|

|
Hier vindt u alle binnengekomen pers- en andere berichten:
Reformatorisch Dagblad
22-12-2004
Premier vreest besmet referendum
Zie het gehele artikel:
http://www.refdag.nl/website/article.php?id=1194732
Bijna alle fracties spraken hun teleurstelling uit over het feit dat de EU van de erkenning van de Armeense genocide
geen voorwaarde heeft gemaakt voor de start van de toetredingsonderhandelingen met Turkije. Met algemene stemmen
aanvaardde de Kamer een motie van ChristenUnie-leider Rouvoet, die de regering oproept in haar dialoog met Turkije
“voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen.”
Nooit eerder sprak de hele Tweede Kamer zich zo nadrukkelijk uit over de volkenmoord van 1915 door de Turken op
de Armeniërs. De Armeense Federatie toonde zich dinsdag verheugd over het feit “dat nu ook Nederland de genocide
erkent.”
^Terug^
Het Financieele Dagblad
23 Dember 2004
Nederland erkent Turkse genocide op Armeniërs
VAN ONZE REDACTEUR
AMSTERDAM - De Nederlandse regering heeft de genocide uit 1915 op de Armeniërs door Ottomaanse Turken erkend.
Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken 'verwelkomt' de motie waarin de Tweede Kamer de regering vraagt 'de erkenning
van de Armeense genocide voortdurend en nadrukkelijk aan de orde te stellen in de dialoog met Turkije'.
'De minister ziet de motie als ondersteuning. Bij elk overleg, ook als wij geen EU-voorzitter zijn, zal Nederland
de kwestie ter sprake brengen. We hebben het onderwerp steeds op de agenda gezet en het is niet voor niets dat
we dit aan de orde stellen. We willen een oplossing voor dit stukje geschiedenis voor Turkije toetreedt. Op die
manier kunt u het zien als de facto een erkenning', licht Bots woordvoerder desgevraagd toe.
De motie, ingediend door het kamerlid André Rouvoet van Christenunie, werd dinsdagavond tijdens het debat
over de uitkomsten van de EU-top met betrekking tot Turkije met algemene stemmen aangenomen. Eerder gingen in Europa
België, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Italië, Zweden en Zwitserland over tot erkenning van de genocide
op 1,5 mln Armeniërs.
^Terug^
PERSBERICHT
Nederland erkent Armeense Genocide
Den Haag, 21 december 2004 - De Armeense Federatie is verheugd dat vandaag
de Tweede Kamer met algemene stemmen een motie over de erkenning van de Armeense genocide heeft aangenomen.
Jarenlang heeft de Armeense gemeenschap bij Kamer en Regering op erkenning van de Armeense genocide van 1915 aangedrongen.
Speciaal het afgelopen jaar, in de aanloop naar en tijdens het Nederlandse voorzitterschap van EU, is door het
24 april comité van de Armeense Federatie voortdurend actie gevoerd om de Armeense kwestie onder de aandacht
van de kamerleden en van het Nederlandse publiek brengen.
De motie werd ingediend in het debat over de uitkomsten van de Europese Top m.b.t. Turkije. In dat debat stelden
vrijwel alle fracties vragen aan de Regering over het uitblijven van conclusies ter zake van de Armeense genocide.
Dit ondanks inzet van o.a. Frankrijk en het Europees Parlement en ook van Minister Bot zelf, die de kwestie steeds
bij de Turkse collega’s aan de orde heeft gesteld. Een meerderheid van de Kamer had daarom gevraagd.
In de motie wordt de regering gevraagd om “de erkenning van de Armeense genocide voortdurend en nadrukkelijk aan
de orde te stellen in de dialoog met Turkije”.
Christen Unie fractievoorzitter Rouvoet diende de motie in, die de steun kreeg van alle andere partijen in de Kamer.
---------------------------------------------
FEDERATIE ARMEENSE ORGANISATIES NEDERLAND
24 april comité
Persbericht
Armeense genocide leeft sterk bij EU-Top
Minister Bot:
Turkije niet in EU zonder erkenning Armeense genocide
Den Haag, 15 december 2004 - Minister Bot heeft vandaag met betrekking tot de Armeense genocide uitgesproken, dat
er geen sprake van toetreding van Turkije tot de EU kan zijn, zonder dat Turkije zijn eigen verleden onder ogen
heeft willen zien. Het punt heeft de volle aandacht, aldus Bot. Minister reageerde hiermee op woordvoerders van
vrijwel alle fracties in de Tweede Kamer tijdens het “Europa” debat van vandaag.
Ook het Europees parlement, dat vandaag stemde over het advies van CDA Europarlementariër Eurlings over de
toetreding, voegde op het laatst nog de oproep aan Turkije toe tot erkenning van de genocide. Zoals gebruikelijk
start de top van a.s. vrijdag met een gesprek met de voorzitter van het Europees Parlement. Het EP erkende de Armeense
genocide in 1987.
Samen met de aankondiging van Frankrijk afgelopen maandag, dat het tijdens de EU-top de kwestie van de door Turkije
tot op heden ontkende genocide op de agenda zal zetten, is de kwestie van de Armeense genocide sterk vertegenwoordigd
op de EU-Top.
De Armeniërs van Europa onderstrepen deze aandacht door vrijdag in Brussel een grote demonstratie te houden
bij het gebouw, waar de EU-Top beslist over Turkije.
De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland heeft er tot op de dag van vandaag bij de Minister-President,
Minister Bot en de partijen in de Tweede Kamer op aangedrongen een sterk punt te maken van kwestie. Zij maken zich
zorgen over het feit dat bij de hervormingen die Turkije heeft laten zien, geen enkele stap vooruit is gemaakt
rond de Armeense genocide en de omgang met Armenië als buurland. Van enige bereidheid op dit terrein tot hervormingen
te komen is tot dusver niets gebleken. Druk van buiten is het enige dat beweging kan brengen in deze zaak. Daarom
heeft de Armeense Federatie het Nederlands Voorzitterschap met klem gevraagd alles in het werk te stellen om in
de conclusies van 17 december inzake Turkije vast te leggen, dat van Turkije verwacht wordt dat het de relatie
met Armenië verbetert. Dit betekent het onder ogen zien van het eigen verleden inclusief de Armeense genocide,
het opheffen van de grensblokkade met Armenië en het aangaan van diplomatieke betrekkingen met Armenië.
De voortgang op dit terrein kan dan evenals ten aanzien van mensenrechten en vrijheid van meningsuiting, gemonitord
worden.
De genocide van 1915 heeft 1,5 miljoen Armeniërs het leven gekost en maakte ook veel slachtoffers onder andere
christelijke minderheden. Turkije ontkent deze genocide tot op de dag van vandaag. Andere kandidaat lidstaten zoals
Roemenië en Kroatië hebben de afgelopen periode afstand genomen van zwarte bladzijden uit hun geschiedenis.
Niet ingezien kan worden waarom voor Turkije een uitzondering gemaakt moet worden.
De Federatie is van mening dat Europa het aan zichzelf verplicht is haar uitgangspunten consequent na te leven.
En als Turkije bij Europa wil horen, gelden die ook voor Turkije.
^Terug^
1.
FEDERATIE ARMEENSE ORGANISATIES NEDERLAND
24 april comité
Persbericht
EU-Turkije - Armeniërs in actie voor EU-Top
Den Haag, 13 december 2004 - Armeniërs uit de verschillende Europese landen gaan a.s. vrijdag massaal demonstreren
bij het gebouw, waar de EU-Top beslist over Turkije. Zij maken zich zorgen over het feit dat bij de hervormingen
die Turkije heeft laten zien, geen enkele stap vooruit is gemaakt rond de Armeense genocide en de omgang met Armenië
als buurland.
Vandaag heeft de Armeense Federatie in Nederland zich tot Minister President Balkenende gewend. Gevreesd wordt
dat de voor Armeniërs en buurland Armenië zo essentiële kwesties van erkenning van de Armeense genocide
en normaliseren van de betrekkingen met Armenië, verloren gaan in de vele problemen die er spelen rond de
beslissing over het noemen van een datum voor de start van onderhandelingen met Turkije over EU-lidmaatschap.
Turkije heeft, ondanks aandringen van het Nederlands voorzitterschap, op dit terrein geen enkele stap vooruit willen
zetten. Op veel andere belangrijke terreinen heeft Turkije in het zicht van mogelijke onderhandelingen, wel bereidheid
getoond tot hervormingen.
De Armeense Federatie gaat er vanuit dat Europese toetreding voor Turkije niet mogelijk is zonder dat het land
het eigen verleden onder ogen ziet. De genocide van 1915 heeft 1,5 miljoen Armeniërs het leven gekost en maakte
ook veel slachtoffers onder andere christelijke minderheden. Turkije ontkent deze genocide tot op de dag van vandaag.
Andere kandidaat lidstaten zoals Roemenië en Kroatië hebben de afgelopen periode afstand genomen van
zwarte bladzijden uit hun geschiedenis. Niet ingezien kan worden waarom voor Turkije een uitzondering gemaakt moet
worden.
De Federatie vraagt het Nederlands Voorzitterschap met klem alles in het werk te stellen om in de conclusies van
17 december inzake Turkije vast te leggen, dat van Turkije verwacht wordt dat het de relatie met Armenië verbetert.
Dit betekent het onder ogen zien van het eigen verleden inclusief de Armeense genocide, het opheffen van de grensblokkade
met Armenië en het aangaan van diplomatieke betrekkingen met Armenië. De voortgang op dit terrein kan
dan evenals ten aanzien van mensenrechten en vrijheid van meningsuiting, gemonitord worden.
De Federatie is van mening dat Europa het aan zichzelf verplicht is haar uitgangspunten consequent na te leven.
En als Turkije bij Europa wil horen, gelden die ook voor Turkije.
-----------------------------------------
2.
ANP 13-12-2004
‘Turkije moet volkerenmoord Armeniërs erkennen’
BRUSSEL (ANP) - Frankrijk wil dat de Turkse staat de volkerenmoord op Armeniërs in het toenmalige Ottomaanse
Rijk in 1915 erkent. Minister van Buitenlandse Zaken Michel Barnier heeft dat maandag in Brussel gezegd. Hij meende
dat ook Turkije de plicht heeft zich te herinneren. Barnier zei echter dat de gewenste erkenning geen voorwaarde
is om lid te mogen worden van de Europese Unie.
De volkerenmoord op Armeniërs in het Ottomaanse Rijk was de eerste genocide van de twintigste eeuw. De meeste
massaslachtingen en deportaties waren vanaf 24 april 1915 tot aan het einde van dat jaar. Volgens schattingen kwam
tussen eenderde en driekwart van alle Armeniërs in het rijk om het leven. Armeniërs spreken van zeker
anderhalf miljoen doden.
Verantwoordelijke Ottomaanse ministers konden de massslachtingen niet meer ontkennen door de schaal van het moorden
en de vele dodenmarsen door het land. Een maand na het begin ervan veroordeelden de Geallieerde mogenheden van
toen die al. Ambassadeurs van bondgenoten van Constantinopel berichtten hun hoofdsteden over de uitroeiing van
het Armeense ras. De Turkse republiek is na de val van het Ottomaanse Rijk gesticht. Zij heeft officieel altijd
ontkend dat er van georganiseerde volkerenmoord sprake was.
Minister Bot van Buitenlandse Zaken zei maandagavond dat de erkenning van de volkerenmoord inderdaad geen eis voor
lidmaatschap van de EU is, maar dat ,,dit een probleem is dat we moeten benadrukken in de toekomst''.
Armeense verenigingen stellen vrijdag te zullen demonstreren voor het gebouw in Brussel waar de EU-top over de
toetredingsonderhandelingen van Turkije moet beslissen. De Federatie Armeense Organisaties Nederland stelde dat
Ankara ondanks aandringen van de EU geen enkele stap vooruit heeft geboekt in zijn relaties met het buurland Armenië
en evenmin over de kwestie van de genocide van 1915.
De federatie wil dat de EU vastlegt dat Turkije goede betrekkingen met Armenië moet nastreven door onder meer
de grens te openen en de volkerenmoord eindelijk onder ogen moet zien.
-----------------------------------------
Het Financieele Dagblad
24 juni 2004
‘Erkenning van genocide helpt Turkije verder’
Nederland heeft Turkije met het oog op een EU-lidmaatschap hoog op de agenda. Volgens Turkije-expert Hilmar Kaiser
vergroot openheid over het verleden de kansen.
VAN ONZE REDACTEUR
AMSTERDAM — Onder het Nederlandse voorzitterschap beslist de Europese Unie in december of kandidaatlid Turkije
een datum krijgt waarop onderhandelingen kunnen beginnen over toetreding. Politiek ligt de kwestie gevoelig onder
meer omdat Turkije een moslimstaat is, zo was onlangs te lezen in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor
het Regeringsbeleid. Ook valt op dat politici het debat over de nog altijd verzwegen Turkse genocide van 1915 op
1,5 miljoen Armeniërs angstvallig vermijden. Ten onrechte, vindt Hilmar Kaiser, die promoveerde aan de Europese
universiteit in Florence na bestudering van Turkse archieven over deze kwestie. Kaiser mag van de autoriteiten
in Turkije geen archiefonderzoek meer doen. Toch is de Turkije-expert juist nu optimistisch. Onlangs deed hij in
Amsterdam verslag van zijn onderzoek.
— Hoe schat u de kansen in op erkenning van de genocide?
‘Ankara heeft, om de EU tegemoet te komen, al serieus werk gemaakt met het Koerdenprobleem en de kwestie-Cyprus.
Oordeel je naar de capaciteiten van Erdogan en Gül, de huidige bewindslieden, dan verwacht ik dat de regering
zeer genereuze oplossingen zal aandragen voor de Armeense kwestie. Ik denk wel dat zij nog wat tijd nodig hebben,
omdat ze anders in de ogen van de militairen te veel overhoop halen. Het moet wel gebeuren voordat Turkije EU-lid
wordt. Ik heb goede hoop dat dit ook gebeurt.’
— Waar baseert u die hoop op?
‘Dit is de eerste regering die in feite breekt met de kemalisten, de aanhangers van Kemal Atatürk, stichter
van het moderne Turkije, die de scheiding van kerk en staat radicaal doorvoerde. Afgezien van de oppositie, hebben
de huidige politici niets te maken met mensen die de genocide op hun geweten hebben. Erdogan en Gül zijn gewone
moslims. Hun achterban komt voort uit mensen die destijds met gevaar voor eigen leven Armeniërs hebben gered.
Deze regering heeft, voor zover ik weet, geen banden met de maffia, de militaire elite, de geheime dienst en de
media-industrie.’
— U doelt nu op het auto-ongeluk in Susurluk in 1996.
‘Ja. Daar waren een hoge politieofficier, een parlementariër, een maffiabaas en een schoonheidsdiva bij betrokken.
Toen werd duidelijk hoe verweven het Turkse establishment is met criminele bendes. Deze regering heeft daar niets
mee van doen en wortelt sterk in een democratische traditie. Ik denk dus niet dat er nog redenen zijn om Turkije
op termijn buiten de EU te houden, vooral als Erdogan de genocide erkent. Want een andere regering zie ik dat niet
snel doen. Bovendien zal het Turkije enorm helpen.’
— In welk opzicht?
‘Erdogan is in staat de deur open te duwen naar een totaal nieuwe toekomst voor Turkije en ook voor het Kaukasus-gebied.
Hij zal dat niet doen om primair de EU te behagen, maar uit eigen belang. Want ik zie op termijn voor Turkije een
leidende rol weggelegd in de hele regio. Ik acht Erdogan daartoe in staat. Met de erkenning van de Armeense genocide
verschaft Turkije zich ook de legitimiteit om uit te groeien tot een echte regionale grootmacht. Erkenning is in
het Turkse belang. Je lost problemen niet op door ze te verdoezelen of te ontkennen.’
— Wat houdt Turkije dan tegen?
‘Niet Erdogan, want die pleit juist voor vernieuwing en emancipatie. De tegenstanders vind je nog in alle delen
van het staatsapparaat en in de huidige oppositiepartij CHP. Die partij schildert Erdogans partij AKP af als moslimfundamentalisten
en probeert de hervormingen te frustreren. CHP vertegenwoordigt de traditie van de genocideplegers, de Jong-Turken,
die ruim tachtig jaar de macht hadden en tot in 1950 in de regering zaten en de banken bezaten. Hun ideeën
zijn ook wijdverspreid onder Turken in Europa. Ze spelen nog altijd hetzelfde spel, maar boeten nu aan invloed
in.’
— Dat klinkt als een revolutie.
‘Dat is het ook. In Turkije gebeurt er op dit moment erg veel en dat is een delicaat proces. AKP vindt haar basis
onder de gewone bevolking in Oost-Turkije. Het is frappant dat juist deze moslimregering de Koerdische mensenrechtenactiviste
Leyla Zana vrijlaat. Een kemalistische regering zou dat nooit doen.’
— New York Life trof onlangs een miljoenenschikking met Armeense nabestaanden
wegens niet uitbetaalde polissen.
‘De kwestie kun je vergelijken met de joodse tegoeden. Er zijn meer financiële instellingen met genocidegelden,
zowel in het buitenland als in Turkije zelf. Met de Armeense eigendommen zijn destijds staatsondernemingen opgericht
die nog steeds bestaan. De Turkse regering moet het initiatief nemen om die beerput te openen. Transparantie bij
bedrijven is in dit opzicht een voorwaarde voor economische en democratische ontwikkeling in die regio. Je moet
deze kwestie niet zien in termen van wat het kost, maar in termen van nieuwe kansen. Dat zal Turkije ook aantrekkelijker
maken voor buitenlandse investeerders.’
— Ook in het Westen wordt soms de term ‘genocide’
inzake Armeniërs vermeden. Hoe ziet u dat?
‘Dat is politiek ingegeven. Het was de eerste moderne genocide, compleet met draaiboeken en medische experimenten.
En ook over het getal van 1,5 miljoen kan geen twijfel bestaan. Ik bespaar je de details.’
^Terug^
Armeense genocide: best belangrijk
Geplaatst: 18-6-2004 | 15:07 Laatst gewijzigd: 18-6-2004 | 15:07
Premier Erdogan van Turkije was woensdag op bezoek bij premier Balkenende. Over
de Armeense genocide moet door Nederland en Balkenende in het bijzonder gesproken worden met de Turkse leiders.
Het verleden moet worden opgeruimd voordat Turkije werkelijk een democratie binnen de Europese Unie kan worden,
stelt mr. Inge Drost.
Premier Balkenende ontving woensdag zijn Turkse collega, Erdogan. Hoog op de agenda stonden de kansen van Turkije
op de bepaling van een datum voor de start van toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie, waarover de EU
in december tijdens het Nederlandse voorzitterschap beslist. De Nederlandse politiek heeft zich tot nu toe ferm
opgesteld wat betreft het voldoen aan de criteria. Zo hield staatssecretaris Nicolai op 4 april in Maastricht voet
bij stuk: a deal is a deal. Hij gaf aan dat er nog een lange weg te gaan is. Ook de fracties in de Tweede Kamer
zijn niet van plan water bij de wijn te doen. Het wachten is op het rapport van de Europese Commissie over Turkije.
Gelukkig is er al veel verbeterd in Turkije en het uitzicht op het EU-lidmaatschap heeft vele wonderen voortgebracht.
Op één punt is echter nog vrijwel niets veranderd: de ontkenning van de Armeense genocide, en daarmee
van de eigen geschiedenis. Tijdens de Armeense genocide werden in de periode 1915-1918 circa 1,5 miljoen Armeniërs
slachtoffer van het Ottomaanse Rijk; ook andere christelijke minderheden zoals Assyriërs en Grieken werden
getroffen. Het taboe rond dit onderwerp in Turkije is diepgeworteld. Geen wonder, de mensen weten niet beter, het
staat niet in de geschiedenisboekjes. En hoewel nu meer mensen informatie hebben en een heel klein topje van de
intelligentsia graag deze kwestie bespreekbaar zou willen maken, is het voor Turkije en veel Turken -ook in Nederland-
een ”kwestie van eer” geworden. De extreem rechtse organisatie van de Grijze Wolven voorop, maar ook de gewone
Turken beschouwen de Turkse versie van de geschiedenis als de waarheid. En dat zal nog wel even zo blijven, gezien
het feit dat de Turkse regering zich enorm inspant om haar versie van de geschiedenis overeind te houden. Vorig
jaar nog werd door het Turkse ministerie van Onderwijs gedecreteerd dat basisschoolleerlingen -ook Armeense kinderen-
een opstel moesten schrijven waarin de ontkenning van de Armeense genocide werd onderbouwd. Ook moesten over dit
thema conferenties worden gehouden. Een leerkracht die op een dergelijke conferentie het feit van de Armeense genocide
wilde inbrengen, werd gearresteerd, evenals zes collega’s. De opvatting die het begrijpelijkerwijs goed doet is:
Wij Turken doen zoiets niet en wij zijn trots op onze geschiedenis.
Respect
Gelukkig wonen we in Nederland, zou men denken. Waarden en normen, respect voor elkaars geschiedenis. De holocaust
ontkennen is ondenkbaar (en strafbaar). Maar de Armeense genocide ontkennen is niet verboden. Gek genoeg is spreken
over de Armeense genocide ook in Nederland lang not done geweest. Veel Nederlanders wisten van niets, de meeste
politieke partijen gaven niet thuis als het hierover ging. Maar die tijd is voorbij. Het Nederlandse publiek is
door de vele publicaties redelijk goed geïnformeerd. Het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies besteedt
regelmatig aandacht aan de Armeense genocide. Het publiek geeft ook aan zich te generen voor het uitblijven van
erkenning in Nederland. Ook steeds meer Turken in Nederland zouden graag zien dat er een einde aan deze genante
zaak komt. Zonder erkenning blijven namelijk ook in Nederland problemen tussen Armeniërs en Turken bestaan.
De integratie van Turken wordt bemoeilijkt. Wat betreft de Tweede Kamer: tijdens de demonstratie van het 24 april
Comité van de Armeense Federatie in Nederland spraken kamerleden van maar liefst vijf fracties (samen goed
voor 95 zetels in de Kamer) midden op het Haagse Plein, op een podium voor de microfoon, openlijk over de Armeense
genocide en hoe fout de ontkenning daarvan is. Het hadden er nog meer kunnen zijn.
Verandering
En de Nederlandse regering? Op de site van het ministerie staat bij de geschiedenis van Armenië wel een duidelijke
beschrijving van de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog ten aanzien van Armeniërs. De beschrijving
bevat de belangrijkste elementen van de definitie van genocide, zoals beschreven in het VN-verdrag van 1948 inzake
de voorkoming en de bestraffing van genocide. Van de bewindspersonen van Buitenlandse Zaken hoefde men lange tijd
niet te verwachten dat ze het woord genocide in de mond zouden nemen. Het taboe was te groot. Maar ook hierin is
verandering gekomen. De afgelopen dagen lijkt het tij gekeerd. Minister Bot van Buitenlandse Zaken benadrukte in
de Kamer hoe belangrijk het is dat Nederland en ook vele andere landen op dit punt druk blijven uitoefenen op Turkije.
Met betrekking tot de Armeense genocide wordt met zijn Turkse collega gesproken, aldus Bot. Ook de relaties met
Armenië hebben de bijzondere aandacht in de besprekingen. Naar zeggen van Bot zijn de Turken zich zeer bewust
van de opstelling van Nederland en andere landen. Een nieuw geluid van de minister. De Armeense gemeenschap heeft
wereldwijd moeten vechten voor erkenning van haar geschiedenis, tevens de belangrijkste reden dat ze over de hele
wereld verspreid is. In vele landen, de afgelopen jaren onder andere in Frankrijk, Zwitserland en Canada, hebben
parlementen een onorthodox middel aangegrepen door expliciet te verklaren dat zij de Armeense genocide erkennen.
Tegen de even ongebruikelijke als laakbare ontkenning was geen ander middel beschikbaar om de gewenste helderheid
te creëren. In Nederland pleit het 24 april Comité al jaren, gesteund door Nederlandse wetenschappers,
journalisten en ook politici, voor officiële erkenning van deze genocide. In een petitie van het 24 april
Comité werd dit jaar aan regering en parlement ook gevraagd om bij de besluitvorming over een mogelijke
datum waarop onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU beginnen, uitdrukkelijk de erkenning van de
Armeense genocide te betrekken. Voor zowel enkele kamerleden als voor de regering lijkt dit een lastiger zaak dan
erkenning. Zij zijn bevreesd dat hiermee een nieuwe voorwaarde voor toetreding van Turkije beoogd wordt. Dat zou
de besprekingen met Turkije in gevaar brengen. Echter, het is geen nieuwe voorwaarde.
Argumenten
Er zijn twee argumenten voor een voorzichtige Nederlandse koers die steeds terugkeren. Het ligt niet op de weg
van de Nederlandse regering om over de gebeurtenissen een waardeoordeel uit te spreken, en door zich met deze kwestie
bezig te houden, richt men zich te veel op het verleden in plaats van op heden en toekomst. Het wordt tijd deze
argumenten in een ander licht te zien. Past een waardeoordeel Nederland niet? Als voorzitter van de ”waardegemeenschap”
die de EU zo graag wil zijn, zullen de waarden ook in de praktijk moeten worden uitgedragen. De democratische krachten
in Turkije vragen dergelijke uitspraken, ze geven een impuls aan de binnenlandse discussie. Ook Nederland (en vooral
de minister-president) zelf profileren zich graag met onze „waarde- en normencultuur.” Zo komt er een speciale
waardeconferentie in september, die de Nederlandse normen en waarden als exportartikel wil inzetten. Het wordt
tijd om onze reputatie in het internationale recht uiteindelijk ook in deze kwestie waar te maken en de Armeense
genocide expliciet te erkennen. Voor Nederland: niet alleen praten, maar ook handelen als ”waardegemeenschap”.
Ook het tweede argument -te veel naar het verleden kijken- slaat de plank goed mis. Niet alleen is er na toetreding
van Turkije geen enkel middel voor de lidstaten om op de genocide terug te komen, ook bestaat er dan nog geen reëel
uitzicht op verdere verbeteringen, zoals Amnesty International in een rapport waarschuwt. Eerst moet het zwarte
verleden worden opgeruimd. Pas daarna kan het geschiedenis worden. Met de woorden van kamerlid Ferrier (CDA): De
genocide die niet erkend is, blijft voortleven. De nadrukkelijke aandacht voor deze onopgeloste zaak getuigt kortom
juist niet van achteruitkijken, maar van vooruitkijken. Wat premier Balkenende op dit gebied aan zijn collega Erdogan
duidelijk heeft gemaakt blijft gissen. Maar hoe helderder gesteld wordt dat nu werkelijk en onomkeerbaar (en niet
alleen voor het keurende oog van Europa) een einde moet worden gemaakt aan ontkenning en dat de geschiedenis moet
worden erkend zoals die is, des te meer Ankara zich ervan verzekerd kan weten dat het Europa ernst is met de Turkse
kandidatuur. Dit punt tot een goed einde brengen zal die glans kunnen geven aan het Nederlands voorzitterschap
die bij Nederland en zijn reputatie op het gebied van het internationale recht past. Voor de Turken wordt de deur
naar meer en echte democratie geopend. En ten langen leste zal recht worden gedaan aan de slachtoffers van de Armeense
genocide.
De auteur, die dit artikel schreef op persoonlijke titel, is secretaris
van de Armeense Culturele Vereniging Abovian in Den Haag en lid van het 24 april Comité van de Armeense
Federatie.
^Terug^
Reformatorisch Dagblad
21 mei 2004
Turkije pas in EU na verzoening
met Armenië
De relatie tussen Turkije en Armenië moet hersteld zijn voordat kan worden
nagedacht over toelating van Turkije tot de Europese Unie, stelt prof. dr. J. A. B. Jongeneel.
De Europese Unie (EU) zal waarschijnlijk nog dit jaar een beslissing nemen over de mogelijkheid en wenselijkheid
om Turkije op termijn lid te laten worden. Nederland is binnenkort voorzitter en draagt dus extra verantwoordelijkheid.
Het is uiterst merkwaardig dat noch de Nederlandse politiek, noch de Nederlandse pers publiekelijk aandacht besteedt
aan de verbroken relatie tussen Turkije en zijn buurland Armenië. Deze relatie dient hersteld te worden voordat
een EU-lidmaatschap van Turkije serieus overwogen kan worden.
Wanneer Turkije op termijn tot de EU toegelaten wordt, worden wij directe buren van Georgië, Armenië,
Azerbeidzjan, Iran, Irak en Syrië. In dit artikel wordt alleen ingegaan op de buitengrens met Armenië.
Verandering
Turkije is nu voor circa 99 procent moslim. Een eeuw geleden was dat echter geheel anders. Toen was daar circa
77 procent moslim en circa 22 procent christen. Toen behoorden de meeste christenen in Turkije tot de Armeense
Kerk of de Grieks-Orthodoxe Kerk. In de afgelopen eeuw is in Turkije dus enerzijds het christendom verregaand gemarginaliseerd
en anderzijds de islam uitgegroeid tot een godsdienst die een onbetwiste monopoliepositie heeft. Deze ontwikkeling
naar een monoreligieuze samenleving -met nauwelijks nog in gebruik zijnde kerken, synagogen en tempels- is problematisch.
De enorme teruggang van het aantal christenen in Turkije aan het einde van de negentiende eeuw en in de eerste
helft van de twintigste eeuw is veroorzaakt door verschrikkelijke gebeurtenissen daar. Twee dingen springen eruit.
Allereerst de ’uitruil’ van mensen tussen Griekenland en Turkije, die door de toenmalige politici afgedwongen werd:
circa 1.000.000 Grieks-orthodoxen verhuisden gedwongen van Turkije naar Griekenland, en circa 400.000 moslims van
Griekenland naar Turkije.
Veel erger dan deze ”etnische zuivering” is het deporteren en afslachten van circa 1.500.000 Armeniërs geweest.
Deze volkerenmoord, daterende uit de tijd voordat Atatürk in Turkije aan de macht kwam, wordt door de huidige
regering van Turkije nog steeds keihard ontkend. Zonder blikken of blozen ontkennen ook Turkse geschiedschrijvers
dit historisch vaststaande feit.
Wiedergutmachung
Zoals Duitsland na de Tweede Wereldoorlog pas volwaardig lid van Europa kon worden na boetedoening en Wiedergutmachung,
zo dient het huidige Turkije ook pas na erkenning en verwerking van genoemde genocide als lid van de EU in aanmerking
te kunnen komen. Nederland als tijdelijk EU-voorzitter dient het initiatief te nemen tot verzoening via een grondig
historisch onderzoek naar het belaste verleden.
Het beste kan dit gebeuren door een EU-commissie van twee Turkse, twee Armeense en twee Europese tophistorici (met
een Europese voorzitter) in te stellen die de opdracht krijgt om, in een tijdsbestek van maximaal vijf jaren, genoemde
genocide te beschrijven en analyseren en aansluitend wegen te wijzen naar een herstel van de onderlinge verhoudingen.
Een ”grote verzoendag” is gewenst en aansluitend een herschrijven van op Turkse scholen en in andere Turkse instellingen
gebruikte geschiedenisboeken.
Turkije kan zo niet alleen leren hoe het zijn multireligieuze en multiculturele samenleving in honderd jaar tijd
verloren heeft, maar ook leren hoe het deze in de komende honderd jaar weer herwinnen kan. Ook voor Armenië
zal heroriëntatie nodig zijn. Zoals de slachtoffers van de apartheid in Zuid-Afrika geëist hebben dat
vrede op gerechtigheid gebaseerd werd, zo zullen de Armeniërs ook hun voorwaarden aan verzoening met Turkije
stellen.
Nederland
Het op termijn toelaten van Turkije tot de EU is een van de grote Europese vraagstukken van dit moment. Desalniettemin
speelt het geen rol van betekenis in de aanloop naar de Europese verkiezingen. Het is te hopen dat de Nederlandse
regering haar tijdelijk voorzitterschap van de EU benut om de genocide op de Armeniërs tot een hard punt van
onderhandeling in de discussie over de toelating van Turkije tot de EU te maken en een rechtvaardige verzoening
tussen Armenië en Turkije na te streven.
De auteur is emeritus hoogleraar van de Universiteit Utrecht.
^Terug^
De Kamer,
Gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de toetreding van Turkije tot de Europese Unie een democratische rechtsstaat vereist met respectering
van mensenrechten en rechten van minderheden zoals gedefinieerd in de criteria van Kopenhagen;
constaterende, dat de Turkse opstelling ten aanzien van de massamoord op Assyrische en Armeense bevolkingsgroepen
niet past binnen de criteria van Kopenhagen, met name het vereiste van de democratische rechtsstaat en rechten
van minderheden;
overwegende, dat het voor de EU noodzakelijk is dat voor een gezonde verhouding tussen Turkije en zijn onderdanen
en tussen Turkije en buurland Armenië, Turkije duidelijkheid moet verschaffen over de massamoorden op Armeense
en Assyrische bevolkingsgroepen in 1915;
tevens overwegende, dat de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, zonder objectieve beoordeling van het eigen
verleden en met name zonder de erkenning van de massamoorden op de Assyrische en Armeense bevolkingsgroepen niet
geloofwaardig zal zijn voor de EU;
constaterende, dat inmiddels in een aantal EU-landen zoals Frankrijk, België, Zweden, Italië, Griekenland,
erkenning van de massamoord op met name de Armeense bevolkingsgroep door de regering en/ of het parlement heeft
plaatsgehad;
constaterende, dat het uitblijven van erkenning van de massamoorden op de Armeense en Assyrische bevolkingsgroepen
mede de oplossing van andere problemen in de instabiele regio Kaukasus in de weg staat en als conflictbron een
extra risico inhoudt voor de vrede;
verzoekt, de regering bij de beoordeling van Turkije en bij de besluitvorming over een datum over het begin van
de onderhandelingen met Turkije over de toetreding tot de Europese Unie, uitdrukkelijk de erkenning van de massamoord
op Armeense en Assyrische bevolkingsgroepen in 1915 als voorwaarde te betrekken;
en gaat over tot de orde van de dag.
Van Bommel
Armeense gemeenschap herdenkt genocide (2)
N i e u w bericht, meer informatie
ASSEN (ANP) - Honderden mensen hebben zaterdag de jaarlijks herdenking van de Armeense genocide bijgewoond. De
herdenking vond plaats bij de gedenksteen op begraafplaats de Boskamp in Assen. Diverse sprekers riepen de Nederlandse
en Turkse regering op de Armeense genocide te erkennen.
M. Hakhverdian van de Armeense Federatie noemde erkenning van de genocide door Turkije ,,een basisvoorwaarde voor
toetreding van het land tot de EU''. Cabaretier Freek de Jonge, één van gastsprekers tijdens de herdenking,
zei zich te schamen voor de opstelling van de Nederlandse regering. In tegenstelling tot landen als Zweden, Zwiterland,
België en sinds deze week ook Canada, is de Nederlandse regering nog altijd niet overgegaan tot erkenning
van de genocide. ,,Wat kan ik anders zeggen dan: we schamen ons'', aldus Freek de Jonge.
De Armeens genocide is volgens De Jonge weggezakt in de herinnering van velen. ,,Het woord genocide klinkt niet
zo vertrouwd als holocaust. Het heeft nog geen museum.'' Hij riep Nederland dan ook op tot erkenning van de Armeense
genocide over te gaan. ,,Waar blijft dit gidsland, dat de weg schijnt kwijt te zijn?''
De herdenking in Assen sluit een week van acties van de Armeense gemeenschap in Nederland af. Afgelopen woensdag
overhandigde de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland een petitie aan de Tweede Kamer. Ook daar werd
Nederland opgeroepen de Armeense genocide te erkennen. De ,,vergeten genocide'' heeft honderdduizenden Armeniërs
het leven gekost.
^Terug^
Ref. Dagblad
23-4-2004
"Turkije buiten EU houden is onmenselijk"
Kees de Groot
Geplaatst: 23-4-2004 | 11:08 Laatst gewijzigd: 23-4-2004 | 11:08
DEN HAAG - Moet Turkije lid worden van de Europese Unie (EU)? Over deze vraag zijn al veel verhitte debatten gevoerd.
En nog woedt de discussie voort. "Het zou echt onmenselijk zijn om nu te zeggen: We grendelen het christelijke
Europa af voor Turkije."
.
Hij windt er geen doekjes om. Dr. Sap, universitair hoofddocent staatsrecht en
Europees recht aan de Vrije Universiteit, stelde donderdagavond tijdens de Groen van Prinstererlezing van de ChristenUnie
dat het "echt onmenselijk" zou
zijn om Turkije buiten de Europese deur te houden. Turkije moet bij
het "verbond van democratische rechtsstaten" in Europa worden betrokken.
.
Vooral met het oog op de mensenrechten, licht Sap desgevraagd toe. Er is veel
kritiek op Turkije omdat het de mensenrechten niet voldoende respecteert. Maar om dan te zeggen dat het land niet
toe is aan het EU-lidmaatschap, zou precies verkeerd zijn. Toetreding tot Europa is namelijk een "unieke kans"
om de westerse visie op mens en samenleving, die deels terugvoert op de protestantse ethiek, ingang te doen vinden
in Turkije.
.
Toetreding van Turkije tot de Unie verplicht het land alle Europese wetgeving
over te nemen, aldus Sap. Dat is dé mogelijkheid voor de Turkse bevolking om
zich te bevrijden van de stamcultuur die zo lang in hun land overheersend is
geweest. De Europese rechten en plichten bieden de Turk een
ontsnappingsmogelijkheid uit de "omknelling van stamloyaliteit, bloedwraak en familieclan."
.
Deze argumentatie is "niet de redenering die wij gewend zijn in Europa",
reageert ChristenUnie-fractievoorzitter Rouvoet. Het argument voldoet ook niet, vindt hij. "Algerije zou dan
ook lid kunnen worden van de EU." Turkije hoort wat Rouvoet betreft "niet vanzelfsprekend" bij de
EU, omdat het buiten Europa ligt. Ook historisch en cultureel gezien gaapt een grote kloof tussen de
geseculariseerde moslimstaat en het oorspronkelijk christelijke Europa.
.
Sap weerspreekt dat. Hij wijst erop dat protestanten vroeger zeiden: "Liever
Turks dan paaps." Niet zonder reden, want bij de Turken was grotere ruimte voor godsdienstige minderheden
zoals Joden en protestanten dan in het Habsburgse rijk, betoogt hij.
.
De universitair docent voegt een hedendaags argument toe aan zijn
pleidooi. "Vanuit een multiculturele samenleving als Nederland zou de
uitsluiting van Turkije een negatief signaal zijn richting de moslims hier."
Rouvoet is niet van dat argument onder de indruk. "Je zegt toch ook niet: het
is een slecht signaal richting hindoes om India uit te sluiten van de EU?" .
Turkije de toegang tot Europa weigeren, is gevaarlijk, betoogt Sap. Als Turkije
in december de toetredingsonderhandelingen hoopt te kunnen beginnen, maar toch bedrogen uitkomt, "vallen er
slachtoffers." Vanaf 1963 heeft het land al
uitzicht op toetreding en bereidt het zich daarop voor, schetst Sap. "Als dan
steeds wordt gezegd: Jullie hebben het geprobeerd, maar jullie horen er toch
niet bij, krijg je heel veel frustratie."
.
Slachtoffers zijn precies de reden waarom de Federatie Armeense Organisaties Nederland niet van een EU-lidmaatschap
van Turkije wil weten. Tenminste, zolang dat land de genocide op zijn Armeense onderdanen niet erkent. Vanaf 1915
zijn meer dan 1,5 miljoen Armeniërs omgebracht in opdracht van de Turkse overheid, door de overheidsdienaren
zelf, aldus de federatie. Turkije ontkent de volkenmoord en elke uiting over deze gebeurtenissen is er strafbaar.
.
De Armeniërs dienden woensdag een petitie in bij de Tweede Kamer. Daarin stellen ze dat de toetreding van
Turkije "zonder objectieve beoordeling van het
eigen verleden en met name zonder erkenning van de genocide niet geloofwaardig zal zijn voor een waardegemeenschap
als de EU." De Nederlandse regering, die in december Turkije het groene licht moet geven om de toetredingsonderhandelingen
te starten, moet daarom van het land eisen dat het eerst de genocide expliciet erkent, vindt de federatie.
.
Die eis gaat het CDA echter te ver. "Dat zou het gesprek met de Turkse regering bemoeilijken", vreest
CDA-kamerlid Ferrier. "Technisch gezien kan het ook niet", zei ze woensdag bij de ontvangst van de petitie.
De eis valt volgens haar niet onder de zogenoemde Kopenhagen-criteria waaraan Turkije moet voldoen.
.
De federatie is het daar niet mee eens. "De Turkse opstelling ten aanzien van
de Armeense genocide past niet binnen die criteria, met name het vereiste van
de democratische rechtsstaat en de rechten van minderheden", stelt ze in haar
petitie.
.
Sap zegt desgevraagd dat ontkenning van de genocide geen doorslaggevend
argument kan zijn om Turkije uit te sluiten. "Als dat land probeert koers te
zetten richting een rechtsstaat, moet je letten op de positieve dingen", stelt
hij. Sap wijst erop dat veel andere EU-lidstaten, waaronder Nederland, vroeger de vreselijkste dingen hebben gedaan,
bijvoorbeeld in hun koloniën.
.
Dat weerhoudt SP'er Van Bommel er niet van te betogen dat de regering er
een "groot punt" van moet maken tijdens de onderhandelingen. Turkije moet zijn eigen geschiedenis erkennen,
vindt Van Bommel. Bovendien, voert hij aan, nu kan het nog. Zolang je in onderhandeling bent, kun je landen wijzen
op hun fouten, aldus het SP-kamerlid. "Na toetreding wordt dat een stuk lastiger."
^Terug^
|
24 april Comité
(Resultaat na de demonstratie)
|
voor erkenning en herdenking van de Armeense genocide 1915
Het 24 april Comité is een orgaan van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
Den Haag, 23 april 2004
P E R S B E R I C H T
Erkenning Armeense genocide in Nederlands Parlement stap dichterbij
Den Haag - Enkele honderden demonstranten hebben
op 21 april 2004 met een petitie aan de Tweede Kamer, aan de regering en aan de Turkse ambassade erkenning geëist
van de genocide op Armeniërs van 1915 in Turkije en de noodzaak benadrukt dat Turkije deze genocide erkent,
voordat er sprake kan zijn van een datum voor onderhandelingen inzake toetreding tot de EU.
De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer, Mw. S. Dijksma, nam in aanwezigheid
van de kamerleden Van Bommel (SP), Huizinga (CU) en van der Staay (SGP) de petitie in ontvangst uit handen van
een overlevende van de Armeense genocide. Vervolgens werd een petitie aangeboden aan de Nederlandse regering op
het ministerie van Algemene Zaken. Op de Turkse ambassade bleven de deur en de brievenbus dicht. De demonstranten
konden niet anders dan de brief op de deurknop achterlaten.
Tijdens de demonstratie op het Plein spraken kamerleden van CDA, PvdA, ChristenUnie, GroenLinks en SP de demonstranten
toe. In hun toespraken onderstreepten de kamerleden het belang van erkenning van de Armeense genocide. Tevens werd
duidelijk dat de fracties van deze partijen, die samen een meerderheid vormen in de Tweede Kamer, de Armeense genocide
feitelijk erkennen. Hiermee is de erkenning in Nederland van de genocide op 1,5 miljoen Armeniërs in het najaren
van het Turks-Ottomaanse Rijk een stap dichterbij gekomen.
Lagen de opvattingen van de partijen en die van het 24 april Comité wat betreft erkenning van de Armeense
genocide dicht bij elkaar, meer verschil was er wat betreft de rol die erkenning al dan niet moet spelen bij de
beslissing over een datum voor onderhandelingen met Turkije voor evantuele toetreding van dit land tot EU. Hierover
zal de komende tijd nog nader van gedachten worden gewisseld.
De demonstratie was de eerste in een reeks activiteiten, die het 24 april comité van de Armeense Federatie
de komende tijd organiseert met het oog op erkenning door Turkije van de Armeense genocide van 1915.
De jaarlijkse plechtige herdenking van de Armeense genocide vindt op 24 april a.s. vanaf 13.00 uur plaats op begraafplaats
de Boskamp in Assen bij de Armeense gedenksteen. Na een kranslegging en plechtigheid, wordt een bijeenkomst gehouden
in de aula van de begraafplaats. Hierbij zullen o.a. Freek de Jonge en Paul Scheffer , alsmede de ambassadeur van
Armenië in de Benelux, het woord voeren.
^Terug^
24 april Comité 22-4-2004
(Persbericht na de demonstratie)
24 APRIL COMITÉ
voor erkenning en herdenking van de Armeense genocide 1915
Het 24 april Comité is een orgaan van de Federatie van Armeense Organisaties
in Nederland (FAON)
P E R S B E R I C H T
Erkenning Armeense genocide in Nederlands Parlement stap dichterbij
Den Haag - Enkele honderden demonstranten hebben op 21 april 2004 met een petitie aan de Tweede Kamer, aan de regering
en aan de Turkse ambassade erkenning geëist van de genocide op Armeniërs van 1915 in Turkije en de noodzaak
benadrukt dat Turkije deze genocide erkent, voordat er sprake kan zijn van een datum voor onderhandelingen ?inzake
toetreding tot de EU.
De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Europese Zaken van de Tweede Kamer, Mw. S. Dijksma, nam in aanwezigheid
van de kamerleden Van Bommel (SP), Huizinga (CU) en van der Staay (SGP) de petitie in ontvangst uit handen van
een overlevende van de Armeense genocide. Vervolgens werd een petitie aangeboden aan de Nederlandse regering op
het ministerie van Algemene Zaken. Op de Turkse ambassade bleven de deur en de brievenbus dicht. De demonstranten
konden niet anders dan de brief op de deurknop achterlaten.
Tijdens de demonstratie op het Plein spraken kamerleden van CDA, PvdA, ChristenUnie, GroenLinks en SP de demonstranten
toe. In hun toespraken onderstreepten de kamerleden het belang van erkenning van de Armeense genocide. Tevens werd
duidelijk dat de fracties van deze partijen, die samen een meerderheid vormen in de Tweede Kamer, de Armeense genocide
feitelijk erkennen. Hiermee is de erkenning in Nederland van de genocide op 1,5 miljoen Armeniërs in het najaren
van het Turks-Ottomaanse Rijk een stap dichterbij gekomen.
Lagen de opvattingen van de partijen en die van het 24 april Comité wat betreft erkenning van de Armeense
genocide dicht bij elkaar, meer verschil was er wat betreft de rol die erkenning al dan niet moet spelen bij de
beslissing over een datum voor onderhandelingen met Turkije voor evantuele toetreding van dit land tot EU. Hierover
zal de komende tijd nog nader van gedachten worden gewisseld.
De demonstratie was de eerste in een reeks activiteiten, die het 24 april comité van de Armeense Federatie
de komende tijd organiseert met het oog op erkenning door Turkije van de Armeense genocide van 1915.
De jaarlijkse plechtige herdenking van de Armeense genocide vindt op 24 april a.s. vanaf
13.00 uur plaats op begraafplaats de Boskamp in Assen bij de Armeense gedenksteen. Na een kranslegging en plechtigheid,
wordt een bijeenkomst gehouden ?in de aula van de begraafplaats. Hierbij zullen o.a. Freek de Jonge en Paul Scheffer,
alsmede de ambassadeur van Armenië in de Benelux, het woord voeren.
|