demonstreren tegen Koerden en tegen de Amerikaanse resolutie over de
Armeense genocide. De bende heeft daarbij meerdere malen Armeniërs
als gemakkelijk doelwit gekozen, o.m. hebben zij een horecazaak die
door een Armeniër wordt uitgebaat, geheel vernield.






PERSBERICHT


Kamervragen over veroordeling van Arat Dink


Deze week heeft het Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel (CDA) schriftelijke vragen gesteld aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) over de recente veroordeling in Turkije van Arat Dink, de zoon van de vermoorde Turks-Armeense journalist Hrant Dink, voor het beledigen van de Turkse identiteit op grond van artikel 301 van het Turkse Wetboek van strafrecht. Ormel vraagt onder meer of de Staatssecretaris uiteen kan zetten waarom de Turkse regering weigert dit artikel uit het Wetboek van Strafrecht te wijzigen.

In het verleden heeft voormalig Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken Tweede Kamer talloze malen verzekerd dat het artikel op korte termijn zou worden aangepast. Daarbij beriep hij zich op de persoonlijke toezeggingen aan hem gedaan door de toenmalige Turkse Minister van Buitenlandse Zaken, Gul, thans president, en door de Turkse ambassadeur in Nederland. Deze toezeggingen zijn helaas nooit nagekomen.

Ormel vraagt voorts of de Staatssecretaris verwacht dat via het Turkse parlement zal worden aangedrongen op een wijziging van artikel 301 van het Wetboek van Strafrecht. Tenslotte wil hij weten of de staatssecretaris van plan is om binnen EU-verband, wederom, aan te dringen bij Turkije op een wijziging van artikel 301.







Persbericht

22 april 2007

Minister Oskanian spreekt in Brussel op 25 april

Op 25 april zal in Brussel een herdenkingsavond worden gehouden, onder auspiciën van de Armeense ambassadeur voor de Europese instellingen, Viguen Tchitechian. Het programma vindt plaats in het Conservatoire Royal van Brussel en begint om 8 uur.

Francois Roelants du Vivier, voorzitter van de Belgische Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken en Defensie, zal een openingsspeech houden.

Violist Sergey Khachatrian, winnaar van de Queen Elisabeth 2005 Music Competition, zal het hoogtepunt vormen van het programma. Hij wordt op de piano begeleid door Lusine Khachatrian.

De Armeense Minister van Buitenlandse Zaken, Vartan Oskanian, zal een toespraak houden over “Herdenken van het verleden en smeden van de toekomst”. Hij vertrekt op 24 april vanuit Armenië naar Brussel, na afloop van de traditionele 24 april herdenking in Yerevan.




PERSBERICHT

De Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) heeft de Nederlandse regering dringend verzocht vandaag in Brussel niet in te stemmen met een richtlijn over de strafbaarheid van ontkenning en trivialisering van genocide. Op grond van berichten zou de formulering namelijk zo worden gekozen, dat de Armeense genocide van deze bepalingen zou worden uitgezonderd.

De FAON vraag dringend om overleg en verzoekt om intussen geen onomkeerbare stappen te nemen zoals instemming met de Europese richtlijn, indien deze een dergelijke uitsluiting zou inhouden.

De FAON vindt het absurd en onaanvaardbaar, dat juist deze eerste grote genocide van de 20e eeuw, die op grond van de Turkse ontkenningspolitiek stelselmatig door Turkije wordt ontkend, uitgesloten zou worden.

Een dergelijk onderscheid tussen geschiedkundige gebeurtenissen zou een flagrante ongelijkheid betekenen en getuigen van een grote en onacceptabele minachting van het lot van de Armeniërs van de kant van Europa. Meer nog dan dat getuigt het van een knieval voor de agressieve ontkenningspraktijken van Turkije en van het zoveelste succes dat Turkije daarmee op Europa behaalt.




ANP

15 maart 2007

Aangifte Albayrak dreigt voor belediging Turkije

DEN HAAG (ANP)
- De Turkse advocaat Kemal Kerincsiz dreigt een strafklacht in te dienen tegen staatssecretaris Nebahat Albayrak van Justitie. Hij waarschuwt de staatssecretaris dat zij haar vaderland niet mag beledigen. Volgens de nationalistische advocaat kan Albayrak het beste haar Turkse paspoort inleveren, omdat ze deel uitmaakt van een regering die de Armeense genocide veroordeelt. Dat zei Kerincsiz donderdag in de actualiteitenrubriek Eén Vandaag. De dreiging van een strafklacht valt samen met de discussie die in Nederland wordt gevoerd over dubbele nationaliteit.

Nationaliteit
Staatssecretaris Albayrak heeft naast de Nederlandse nationaliteit ook een Turks paspoort. In een reactie liet ze via haar woordvoerder weten af te wachten of er ook daadwerkelijk aangifte wordt gedaan.

Kerincsiz heeft in het verleden al strafklachten ingediend tegen de Turkse schrijver Orhan Pamuk en de etnisch Armeense journalist Hrant Dink, die in januari werd vermoord. In het geval van Dink leidde de aangifte tot een veroordeling, terwijl de rechtbank in Istanbul de zaak tegen Pamuk onder internationale druk afblies.

Artikel
De advocaat beroept zich op het omstreden artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht, dat belediging van de Turkse identiteit strafbaar stelt. Toen Albayrak in 2004 lid was van de Tweede Kamer, heeft ze een motie gesteund waarin wordt opgeroepen tot erkenning van de Armeense genocide. Dat verzoek werd unaniem aangenomen en ook overgenomen door het kabinet.





NRC Handelsblad
10 maart 2007

Genocidezaak: Turk veroordeeld

Genève 10 maart. Een Zwitserse rechtbank heeft een Turkse politicus veroordeeld tot negentig dagen voorwaardelijk en een boete van 3000 Zwitserse francs omdat hij de Turkse genocide op de Armeniërs heeft ontkend - in Zwitserland een misdrijf. Het is de eerste keer dat in Zwitserland iemand voor dat delict wordt bestraft. Veroordeeld werd Dogu Perincek, leider van de links-nationalistische Turkse Arbeiderspartij, die in 2005 in een toespraak in Lausanne de genocide "een internationale leugen" noemde. De rechter noemde Perincek een "arrogante stokebrand" en "een racist". De maximumstraf die hij had kunnen krijgen was drie jaar cel. (Reuters)






Turkse overheid censureerde catalogus Istanbul'


AMSTERDAM (ANP) - Het Turkse ministerie van Cultuur en Toerisme
heeft artikelen afgekeurd van Nederlandse Osmanisten in de catalogus
van de tentoonstelling 'Istanbul. De Stad en de Sultan.' in
De Nieuwe Kerk in Amsterdam.
Aangezien de auteurs en Turkije niet tot overeenstemming
konden komen over de teksten, zijn een aantal bijdragen niet
gepubliceerd. Dat bevestigde een woordvoerder van De Nieuwe Kerk
maandag.
Het tijdschrift ZemZem, over het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de
islam, schrijft in het themanummer 'De Osmaanse erfenis' over de
bemoeienis van de Turkse overheid. Zo kon een bijdrage van de Leidse
Osmanist, Jan Schmidt, de goedkeuring niet wegdragen. Hij schreef
volgens eigen zeggen over de stichting van Istanbul door Griekse
kolonisten, het feit dat er in Istanbul Koerden wonen, dat Europeanen
zich in het verleden wel eens negatief over de Osmanen hebben
uitgelaten en dat er onder de Osmanen ook homoseksualiteit bestond
Schmidt verklaart dat een bijdrage in zijn geheel is afgekeurd. Daarin
stond onder meer een passage over de Armeense genocide. De Osmanist
trok daarop zijn tekst terug omdat hij weigerde in te stemmen met de
geëiste wijzigingen.
De zegsman van De Nieuwe Kerk liet weten dat ,,de visie van de
Nederlandse auteurs en die van Turkse zijde'' inderdaad niet
overeenkwamen. ,,Soms moet je concluderen: we komen er toch niet
uit.'' Volgens hem komt dat niet vaak voor bij het samenstellen van
een catalogus








PERSBERICHT

Armeense Minister van Buitenlandse Zaken
Vardan Oskanian in Nederland



De Armeense Minister van Buitenlandse Zaken Vardan Oskanian legt van 29 tot en met 31 januari 2007 een werkbezoek aan Nederland af.

Oskanian zal tijdens zijn verblijf in Nederland o.a. een gesprek hebben met zijn Nederlandse collega van Buitenlandse Zaken Bot. In de Tweede Kamer zal hij een ontmoeting hebben met de leden van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer.

In Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael in Den Haag is een bijeenkomst georganiseerd rond de komst van de Armeense Minister. Deze zal daarbij een lezing geven met de titel "Diplomatie van de kleine staten". Hierbij zal hij ingaan op de ontwikkelingen in Armenië, zowel in politiek als in sociaal enocomisch opzicht, in relatie met Europese Unie en in de regionale context.

Dinsdagavond zal Oskanian in Rotterdam aanwezig zijn bij het tekenen van een overeenkomst tussen het Rotterdamse Filmfestival en het Yerevan International Filmfestival Golden Apricot.

Oskanian zal ook een ontmoeting hebben met de vertegenwoordigers van de Armeense gemeenschap in Nederland.






PERSBERICHT

Demonstratie in Den Haag voor Hrant Dink

Armeniërs, Turken, Koerden, Arameeërs voor het eerst bijeen in demonstratie; grote belangstelling van politiek en pers; Turkse ambassade weigert verklaring aan te nemen.

Den Haag, 23 januari 2007 – De Samenwerkende Armeense Organisaties in Nederland hielden 23 januari in Den Haag een demonstratie en een stille tocht voor de vrijdag in Istanbul vermoorde Armeense journalist Hrant Dink. Naar schatting zo'n 1000 mensen verzamelden zich rond het middaguur, de tijd van de begrafenis van Dink in Istanbul, op het Plein voor het gebouw van de Tweede Kamer, terwijl via een geluidsinstallatie Armeense klassieke muziek klonk.

Armeniërs met bussen van verschillende kanten van het land, kwamen op het Plein samen met Turken, Koerden, Arameeërs, Assyriërs en Nederlanders om hun afschuw te benadrukken over de moord op Dink. Enkele spandoeken en vele posters en badges met de foto van Dink en borden met "Wij zijn allen Hrant Dink, wij zijn alle Armeniërs" werden rondgedragen. Ook werden flyers uitgedeeld met foto en levensbeschrijving van Dink en de verklaring van de organisatie naar aanleiding van Dinks dood. Sprekers van Armeense, Turkse en Koerdische organisaties en kamerleden van o.a. CDA, GroenLinks en Socialistische Partij wisselden elkaar op het podium af om uiting te geven aan hun afschuw. Kern van de boodschappen was de veroordeling van de moord op Dink, de mede verantwoordelijkheid van Turkije door de strafwetgeving en het gebrek aan de benodigde politiebescherming voor de vaak bedreigde Dink.

In de nieuwe vorm van dialoog en samenwerking tussen de bevolkingsgroepen – in de geest van Dink – werd hoop geput voor een betere toekomst voor allen in Turkije en daarbuiten.

Een delegatie bood vervolgens in het gebouw van de Tweede Kamer een verklaring aan aan de Voorzitter van de Vaste Kamercommissie Buitenland de heer Hans van Baalen (VVD). Hierbij was een flink aantal kamerleden van de meeste partijen aanwezig, nl. Koenders en Timmermans (PvdA), van Dijk (CDA), Cees van der Staaij (SGP), Marieko Peters (GroenLinks). Opmerkelijk was de aanwezigheid van twee kamerleden van Turkse afkomst, nl. Coruz (CDA) en Koser Kaya (D66).

In de verklaring, ondertekend door Armeense, Turkse, Koerdische, Aramese en Assyrische organisaties wordt o.a. de Kamer gevraagd een nog kritischer houding aan te nemen ten opzichte van Turkije, waar het gaat om de vrijheid van meningsuiting en de rechten van minderheden. Dit gezien de directe link die gelegd kan worden tussen de veroordeling van Dink op grond van artikel 301, het feit dat Dink vrijuit over de Armeense genocide sprak en het feit dat hij Armeniër was. Van Baalen verzekerde de delegatie dat de Kamer het onderzoek naar de dood van Dink nauw zal volgen en in de relatie met Turkije onverkort vasthoudt aan de motie Rouvoet van 2004, waarbij de Kamer de Armeense genocide heeft erkend.

Vervolgens werd een stille tocht gehouden, met voorop een groot portret van Dink bij het spandoek met de tekst "Armeense genocide, wanneer houdt het op?" Aangekomen bij het Malieveld, bracht een delegatie de verklaring naar de Turkse ambassade, waar ondanks dat de komst te voren was aangekondigd de deur niet werd geopend. Tot teleurstelling van velen, die hadden gehoopt dat de geest van meer dialoog en openheid ook de ambassade had bereikt.

Landelijke, regionale TV, radio en kranten waren aanwezig om verslag te doen. Er deden zich geen ongeregeldheden voor.





De Telegraaf 20-01-07

Vermoedelijke dader moord Dink opgepakt

ISTANBUL - De Turkse politie heeft zaterdag de vermeende moordenaar van de Turks-Armeense journalist Hrant Dink gepakt. Dat meldden de zenders NTV en CNN Türk. De vooraanstaande journalist werd vrijdag in Istanbul doodgeschoten toen hij het gebouw van zijn weekblad Agos uitliep.

Premier Tayyip Erdogan zal de arrestatie vermoedelijk snel officieel in een persconferentie bekendmaken. De moord heeft tot geschokte reacties binnen en buiten Turkije geleid. Internationaal werd met afschuw gereageerd.

Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken en Nederlandse europarlementariërs toonden zich geschokt. Zowel Camiel Eurlings (CDA) als Joost Lagendijk (GroenLinks) kende Dink goed. „Dit is een uitermatie trieste dag voor Turkije en het Turkse volk”, zei Eurlings vrijdag.

De Turkse politie verspreidde videobeelden van de mogelijke dader. De gouverneur van Istanbul zei te verwachten dat de aanslag snel wordt opgelost. De videobeelden laten een jongeman zien die wegrent van de plek des onheils en mogelijk een wapen draagt. Volgens de media zijn de beelden afkomstig van beveiligingscamera's van winkels in de straat waar het drama plaatsvond.







NRC Buitenland

'Aanslag op broederschap Turken en Armenen'

Door onze correspondent Bernard Bouwman Istanbul, 20 jan.
„Is een mensenleven in Turkije zo goedkoop geworden?” Verbijsterd staat de stagiaire van het weekblad Agos, waarvan de Turks-Armeense journalist Hrant Dink hoofdredacteur was, achter de dranghekken. Dinks lichaam, dat lange tijd alleen afgedekt met lakens voor het gebouw van Agos lag, is al weg, maar forensisch experts doen nog onderzoek op de plek van de moord, op zoek naar aanwijzingen die naar de dader kunnen leiden. Tranen staan in de ogen van de stagiaire. „Het was lunchpauze”, zegt ze. „Hij liep naar buiten en opeens was hij er niet meer. Wie doet nu zoiets?”

Het is een vraag die veel Turken zich in de uren na de moord hebben gesteld. Dink (53) was omstreden, dat stond al langer vast. Vooral in extreem-nationalistische milieus werd hij als verrader gezien omdat hij klip en klaar zei dat er aan het einde van de Ottomaanse heerschappij een genocide onder Armeniërs had plaatsgehad. Al langere tijd werd hij bedreigd. „Zijn die bedreigingen echt of niet?”, schreef hij gisteren nog. „Als ik eerlijk ben kan ik alleen maar zeggen dat ik het niet weet. De psychologische marteling die ik voel is pas echt ondraaglijk.”

De komende weken zal in Turkije ongetwijfeld een debat ontstaan over de vraag of Dink wel voldoende werd beschermd. Ondanks herhaalde verzoeken namen de autoriteiten geen extra maatregelen om zijn veiligheid te garanderen. „Ik voel zo’n pijn in mijn hart”, zegt een Turks-Armeense mevrouw die meeloopt in de herdenkingstocht. „Hij kreeg een telefoontje met het verzoek naar beneden te komen. Hij liet zijn jas liggen en liep het gebouw uit. Daar werd hij vermoord.”

Maar niet alleen Armeense Turken voelen zich geschokt door de aanslag. ‘Wij zijn allemaal Hrant’, scanderen de deelnemers aan de herdenkingstocht, onder wie ook niet-Armeense Turken. ‘Wij zijn allemaal Turken, wij zijn allemaal Armeniërs’, voegen ze daar direct aan toe. „Hrant was een vriend van mij, daarom ben ik vanavond gekomen”, zegt Mustafa Ercan, hoofd van de afdeling-Istanbul van de uiterst gelovige islamitische mensenrechtenvereniging Mazlumder. „Hrant was betrouwbaar en nam het altijd op voor de mensenrechten”, voegt Ercan daar onmiddellijk aan toe. „De kogels waren in feite bedoeld voor de broederschap tussen Armeniërs en Turken.”

Wie die kogels afvuurde, is nog onduidelijk. Volgens de Turkse media is de naam van de moordenaar bekend; zijn gezicht werd vastgelegd op beveiligingscamera’s. Direct na de aanslag meldden nieuwszenders dat het om een jongen van zo’n achttien, negentien jaar zou gaan.

De meeste deelnemers aan de herdenkingstocht gaan er echter vanuit dat het om een complot gaat en dat degene die de trekker heeft overgehaald de opdracht van elders kreeg. „Dink was het perfecte doelwit voor iedereen die de democratisering van Turkije en zijn weg naar de Europese Unie willen blokkeren”, denkt Aydin Engin, een van de redacteuren van Agos.

Pikant genoeg lijken de Turkse machtshebbers deze opvatting te delen. Premier Erdogan zei direct na de moord in een persconferentie dat hij de aanslag beschouwde als „niets minder dan een aanval op onze vrede en stabiliteit”.

De ontreddering gisteren in Istanbul was even groot als toen vorig jaar in Ankara een seculiere rechter door een moslimextremistische advocaat werd doodgeschoten. In beide gevallen gaat het om een politieke moord en voelden mensen een diepe angst dat de lente van vrede en democratisering, die dit land nu al jaren kent, zomaar kan omslaan in een winter van angst en politiek geweld.

Een ding staat vast: met Dink verliest Turkije een van zijn dapperste intellectuelen. In een vraaggesprek met deze krant vertelde Dink enige jaren geleden dat hij zo vaak verkeerd werd begrepen. Hij moest zich toen voor de rechter verantwoorden voor een aan hem toegeschreven uitspraak dat er gif zou zitten in Turks bloed. In feite had hij iets heel anders bedoeld, vertelde hij. Hij had Armeniërs juist aangespoord om niet altijd maar stil te staan bij de genocide, maar juist de moed te hebben om naar de toekomst te kijken en zich bijvoorbeeld te verheugen over de Armeense staat die er nu is. Een dergelijke uitleg was niet echt besteed aan Turkse extremistische nationalisten en zeker niet aan Turkse rechters. Advocaat Kemal Kerinçsiz, die sterke banden met extreem-nationalisten onderhoudt, boekte een groot succes toen Dink zes maanden voorwaardelijk kreeg omdat hij de Turkse identiteit beledigd had.

Hoe dapper Dink was, bleek vorig jaar nog toen het Franse parlement een wet aannam die ontkenning van de genocide onder Armeniërs strafbaar stelde. Dink liet aan de Franse media weten dat hij nu geen verschil meer zag tussen Turkije en Frankrijk; in beide landen werd, zo stelde hij, de vrijheid van meningsuiting beknot. Dink kondigde aan naar Frankrijk te gaan en daar publiekelijk te verkondigen dat er volgens hem geen genocide had plaatsgehad. Hij hoopte dat de Franse justitie een zaak tegen hem zou beginnen zodat hij als Armeniër die nota bene gelooft dat er een genocide heeft plaatsgehad, de Fransen kon uitleggen dat hun wet een verkeerde stap was.

Zover is het nooit gekomen. Hoe diep het verdriet in Turkije is blijkt als de stoet aankomt bij de plek waar Dink werd vermoord. De duizenden deelnemers klappen spontaan als om hun verdriet met lawaai te overstemmen. De straat waar Dink werd vermoord is dan al schoongemaakt.





ANP (Algemeen Nederlands Persbureau)
13 november 2006

Armeense journalist wint Oxfam Novib PEN Award

DEN HAAG (ANP)-13 november 2006
- De Armeense journalist Hrant Dink heeft een Oxfam Novib PEN Award gewonnen. Dat maakte Oxfam Novib maandag bekend. De journalist ontvangt de prijs zaterdag uit handen van de Haagse burgemeester Wim Deetman tijdens het Crossing Border Festival in Den Haag. Aan de Award is een bedrag van 2500 euro verbonden.

De Awards zijn bedoeld om vervolgde schrijvers een hart onder de riem te steken. Dink is onlangs in Turkije veroordeeld tot een half jaar voorwaardelijke gevangenisstraf omdat hij in een artikel over de genocide op de Armeniërs schreef. Ook moet hij zich tegenover de rechter verantwoorden voor een kritisch artikel dat hij schreef naar aanleiding van zijn eerdere rechtszaak. Volgens een woordvoerster van Novib heeft Dink zijn prijs vooral te danken aan zijn uitzonderlijke inspanning voor de persvrijheid, vrijheid van meningsuiting en de Armeense kwestie.







Volkskrant

Mijden van 'g-woord' door PvdA valt slecht


Van onze verslaggever Marc Peeperkorn

DEN HAAG - 8 nov.
_PvdA-leider Bos buigt volgens CDA, VVD en ChristenUnie voor de Turkse kiezer door de moord op honderdduizenden Armeniërs begin vorige eeuw niet langer als genocide te betitelen. 'Als hij zo doorgaat, noemen we hem Bos de Draaitol', stelt CDA-fractievoorzitter
Verhagen.

VVD-Kamerlid Van Baalen noemt de ommezwaai van Bos
onaanvaardbaar. 'De PvdA probeert ten koste van de geschiedenis de
grootste partij te worden.' Rouvoet (ChristenUnie): 'Het is
betreurenswaardig dat de PvdA om electorale redenen haar standpunt
herziet. Echt een zwaktebod.'

Maandag liet Bos aan verschillende Turkse media weten dat zijn partij
het woord 'genocide' voortaan zoveel mogelijk zal mijden. Er zouden
aan dat begrip juridische implicaties kleven waarvan onzeker is of die
op de Turkse gruwelijkheden van toepassing zijn. In 2004 steunde de
partij nog een oproep aan Turkije om de genocide te erkennen.
Afgelopen najaar schrapte de PvdA een Turks kandidaat-Kamerlid omdat
hij dit standpunt niet onderschreef. Dat leidde tot beroering in de
Turkse gemeenschap.

Verhagen sprak dinsdag over 'een knieval voor de Turkse kiezer'. De
groep stemgerechtigden van Turkse komaf is goed voor twee à drie
zetels in de Tweede Kamer. 'Iemand die premier wil worden past zijn
standpunt niet bij iedere lobby aan. Hoe regeert Bos in een
economische recessie?'

Bos voelt zich niet aangesproken door de kritiek. 'Wij doen niets af
aan de feiten, we gebruiken er alleen een ander woord voor. Dat heeft
niets met de verkiezingen te maken', laat hij weten.

De Federatie van Armeense Organisaties ziet de opstelling van Bos als
een 'doorzichtige poging om Turkse kiezers te binden'. PvdA-senator
Van Thijn zegt in Vrij Nederland dat de Armeense volkerenmoord wel
genocide genoemd moet worden.









PERSBERICHT


Armeense Federatie op bezoek bij Minister Verdonk


Den Haag, 24 oktober – Vertegenwoordigers van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) hebben vandaag gesproken met Minister Verdonk. Aanleiding was de ophef over het schrappen van de kandidatenlijsten van CDA en PVDA van 3 kandidaten van Turkse afkomst, die publiekelijk de Armeense genocide ontkennen.

De FAON heeft de minister gevraagd de Nederlandse positie over dit onderwerp duidelijk te (blijven) stellen, zowel internationaal, zoals deze sinds de motie Rouvoet (december 2004) door Minister Bot ten opzichte van Turkije wordt uitgedragen, als in Nederland zelf, door verbondenheid te tonen met de Armeense minderheid.

Minister Verdonk onderstreepte daarop dat in het internationale verband de Nederlandse regering herhaaldelijk de Armeense kwestie aan de orde heeft gesteld, zowel in EU kader als in de bilaterale contacten met Turkije en dit ook zal blijven doen.

De Armeense Federatie, die de zaak van de kandidaat-Kamerleden aan het rollen had gebracht door een brief aan het CDA, heeft tegenover de Minister haar bezorgdheid geuit over de eenzijdige wijze waarop met name Turken in Nederland geïnformeerd worden over deze episode uit de geschiedenis, waardoor integratie in de Nederlandse samenleving wordt bemoeilijkt. Daarnaast is het door de bestaande Turkse wetgeving voor Turken, ook in Nederland, niet goed mogelijk zich anders dan met het officiële Turkse standpunt hierover uit te laten.

De FAON heeft daarom bij de Minister aandrongen op aanpassing van het onderwijs op dit punt. Via objectief materiaal zal op de verschillende niveaus aandacht moeten worden gegeven aan deze geschiedenis, zoals dat in de ons omringende landen ook het geval is, in één geheel met de Holocaust en andere genocides. Hierin kan het Instituut voor Holocaust en Genocide Studies in Amsterdam een belangrijke rol spelen.

Minister Verdonk heeft toegezegd om het verzoek van de FAON om het geschiedenisonderwijs op dit punt aan te passen door te geleiden naar haar collega van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De Minister onderschrijft de noodzaak van deugdelijke informatievoorziening terzake.

Voorts vroeg de FAON een actieve opstelling van de Nederlandse regering bij het optreden tegen haatzaaiende ontkenning-websites, en andere vormen van publiekelijk ontkennen, bagatelliseren, goedpraten, of omkeren van de Armeense genocide; ook is optreden nodig tegen de “hackers” die met beelden van Turkse vlaggen en Grijze Wolven voortdurend Nederlandse en Armeense websites uit de lucht proberen te krijgen.

In antwoord hierop heeft Minister Verdonk toegezegd het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) te verzoek alert te zijn op vormen van discriminatie jegens Armeniërs.

Tenslotte heeft Minister Verdonk ook toegezegd dat in opdracht van haar een “profiel” (een informatieboekje) wordt opgesteld van de Armeense gemeenschap in Nederland.




Algemeen Dagblad


zaterdag 14 oktober 2006

Kamerlid Albayrak tart PvdA

Door MARK VAN DER WERF


DEN HAAG - PvdA-Kamerlid Albayrak neemt het op voor Turkse Nederlanders die weigeren de Armeense genocide te erkennen.

Dat Nederlanders van Turkse afkomst op het matje worden geroepen
wegens de Armeense kwestie, is 'hypocriet'. Dat zegt de nummer twee op
de PvdA-lijst, Nebahat Albayrak, zelf ook geboren in Turkije.

Ze geeft in een interview met deze krant voor het eerst blijk van haar
emoties. ,,Iedereen heeft de mond vol van integreren en meedoen. Maar
als puntje bij paaltje komt, worden mensen weggezet als een stelletje
Turken met extremistische ideeën.''

Albayraks kritiek is opvallend omdat ook haar eigen partij een
Kamerkandidaat, Erdin Saçan, van de lijst heeft verwijderd wegens de
Armeense kwestie. Hij wilde de genocide door de Turken op de Armenen,
begin vorige eeuw, niet erkennen terwijl de PvdA daar samen met alle
andere partijen bij Turkije op had aangedrongen.

Dat ook Albayrak in 2004 haar handtekening onder deze 'genocidemotie'
zette, betekent volgens haar niet veel. ,,Ik heb met honderdduizenden
moties meegedaan.''

Volgens haar zegt het stuk alleen 'dat het onderwerp bij
onderhandelingen met Turkije moet worden aangekaart'. ,,Die motie zegt
niet dat het parlement erkent dat er een genocide was.''

Ayhan Tonca, Kamerkandidaat voor het CDA, gaf dezelfde uitleg. Ook hij
werd van de lijst verwijderd.

Volgens initiatiefnemer ChristenUnie houdt de motie wel degelijk
erkenning van de Armeense genocide in. Kamerlid Huizinga: ,,Hoe kan
een regering bij Turkije aandringen op erkenning, terwijl ze het zelf
niet zou erkennen?''

Volgens Albayrak heeft het kabinet zich altijd afzijdig gehouden.
,,Het gekke is dat niemand erbij stilstaat dat ook premier Balkenende
en minister van Buitenlandse Zaken Bot de genocide nooit hebben
erkend.''

Albayrak ziet de commotie als een eerste storm, waar ze 'niet voor
gaat buigen'. ,,Dan zou ik mijn plek op de PvdA-lijst niet waard
zijn.''





De Volkskrant

‘Relaties met Ankara flink beschadigd’


Van onze correspondent Bert Lanting

BRUSSEL
- De Europese Commissie is niet blij met het besluit van het Franse parlement het ontkennen van de volkenmoord op de Armeniërs strafbaar te stellen.

Volgens de Commissie zal het aannemen van de wet ‘de dialoog en de verzoening tussen Turkije en Armenië alleen maar moeilijker maken’.

Eurocommissaris Olli Rehn, die verantwoordelijk is voor de uitbreiding van de EU en een hoofdrol speelt in de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Unie, had het Franse parlement vooraf opgeroepen het voorstel af te wijzen. Hij waarschuwde dat de wet de relaties met Turkije flinke schade zou berokkenen.

Brusselse diplomaten noemden het besluit ‘een enorme blunder’. De afgelopen jaren hebben de EU-landen herhaaldelijk felle kritiek geuit op Turkije wegens het vervolgen van schrijvers die wel de Turkse schuld voor de massamoord op de Armeniërs erkenden. Dat wordt in Turkije gezien als een belediging van de nationale waardigheid.

‘Als één van de EU-landen nu het omgekeerde doet en het ontkennen van de volkerenmoord strafbaar stelt, dan klinkt onze roep om vrijheid van meningsuiting wel erg dunnetjes’, zegt een diplomaat.

Sommigen verdenken de tegenstanders van aansluiting van Turkije bij de EU ervan dat zij de kwestie opzettelijk op scherp hebben gezet om de toetredingsonderhandelingen met het land te torpederen.

De Turkse hoofdonderhandelaar Ali Babacan, die toevallig op bezoek was in Brussel, zei dat de uitslag van de stemming in het Franse parlement ‘ons werk veel moeilijker zal maken’. Volgens hem zal het nu veel moeilijker worden zijn landgenoten te overtuigen van de noodzaak van hervormingen. Het besluit druist volgens hem in tegen ‘een van de basisbeginselen van de EU: de vrijheid van meningsuiting’. ‘Laat de geschiedenis aan de geschiedkundigen over’, vond hij.

De onderhandelingen met Turkije verlopen al maanden uiterst moeizaam. Een van de redenen is dat Turkije weigert zijn havens en vliegvelden open te stellen voor schepen en vliegtuigen uit Cyprus. Ankara is bang dat die stap zal worden gezien als een formele erkenning van Cyprus.




Persbericht

ARMEENSE FEDERATIE JUICHT FRANSE WET TOE


Den Haag -
De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) is blij dat de Franse Assemblee Nationale in grote meerderheid het wetsvoorstel heeft aangenomen, waarmee het ontkennen van de Armeense genocide strafbaar wordt gesteld. Het ontkennen van de Holocaust is in Frankrijk al sinds 1990 strafbaar.

De Federatie is van mening dat met een dergelijke bepaling een dam wordt opgeworpen tegen de, voor Armeniërs kwetsende, ontkenningspropaganda van de Turkse overheid.

Ook in Nederland wordt dergelijk ontkenningsmateriaal verspreid, op websites, in geschriften en ook in het publiek debat. Voor de slachtoffers en hun nabestaanden levert dat telkens problemen op. Op basis van het discriminatieverbod in het Wetboek van Strafwet zijn dergelijke uitlatingen in principe al strafbaar. Het zou een grote verbetering zijn, als ook de Nederlandse wetgeving expliciet duidelijk maakt, dat publieke uitingen, waarbij genocides stelselmatig worden ontkend met de bedoeling mensen te kwetsen of te discrimineren, in Nederland niet kunnen. De Federatie hoopt daarom dat het initiatief wetsvoorstel van ChristenUnie kamerlid Mevrouw Huizinga-Heringa, dat daarin voorziet, door de Tweede Kamer zal worden aangenomen.

De Federatie benadrukt voor de goede orde dat dit wetsvoorstel niet ziet op ontkenningen zonder meer, zoals in de media wel wordt gesuggereerd, maar op de beledigende, of discriminerende ontkenning van genocides. Dergelijke ontkenningen staan hoegenaamd nooit op zichzelf, maar hebben altijd verband met het discrimineren of hatelijk bejegenen van bevolkingsgroepen. Dat soort uitingen moeten we in Nederland niet tolereren.




NRC Handelsblad

Frans verbod op ontkenning volkerenmoord


Door onze correspondent
Parijs, 12 okt.

Het Franse parlement heeft vanmorgen bepaald dat het strafbaar moet worden om te ontkennen dat de Turken in 1915 volkerenmoord hebben gepleegd op de Armeniërs. De Assemblée nationale in Parijs stemde rond het middaguur in meerderheid voor een wetsvoorstel daarover van socialistische parlementariërs.

Het verbod op ‘negationisme’ van de Armeense genocide in Frankrijk veroorzaakt spanningen in de relatie tussen Frankrijk en Turkije. De Turkse premier Erdogan dreigde deze week met economische represailles tegen Franse bedrijven als de wet zou worden aangenomen. Vanmiddag zei minister van Economische Zaken Ali Babacan dat hij negatieve gevolgen „niet uitsloot”.

De senaat moet zich nog over het verbod uitspreken. De Franse regering is tegen de wet, die op het ontkennen van de Armeense genocide een straf zet van een jaar gevangenis en 45.000 euro boete.

De Franse president Chirac heeft Turkije weliswaar dringend opgeroepen zijn ‘verleden onder ogen te zien’. Maar hij zei eind vorig maand tijdens een bezoek aan Armenië dat een verbod behoort tot het domein van de polemiek en niet nuttig is voor de Turkse erkenning van de genocide.

De Turkse omgang met deze episode uit het verleden ligt al langer gevoelig in Europa. In Turkije is het verboden om van een Armeense genocide te spreken. Erkenning van de genocide is geen formele eis van de Europese Unie voor toetreding van Turkije tot de EU. Europees commissaris Olli Rehn zei vanmiddag in Brussel in een reactie dat de Franse wet „een negatief effect zal hebben op het debat over de Armeense kwestie in Turkije”. Hij vreest dat de Franse wet de toch al ingewikkelde betrekkingen tussen Turkije en Europa verder zal belasten.

In Nederland ontstond de afgelopen weken ophef over kandidaten van Turkse komaf op lijsten van CDA en PvdA die de Armeense genocide in twijfel trokken.

Patrick Devedjian, van regeringspartij UMP, noemde het strafbaar stellen van ‘negationisme’ een kwestie van „maatschappelijke vrede” in Frankrijk. „Turkije exporteert tegenwoordig zijn negationisme”, zei Devedjian. Zijn voorstel om historici te vrijwaren van het verbod over de Armeense genocide te discussiëren, haalde geen meerderheid.






Reformatorisch Dagblad

11 oktober 2006

Premier: Bedreiging om genocide zorgelijk

Redactie politiek

DEN HAAG - Premier Balkenende vindt het “zeer zorgwekkend” dat mensen in en buiten Turkije worden bedreigd of vervolgd als ze de Armeense genocide erkennen.

Hij zei dat dinsdag in het debat over de staat van de Europese Unie tegen VVD-Kamerlid Van Baalen. Die vindt dat de Nederlandse regering van Turkije moet eisen dat (Nederlandse) Turken die zich uitspreken over de volkerenmoord vrijuit gaan. “Als dat niet gebeurt, zien wij de onderhandelingen met Turkije de komende tien, vijftien jaar somber in.”

De minister-president zei tegen ChristenUnie-fractievoorzitter Rouvoet dat hij diens motie nog steeds uitvoert. Die motie uit december 2004 roept de regering op om in gesprekken met Turkije “voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen.” Turkije moet “eerlijk zijn over zijn verleden en daarmee in het reine komen”, stelde Balkenende.

De toetredingsonderhandelingen met Turkije zijn een “schoolvoorbeeld” van hoe het niet moet, aldus SGP’er Van der Staaij. Zijn collega Rouvoet vroeg zich af hoe het mogelijk is dat het land de onderhandelingen met de EU steeds naar zijn hand kan zetten. De Kamer vindt dat de gesprekken moeten stoppen als Turkije geen Cypriotische schepen en vliegtuigen toelaat. Minister Bot van Buitenlandse Zaken zit ook op die lijn.

De bewindsman zei dinsdag dat landen die lid willen worden van de EU, voortaan eerst aan alle criteria moeten voldoen. Pas daarna kan een datum worden geprikt voor daadwerkelijke toetreding. “Tijdstippen moeten niet centraal staan, maar kwaliteit en duurzaamheid”, aldus Bot. Op die manier houden burgers volgens hem vertrouwen in de uitbreiding van de EU.




Het Parool
7 october 2006

Armeense lobby is sterk

Addie Schulte

Niet eerder kreeg de Armeense genocide zoveel aandacht in de Nederlandse politiek als in de afgelopen weken. Een kleine lobby met veel vertakkingen op het Binnenhof had onverwacht succes. ‘Ik denk dat Nederland zich een hoop ellende heeft bespaard.’


Een maand geleden begon het met een brief aan het CDA en een persbericht. De Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) en het 24 April Comité vroeg of kandidaat-Kamerlid Ayhan Tonca afstand wilde nemen van zijn eerdere ontkenning van de Armeense genocide.

“Tonca was een recht toe, recht aan ontkenner,” zegt Inge Drost, woordvoerder van de Armeense organisaties. Op de brief aan het CDA kreeg de Armeense lobby geen rechtstreeks antwoord. Maar nadat de media er aandacht aan besteedde kwam de zaak in een stroomversnelling die maar aan lijkt te houden.

Dat was heel anders toen de Armeniërs een eerste succes boekten in Den Haag. In december 2004 nam de Kamer unaniem een motie aan, met ChristenUnie-fractievoorzitter André Rouvoet als eerste ondertekenaar, waarin de regering wordt opgedragen de erkenning van de Armeense genocide onder de aandacht van de Turkse regering te brengen. Een actueel onderwerp, omdat er werd gesproken over het beginnen van onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de Europese Unie.

Hier was jarenlang op aangedrongen. Maar met de motie was erkenning was geen eis voor de toetreding van Turkije. Vorig jaar probeerde Rouvoet in een debat met minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken zover te krijgen. Bot weigerde, want volgens hem was impliciet duidelijk dat Turkije de genocide zou moeten erkennen. “Rouvoet zei: ‘laten we dit maar incasseren’,” aldus Drost.

Maar in de notulen van het verslag was er niets over opgenomen. Drost bleef aandringen. “Ik heb Rouvoet gevraagd het in een plenair debat nog eens na te vragen.” Daarvan worden woordelijke verslagen gemaakt. Drost: “Maar toen kwamen er toch iets andere antwoorden.”

Dat Rouvoet de Armeense zaak herhaaldelijk onder de aandacht heeft gebracht en daarbij vrij brede steun heeft ontvangen, is niet verbazingwekkend. Hij is lid van het comité van aanbeveling van het 24 April Comité net als de Kamerleden Harry van Bommel (SP), Kathleen Ferrier (CDA), Farah Karimi (GroenLinks), Cees van der Staaij (SGP), PvdA-senator Ed van Thijn, net als ex-Kamerlid Leen van Dijke (ChristenUnie).

De klein-christelijke politieke partijen zijn dus goed vertegenwoordigd. Armeniërs zijn overwegend christelijk. Het 24 April Comité is ook bijzonder ingenomen met het wetsvoorstel van de ChristenUnie om ontkenning van genocide in sommige gevallen strafbaar te stellen.

Eigenlijk gaat het om een historische kwestie, en is de strijd voor erkenning niet politiek, zegt Drost. “Maar de ontkenning is politiek gestuurd vanuit Ankara.” “Turkije is bezig met een achterhoedegevecht: bijna alle historici erkennen de genocide. Maar we kunnen er niet aan voorbij gaan, omdat Turkije lid wil worden van de Europese Unie. Dat is ondenkbaar zonder erkenning van de genocide.”

De Turkse ambassade speelt daarin volgens haar een grote rol. Van kritiek op het scherp volgen van de Turks-Nederlandse kandidaten wil Drost dan ook niets weten. “We hebben niet onnodig iemand beschadigd. We hebben helderheid gevraagd en zijn daar grotendeels geslaagd. Ik denk dat Nederland zichzelf een hoop ellende heeft bespaard. Je importeert een Turks probleem. Sommigen zitten met honderd touwtjes aan Ankara vast. Veel mensen willen niet geloven dat de Nederlandse politiek al beïnvloed werd, ook voor de motie van Rouvoet. De Kamerleden Fatma Koser Kaya (D66), Nebahat Albayrak (PvdA) en Fadime Örgü (VVD) hebben toen een interview gegeven dat het Turkse standpunt vertegenwoordigde.”

Na Tonca kwamen ook andere Turks-Nederlandse kandidaten in het vizier. Met name Albayrak heeft dat aan zichzelf te danken door haar uitspraken in Trouw, vindt Drost. “We konden daar helaas niet overheenstappen. Helaas, omdat het over personen gaat.”

Volgens haar begrepen veel mensen niet dat de uitspraken van Albayrak heel dicht bij die van de ontkenners kwamen. “Nog steeds is de positie van Albayrak niet duidelijk. Het is wel merkwaardig dat Albayrak nu slachtoffergedrag vertoont.”






PERSBERICHT FAON

Armeense Federatie: standpunten Coruz en Albayrak nog niet opgehelderd

Den Haag, 28 september – Ondanks uitdrukkelijk en herhaald verzoek van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) is er – met de definitieve vaststelling van de kandidatenlijsten voor de deur – nog steeds geen duidelijkheid over het standpunt van verschillende kandidaat-kamerleden met betrekking tot erkenning van de Armeense genocide. In de Eerste Wereldoorlog kwamen rond 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk als gevolg van deze genocide om; ook andere christelijke minderheden als Assyriërs en Grieken werden slachtoffer. Turkije heeft dit altijd ontkend. Drie kandidaten van Turkse afkomst, Sacan (PvdA), en Tonca en Elmaci (CDA) moesten deze week van hun partij het veld ruimen, omdat zij de Armeense genocide ontkennen.

Zo is er in het geheel niets bekend over het standpunt van Coskun Coruz, zittend CDA-kamerlid en de 19e plaats van de kandidatenlijst van het CDA.

Nebahat Albayrak, nr. 2 op de PvdA-lijst, heeft na haar uitlatingen in Trouw van 26 september, die allerminst geruststelden, geen nadere uitleg gegeven over haar visie, dit tot teleurstelling van de FAON. De FAON heeft vandaag met instemming kennisgenomen van de uitspraken van PvdA leider Bos, in de Tweede Kamer, dat over bepaalde essentiële zaken als genocide, het noodzakelijk is dat binnen zijn fractie hetzelfde wordt gedacht. De PvdA paste dit uitgangspunt eerder deze week toe bij het afvoeren van de kandidatenlijst van Erdinc Sacan, die zich niet kon verenigen met het fractiestandpunt inzake erkenning van de Armeense genocide.

De PvdA zal nu dus moeten aangeven of dit al dan niet ook geldt voor Nebahat Albayrak. Sacan beweert in verschillende kranten dat Albayrak hetzelfde over dit onderwerp denkt als hij. Desondanks hoopt de FAON dat Albayrak zich nadrukkelijk voor de erkenning van Armeense genocide zal uitspreken.

De FAON roept alle partijen met kandidaten van Turkse origine op om zo snel mogelijk het standpunt van deze kandidaten naar buiten te brengen. Zo staan op de ontwerp-kandidaten lijsten o.a. nog de namen van Keklik Yucel (PvdA, nr. 48), Ali Sarac ( PvdA , nr. 61), Fatma Kose Kaya (D66, nr 10) en Mehmet Demirbag (VVD, nr. 54




Reformatorisch Dagblad

T
urkije bekritiseert CDA en PvdA

DEN HAAG (ANP/RTR) – Turkije heeft kritiek op de „eenzijdige" positie van het CDA en de PvdA nadat de twee partijen drie kandidaat–Kamerleden hebben laten vallen omdat die niet accepteren dat Ottomaans Turkije in 1915 genocide heeft gepleegd op de Armeense bevolking.

„We vinden het een betreurenswaardige ontwikkeling om te zien dat de politieke partijen in een land dat wij als bevriend en als een bondgenoot beschouwen (...) hebben geprobeerd hun eenzijdige standpunten op te leggen aan hun kandidaten voor het parlement", aldus een verklaring van een zegsman van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken donderdag.

De Turkse woordvoerder benadrukte dat de samenstelling van de lijst van kandidaat–Kamerleden een interne partijzaak is, maar hij vindt het ook „ongelooflijk om te accepteren dat de ongefundeerde Armeense genocidebeschuldigingen worden gepresenteerd als waren het historische feiten".






P E R S B E R I C H T F A O N



Armeense Federatie blij met schrappen kandidatuur Sacan door PvdA


De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) is verheugd over het schrappen van de kandidatuur van de heer Sacan op de ontwerp-kandidatenlijst voor de Tweede Kamer van de PvdA. De PvdA heeft op tijd haar verantwoordelijkheid genomen wat betreft deze kandidaat.

De Armeense Federatie, die eerder via een brief (zie www.24april.nl ) het CDA opheldering vroeg over de posities van een aantal kandidaten van Turkse afkomst, die de Armeense genocide ontkennen, gaat ervan uit dat ook het CDA de beide kandidaten Tonca en Elmaci nu van de lijst zal halen. Evenals de heer Sacan, gaven zij alsnog aan het fractiestandpunt van hun partij niet te delen; dit blijkt uit hun uitlatingen in de Turkse pers. Daartoe roept de Armeense Federatie het CDA dan ook met nadruk op.

Grote bedenkingen heeft de Armeense Federatie ook nog ten aanzien van de uitspraken van mw Albayrak, vandaag in Trouw gedaan. Zij hoopt dat over de preciese stellingname van mw Albayrak meer duidelijkheid zal ontstaan, alvorens de kandidatenlijst van de PvdA wordt vastgesteld. Ook ten aanzien van de overige zittende kamerleden van Turkse origine, Curus en Eski (CDA), Orgu (VVD, niet herkiesbaar), Ozutok (GL) en Koser Kaya (D66) wil de Armeense Federatie van de verschillende partijen graag zo snel mogelijk uitsluitsel wat betreft hun standpunt over de Armeense genocide. Dit geldt uiteraard eveneens ten aanzien van andere kandidaat-kamerleden van Turkse origine.




VERKIEZINGEN

PvdA schrapt kandidaat-Kamerlid om Armenië-standpunt


AMSTERDAM (ANP)26-09-06 - Het partijbestuur van de PvdA heeft Erdinc Sacan van de conceptkandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november geschrapt.

De reden is volgens partijvoorzitter Michiel van Hulten dat Sacan is teruggekomen van zijn steun aan het PvdA-standpunt dat de genocide in Armenië erkent. Sacan stond 53e op de vorige week gepresenteerde kandidatenlijst.

Volgens Van Hulten was het een moeilijk besluit. ,,Maar in deze kwestie kan geen onduidelijkheid bestaan over de positie van de PvdA. Doordat Sacan die duidelijke steun niet kon geven, zien we als partijbestuur geen andere mogelijkheid.''

Sacan beheerde de chatbox op internet waar eerder dit jaar mensen discussieerden die de Turkse volkerenmoord op Armeniërs in 1915 ontkennen. Bij de genocide kwamen naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs om.

De kandidaat-Kamerleden voor het CDA Ayhan Tonca (35e op de lijst) en Osman Elmaci (56e) lieten vorige week in een verklaring nog nadrukkelijk weten de genocide wel te erkennen. Volgens de Armeense gemeenschap in Nederland vertolkten de twee eerder het standpunt van Turkije dat er geen sprake is geweest van de Armeense genocide.

De Tweede Kamer sprak in 2004, op initiatief van de ChristenUnie, unaniem uit dat de regering bij onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Europese Unie steeds de massamoorden op de Armeniërs aan de orde moet stellen.




Nederlands Dagblad   

Genocide

commentaar door Piet H. de Jong
Donderdag werd de Turkse schrijfster Elif Shafak vrijgesproken. Ze was aangeklaagd door de nationalistische advocaat Kemel Kerincisz. De populaire schrijfster zou in haar boek De bastaard van Istanbul de Turkse identiteit hebben bezoedeld. Met die beschuldiging zou ze artikel 301 van de Turkse strafwet hebben overtreden. Op grond van datzelfde omstreden wetsartikel werd vorig jaar een proces gevoerd tegen schrijver Orhan Pamuk. Shafak werd door de rechtbank vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Na afloop van de rechtzitting braken rellen uit. De emoties laaiden zo hoog op omdat Shafak in haar boek Armeense personages kritisch laat spreken over de officiële versie van de Turkse geschiedenis. Die versie ontkent de geplande moord (genocide) op minstens een miljoen Armeniërs in de periode 1915/1916.
De ontkenning van de moord op zoveel Armeniërs is niet 'slechts' een interne Turkse zaak. Nog in februari sprak de Turkse ambassadeur in Nederland van ,,geen bewijs'' en ,,eenzijdige beschuldigingen'' aan het adres van zijn land. Het probleem van de ontkenning van deze gruwelijke gebeurtenis is nu ook in Nederland actueel geworden. Een drietal Turkse-Nederlanders, die op de PvdA- en de CDA-kandidatenlijst staan, ontkennen de genocide op de Armeniërs. Het betreft de CDA'ers Ayhan Tonca op plaats 35 en Osman Elmaci op 56 en Erdinc Sacan, 53e op de PvdA-lijst. Tonca noemde de genocide een ,,leugen''. Elmaci acht het grote aantal slachtoffers ,,sterk overdreven''. Vergelijk deze ontkenning met de Holocaust-ontkenners en het is duidelijk hoe brisant deze kwestie kan doorvreten in het Nederlandse parlement.

Aanvankelijk reageerde CDA-voorzitter Van Bijsterveldt nogal laconiek. In een latere verklaring zette ze uiteen dat ze ervan uitgaat dat de CDA-kandidaten zich zullen houden aan het CDA-fractiestandpunt. Dat standpunt houdt in dat Nederland in de dialoog met Turkije dat land juist oproept de genocide niet langer te ontkennen. Ook hebben CDA en PvdA er in december 2004 aan bijgedragen dat een motie van de ChristenUnie, om de moord op de Armenïers als genocide te bestempelen, unaniem werd aanvaard. Inmiddels heeft de ChristenUnie een initiatiefwet ingediend waarin ontkenning van genocide strafbaar wordt gesteld. Tegen dat initiatief heeft Elmaci openlijk actie gevoerd bij de Tweede Kamer. In een verklaring zeggen de drie kandidaten het fractiestandpunt te onderschrijven. Gezien hun eerdere, openlijk gedane uitlatingen is deze verklaring wel erg mager, om niet te zeggen ongeloofwaardig. Het verdient, gezien het belang van de kwestie waarover heel de Kamer zich heeft eenduidig uitgesproken, aanbeveling dat deze kandidaat-volksvertegenwoordigers zich vóór hun eventuele verkiezing nader verantwoorden. In een democratie kan dat het best in een openbaar debat.



maandag, 25 september 2006, Hoofdartikel Fries Dagblad

De Armeense kwestie...

De 'Armeense kwestie' staat plotseling op de agenda van Nederlandse politieke partijen. Nu eens niet in verband met de heikele vraag naar de voorwaarden voor toetreding van Turkije in Europa, maar 'gewoon' in verband met de geloofwaardigheid van bijvoorbeeld de PvdA en het CDA.
Wat blijkt? Enkele kandidaat-Kamerleden voor beide partijen, van Turkse afkomst, steunen het Turkse standpunt dat er geen genocide heeft plaatsgevonden onder de Armeniërs, in 1915.
De kwestie: wel of geen genocide, houdt historici en politici al jaren bezig. Ondanks overtuigende aanwijzingen dat de moord op Armeniërs wél plaatsvond, past het niet in de Turkse doctrine om die misdaad te erkennen. De kwestie ligt in Turkije behoorlijk gevoelig: wie de genocide erkent en zich daarover publiekelijk uitlaat, is strafbaar. Vorige week bleek hoe Nederlands-Turkse politici zich houden aan de officiele Turkse geschiedschrijving; er was geen genocide.
Onder druk van het CDA verklaarden betrokken kandidaat-Kamerleden voor deze partij dat ze het eens zijn met het partijstandpunt dat zegt dat er wél sprake is geweest van genocide. Nu blijkt ook een kandidaat-Kamerlid van de PvdA van Turkse afkomst de regering te volgen in de Armeense kwestie.
Volgens dagblad Trouw is de betreffende man, Erdinc Sacan, zelfs een van de aanvoerders van Nederlands-Turkse politici die de genocide ontkennen. Hij is een van de leiders van een discussie op internet, voor Turks-Nederlandse politici. Ook de PvdA-kandidaat heeft inmiddels bekendgemaakt dat hij zich aansluit bij zijn CDA-collega's.
De draai in de opvattingen van de aspirant-Kamerleden is opmerkelijk. Hoe kan het, dat een opvatting die van harte wordt gedeeld, plotseling, onder druk van het Kamerlidmaatschap, wordt losgelaten?
In gewone omstandigheden zou die ommezwaai verdacht zijn, in het geval van de Nederlandse Turken is ze dat helemaal. Het standpunt betreffende de Armeense kwestie is immers een belangrijke kwestie voor de Turken én voor de minderheden in Turkije. Het standpunt over de genocide is zo ongeveer een toetssteen voor goed Turks burgerschap - ook voor de Nederlandse Turken.
Volgens Trouw nodigden de discussianten op de website een Turkse hoogleraar uit die zo ongeveer het boegbeeld is van de ontkenning van de genocide.
...en de integratie
Volgens een motie van de ChristenUnie is in ons land de ontkenning van de genocide op de Armeniërs verboden. De aspirant-Kamerleden waren, voordat ze zich bekeerden tot het Nederlandse standpunt, dus in overtreding.
Die omstandigheid geeft aan hoe het CDA en de PvdA slordig zijn geweest met betrekking tot de Nederlandse Turken. De kandidaten zijn mede geworven vanuit de overtuiging dat hun kandidatuur stemmen zal trekken vanuit de minderheden, maar de prijs die de partijen daarvoor betalen is redelijk hoog: een pijnlijke confrontatie met Turks-nationalistische opvattingen van de kandidaten.
Het aanvankelijke standpunt van de kandidaten en dat van na hun ommezwaai geeft aan hoe zeer de kandidaten verbonden zijn met Turkije. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar het wordt iets anders als die standpunten tegengesteld zijn aan wat in Nederland als historisch én politiek feit wordt gezien.
De kwestie met de kandidaat-Kamerleden maakt ook duidelijk dat het werven van kandidaten van buitenlandse afkomst meer betekent dan het strategisch inzetten van de kandidaten om stemmen te halen uit de bevolkingsgroep waaruit die kandidaten voortkomen.
Die werving lijkt onschuldig, maar is het allerminst. De kandidaten nemen een Turks probleem mee de Kamer in en maken van de genocide ruilwaar: wij ontkennen niet langer de genocide en jullie laten ons toe in het Nederlands parlement. Er zijn mooiere vormen van integratie denkbaar.





Elsevier _maandag 25 september 2006 16:27
PvdA handhaaft genocide-ontkenner

De PvdA haalt het kandidaat-kamerlid Erdinc Sacan niet van de kandidatenlijst, ondanks diens betrokkenheid bij een website waar de genocide op Armeniërs in 1915 door Turken wordt ontkend.

Dat maakte partijvoorzitter Michiel van Hulten maandag bekend. Volgens Van Hulten beheerde Sacan een discussiegroep waaraan veel genocide-ontkenners deelnamen. 'Maar voor hun bijdragen was hij niet verantwoordelijk. Hij steunt het standpunt van de PvdA-fractie.'
Maandag schreef Trouw over de kandidatuur van Sacan, die lid is van de staten van Noord-Brabant voor de PvdA. Hij staat op plaats 53 van de PvdA-kandidatenlijst voor de verkiezingen van november.

Sacan is verantwoordelijk voor de website siyaset.nl. Deze website 'streeft naar het bevorderen van de politieke participatie binnen de Nederlandse samenleving met nadruk op de diverse culturele gemeenschappen die ons land rijk is'.
Nationalistisch?
Volgens Trouw echter komen de deelnemers aan de debatten op deze website weliswaar uit verschillende Nederlandse politieke partijen, maar nemen ze allemaal dezelfde nationalistische Turkse standpunten in. Ze ontkennen de moord op de Armeniërs van 1915 tot 1918.
Vorige week werd bekend dat twee kandidaten op de CDA-verkiezingslijst in het verleden regelmatig deze genocide hadden ontkend (lees Turkse CDA-kandidaten ontkennen volkerenmoord).
Vrijdag stelden ze hun standpunt bij en sloten ze zich aan bij het officiële partijstandpunt (lees Turkse CDA-kandidaten erkennen toch genocide). De CDA vindt dat Turkije de volkerenmoord moet erkennen, wil het lid worden van de Europese Unie.
Armeense lobby?
Hürryet, de grootste krant van Turkije, schreef dat de twee Turkse CDA-ers 'een stap terug' hadden gedaan, en sprak over een 'streek van de Armeense lobby'.
Alhoewel de genocide sinds 1985 bewezen wordt geacht, wordt de moord op 1,5 miljoen Armeniërs door Turkije officieel ontkend.
Door Robbert de Witt

Publicatiedatum: 25 september 2006


Reformatorisch Dagblad   

DEN HAAG 25-09-06

Over een PvdA-kandidaat voor de Tweede Kamer is ophef ontstaan inzake de Armeense genocide.

De kandidaat, het Brabants Statenlid Saçan (nummer 53 op de kandidatenlijst), beheert een website waarop de volkerenmoord wordt ontkend. Dat meldde Trouw maandagmorgen.
Op de door Saçan beheerde internetsite staat een chatbox voor Turks-Nederlandse politici. Zij ontkennen de Armeense genocide, waarbij in 1915 ruim 1 miljoen Armenen door de Turken zijn vermoord.
Saçan heeft inmiddels laten weten dat hij, als hij Kamerlid was, voor een motie van ChristenUnie-fractievoorzitter Rouvoet zou hebben gestemd die de EU oproept de genocide steeds bij Turkije aan de orde te stellen.
Het Turkse PvdA-Kamerlid Albayrak (nummer 2 op de lijst) erkent dat in 1915 veel mensen van het Armeense volk zijn vermoord. „Dat is een enorm menselijk drama." Ze denkt niet dat Saçan de genocide een leugen zou noemen, zoals CDA-kandidaat Tonca wel heeft gedaan.





Turkse jurist wil CDA’ers voor rechter
Gedraai over Armeense kwestie


Trouw 23 sept. 2006 Van onze verslaggevers
De Turks-Nederlandse politici Ayhan Tonca en Osman Elmaci, beiden op de kandidatenlijst van het CDA voor de verkiezingen, lopen kans op een berechting in Turkije.

Vandaag onderzoekt de nationalistische Turkse advocaat Kemal Kerincsiz uitspraken van Tonca en Elmaci over de Armeense kwestie. Als die strijdig zijn met de Turkse wet, dan zal Kerincsiz, zo zei hij gisteren tegen Trouw, hen aanklagen wegens schending van artikel 301 van de Turkse strafwet. Die verbiedt het bezoedelen van Turkije’s reputatie. Eerder sleepte Kerincsiz de schrijvers Orhan Pamuk en Elif Shafak voor de rechter, overigens zonder succes. Tonca en Elmaci danken de aandacht van de Turkse pleiter aan hun opvallende ommezwaai in de Armeense kwestie.

In juni nog voerden ze via een e- mailcircuit van lokale Turkse politici in Nederland campagne tegen een later aangenomen wetsvoorstel van de ChristenUnie, dat het ontkennen van een genocide strafbaar stelt. De CU noemde met name de Turkse genocide tegen de Armeniërs in 1915.

Uit de e-maildiscussie blijkt dat Tonca en Elmaci de Armeense genocide ontkennen. Maar na ophef over hun standpunten zeiden ze donderdag in een verklaring: „Hierbij verklaren wij dat wij, indien wij zitting hadden gehad in de Tweede Kamer toen de motie inzake de Armeense genocide werd behandeld, het standpunt van het CDA na deelname aan het fractiedebat hadden onderschreven en voor de motie van de ChristenUnie hadden gestemd.”

Gisteren weigerden de twee te zeggen of ze impliciet de Armeense genocide erkenden.

Nu worstelt ook de PvdA met eenzelfde probleem. Gisteren werd bekend dat die partij Erdinc Sacan op plaats 53 van de kandidatenlijst heeft geplaatst. Sacan deed mee aan dezelfde anti-Armeense e-maillobby. Hij conformeerde zich gisteren aan de verklaring van Tonca en Elmaci. Woordvoerders van zowel CDA als PvdA gaven aan dat beslissend is dat de drie heren zich voegen naar het fractiestandpunt en dat het er minder toe doet wat ze zelf denken.






CDA-kandidaten erkennen genocide Armeniërs

ANP Vrijdag 22 September 2006

DEN HAAG (ANP) - Kandidaat-Tweede Kamerleden voor het CDA Ayhan Tonca en Osman Elmaci erkennen dat Turkije in 1915 volkerenmoord heeft gepleegd op de Armeniërs. In een verklaring scharen ze zich achter een motie van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie waarin sprake is van de Armeense genocide.

In december 2004 sprak de Tweede Kamer op initiatief van de ChristenUnie unaniem uit dat de regering bij onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de Europese Unie steeds de massamoorden op de Armeniërs aan de orde moet stellen. Volgens de Armeense gemeenschap in Nederland vertolkten de twee CDA-kandidaten tot nu het officiële standpunt van Turkije dat er geen sprake is geweest van een Armeense genocide.

De Federatie Armeense organisaties in Nederland (FAON) had het CDA-partijbestuur deze week gevraagd naar de standpunten van Tonca (op de 35e plaats van de conceptkandidatenlijst) en Elmaci (56) over de volkerenmoord. De genocide is al sinds 1985 voor de Verenigde Naties een feit. In 1915 kwamen naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs om het leven.






Trouw 22 sept. Eimert Mulder

Heel wat Turken in CDA, PvdA en VVD ontkennen genocide

door Eildert Mulder

Niet alleen in het CDA maar ook in andere Nederlandse politieke partijen zijn Turkse politici actief die de genocide op de Armeniërs ontkennen.

Dat blijkt uit een e-maildiscussie in de yahoo-chatgroep siyaset-nl, waarop deze krant de hand heeft gelegd en die in juni losbarstte naar aanleiding van het voorstel van de ChristenUnie om ontkenning van genocide strafbaar te stellen.

De e-mails laten een lobby zien, die dwars door alle partijen gaat. De meeste deelnemers zijn Turkse gemeenteraadsleden en statenleden. Ze behoren vooral tot het CDA en de PvdA, met een enkele VVD'er ertussen. Binnen het Turkse politieke spectrum zijn ze, ongeacht tot welke Nederlandse stroming ze behoren, doorgaans aanhangers van rechtsnationalistische en religieuze filosofieën. Ze zijn ervan overtuigd dat, wat er in 1915 met de Armeniërs is gebeurd, geen genocide was.

In de discussie bespreken ze de vraag hoe ze kunnen voorkomen dat de Tweede Kamer de motie van de ChristenUnie zal aannemen. Aan de discussie doen ook Ayhan Tonca en Osman Elmaci mee. Deze CDA-kandidaten voor de kamerverkiezingen van november kwamen deze week in het nieuws omdat ze de genocide ontkennen.

Gör Köksal, VVD-statenlid in Noord-Holland stelt in de e-mailuitwisseling voor om nog eens diepgaand van gedachten te wisselen met de indiener van de motie, Tineke Huizinga. Leden van siyaset-nl moeten haar erop wijzen dat er in het recente verleden goed gedocumenteerde genocides zijn geweest, waarvan er foto's en video-opnames bestaan. Kun je zo'n begrip dan wel gebruiken voor een 'denkbeeldige gebeurtenis', waarvoor geen enkel historisch bewijs is, zo moeten ze haar vervolgens vragen, aldus Köksal.

Ze kunnen haar ook voorstellen een symposium te beleggen met Nederlandse historici. Köksal is tegen demonstraties en drukt zijn collega's op het hart om in e-mails niet te dreigen en te vloeken. Hij is, zo staat op zijn website, politiek adviseur van VVD-kamerlid Fadime Örgü en lid van de integratiecommissie van minister Verdonk.

Mahmut Yazici (CDA, Deventer) ziet weinig in het idee van Köksal: „De ChristenUnie is al jaren bezig met dit onderwerp en heeft een duidelijk doel. Het is onmogelijk ze op enige wijze te beïnvloeden." Zijn advies: de CU goed laten voelen dat het een partijtje van niets is en de energie te steken in de beïnvloeding van andere partijen. Het onafhankelijke raadslid Mustafa Özcan ( Amersfoort, voormalig GroenLinks) denkt er net zo over. Andere leden van de siyaset-nl beloven vervolgens dat ze binnen hun eigen partijen hun uiterste best zullen doen.

Anders is de benadering van een zekere Recep Soysal. Hij vraagt zich af waarom zowel CDA, PvdA als VVD, ondanks alle Turkse stemmen, die ze krijgen, toch altijd tegen Turkse belangen stemmen. Hij vindt het onverstandig om de Armeense kwestie op de agenda te plaatsen: „Het is volgens mij een val waarin ze ons willen laten lopen." Het is volgens hem boze opzet om de Turkse politici af te leiden van hun eigenlijke agenda.

ChristenUnie neemt voortouw bij wetgeving

De Nederlandse Tweede Kamer nam op 21 december 2004 met algemene stemmen een motie van de ChristenUnie (CU) aan waarin het de genocide op de Armeniërs erkent. In juni diende de CU een initiatiefwet in die het op beledigende wijze ontkennen van genocide strafbaar stelt. De Raad van State heeft hierop juist vorige week zijn commentaar gegeven. De wet kan nu zijn gang vervolgen.

In Frankrijk kwam het in mei bíjna tot een stemming over een wet die ontkenning van de Armeense genocide strafbaar wil stellen. Maar politici vonden uiteindelijk dat de politiek geen geschiedenis moet schrijven. De netelige kwestie, die de relatie met Turkije op het spel zette, werd vooruitgeschoven naar oktober. Turkije ontkent dat er in 1915 een doelbewuste massamoord plaatshad op honderdduizenden Armeniër




Kandidaten CDA ontkennen genocide Turken

Trouw 21-09-06; van onze verslaggevers

Twee kandidaten op de CDA-lijst voor de kamerverkiezingen van november ontkennen de Armeense genocide, terwijl de partij vindt dat Turkije deze volkerenmoord moet erkennen.

Het gaat om twee kandidaten van Turkse afkomst, Ayhan Tonca (op 35) en Osman Elmaci (56). Tonca noemt de genocide al lang een leugen. Elmaci zette onlangs zijn standpunt uiteen in een brief aan de Kamer. Die is te lezen op de website van het tv-programma ’Nova’, dat er gisteren aandacht aan besteedde.

Elmaci schrijft dat een initiatief van de ChristenUnie, dat het ontkennen van genocide strafbaar wil stellen, in strijd is met de vrije meningsuiting. Hij wijst erop dat er in Nederland 300.000 Turken zijn, die niet geloven in de Armeense genocide van 1915 en geeft een opsomming van de Turkse argumenten.

Tonca is voorzitter van de Islamitische Stichting Nederland (ISN), de Nederlandse afdeling van Diyanet, het Turkse ministerie van religieuze zaken. ISN beheert het merendeel van de Turkse moskeeën in Nederland. In Turkse kringen vraagt men zich af hoe Tonca als volksvertegenwoordiger kan functioneren als hij zo met handen en voeten gebonden is aan de Turkse overheid.

Op de website van Elmaci (www.osmanelmaci.nl) blijkt dat hij kind aan huis is bij rechts nationalistische Turkse organisaties. Eerder al lieten zowel Elmaci als Tonca zich in een e-maildiscussie tussen Turkse lokale politici zeer kritisch uit over het voorstel van de ChristenUnie.

CDA-voorzitter Marja van Bijsterveldt zegt in een reactie dat zij het standpunt van Tonca respecteert, maar dat dit niet het standpunt is van de fractie dan wel de partij.

De Armeense genocide had plaats in 1915, toen Turkije streed aan de zijde van Duitsland. Omdat ze twijfelden aan de loyaliteit van de Armeniërs besloten de Turken hen te deporteren naar Syrië.





Armeense gemeenschap heeft moeite met CDA-kandidaat

Gewijzigd op: 21/09/2006 00:01:10 Gepubliceerd op: 21/09/2006 00:00:00

HILVERSUM (ANP) - De Armeense gemeenschap in Nederland heeft er moeite mee dat het CDA Ayhan Tonca op een verkiesbare plaats heeft gezet op de concept-lijst voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer. In het verleden heeft Tonca diverse malen het officiële Turkse standpunt vertolkt dat er geen sprake is geweest van genocide op het Armeense volk in 1915.

In een brief aan het CDA-partijbestuur vraagt FAON (Federatie Armeense organisaties in Nederland) zich af of Tonca nu afstand doet van dat standpunt. FAON wijst erop dat de ontkenning van de genocide haaks staat op het CDA-standpunt.

In het tv-programma NOVA wilde Tonca woensdagavond niet ingaan op de vraag of hij terugkomt van zijn standpunt. CDA-partijvoorzitter Marja van Bijsterveld voorziet geen problemen. Zij wees erop dat Tonca, als hij wordt gekozen, in de fractie zijn standpunten kan inbrengen. Dan volgt er in de fractie een debat. Fractieleden voegen zich vervolgens aan de uitkomsten van dat debat.

In 1915 kwamen naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs om het leven.







Persbericht

Armeniërs willen duidelijkheid van Turkse kandidaat-Kamerleden over genocide-standpunt

Den Haag- 12 september 2006. De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) en haar 24 april Comité (www.24april.nl) hebben vandaag in een brief aan het CDA opheldering gevraagd over de heer Tonça, die op de CDA-concept-kandidatenlijst de 35e plaats inneemt. De Armeniërs zijn verontrust, omdat Tonça bij verschillende gelegenheden publiekelijk de Armeense genocide heeft ontkend.

Deze ontkenning staat haaks op het Nederlandse standpunt, zoals verwoord in een motie van André Rouvoet (CU), waarbij de Tweede Kamer unaniem de Armeense genocide erkende.

De genocide, die in WOI 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk het leven kostte, wordt nog steeds door Turkije ontkend. Behalve Armeniërs kwamen bij de massamoorden ook enorme aantallen andere christenen om, zoals Assyriërs.

Het CDA heeft in totaal 3 Turkse kandidaten op de lijst; ook van de andere twee, het zittende kamerlid Cörüz (nr. 19) en kandidaat Elmaci (nr. 56) wil de Armeense Federatie weten of zij de Armeense genocide erkennen, alvorens de kandidatenlijst wordt vastgesteld.

De Federatie roept ook andere partijen op om snel duidelijkheid te geven over het standpunt van hun kandidaten van Turkse afkomst over het gevoelige onderwerp van de Armeense genocide.

----------------------





NRC Handelsblad
9 september 2006

‘Turkse erkenning van genocide niet uitgesloten’
Vraaggesprek met EU-onderhandelaar Ali Babacan

Niemand moet verwachten dat Turkije zijn standpunt over de Armeense kwestie wijzigt’, zei de Turkse premier Erdogan. Maar zijn eerste onderhandelaar met de EU is genuanceerder.

Door onze redacteur Wilmer Heck

Den Haag, 9 sept. De vrijheid van meningsuiting laat nog veel te wensen over, de rechten van minderheden zijn niet gegarandeerd, de positie van het leger is te sterk, de kwestie-Cyprus verkeert in een impasse en Ankara weigert te erkennen dat honderdduizenden Armeniërs in de EersteWereldoorlog slachtoffer werden van genocide door Ottomaanse Turken.

Kortom, EU-kandidaat Turkije wordt stevig aangepakt in het rapport dat CDA-europarlementariër Camiel Eurlings heeft opgesteld en dat deze week veel steun kreeg in de buitenlandcommissie van het Europees Parlement (EP).

Ali Babacan, de Turkse minister van Economische Zaken en hoofdonderhandelaar met de EU, bezocht deze week Den Haag om de Turkse zaak te bepleiten. Hij wijst de meeste Europese verwijten van de hand. Maar erkenning van de massamoord op Armeniërs in 1915 als genocide sluit hij niet uit.

Op de Turkse ambassade ligt Babacan de Turkse positie toe.

Erkent u dat het Turkse hervormingsproces steeds trager verloopt?
“Nee, het kost gewoon tijd voordat de resultaten van de hervormingen zichtbaar worden. Onze bereidheid tot hervormingen is in ieder geval even groot als voorheen en zal eerder toenemen dan afnemen. Het voltallige Europees Parlement stemt over enkele weken over dit rapport. Tot die tijd zullen wij proberen het op andere gedachten te brengen.”

Wat vindt u van de eis dat Turkije de massamoord op Armeniërs in 1915 erkent als genocide?
“Turkije staat open voor alle uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar deze kwestie. Daarom hebben wij voorgesteld om samen met de Armeniërs een onderzoekscommissie in te stellen. Verder hebben we al onze archieven opengesteld voor wetenschappelijk onderzoek. Wij zijn alleen van mening dat het Europees Parlement niet de aangewezen instelling is om zich uit te spreken over wat er is gebeurd. Volksvertegenwoordigers zijn geen historici. De opstelling van het Europees Parlement, die niet ondersteund wordt door wetenschappelijk onderzoek, past ook niet in de Europese manier van handelen.”

Als een door Turkije gesteunde onderzoekscommissie concludeert dat sprake was van genocide, erkent Turkije dat dan?
“Ja, wij accepteren elke uitkomst.”

Gaat Turkije ervoor zorgen dat schrijvers niet langer worden aangeklaagd voor ‘belediging van de Turkse staat’?
“In de komende twee tot zes maanden evalueren we het bewuste wetsartikel 301. Als we zien dat dit artikel ongewenste gevolgen heeft, zullen we bekijken wat we kunnen doen.”

Wat vindt u van de toon van het rapport-Eurlings?
“De manier waarop het geformuleerd is, laat achterliggende emoties zien. De negatieve invloed hiervan op de stemming onder het Turkse volk is groot en bemoeilijkt de onderhandelingen. Als de Turken het gevoel krijgen niet welkom te zijn, zullen ze zich afvragen of zich zo sterk op EU-toetreding moeten blijven focussen.”

Struikelblok in de relatie tussen de EU en Turkije vormt ook de Turkse weigering om de lucht- en zeehavens open te stellen voor verkeer uit Grieks-Cyprus (dat niet door Ankara wordt erkend). De kwestie frustreert de onderhandelingen en leidt er mogelijk toe dat ze deels worden opgeschort.

Babacan sprak in Den Haag ook met minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken. Na afloop stapte Bot op het vliegtuig naar Cyprus. Om „te bekijken of er links of rechts ruimte” is om uit de impasse te komen, aldus diens woordvoerder. Bot rapporteerde aan Europees Commissaris Olli Rehn (Uitbreiding), met wie Babacan op zijn beurt donderdag een ontmoeting in Brussel had.

Is Turkije bereid als eerste een nieuwe stap in deze kwestie te zetten?
Ali Babacan: “Nee, zeker niet. Zoals de Europese Unie heeft beloofd, moet eerst het isolement van de Turks-Cyprioten worden opgeheven. Daarna zijn wij direct bereid onze havens en vliegvelden te openen voor Grieks-Cyprus. We hopen op nieuwe bemiddelingen door de Verenigde Naties. Het zou oneerlijk zijn om de partij die in 2004 bereid was tot een compromis, nu te straffen met het stopzetten van onderhandelingen. De Grieks-Cyprioten stemden destijds tegen het VN-compromis voor hereniging van het eiland, de Turks-Cyprioten stemden voor.”

Het bezoek van Bot aan Cyprus leverde volgens diens woordvoerder niet direct nieuwe inzichten op. „Maar het is belangrijk dat er beweging blijft’’, aldus Bots woordvoerder, „want deze kwestie mag niet tot een echte impasse in de onderhandelingen leiden. Hoopvol is wel dat er onder VN-toezicht ondertussen een voorzichtig begin is gemaakt met heropening van de onderhandelingen tussen de Grieks- en Turks-Cyprioten.” De woordvoerder benadrukt dat er geen sprake is van officiële bemiddeling namens de EU.








De Volkskrant
28 juli 2006

Claim tegen Pamuk afgewezen

AP, AFP - ISTANBUL - Een Turkse rechtbank heeft vrijdag een claim tegen de schrijver Orhan Pamuk afgewezen. De nationalistische advocaat Kemal Kerincsiz en vijf anderen eisten 4000 euro schadevergoeding van Pamuk omdat deze de Turken heeft ‘beledigd, vernederd en vals beschuldigd’.

Pamuk meent dat Turkije een miljoen Armeniërs heeft omgebracht. De massamoorden op Armeniërs in WO I zijn een taboe-onderwerp. Eerder werd ook een strafklacht tegen Pamuk geseponeerd.

Vrijdag werd tegen de schrijfster Elif Shavak 3 jaar cel geëist om haar boek over de Armeense massamoorden, dat ‘beledigend is voor de nationale identiteit’.











NRC Handelsblad
13 juli 2006

EU laakt Turkije om veroordeling van journalist


Door onze correspondent
BRUSSEL, 13 JULI. De Turkse regering moet de wet zodanig aanpassen dat rechterlijke uitspraken die de vrijheid van meningsuiting aantasten niet meer mogelijk zijn. Dit heeft Europees Commissaris Olli Rehn, belast met uitbreiding van de EU, gezegd over een vonnis van het Turkse Hof van Beroep. Dit bevestigde deze week de veroordeling van een Turks-Armeense journalist die in een artikel de Turkse identiteit zou hebben beledigd. Rehn zegt “teleurgesteld” te zijn. In het najaar komt het dagelijks bestuur van de EU met een tussenrapportage over het verloop van de hervormingen in Turkije. Dit rapport is weer bepalend voor de onderhandelingen van de Unie met Turkije over het EU-lidmaatschap.











NRC Handelsblad
12 juli 2006

Straf journalist Turkije bevestigd

Istanbul, 12 juli. Het Turkse Hof van Beroep heeft de veroordeling van de Turks-Armeense journalist Hrant Dink wegens “belediging van de Turkse identiteit” bevestigd. Dink werd in oktober vorig jaar door een lagere rechtbank veroordeeld tot een half jaar gevangenisstraf voorwaardelijk. Hij had in een artikel in zijn blad Agos geschreven dat de Armeniërs afstand moeten nemen van haat jegens Turken omdat die “jullie bloed vergiftigt”. Tegen NRC Handelsblad zei Dink eerder dit jaar dat hij bedoeld had te zeggen dat Armeniërs naar de toekomst moeten kijken en niet naar het gruwelijke verleden van de Turkse genocide op de Armeniërs. Maar volgens de rechtbank kwamen Dinks uitspraken er op neer dat er gif zit in Turks bloed. (AFP)







ANP 1 juni 2006

ChristenUnie: bestraf ontkenning van volkerenmoord

DEN HAAG (ANP) - Het ontkennen van volkerenmoord, zoals de Holocaust, moet strafbaar worden. De ChristenUnie heeft daartoe een wetsvoorstel ingediend. Wie opzettelijk genocide en misdrijven tegen de menselijkheid ontkent om daarmee anderen te beledigen of aan te zetten tot haat, maakt zich volgens het voorstel schuldig aan een strafbaar feit waarop maximaal een jaar cel staat.

De indiener van het wetsvoorstel, Tweede Kamerlid Tineke Huizinga van de ChristenUnie, wil een en ander expliciet in het wetboek van strafrecht opnemen om een duidelijk signaal te geven dat dergelijke ontkenningen ontoelaatbaar zijn. Ook is het dan beter mogelijk om discriminatie op internet aan te pakken, zei Huizinga donderdag bij de presentatie van haar voorstel.

Voor slachtoffers van volkerenmoord en hun nabestaanden zijn welbewuste ontkenningen van het aangedane kwaad of opzettelijke verdraaiing van feiten “onverteerbaar”. Huizinga noemde als voorbeeld behalve de jodenvervolging door de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog ook de omvang van de slavernij, waarin ook Nederland een “kwalijke rol” heeft gespeeld.


Bovendien herinnerde het Kamerlid aan de volkerenmoord op Armeniërs in 1915 ten tijde van het Ottomaanse rijk die in het hedendaagse Turkije en door Turken elders nog steeds wordt ontkend. Huizinga en andere Kamerleden zijn de afgelopen tijd bedolven onder e-mails van vooral Turken die zich tegen het voorstel van de ChristenUnie keren.

Huizinga benadrukte dat haar voorstel niet bedoeld is om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Het debat over feiten in de geschiedenis moet volgens haar altijd worden gevoerd. De ontkenning, goedkeuring of rechtvaardiging van volkerenmoord moet daarom strafbaar zijn op het moment dat het een welbewuste uiting is om mensen te beledigen en te discrimineren.

De Federatie Armeense Organisaties Nederland noemt het wetsvoorstel een stap voorwaarts en is blij dat de Armeense genocide expliciet in de toelichting wordt genoemd. Een vertegenwoordiger ervan, Inge Drost, gaat ervan uit dat het met deze wet mogelijk zou zijn om sites in Nederland aan te pakken waarop de Armeense volkerenmoord wordt ontkend, zoals op de volgens haar onschuldig ogende site www.armenië.nl.

Ook het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie en het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) lieten in een reactie weten het voorstel te steunen. Het wetsvoorstel gaat nu eerst voor advies naar de Raad van State, waarna de Kamer zich erover kan buigen.







Persbericht CU

Maak ontkennen van genocide strafbaar

donderdag 01 juni 2006 12:27
De ChristenUnie heeft een wetsvoorstel ingediend dat het ontkennen, op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of rechtvaardigen van volkerenmoord en misdrijven tegen de menselijkheid strafbaar stelt. Van strafbare uitingen is sprake als deze bewust worden gedaan in de wetenschap dat mensen daardoor op discriminerende wijze worden beledigd, of met de bedoeling aan te zetten tot haat of geweld tegen bevolkingsgroepen.

Over de hele wereld komen dit soort ontkenningen voor. Een bekend voorbeeld is de ontkenning van de holocaust. De Iraanse president Achmadinejad noemde de holocaust onlangs een mythe. De erkenning van de Armeense genocide is ook nog steeds een heikel punt. De moord op zeven duizend moslims in Sebrenica werd lang ontkend in Servië. Uitspraken van ver over de grenzen klinken ook door in ons land.

"Het ontkennen, op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of rechtvaardigen van volkerenmoord en misdaden tegen de menselijkheid, is een pijnlijke zaak voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Met het ontkennen van deze gruweldaden, wordt hun verleden ontkend en dat is opnieuw een aanslag op hun identiteit," aldus Tineke Huizinga, de indiener van het wetsvoorstel.

Volgens rechterlijke uitspraken valt ontkenning van de holocaust in beginsel onder het discriminatieverbod uit het wetboek van strafrecht. Dit wetsvoorstel beoogt het vastleggen van deze uitspraken in de wet, maar heeft daarnaast een bredere strekking. Het voorstel heeft immers ook betrekking op andere in brede kring erkende volkerenmoorden of misdrijven tegen de menselijkheid.
In de ons omringende landen als België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en Frankrijk is al sprake van soortgelijke wetgeving. In een aantal gevallen is deze nog beperkt tot de holocaust en andere misdrijven tegen de menselijkheid, die onder het nazi-regime zijn begaan.
In sommige landen overweegt men eveneens uitbreiding van deze wetgeving.

Huizinga: "Leon Meijer, lid van de Permanente Campagne van de Christenunie, droeg het idee bij de Tweede Kamerfractie aan en is nauw betrokken geweest bij de voorbereidingen. De voorbereidingen van het wetsvoorstel hebben een jaar geduurd. Er zijn verschillende juridische experts en maatschappelijke organisaties bij betrokken geweest. Er is gekeken naar de wetteksten in de ons omringende landen. We zijn niet over één nacht ijs gegaan en de tekst die er nu ligt, is volgens de ChristenUnie een goede aanvulling op ons rechtsysteem".




 

 ^Terug^

   


BEGIN

NIEUWS

AANKONDIGING

I N F O

 

LINKS

FOTO'S

ARCHIEF


© April 24 Committee - The Hague april 2004