|

|
Hier vindt u alle binnengekomen pers- en andere berichten:
16 september 2005
'VS moeten Armeense genocide erkennen'
WASHINGTON, 16 SEPT. Zeer tegen de zin van de Amerikaanse regering heeft een commissie van het Congres gisteren
een resolutie aangenomen die de president oproept de dood van 1,5 miljoen Armeniërs bij hun gewelddadige deportatie
door het Ottomaanse Rijk als genocide te erkennen.
Dit is een zeer gevoelige kwestie in de relaties met Turkije, een belangrijke strategische bondgenoot van de Verenigde
Staten.
De commissie voor Internationale Betrekkingen van het Huis van Afgevaardigden keurde met 35 tegen elf stemmen een
resolutie goed die een beroep doet op Turkije de verantwoordelijkheid van zijn voorganger, het Ottomaanse Rijk,
voor de dood van de Armeniërs in de periode 1915-1923 te erkennen. Een tweede resolutie, die met 40 tegen
zeven stemmen werd aangenomen, wil dat de Amerikaanse president de dood van de Armeniërs als genocide erkent
en dat de buitenlandse politiek inzicht in de Armeense genocide weerspiegelt.
De Armeniërs stellen dat de Ottomaanse Turken de dood van de Armeniërs zorgvuldig hadden beraamd. Turkije
op zijn beurt zegt dat er geen anderhalf miljoen maar hooguit 300.000 Armeniërs zijn omgekomen, en dat hun
dood niet het resultaat was van een opzettelijke genocide maar van burgerlijke onrust toen het Ottomaanse Rijk
instortte.
Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken stuurde vóór de stemming een brief aan de leden
van de commissie met de mededeling dat het debat “de Amerikaans-Turkse relaties kon schaden en aan het begin van
stille diplomatie tussen Ankara en Jerevan [Armenië] om de kwestie te bespreken en naar de toekomst te kijken,
vooruitgang kan ondermijnen”.
De indiener van de eerste resolutie, de Democraat Adam Schiff, zei dat hij het belang van Turkije besefte en het
land beschouwde als bondgenoot. Maar “die alliantie kan niet worden gebruikt als werktuig om aan het verleden te
ontsnappen, ongeacht hoe ongemakkelijk dat verleden is.” De leidende Democraat in de commissie, Tom Lantos, steunde
de resolutie om Turkije te straffen voor zijn weigering in 2003 Amerikaanse troepen voor een tweede front in de
oorlog in Irak toe te laten. Hij zei dat Turkije meer solidariteit met de VS moet tonen. (AP)
Woensdag, 31 augustus 2005
Redactie politiek
Bot teleurgesteld in verklaring Turkije
DEN HAAG - In politieke zin teleurstellend. Dat is het Nederlandse oordeel over de verklaring van Turkije
dat het Cyprus niet erkent. Turkije legde die verklaring onlangs af toen Ankara de douane-unie met tien nieuwe
EU-landen, waaronder Cyprus, ondertekende.
Het tekenen van de douane-unie was een voorwaarde van de EU aan Turkije om op 3 oktober te kunnen beginnen met
toetredingsonderhandelingen.
Nederland vindt de Turkse verklaring in politieke zin teleurstellend, aldus minister Bot van Buitenlandse Zaken.
Tegelijkertijd doet de verklaring „in formele zin niet af aan de betekenis van de ondertekening” van het protocol
met de EU. De juridische waarde daarvan wordt niet aangetast door de verklaring van Turkije, meent de regering.
De Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) drong er dinsdag bij de Tweede Kamer weer op aan dat Turkije
de Armeense genocide van 1915 moet erkennen voordat het land kan toetreden tot de EU. De FAON „luidt de noodklok”,
aldus woordvoerster I. Drost. „We zien aankomen dat het niet goed gaat met de acceptatie door Turkije van zijn
verleden.”
Turkse politici lijken af en toe bereid te spreken over de volkerenmoord op de Armeniërs, maar in werkelijkheid
ontkennen ze de genocide.
In een petitie roept de FAON de Kamer ertoe op die ontkenningspolitiek scherp te veroordelen. Als Turkije daar
toch mee doorgaat, moet dat consequenties hebben voor de aanvang van de toetredingsonderhandelingen tussen de EU
en Turkije, vindt de FAON.
De Kamer moet minister Bot dringend verzoeken nakoming te eisen van alle toetredingscriteria, zoals naleving van
mensenrechten, rechten van minderheden en vrijheid van meningsuiting.
Bot moet op zijn beurt zijn Europese collega’s overtuigen van de noodzaak van opname van de erkenning van de Armeense
genocide als voorwaarde in het onderhandelingsdocument met Turkije. „Het is nu of nooit”, zei Drost dinsdag. „Dit
is onze laatste poging om de erkenning opgenomen te krijgen in een Europees document.”
Turkije kan alleen bij EU als het Armeense genocide erkent
Erkenning Armeense genocide behoort in Europees onderhandelingspakket voor Turkije
Armeense Federatie biedt petitie aan de Tweede Kamer aan
Den Haag, 30 augustus 2005 - Het 24 april Comité van de Federatie Armeense Organisaties
in Nederland heeft vandaag een petitie aangeboden aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Europese Zaken
van de Tweede Kamer, Mw. van Heteren. Hierin roept het Comité op tot aanpassing van het voor-gestelde onderhandelingspakket.
In dit document heeft de Europese Commissie de onderwerpen opgenomen, die volgens haar ter bespreking liggen met
Turkije, als er mogelijk vanaf 3 oktober, on-derhandelingen beginnen over de toetreding van Turkije tot de EU.
Maar de Armeense genocide en de relatie met buurland Armenië zijn niet opgenomen in dit document. Dit standpunt
is al aanleiding geweest tot veel kritiek in Europa. Honderden Europese organisaties willen dat de erkenning van
de genocide deel uitmaakt van de onderhandelingen. In de maand september wordt over het definitieve onderhandelingspakket
op Europees niveau beslist.
De Nederlandse Tweede Kamer heeft in december 2004 de Armeense genocide erkend, door met algemene stemmen de motie
van André Rouvoet (ChristenUnie) aan te nemen, die de regering vroeg de erkenning van de Armeense genocide
in de dialoog met Turkije voortdurend en nadrukkelijk aan de orde te stellen. De afgelopen periode heeft de Nederlandse
minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot zich in Europees verband steeds sterk gemaakt voor de erkenning van de
Armeense genocide door Turkije. Nu het voorgestelde onderhandelingspakket echter nog met geen woord over deze kwestie
rept, ligt het volgens het 24 april Comité op de weg van de Tweede Kamer en Minister, opname van resultaatgerichte
afspraken op dit punt in het document te bepleiten.
Expliciete afspraken zijn destemeer noodzakelijk, daar sinds 17 december 2004, de dag waarop besloten werd dat
er vanaf 3 oktober a.s. toetredingsonderhandelingen met Turkije kunnen begin-nen, Turkije de ontkenningspolitiek
binnen en met name ook buiten Turkije, in Europa, nog zwaar-der heeft aangezet.
Minister Bot heeft meerdere malen in de Tweede Kamer gezegd, dat Turkije weet dat het niet tot de EU kan toetreden,
als het niet met het verleden in het reine is gekomen. Echter, nu een dergelijke voor-waarde nergens is vermeld
in het onderhandelingspakket dat de Europese Commissie heeft opge-steld, moet men zich afvragen hoe Turkije hieraan
gehouden kan worden.
Daarom heeft het 24 april Comité bepleit, dat Nederland binnen Europa zware druk uitoefent op aanpassing
van dit document, in die zin dat de erkenning van de Ar-meense genocide een expliciet onderdeel wordt van het onderhandelingskader.
Dat vóór de onder-handelingen eerst aan alle Kopenhagencriteria moet worden voldaan spreekt vanzelf.
Omdat daar-onder ook normale relaties met buurlanden vallen, verwacht het 24 april Comité dat Turkije de
grens met buurland Armenië op korte termijn zal openen en ook diplomatieke betrekkingen zal aangaan. Mocht
dit niet zo zijn, dan dienen opening van de grens en aangaan van diplomatieke betrekkingen met Armenië uiteraard
bij de overige voorwaarden voor eventuele onderhandelingen te worden opgenomen.
SINE QUA NON – Turkije kan alleen bij EU als het Armeense genocide erkent
Erkenning Armeense genocide behoort in Europees onderhandelingspakket voor Turkije
Armeense Federatie biedt petitie aan de Tweede Kamer aan
Den Haag, 29 augustus 2005 – Het 24 april Comité van de Federatie Armeense Organisaties in Nederland zal
op 30 augustus om 13.00 uur een petitie aanbieden aan de Voorzitter van de Vaste Commissie voor Europese Zaken
van de Tweede Kamer, Mw. van Heteren. Hierin roept het Comité op tot aanpassing van het voorgestelde
onderhandelingspakket. In dit document heeft de Europese Commissie de onderwerpen opgenomen, die volgens haar ter
bespreking liggen met Turkije, als er mogelijk vanaf 3 oktober, onderhandelingen beginnen over de toetreding
van Turkije tot de EU. Maar de Armeense genocide en de relatie met buurland Armenië zijn niet opgenomen in
dit document. Dit standpunt is al aanleiding geweest tot veel kritiek in Europa. Honderden Europese organisaties
willen dat de erkenning van de genocide deel uitmaakt van de onderhandelingen. In de maand september wordt over
het definitieve onderhandelingspakket op Europees niveau beslist.
Minister Bot heeft vorig jaar in de Tweede Kamer gezegd, dat Turkije weet dat het niet tot de EU kan toetreden,
als het niet met het verleden in het reine is gekomen. Echter, nu een dergelijke voorwaarde nergens is vermeld
in het onderhandelingspakket dat de Europese Commissie heeft opgesteld, moet men zich afvragen hoe Turkije
hieraan gehouden kan worden.
Daarom bepleit het 24 april Comité bij de minister en bij de Tweede Kamer, dat Nederland binnen Europa zware
druk uitoefent op aanpassing van dit document, in die zin dat de erkenning van de Armeense genocide een expliciet
onderdeel wordt van het onderhandelingskader. Dat vóór de onderhandelingen eerst aan alle Kopenhagencriteria
moet worden voldaan spreekt vanzelf. Omdat daaronder ook normale relaties met buurlanden vallen, verwacht
het 24 april Comité dat Turkije de grens met buurland Armenië op korte termijn zal openen en ook diplomatieke
betrekkingen zal aangaan. Mocht dit niet zo zijn, dan zullen opening van de grens en betrekkingen met Armenië
uiteraard bij de overige voorwaarden voor eventuele onderhandelingen te worden opgenomen.
Noodzaak van aanvulling onderhandelingspakket
De Nederlandse Tweede Kamer heeft in december 2004 de Armeense genocide erkend, door met algemene stemmen de motie
van André Rouvoet (ChristenUnie) aan te nemen, die de regering vroeg de erkenning van de Armeense genocide
in de dialoog met Turkije voortdurend en nadrukkelijk aan de orde te stellen. De afgelopen periode heeft de Nederlandse
minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot zich in Europees verband steeds sterk gemaakt voor de erkenning van de
Armeense genocide door Turkije. Nu het voorgestelde onderhandelingspakket echter nog met geen woord over deze kwestie
rept, ligt het volgens het 24 april Comité op de weg van de Tweede Kamer en Minister, opname van resultaatgerichte
afspraken op dit punt in het document te bepleiten.
Het 24 april Comité wijst er met nadruk op dat Turkije, zonder daar met zoveel woorden in een schriftelijk
document toe verplicht te zijn, deze gevoelige zaak zeker niet vrijwillig gaat regelen. Europa dient uiterst waakzaam
te zijn op dit gebied, evenals ook niet over uitlatingen van Erdogan en andere Turkse politici, in de aanloop naar
3 oktober, welke de indruk moeten wekken dat Turkije daadwerkelijk het verleden wil onderzoeken. Europa dient te
beseffen dat deze kwestie in Turkije alleen van de grond komt als er externe expliciete druk op staat. Vanaf 3
oktober is daarom de inhoud van het onderhandelingspakket bepalend voor de vooruitgang van deze kwestie in
Turkije.
Expliciete afspraken zijn destemeer noodzakelijk, daar sinds 17 december 2004, de dag waarop besloten werd dat
er vanaf 3 oktober a.s. toetredingsonderhandelingen met Turkije kunnen beginnen, Turkije de ontkenningspolitiek
binnen en met name ook buiten Turkije, in Europa, nog zwaarder heeft aangezet.
Officieel is begin dit jaar opgeroepen de officiële Turkse lezing (dat wil zeggen de ontkenning van de genocide
op Armeniërs) nadrukkelijker in binnen- en buitenland onder de aandacht te brengen. Dit leidt tot een lange
reeks van dergelijke acties, zoals vele TV-uitzendingen via de kabel te zien in Europa, vele uitspraken, artikelen
en lezingen m.n. in Europa van Turkse officials, het Turkse Parlement en van enkele steunpilaren van de Turkse
lezing als de beroepsontkenners Justin McCarthy, Halacoglu, Ataöv enz. Dieptepunt was de vervaardiging
door de Turkse Kamer van Koophandel van een propaganda DVD.
In deze DVD, die in de veronderstelling dat het alleen toeristische informatie bevatte, door TIME magazine met
honderdduizenden tegelijk over Europa is verspreid, wordt ruim een uur lang aan Armeniërs de schuld van hun
eigen dood en die van onschuldige Turken, in 6 talen, op haatzaaiende wijze en met vervalste interviews toebedeeld.
In mei werd een universitaire studieconferentie voorlopig afgelast, omdat, volgens de officiële lezing,
de politie de veiligheid van de deelnemers niet kon garanderen na de uitspraak van Turkse Minister van Justitie
in het parlement dat deze conferentie een dolkstoot in de rug van Turkije was. Deze minister is nog steeds
op zijn post.
De conferentie vindt alsnog plaats van 23-25 september.
Dat de Turkse regering ook nu nog verre van bereid is zijn standpunt te herzien, blijkt uit de recente uitspraken
van Minister van Buitenlandse Zaken Gül van afgelopen week, dat de Turkse regering voordeel moet trekken uit
deze conferentie, omdat dit een goede gelegenheid biedt de historische waarheid (voor alle duidelijkheid, hij bedoelt
dat er geen genocide op Armeniërs was) uit te dragen. “Wij zullen niet toestaan dat vijandige kringen nieuwe
generaties beïnvloeden met ongegronde beschuldigingen”, volgens Gül.
Met al deze gedragingen, een kandidaat-lidstaat onwaardig, is in feite Europa uitgedaagd. Een passende reactie
is geboden. Europa kan uiteraard dit gedrag niet “belonen” door de zaak verder op zijn beloop te laten. Europa
moet – zichzelf zowel ten opzichte van Turkije als ten opzichte van de Europese burgers – serieus nemen, dit laatste
zeker met de grondwetproblemen vers in het geheugen. Hierbij zijn ook de uitspraken van het Europese Parlement
van belang, dat al eerder pleitte voor expliciete voorwaarden over de erkenning van de Armeense genocide en opening
van de grens met Armenië.
Het 24 april Comité benadrukt verder, dat alle andere problemen rond de toetredingsonderhandelingen,
zoals de uitspraken van Turkije over Cyprus, niet ten koste mogen gaan van de inbreng van Nederland en andere landen
met betrekking tot de Armeense genocide, die al 90 jaar op erkenning door Turkije wacht.
Opening van de grens met Armenië
Evenmin als de erkenning van de Armeense genocide wordt het land Armenië in het onderhandelingspakket
genoemd, hoewel Turkije de grens daarmee, in strijd met alle Europese criteria omtrent buurlanden, gesloten houdt.
Ook wenst Turkije geen diplomatieke betrekkingen met Armenië te beginnen. Het 24 april Comité gaat
ervan uit dat Turkije daarom nu op korte termijn de grens zal openen. Zo dit niet het geval is dient de noodzaak
van het openen van de grenzen als vanzelfsprekend expliciet aan het onderhandelingspakket te worden toegevoegd.
Niemand kan immers volhouden dat normale (zelfs normalisering van) relaties met een buurland denkbaar zijn (is),
als de grens eenzijdig blijft gesloten.
Een vage verwijzing naar relaties met "derdelanden" volstaat derhalve in dit stadium niet. Armenië
stelt geen enkele voorwaarde aan opening van de grens, zodat het alleen aan Turkije is dit Europese criterium te
vervullen.
Positieve gevolgen van aanvulling onderhandelingspakket
Met aanvulling van het onderhandelingspakket geeft Europa broodnodige steun aan de positieve en moedige krachten
in Turkije zelf en daarbuiten, zoals wetenschappers, journalisten en de schrijvers als Orhan Pamuk (die nog ondergedoken
zit wegens zijn uitspraken over de massamoorden op Armeniërs).
Tegelijkertijd zullen in Turkije en ook in Nederland ontkenners ontmoedigd worden als in het onderhandelingspakket
het punt van de Armeense genocide is opgenomen.
Petitie aan Eerste Kamer over erkenning Armeense genocide
Den Haag - Op 28 juni biedt het 24 april comité voor de erkenning en herdenking van de Armeense genocide
een petitie aan aan de Eerste Kamer (13.15 uur, ingang Eerste Kamer). Daarin vraagt het Comité, dat onderdeel
uitmaakt van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON), de Senaat o.a. zich over de erkenning
van de Armeense genocide op 1,5 miljoen Armeniërs tijdens WO-I uit te spreken. De Tweede Kamer heeft reeds
op 21 december 2004 de Armeense genocide erkend, door het unaniem aannemen van de motie Rouvoet. Deze motie is
door de regering, bij monde van Minister van Buitenlandse Zaken Bot, verwelkomd.
Als ook de Eerste Kamer tot een dergelijke uitspraak komt, zal de volledige Nederlandse politiek (de wetgevende
macht) zich uitgesproken hebben.
In de petitie wordt tevens gevraagd uiterst kritisch stelling te nemen tegen de weer fel opgelaaide ontkenningspolitiek
van Turkije. Deze ontkenningspolitiek en de gevolgen hiervan voor de vrijheid van meningsuiting en rechten van
minderheden (die zoals bekend deel uitmaken van de Copenhagencriteria) moeten door Europa serieus worden genomen
en consequenties hebben voor het tijdstip waarop toetredingsonderhandelingen kunnen beginnen. Genoemd kunnen worden
de bedreiging van de schrijver Orhan Pamuk (die in een interview over de genocide sprak en thans ondergedoken moet
leven), de DVD van de Turkse Kamer van Koophandel, gratis bij Time Magazine meegeleverd onder het misleidende mom
van toeristische informatie, maar grotendeels gevuld met een politieke propaganda documentaire inhoudende de Turkse
ontkenningspolitiek, en ook de uitspraken van de Turkse Minister van Justitie over een conferentie over de Armeense
kwestie in Istanbul, die daarna om veiligheidsredenen moest worden afgelast.
Het is belangrijk dat ook de Eerste Kamer de regering, die mede in het kader van de motie Rouvoet de Armeense zaak
op Europees niveau telkens weer naar voren brengt, kritisch bevraagt en Europa aanzet doortastender op te treden
in relatie met Turkije. Zo is de “oproep” van premier Erdogan tot vorming van een Armeense en Turkse commissie
van historici, van vlak voor de 90 jaar herdenking van de Armeense genocide, door Europa en ook door Minister Bot
niet ontmaskerd als publiciteitsactie om de aandacht van de herdenking af te leiden. De ongeloofwaardigheid van
de oproep was van stond af overduidelijk. Enerzijds door de vele uitspraken daaromheen gedaan dat Turkije trots
is op zijn geschiedenis en er geen genocide heeft plaatsgehad, waaruit blijkt dat voor zo'n commissie in Turkije
geen draagvlak is. Anderzijds door de weigering van Turkije tot dusverre om de werkzaamheden van een dergelijke
commissie onder normale randvoorwaarden als aanwezigheid van diplomatieke betrekkingen en met opheffing van de
grensblokkade tussen beide landen, te doen plaatsvinden.
De Voorzitter van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken de heer. van Gennip zal de petitie in ontvangst nemen.
Twee reacties in de Volkskrant op ontkenning Armeense genocide
Op 9 juni heeft De Volkskrant op de opiniepagina een artikel geplaatst van de Amerikaanse controversiële historicus
Justin McCarthy, waarin hij de Armeense genocide ontkent. Op 13 en 14 juni verschenen hier reacties op in de krant,
waaronder die van Prof. Jos Weitenberg, Armenoloog aan de Leidse Universiteit en Dr. Ton Zwaan van het Holocaust
en Genocide Instituut in Amsterdam, die beide de stellingname en redenering van McCarthy sterk afwijzen.
-----------------------------------------------------------------------
De Volkskrant
14 juni 2004
McCarthy is beroepsontkenner
Hoewel de term 'genocide' inderdaad van later datum is, was het Turkse optreden in 1915 tegen
de Armeniërs wel degelijk een genocidaal proces, zegt Ton Zwaan.
Onder de tendentieuze kop . 'Term "genocide" voor Turks handelen aantoonbaar onjuist' is in de Volkkrant
een artikel geplaatst van de Amerikaanse historicus Justin McCarthy (Forum, 9 juni).
In een ongefundeerd, warrig en rommelig betoog dat bol staat van de halve waarheden en hele onwaarheden probeert
McCarthy de lezers wijs te maken dat er geen Armeense genocide heeft plaatsgevonden in het Ottomaans-Turkse rijk
in 1915 en 1916. Ten behoeve van uw lezers wil ik erop wijzen dat in kringen van serieuze onderzoekers reeds lang
overeenstemming bestaat over de voornaamste feiten.
In de betrokken jaren zijn naar schatting een miljoen leden van de Armeense minderheid in het Ottomaanse rijk het
slachtoffer geworden van zorgvuldig voorbereide en grootschalige vervolging, deportatie en massamoord.
Deze systematische vervolging en vernietiging heeft plaatsgevonden op initiatief en onder leiding van de toenmalige
centrale regering in Istanbul. Hoewel de term 'genocide' destijds nog niet bestond (deze werd pas voor het eerst
gebruikt in 1944), kan er geen enkele twijfel over bestaan dat het hier een genocidaal proces betrof.
De ruimte ontbreekt om uitvoerig in te gaan op het betoog van McCarthy, maar in tegenstelling tot wat hij beweert
was er destijds geen sprake van 'een verschrikkelijke oorlog tussen Turken en Armeniërs', noch van een 'grote
opstand' van de Armeniërs. Ook citeert hij de genocide-conventie van de VN onvolledig en onjuist en verwart
hij de begrippen 'oorlog' en 'genocide'.
Zijn bewering over de briljante en moedige Turkse schrijver Orhan Pamuk is zonder meer lasterlijk en zijn uitlatingen
over de Turkse ontkenningspolitiek en de berichtgeving daaromtrent in Amerikaanse kranten zijn dwaas en volledig
uit de lucht gegrepen.
Wie op de hoogte wil raken met de werkelijke gang van zaken kan terecht bij recent verschenen goede studies, zoals:
Donaid Bloxham: The Great Game of Genocide. Imperialism, Nationalism and the Destruction of
the Ottoman Armenians (Oxford University Press, 2005);
Jay Winter (red.): America and the Armenian Genocide of 1915 (Cambridge University Press, 2003);
H.L. Kieser en D. Schaller (red.): Der Völkermord an den Armeniern und die Shoah (Chronos, 2003).
Voor een samenvattend overzicht in het Nederlands:
'De vervolging van de Armeniërs in . het Ottomaans-Turkse rijk, 1894-1922', in: Ton Zwaan,
Civilisering en decivilisering (Boom, 2001).
Onder bonafide historici staat McCarthy bekend als een van de, door de Turkse overheid gesubsidieerde,
beroepsontkenners van de Armeense genocide.
Het zonder nader commentaar afdrukken van een dergelijk stuk siert de Volkskrant niet.
Ton Zwaan is verbonden aan het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies van het NIOD en de Universiteit van Amsterdam.
--------------------------------------------
foto: Armeense vluchtelingen, in boten samengepakt, zoeken redding op een Frans schip voor de kust van Syrië,
oktober 1915.
FOTO CORBIS
--------------------------------------------
Feit: Armeniërs gericht gedeporteerd
Het artikel van Justin McCarthy over de Armeense genocide behoeft een reactie. McCarthy behoort tot de weinige
niet-Turkse geleerden die het bestaan van een Armeense genocide ontkennen. Zijn argumenten zijn al jaren dezelfde.
Hij vertoont geen neiging serieus in te gaan op de weerleggingen van zijn vakgenoten.
Twee punten vallen op in dit artikel. Allereerst de stelling dat Armeniërs en Turken gelijkwaardige tegenstanders
waren in een oorlogssituatie. Dit is een valse voorstelling van zaken.
De Armeniërs waren slachtoffer van gerichte deportatie. De weerbare Armeense mannen zijn onder de wapenen
geroepen en vermoord. De deportaties waren bestemd voor ongewapende vrouwen en kinderen. De deportaties waren georganiseerd
en systematisch gericht op specifieke bevolkingsgroepen (Armeniërs en Syriërs) en eindigden in de woestijnen
van het huidige Syrië. Dat daarbij voedsel werd verstrekt uit de voorraden van het Ottomaanse leger, zoals
het artikel stelt, wordt weersproken door talloze ooggetuigenverslagen.
Het is waar dat Armeniërs zich incidenteel hebben verzet, dat er gewapende nationalistische verzetshaarden
zijn geweest en dat er ook misdaden tegen de Turkse bevolking zijn begaan. Dit verzet , als 'oorJog' te betitelen,
is een gotspe. Men dient de discussie wel, zuiver te houden.
In de tweede plaats valt op dat McCarthy het zwijgen van de Turkse regering over de gebeurtenissen betreurt en
dit verklaart 'uit vrees dat de Turkse bevolking wraak zou willen nemen'. Op wie dan wel? Sinds 1915 wonen er nauwelijks
Armeniërs meer in Turkije, bewijs op zich van een geslaagde genocide. De enkelingen die na de oorlog terug
durfden komen zijn inderdaad alsnog (uit wraak derhalve?) vermoord.
Dat de huidlige Turkse bevolking onbekend is met de etnische zuiveringen - van Armeniërs, Syriërs, Grieken
en Koerden - die gepaard gingen met de stichting van het moderne Turkije in het tweede en derde decennium van de
twintigste eeuw, valt zeker te betreuren. De door Turkije gewenste toetreding tot de EU biedt eindelijk een gelegenheid
dit soort feiten onder ogen te zien.
Het artikel van McCarthy verdraait en ontkent de feiten en is geen zinvolle bijdrage aan een verzoening.
Jos Weitenberg
De auteur is bijzonder hoogleraar Armeense Studies aan de Universiteit Leiden.
PERSBERICHT
FEDERATIE ARMEENSE ORGANISATIES NEDERLAND
24 april comité
Federatie Armeense Organisaties Nederland eist excuus van Time Magazine
voor misleidende Turkse informatie
In Time Magazine van 6 juni is bij een aantal reclamepagina’s voor Turkije als vakantie land een gratis dvd gevoegd
met de vermelding “Turkish Chamber of Commerce” (ATO), die behalve reclame ook een propaganda-documentaire bevat
waarin omstandig en met vele filmbeelden en documenten alle bekende omdraaiings- en ontkenningsverhalen van de
Armeense genocide zijn verzameld. Een illuster gezelschap van genocide-ontkenners zoals Mc Carthy, en de in Zwitserland
wegens ontkenning vervolgde Halacoglu, legt tal van verklaringen af van de bekende soort.
De Federatie kan zich niet voorstellen hoe een tijdschrift van naam als Time een dergelijke dvd heeft kunnen toevoegen
aan de 494 duizend exemplaren van Time Magazine, die voor de Europese markt bestemd zijn. De Federatie eist minstens
van Time Magazine een duidelijk excuus op de voorpagina van de volgende uitgave.
Turkije voert met deze propaganda-dvd een achterhoede gevecht in Europa, dat weinig indruk zal maken, daar voor
de meeste Europese landen zowel voor politiek als wetenschappelijk de Armeense genocide een feit is.
30-5-2005
ChristenUnie: Ontkennen van holocaust strafbaar
DEN HAAG - De ChristenUnie werkt aan een wetsvoorstel om naar Belgisch voorbeeld het ontkennen van de holocaust
strafbaar te stellen. Dat kondigt kamerlid Huizinga-Heringa aan na haar bezoek aan Israël.
“Ik hoor steeds meer verhalen van joodse mensen die op straat worden geconfronteerd met racistische en antisemitische
taal.”
Ze noemt ook de spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden waarbij sissende geluiden worden gemaakt die verwijzen naar
de gaskamers in de Tweede Wereldoorlog. Verder voert het kamerlid de negatieve reacties aan die leraren krijgen
van jongeren als ze tijdens geschiedenisles vertellen over de holocaust.
“Die komen vooral van leerlingen van Noord-Afrikaanse afkomst die van huis uit of anderszins zich sterk betrokken
voelen bij het conflict in het Midden-Oosten en sterke anti-joodse gevoelens koesteren.”
Toen ze op bezoek was in Israël kwamen daar nog eens de verhalen van drie joodse emigranten uit Frankrijk
bij, die voor Huizinga-Heringa bevestigden dat het antisemitisme in Europa in opmars is. “Ondanks dat ze daar geboren
en getogen waren, en een goed leven hadden en werk, verkozen ze Israël. Er is naar hun zeggen sprake van een
grote uittocht. Ik schrok daarvan.”
Volgens het CU-kamerlid gaat het “om een ontkenning van een ongelooflijke aanval op het joodse volk en op een deel
van hun identiteit.”
Het is de bedoeling dat het initiatiefvoorstel op 9 juni wordt gepresenteerd tijdens een manifestatie over antisemitisme
in Den Haag. Joodse en christelijke organisaties in Nederland, waaronder Christenen voor Israël, zullen premier
Balkenende dan duizenden handtekeningen aanbieden.
Kern van het CU-voorstel is een verbod op het ontkennen van genocides in het algemeen. Volgens Huizinga geldt dat
dan ook voor het hete hangijzer van de volkerenmoord op Armeniërs in 1915 ten tijde van het Ottomaanse rijk
die in het hedendaagse Turkije nog steeds wordt ontkend.
"Maak excuus aan Aram Yilan"
- Raadslid Bicici (CDA) noemt de Armeense genocide "een sprookje". Hij doet er beter aan zijn woorden
in te trekken en snel excuus te maken.
Begrip is er tot op zekere hoogte voor Turkse migranten die met een misinformatie op het gebied van de Armeense
genocide Nederland zijn binnengekomen. Maar eenmaal hier aangekomen, kan men wel vrij van alles kennisnemen en
vervalt, en zeker voor personen die zich in de politiek begeven, het excuus van onvoldoende informatie.
Een groot deel van de Turkse gemeenschap in Nederland heeft, hoe pijnlijk ook, dit verleden inmiddels onder ogen
gezien en pleit met de Armeniërs voor meer openheid van Turkije. En voor het opgeven van de ontkenning. Deze
mensen hebben onze steun en waardering. Zij hebben hun eer terecht verbonden aan het rechtzetten van het verleden.
De Turken die nu in Nederland leven, zijn ook niet schuldig aan de genocide, maar degenen van hen die tegen beter
in, en vanuit welk motief ook, de genocide op de Armeniërs, en de slachtoffers onder de andere christelijke
minderheden in het Ottomaanse Rijk, zoals Assyriërs blijven ontkennen, verdraaien en bagatelliseren, maken
zich wel schuldig aan belediging. De vergelijking door Bicici van de genocide met een"sprookje", mag
wel een bijzonder aanstotend geval van ontkenning genoemd worden.
De hr. Bicici treedt op namens in dit geval een landelijke partij, het Christen Democratisch Appel. Een raadslid
heeft een bepaalde verantwoordelijkheid naar zijn partij.
Met de standpunten van deze partij heeft een raadslid rekening te houden, speciaal als hij zich uitlaat over zaken
die ook de Nederlandse buitenlandse politiek raken. Over de erkenning van de Armeense genocide heeft het CDA zich
pas nog uitgesproken. De hele fractie
heeft op 21 december 2004 voor de motie van de heer Rouvoet (ChristenUnie) gestemd, waarin de Kamer de regering
heeft gevraagd de erkenning van de Armeense genocide voortdurend en nadrukkelijk onder de aandacht te brengen in
de dialoog met Turkije. Minister Bot verwelkomde de motie. Hij werd met algemene stemmen aangenomen. In Luxemburg
benadrukte deze week Minister Bot (CDA) geheel in overeenstemming met deze motie en samen met zijn Franse collega
Barnier nog eens dat Turkije in het reine moet komen met de Armeense genocide (Financieel Dagblad, 27 april).
Vrijheid van meningsuiting is er natuurlijk wel in Nederland. Maar dat betekent niet dat men alles zomaar kan zeggen,
mag zeggen.
Daarom een welgemeend advies aan raadslid Bicici: bied uw excuses aan aan uw collega Yilan en aan alle Armeniërs
die u met uw uitspraken hebt beledigd.
Voor reacties op of discussie over dit artikel, ga naar: http://forum.nedarm.nl
Het 24 april Comité
Federatie van Armeense Organisaties in Nederland
Tubantia (twents dagblad)
Uitlatingen CDA'er Bicici 'slecht voor
Almelose politiek'
Het Turkse CDA- raadslid N. Bicici moet openlijk zijn excuses aanbieden, vindt het GroenLinks-raadslid A. Yilan
(van Armeense afkomst). Bicici heeft in een e-mail-correspondentie met Yilan de genocide in 1915 waarbij in Turkije
circa 1,5 miljoen Armeniërs werden omgebracht, 'een sprookje' genoemd.
CDA-fractievoorzitter H. Slettenhaar zegt dat 'het absoluut niet kan' wat partijgenoot Bicici in de e-mail heeft
geschreven. 'Dit kun je niet maken. Ik betreur het. Het is slecht voor de Almelose politiek. Almelo is hier niet
mee gediend.'
Yilan had vorige week in een e-mail aan alle Almelose raadsleden een uitnodiging gestuurd voor de landelijke bijeenkomst,
afgelopen zondag in Assen, waar de genocide van 1915 herdacht zou worden. In een reactie daarop had Bicici geschreven:
'Je hebt deze uitnodiging gestuurd, bedankt, maar de inhoud is een sprookje.' Bicici verwoordt verder het standpunt
zoals de Turkse staat dat altijd heeft uitgedragen: dat er niet 1,5 miljoen maar tussen de 200.000 en 300.000 Armeniërs
zijn omgekomen, dat de Armeniërs verraders waren van het Ottomaanse Rijk en dat de Turken over wat gebeurd
is, niet onwetend worden gehouden door de Turkse staat.
Bicici voegde daar nog aan toe: 'Ik leef in Almelo. Ik zou niet de problemen van andere landen of bevolkingsgroepen
hierheen halen. We hebben hier genoeg te doen.'
GroenLinks-fractievoorzitter M. Trommel noemt het 'schandelijk dat een plaatselijk volksvertegenwoordiger dit zegt.'
Wat begon als een e-mail-correspondentie tussen twee raadsleden is naar zijn idee intussen een zaak geworden die
de hele Almelose gemeenteraad aangaat. 'Net zo min als iemand kan roepen dat er in de Tweede Wereldoorlog geen
zes miljoen joden omgebracht zijn, net zo min kun je de genocide op de Armeniërs een sprookje noemen.'
Trommel vindt het terecht dat Yilan nu openlijke excuses van Bicici eist. Bicici zegt dat zijn opvatting over wat
er met de Armeniërs is gebeurd, een privé-mening is. Hij wijst erop dat er historici zijn die de genocide
op de Armeniërs in een ander daglicht plaatsen. De discussie per email heeft zich afgespeeld in het zicht
van alle leden van de Almelose gemeenteraad. Yilan had de uitnodiging voor de bijeenkomst in Assen aan alle raadsleden
gestuurd, en alle email-adressen bleven gehandhaafd, zodat de discusie ook iedereen bereikte.
Slettenhaar heeft, zegt hij, vorige week Bicici erop gewezen dat 'iedereen zijn eigen mening mag hebben, maar dat
je die niet op deze manier moet ventileren.' Met nadruk verklaart de fractievoorzitter dat wat Bicici over de Armeniërs
zegt, 'absoluut niet het standpunt van de CDA-fractie is.' De fractie heeft inmiddels over de kwestie gesproken,
waarbij Bicici erbij bleef dat dit zijn privé-mening is en dat hij die mag uiten. Toch zal Slettenhaar op
Bicici geen druk uitoefenen om openlijk excuses aan te bieden. 'Ik keur het niet goed, maar we leven in een democratie
waarin iedereen zijn mening mag hebben.' Yilan blijft erbij dat hij 'deze belediging aan alle Armeniërs niet
pikt.'
==============================
Turks raadslid noemt Armeense
genocide een 'sprookje'
ALMELO - 'Een sprookje.' Zo noemt het Almelose CDA-raadslid van Turkse komaf N. Bicici de genocide op de Armeniërs
tussen 1915 en 1917. Over de opmerking, in een e-mail aan GroenLinks-raadslid A. Yilan (van Armeense afkomst) is
de nodige commotie ontstaan binnen de Almelose politiek. Yilan eist excuses.
CDA-fractievoorzitter H. Slettenhaar vindt het buitengewoon ongelukkig wat Bicici heeft gemaild. 'Het is zijn privé-mening,
absoluut niet het standpunt van het CDA.' Toch dringt hij niet bij zijn fractiegenoot aan op excuses. 'Ik keur
het niet goed, maar we leven in een democratie waarin iedereen zijn mening mag hebben.'
GroenLinks-fractievoorzitter M. Trommel vindt daarentegen dat het een zaak is die de hele Almelose gemeenteraad
aangaat. 'Net zo min als iemand kan roepen dat in de Tweede Wereldoorlog geen zes miljoen joden zijn omgebracht,
net zo min kun je de genocide op de Armeniërs een sprookje noemen.'
Bicici, die niet van plan zegt te zijn om excuses aan te bieden, verwoordt in zijn mailbericht het standpunt zoals
dat steeds door de Turkse staat is uitgedragen: er zijn hooguit enkele honderdduizenden Armeniërs omgekomen
en niet door bewuste uitroeiing, maar door honger en kou of bij gevechten. Kleine Armeense groepen vochten in de
Eerste Wereldoorlog met hulp van Frankrijk tegen het toenmalige Ottomaanse Rijk.
Volgens historici bestaat er echter geen twijfel dat tussen 1915 en 1917 zeker een miljoen - mogelijk zelfs anderhalf
é twee miljoen - Armeniërs om het leven kwamen als gevolg van een bewuste 'zuiveringspolitiek' van
de Ottomaanse heersers, die een etnisch homogeen Turks rijk wilden. Ook andere groepen, zoals Assyriërs, werden
op grote schaal het slachtoffer van deze zuiveringspolitiek.
In de Europese Unie zijn de afgelopen jaren steeds meer landen, waaronder Nederland, ertoe overgegaan datgene wat
er in die jaren gebeurde officieel als 'genocide' te omschrijven.
Deze landen eisen dat ook Turkije dit erkent, voordat het tot de Europese Unie kan worden toegelaten.
Voor reacties op of discussie over dit artikel, ga naar: http://forum.nedarm.nl
25-4-2005 | 10:01
http://www.refdag.nl/website/article.php?id=1211802
Vervolg ontkenners Armeense genocide
Internationale gemeenschap moet een daad stellen
Armeniërs herdachten zondag dat negentig jaar geleden duizenden van hun voorouders werden vermoord door
Turken. I. Drost pleit voor brede erkenning van de volkerenmoord, alleen zo kunnen de ontkenners onder druk worden
gezet.
Nederland herdenkt dat het zestig jaar na de Bevrijding is. Dit jaar wordt ook de Armeense genocide van negentig
jaar geleden voor de Armeniërs herdacht. Op 24 april werden de 1,5 miljoen slachtoffers -het overgrote deel
van de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk- herdacht die, onder ’dekking’ van de Eerste Wereldoorlog, werden
weggevaagd uit het gebied waar zij duizenden jaren woonden. Een herdenking zonder bevrijding. De herinnering is
beklemmend. De vlag blijft halfstok.
De dader heeft niet bekend. Ontkent. De veiligheid van Armeniërs is daarmee niet gegarandeerd. Herhaling ligt
altijd op de loer.
De internationale gemeenschap zweeg lang, vandaar de ”vergeten genocide”. Maar nu erkent het ene na het andere
land de genocide. Het Europees Parlement deed dat al in 1987. Het Nederlandse parlement op 21 december 2004 gelukkig
ook. Een heel klein stukje bevrijding voor velen.
De Europese Raad gaf op 17 december Turkije intussen wel de begeerde datum voor toetredingsonderhandelingen, zonder
afspraken over de Armeense genocide, de gesloten grenzen met Armenië of het ontbreken van diplomatieke betrekkingen.
Tweede genocide
Turkije blijft de feiten ontkennen. Daarmee heeft het huidige Turkije, rechtsopvolger van het regime van de daders,
zich intussen alsnog schuldig gemaakt aan de ”tweede genocide”, zoals de ontkenning van een genocide wel wordt
genoemd.
In Turkije wordt wel, onder internationale druk, meer geschreven. Maar inhoudelijk is er geen vooruitgang. Recent
nog draaide premier Erdogan met ongehoorde brutaliteit de wereld een rad voor ogen met zijn oproep tot een ?open
debat” met Armenië. Een schijnbeweging, want hij voegde eraan toe dat men zich over de uitkomst van het debat
geen zorgen maakte en trots was op zijn geschiedenis. Kortom geen debat, want bij voorbaat staat vast dat er geen
genocide heeft plaatsgevonden.
De internationale gemeenschap moet ter gelegenheid van negentig jaar herdenking een daad stellen, boven het eigen
belang uitstijgen. Eis erkenning van Turkije. Turkije de hand boven het hoofd houden, is ook voor Turkije niet
goed. Druk van buiten is nodig. Laat men in de VS, vaak ’gegijzeld’ door strategische belangen, de gereedliggende
resolutie nu maar eens aannemen. Laat men in Israël, toch lotgenoot van Armenië, de steun aan Ankara
op dit punt maar eens herzien. En vooral: laat Europa, vóór de onderhandelingen, dit punt nu openlijk
voorleggen aan Turkije, zodat de EU niet medeplichtig wordt aan het voortbestaan van de ontkenning.
En Nederland? Help de ontkenning de wereld uit, om te beginnen uit Nederland.
Eigen veiligheid
Laten we de informatieachterstand inhalen en de jeugd (ook de Turkse) door lesbrieven op school goed voorlichten.
Laten we de ontkenners, zo nodig met juridische middelen, laten zien dat we het in Nederland in elk geval niet
meer accepteren. Voorbeelden te over, zoals de uitspraken van de leider van het Contactorgaan Moslims en Overheid
(CMO), die recent beweerde dat Armeniërs voor hun eigen veiligheid waren gedeporteerd. Laten we minister Bot
aansporen nog helderder te zijn tegen zijn Turkse collega.
Problemen in Turkije? Jawel, maar die komen toch ooit. Beter nu dat aan het eind van het toetredingsproces.
Na de herdenking van deze genocide zal nooit een bevrijdingsdag volgen. Maar erkenning door Turkije zal wel bevrijdend
werken, voor Armeniërs en uiteindelijk ook voor Turkije.
De auteur is lid van het 24 april comité van de Federatie van Armeense Organisaties in
Nederland (FAON).
Voor reacties op of discussie over dit artikel, ga naar: http://forum.nedarm.nl
Persbericht
HERDENKING ARMEENSE GENOCIDE 1915-2005
Veel belangstelling voor herdenking Armeense genocide
BIJ ARMEENSE GENOCIDE MONUMENT IN ASSEN
Assen/Den Haag, 24 april 2005
Met bussen, trein en auto¹s uit verschillende delen van het land kwamen vandaag, zondag 24 april, ruim duizend
Armeniërs en andere belangstellenden naar Assen, waar de herdenking van 90 jaar genocide plaatsvond bij het
Armeense genocide-monument. Onder de aanwezigen ook dit jaar de inmiddels 92-jarige overlevende van de Armeense
genocide.
De bijeenkomst, georganiseerd door het 24 april Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland
(FAON), begon met een kranslegging en gebed van Armeense geestelijken bij de gedenksteen op de Assense begraafplaats
de Boskamp. Deze steen werd vier jaar geleden na veel protest van rechtse Turken en procedures tot aan de Raad
van State, op verzoek van een Armeense inwoner van Assen geplaatst op de begraafplaats.
Dit jaar is het bij de herdenking voor de Armeniërs een belangrijk gegeven dat het Nederlandse parlement het
afgelopen jaar met de motie Rouvoet de Armeense genocide heeft erkend.
In de aula vond vervolgens een herdenkingsbijeenkomst plaats met Armeense voordracht en muziek (o.a. doudouk) en
met diverse toespraken zoals van Farah Karimi, René Diekstra, de Armenoloog Jos Weitenberg, een vertegenwoordiger
van de Armeense ambassade, en van Vader Armen Melkonian.
In de voordrachten werd op verschillende wijze zware kritiek geuit op de Turkse ontkenning van de genocide. Farah
Karimi gaf aan dat bij recente bespreking van de Armeense kwestie in het Turkse parlement een ovatie had plaatsgevonden
bij de vaststelling dat er geen genocide was geweest. In plaats daarvan, aldus Karimi, was hier een minuut stilte
op zijn plaats geweest. Diekstra, door omstandigheden zelf verhinderd, kritiseerde in zijn tekst Erdogan's oproep
tot een ³open debat² over de kwestie. Onzin, volgens Diekstra, want over de waarheid kun je niet debatteren.
Hij is voorstander van het afdwingen van erkenning van de Armeense genocide door Turkije, namelijk door de onderhandelingen
met de EU hiervan afhankelijk te stellen. Dit is de beste weg, ook voor de democratisering en mensenrechten in
Turkije, aldus Diekstra.
De erkenning van de genocide door de Tweede Kamer betekent overigens niet dat het 24 april Comité stil gaat
zitten: het Comité wil in samenwerking met Nederlandse organisaties iets gaan doen aan de informatie achterstand
in Nederland over dit onderwerp, onder andere door middel van lesbrieven. Verder stelt het Comité: ontkenning
van de Armeense genocide moet de wereld uit, om te beginnen in Nederland. Daartoe zal het Comité juridische
stappen tegen ontkenners van de genocide niet schuwen.
TEVENS UITNODIGING AAN DE PERS
-----------------------------
HERDENKING BIJ ARMEENSE GENOCIDE MONUMENT IN ASSEN
Den Haag, 20 april 2005 - Op 24 april, de herdenkingsdag van de Armeense genocide zal om 15.00 uur in
Assen een herdenking plaatsvinden bij het Armeense genocide-monument. Hierbij zullen als sprekers o.a. het Kamerlid
Mw. Farah Karimi alsmede hoogleraar en columnist René Diekstra optreden. De bijeenkomst, georganiseerd door
het 24 april Comité van de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON), begint met een kranslegging
en gebed bij de Armeense gedenksteen op de Assense begraafplaats de Boskamp.
Ook dit jaar zal naar het zich laat aanzien de 92- jarige overlevende
van de Armeense genocide de herdenking nog kunnen bijwonen.
Voorafgaand zal in de ochtend van 24 april een kerkdienst plaatsvinden in de Armeense Kerk in Amsterdam.
Dit jaar is het bij de herdenking voor de Armeniërs een belangrijk gegeven dat het Nederlandse parlement het
afgelopen jaar met de motie Rouvoet de Armeense genocide heeft erkend.
Het 24 april comité zal bij de herdenking de inhoud van haar verdere
activiteiten-programma voor dit jaar bekend maken, dat o.a. als doel heeft
meer bekendheid te geven aan de Armeense genocide in Nederland en ook de in Nederland wonende Turkse bevolkingsgroep,
die op dit gebied door hun regering onwetend is gehouden, voor te lichten. Ontkenning van de genocide, hoe deze
ook plaatsvindt (in kranten, websites of anderszins), zal in Nederland uitgebannen moeten worden, zonodig door
middel van juridische stappen. Europa zal onder aanvoering van o.a. minister Bot, die dit al meerdere malen
in het parlement heeft gezegd Turkije onomwonden de erkenning als voorwaarde voor verdere Europese integratie
duidelijk moeten maken.
De genocide kostte 1,5 miljoen Armeniërs het leven en is nog steeds een hot item door de Turkse ontkenning.
Turkije is onder druk gekomen door de Europese eisen de ontkenning op te geven, en trachtte vorige week nog de
internationale aandacht voor de 90-jaar herdenking af te leiden met een show door onderzoek inzake 1915 aan te
kondigen. Uit de context en ook uit het behandelde in het Turkse parlement bleek echter dat dit onderzoek maar
één uitkomst mag hebben, nl. dat er geen genocide is geweest. Begrijpelijk dat Armenië dit aanbod
dus alleen maar beleefd kan afwijzen.
De afgelopen week vonden in Nederland net als elders op de wereld al een reeks activiteiten plaats
in het kader van de herdenking van de Armeense genocide, die 90 jaar geleden in Turkije plaatsvond. Zo werd op
17 april in de Leidse Pieterskerk een herdenkingsconcert georganiseerd met Armeense klassieke muziek en met sprekers
als Seth Gaaikema (die van Armeense afkomst is), Dr. Houwink ten Cate, namens het Instituut voor Holocaust en Genocidestudies,
de heer Kortenoeven, namens het CIDI, en de heer van Eijk, Voorzitter van de Raad van Kerken. (info en foto¹s
op www.24april.nl)
Tevens werd er een tentoonstelling geopend die daar nog tot en met 21 april, 17.00 uur te zien is. Velen raakten
hier diep van onder de indruk. Het materiaal geeft een duidelijk beeld van de achtergronden van waaruit en de gruwelijke
wijze waarop de genocide heeft plaatsgevonden en is voorzien van een uitvoerige Nederlandstalige toelichting. (Zie
foto¹s www.24april.nl)
Tevens zijn in enkele foto¹s Armeense culturele schatten uitgebeeld.
Deze tentoonstelling is afkomstig van het Centrum voor Informatie en Documentatie Armenië in Berlijn.
Een apart deel van de tentoonstelling is gewijd aan materiaal, dat in Nederland is gepubliceerd over de Armeense
genocide.
Dit is het resultaat van een recent bronnenonderzoek en geeft een beeld van de aandacht die de Armeense genocide
destijds in kranten, maatschappij en politiek kreeg.
Info: www.24april.nl
Federatie Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
24 april comité
Informatie : Tel 06 2427 2574
90 jaar van de Armeense Genocide
Tentoonstelling over de Armeense Genocide geopend in Leiden, Nederland
Op 17 April 2005 werd in de Pieterskerk in Leiden, Nederland, een tentoonstelling over de Armeense Genocide en
getiteld de "Deportatie, Vervolging, Vernietiging" en "Reactie van Nederlandse media, het publiek
en de politiek op Armeense Genocide” geopend. De Armenoloog Prof. Dr. Jos Weitenberg van de Leidse Universiteit
verrichte de opening met een toespraak over de betekenis van deze tentoonstelling. De tentoonstelling zal tot en
met 21 April 2005 duren.
Naast het fotomateriaal afkomstig uit het Informatie en Documentatiecentrum Armenië (IDZA) van Berlijn van
Dr. Tessa Hoffman en Gerayer Koutcharian, is een gedeelte van de tentoonstelling gewijd aan onlangs gevonden Nederlandse
documenten van periode 1910-1918. De Nederlandse afdeling van de tentoonstelling is voorbereid door een werkgroep
van het 24 April Comité van de Federatie van Armeense Organisaties Nederland (FAON).
De tentoonstelling is voorzien van een uitgebreide Nederlandstalige toelichting en
is georganiseerd door het 24 April Comité van FAON met de steun van Armeense Ambassade in Brussel en in
samenwerking met Dr. Tessa Hoffman.
Foto’s:
http://www.abovian.nl/blog/gallery/17.aspx
PERSBERICHT
HERDENKINSCONCERT ARMEENSE GENOCIDE
ARMEENSE FEDERATIE: Erkenning Genocide nodig voor veiligheid Armeniërs
WIM KORTENOEVEN (CIDI): Israëlische positie m.b.t. Armeense genocide onjuist
Leiden , 17 april 2005 - Tijdens het drukbezochte herdenkingsconcert op 17 april in de Leidse Pieterkerk
ter gelegenheid van 90 jaar Armeense genocide heeft de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
de internationale gemeenschap, en speciaal Turkije opgeroepen om de Armeense genocide te erkennen. Dit in de eerste
plaats om de veiligheid van de Armeniërs te garanderen. De genocide kostte 1,5 miljoen Armeniërs het
leven. Ook duizenden andere christelijke minderheden zoals Assyriërs waren de slachtoffers van de gruwelijkheden
van het Jong Turkse beleid. De Armeense genocide is nog steeds een hot item door de Turkse ontkenning.
Veel wordt dezer dagen gesproken over de noodzaak dat Turkije in het kader van de wens om lid te worden van de
EU, het verleden onder ogen ziet, maar nooit mag worden vergeten waarom deze erkenning in de eerste plaats nodig
is. Dat is het voorkomen van herhaling. Zolang in Turkije de geschiedenis niet wordt aanvaard, blijft er gevaar
dat het opnieuw tot tragedies gaat leiden.
Erkenning en herdenking stonden centraal op deze sfeervolle herdenking met veel klassieke Armeense muziek, waar
voorts o.a. werd gesproken, vanuit de wetenschappelijke hoek door directeur van het Instituut voor Holocaust en
Genocide Studies Dr. Houwink ten Cate, die het belang van onderwijs en onpartijdig onderzoek onderstreepte. Cabaretier
Seth Gaaikema (die van Armeense afkomst is) gaf in een persoonlijk getint verhaal en met behulp van een gedicht
zijn verbondenheid aan met het lot van het Armeense volk en van alle volken die door de gruwelijkheden van genocide
worden getroffen. De Voorzitter van de Raad van Kerken van Nederland, de heer Ton van Eijk betuigde steun van de
Raad van Kerken en wees op de oproep die vanuit de Wereldraad van Kerken aan alle kerken is gericht om a.s. zondag
24 april in de kerken te bidden voor de 1,5 miljoen doden van de Armeense genocide. De heer Kortenoeven van het
CIDI sprak met een opmerkelijke helderheid over de noodzaak van de erkenning van de Armeense Genocide. Hij hekelde
de Israëlische positie m.b.t. Armeense genocide, die, geënt is op ?het niet in gevaar brengen van de
relatie met Ankara. Hij vond dit met name onjuist daar het Joodse volk lotgenoot is van het Armeense als slachtoffer
van een genocide. Tevens kwamen aan het woord de consul van de Armenië in de Benelux mw. Hasmik Soghomonian
en de priester van de Armeense kerk in Amsterdam, vader Datav vartapet Muradian.
Veel bezoekers waren erg onder de indruk van de tentoonstelling over de Armeense genocide uit Informatie en Documentatie
Centrum Armenië van Berlijn. De tentoonstelling werd geopend door de Armenoloog professor Dr. J. Weitenberg
en die nog tot en met 21 april te zien is in de Leidse Pieterskerk (dagelijks van 13.30 tot 17.00 uur).
Federatie Armeense Organisaties in Nederland (FAON)
24 april comité
Informatie: Tel 06 2427 2574
http://www.24april.nl
NRC HANDELSBLAD
14 april 2005
Turkije: onderzoek samen met Armenië
Door onze correspondent
NICOSIA, 14 APRIL. Turkije wil dat een officiële Turks-Armeense commissie zich buigt over de bloedbaden onder
Armeniërs aan het einde van het Ottomaanse Rijk. Dat heeft de Turkse minister van Buitenlandse zaken, Abdullah
Gül, gisteren gezegd in het parlement in Ankara. Premier Recep Tayyip Erdogan heeft daartoe een brief gestuurd
aan de Armeense president, Robert Kotsjarian.
Met deze brief onderneemt Turkije een nieuwe poging om het Armeense dossier van tafel te krijgen. Bij de massale
slachtingen, die in volle hevigheid in 1915 begonnen, kwamen volgens historici wellicht meer dan een miljoen Armeniërs
om het leven. Turkije ontkent niet dat een groot aantal Armeniërs de dood vond, maar spreekt tegen dat er
sprake was van een vooropgezet plan tot genocide. “Turkije heeft vrede met zijn geschiedenis waar het trots op
is’’, zei minister Gül gisteren.
Het is nog onduidelijk of Arme- Door onze correspondent nië op het verzoek zal ingaan. Eerder legde Jerevan
een oproep van premier Erdogan naast zich neer om de kwestie over te laten aan historisch onderzoek. Volgens de
Armeense regering heeft dat onderzoek allang plaatsgehad en staat onomstotelijk vast dat er een genocide plaatshad.
Het Turkse voorstel komt enkele weken voor de herdenking van de genocide, op 24 april. In Ankara is men in toenemende
mate bezorgd dat het Amerikaanse Congres een resolutie zal aannemen over de genocide. Daarnaast oefent een groot
aantal Europese politici druk uit op Ankara om met het Ottomaanse verleden in het reine te komen. In oktober begint
het proces van onderhandelingen tussen Ankara en Brussel over Turks lidmaatschap van de Europese Unie. Gül
verklaarde gisteren in het parlement dat Turkije nooit behoorlijk had gereageerd op de Armeense beschuldigingen.
“En dit heeft geleid tot het valse beeld dat Turkije iets verbergt.’’
Persbericht
Veel vraagtekens bij "open debat" Erdogan over Armeens genocide
Den Haag, 13 april 2005 - De aankondiging van Erdogan dat er een "open debat" moet plaatsvinden over
de genocide op de Armeniërs in 1915 roept bij de Federatie van Armeense Organisaties in NL veel vraagtekens
op. Er ontbreekt veel informatie om te kunnen beoordelen hoe deze aankondiging, aan de vooravond van de wereldwijde
90 jaar herdenking van de Armeense genocide, gezien moet worden. Zo is volstrekt onduidelijk hoe en met wie de
debat plaatsvindt en of het gegeven dat internationaal door wetenschappers van goede naam als zodanig wordt aangenomen,
nl. dat er genocide heeft plaatsgevonden, daarbij als uitgangspunt geldt.
Waarschijnlijk moet de uitspraak gezien worden als poging om de aandacht af te leiden van de 90 jaar herdenking
van Armeense genocide en van beschuldigende vinger die internationaal naar Turkije wordt uitgestoken wegens het
stelselmatig ontkennen van deze zwarte periode uit de geschiedenis. In het kader van de onderhandelingen over mogelijke
toetreding tot de EU is de ontkenning van het verleden ook een onaanvaardbaar punt voor veel EU landen, zoals Frankrijk
en ook Nederland. Minister Bot heeft onlangs de Kamer nog verzekerd dat de Armenië-resolutie (waarmee hij
de motie van de heer Rouvoet bedoelt, waarmee de Armeense genocide in NL is erkend) de volle aandacht van de regering
blijft houden en dat dit punt regelmatig in herinnering wordt geroepen bij de Turkse autoriteiten. Afgezien van
het feit dat noch door de Turken, noch door een aantal lidstaten in dit verband over genocide gesproken wordt,
heeft minister Bot dat wel met nadruk onder de aandacht gebracht. "Wij volgen de ontwikkelingen in Turkije
op de voet", zei de minister. Het voorlopige "nee" tegen Kroatië is voor Turkije een goed signaal
geweest, dat er met de voorwaarden niet valt te spotten. "De onderhandelingen worden niet geopend als niet
aan alle condities is voldaan", aldus Bot.
Door een "open debat" aan te kondigen of een "historisch onderzoek", wordt de indruk gewekt
dat de genocide niet langer wordt ontkend, om de internationale kritiek te sussen. Uit de overige bewoordingen
is echter veelal op te maken dat er geen sprake is van echte vooruitgang, zoals hier in dit bericht waarin Erdogan
zich geen zorgen zegt te maken over de uitkomst van het debat. Hoe begrijpelijk dit ook is naar de Turkse bevolking,
die nooit informatie heeft gekregen over de werkelijke geschiedenis, is scepsis over de bedoelingen van de discussie
en het onderzoek op zijn plaats.
De Federatie meldt tenslotte, dat als Erdogan werkelijk een gebaar zou willen maken naar de Armeniërs (en
naar de EU), hij simpelweg, aan de vooravond van de herdenking, de genocide had kunnen erkennen. Daarvan is echter
geen sprake. De Federatie, die intussen elke stap voorwaarts in deze gevoelige zaak toejuicht, hoopt dat Erdogan
de komende tijd wel met een dergelijke doorbraak komt. Daarna kan pas de verhouding met buurland Armenië,
waarmee Turkije zijn grenzen gesloten houdt en geen diplomatieke betrekkingen wenst, worden genormaliseerd en er
geleidelijk verzoening tussen de beide volkeren optreden.
Ook in Nederland, waar het Parlement op 21 december j.l. de Armeense genocide erkende, wordt komende week herdacht
dat 90 jaar geleden de genocide plaatsvond. O.a. door een herdenkingsconcert a.s. zondagmiddag (17 april) in de
Leidse Pieterskerk, met daarbij (tot 21 april) een tentoonstelling over de Armeense genocide.
Op 24 april zelf wordt, na een kerkdienst in de Armeense kerk in Amsterdam, om 3 uur in Assen bij het monument
de genocide herdacht.
Deelnemers aan de herdenking zijn o.a. Prof. Dr. J. Th. M. Houwink ten Cate - Holocaust and Genocide Instituut
Amsterdam, Seth Gaaikema - Cabaretier, tekstschrijver, Farah Karimi - Lid Tweede Kamer, René Diekstra -
Hoogleraar psychologie.
Er is muziek te beluisteren van Vahé Hovhannesian - Duduk ; Vazgen Pirdjanian - Komitas String Quartet ;
Ruzanna Nahapetian - Sopraan ; Ruzanna Hakopian - Canon ; Hambardzum Sahakian - Voordracht en Nicolai Romashuk
jr. - Duduk and vele anderen
Federatie Armeense Organisaties in Nederland (FAON)- 24 april comite
http://www.24april.nl
--------------------------------------------------------------------------------
Turkse premier wil debat over genocide Armeniërs
ANKARA (ANP/DPA) - De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan heeft woensdag opgroepen tot een ,,open debat'' over
de volkerenmoord op Armeniërs aan het begin van de 20e eeuw. Erdogan zei tegen leden van zijn Partij voor
Rechtvaardigheid en Ontwikkeling dat Turkije niet bang is voor zijn geschiedenis.
De oproep komt kort voordat Armeniërs in heel de wereld herdenken dat de uiterst wreed uitgevoerde poging
tot volkerenmoord in het Ottomaanse Rijk op 24 april 1915 begon met de moord op prominente Armeniërs in Istanbul,
destijds de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. De meeste Armeniërs in dat rijk overleefden de etnische zuiveringen
die tegen hen werden gepleegd niet.
Na de ineenstorting van het rijk nam de Turkse republiek later vrijwel als dogma aan dat er geen volkerenmoord
op Armeniërs was gepleegd. Het werd onvaderlandslievend en als verraad gezien dat zelfs maar te suggereren.
De uitvoering van de motie Rouvoet wordt gevolgd
BOT: Armeense genocide houdt volle aandacht
Den Haag 30 maart 2005 - De Federatie van Armeense
Organisaties in Nederland (FAON) volgt met aandacht de naleving van de motie Rouvoet van 21 december 2004, waarin
het Nederlandse Parlement unaniem de regering het verzocht de erkenning van de Armeense genocide in de dialoog
met Turkije nadrukkelijk aan de orde te stellen. Uitgaande daarvan zijn er verschillende contacten geweest met
kamerleden en ook met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Kamerleden, met name de heer Rouvoet van
Christen Unie heeft ons verzekerd dat bij verschillende gelegenheden wordt de regering daaraan herinnerd.
De Europese top op 22 en 23 maart gaf de Federatie aanleiding om nogmaals aan de Kamer te verzoeken vragen te stellen
over de voortgang van de zaak en het standpunt van de regering. Uitgaande daarvan heeft op 29 maart tijdens een
debat over de resultaten van deze Europese ontmoeting de heer Rouvoet vragen gesteld aan de minister van Buitenlandse
Zaken over de opstelling van de Nederlandse regering ten opzichte van de door de Tweede Kamer unaniem aangenomen
motie. De heer Rouvoet riep het kabinet op tot het tonen van ruggengraat en er zich voluit voor in te zetten dat
in de politieke dialoog met Turkije de Armeense genocide in juiste bewordingen en niet in termen van de gebeurtenissen
in de periode 1915-1917, voortdurend en indringend aan de orde te stellen, zoals de motie dat ook vraagt.
Minister Bot heeft verzekerd dat de Armenië-resolutie de volle aandacht van de regering blijft houden en dat
dit punt regelmatig in herinnering wordt geroepen bij de Turkse autoriteiten. Afgezien van het feit dat noch door
de Turken, noch door een aantal lidstaten in dit verband over genocide gesproken wordt, heeft minister Bot dat
wel met nadruk onder de aandacht gebracht. “Wij volgen de ontwikkelingen in Turkije op de voet”, zei de minister.
Het voorlopige nee tegen Kroatië is voor Turkije een goed signaal geweest, dat er met de voorwaarden niet
valt te spotten. “De onderhandelingen worden niet geopend als niet aan alle condities is voldaan”, aldus Bot.
Vervolgens vroeg de heer Rouvoet aan minister Bot waarom de Nederlandse ambassade in Parijs een bericht heeft naar
buiten gebracht naar aanleiding van aanvaarding van de motie over de Armeense genocide, dat van een officiële
erkenning geen sprake is en dat dit wellicht later nog zal gebeuren? De minister antwoordde, dat hij dat zal nagaan
en dat dit hem niet voor de geest staat.
De andere kamerleden mede-ondertekenaars van de motie over de erkenning van de Armeense genocide hebben desgevraagd
de Armeense Federatie te kennen gegeven, dat de vraagstelling door de heer Rouvoet plaatsvond als indiener van
de motie, maar dat dit mede namens de andere partijen plaatsvindt.
Dit jaar wordt over de hele wereld herdacht dat de Armeense genocide 90 jaar
geleden in het Ottomaanse Rijk is begonnen. In dit verband organiseert het 24 april comité van de Armeense
Federatie een reeks activiteiten, waaronder een herdenkingsconcert op 17 april a.s. om 14.00 uur in de Pieterskerk
in Leiden. Hierbij wordt door Armeense en Nederlandse musici Armeense klassieke muziek ten gehore gebracht. Ook
is er een tentoonstelling te zien over de Armeense genocide in de Pieterskerk in Leiden van 17 t/m 21 april. Op
24 april zal de jaarlijkse kranslegging en plechtigheid ter herdenking van de 1,5 miljoen slachtoffers van de Armeense
genocide plaatsvinden bij het Armeense monument in Assen. In de aula zullen enkele sprekers het woord voeren.
STAATSCOURANT NR. 23
Woensdag, 2 februari 2005
Kamerleden veroordelen de Armeense genocide
Door André Rouvoet
In de Staatscourant van 25 januari schreef René Diekstra onder de kop 'Armeens Auschwitz' over de verschrikkingen
van de Armeense genocide. Hij concludeert terecht dat de EU met Turkije over toetreding gaat praten zonder vooraf
de erkenning van haar Auschwitz te hebben geëist. Daar schaamt Diekstra zich als Europeaan diep voor.
Ik kan mij zijn gevoel van schaamte goed voorstellen. Evenals Diekstra waren veel fracties in de Tweede Kamer zeer
teleurgesteld over het ontbreken van de eis tot erkenning van deze genocide door Turkije in de conclusies van de
Europese Raad van december 2004. Voorafgaande aan die top hadden veel fracties daar wel toe opgeroepen.
Bij het debat over de conclusies van de Europese Top, waarbij veel aandacht werd besteed aan de bereikte overeenstemming
ten aanzien van de start van de onderhandelingen met Turkije, heb ik daarom een motie ingediend waarin de regering
werd verzocht om in het kader van de intensieve politieke en culturele dialoog die parallel aan de toetredingsonderhandelingen
met Turkije zal worden gevoerd, voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te
stellen. Van een (nieuwe) Europese lidstaat moet toch een eerlijke omgang met de eigen geschiedenis worden geëist.
Deze motie werd door minister Bot verwelkomd en is unaniem door de Kamer aanvaard.
Het is helaas waar dat de Tweede Kamer niet bij motie de eis tot erkenning kan toevoegen aan de conclusies van
de Europese Raad. Maar deze Kameruitspraak is intussen wel van grote en principiële betekenis. Het is namelijk
de eerste keer dat de Nederlandse Tweede Kamer expliciet spreekt van 'de Armeense genocide'. Waar het Europese
Parlement dit al eerder deed, werd in het Nederlandse parlement de term 'genocide' tot nog toe steeds vermeden.
Dat de Kamer zich nu unaniem achter een motie heeft geschaard waarin de gebeurtenissen van 1915 tot 1917 met zoveel
woorden als genocide worden bestempeld én dat de Nederlandse regering deze motie ook nog eens heeft verwelkomd,
is van geweldige betekenis voor de wereldwijde Armeense gemeenschap.
Overigens is in het debat door verschillende woordvoerders ook verwezen naar de Assyrische volkerenmoord. Hoewel
de motie hier niet over rept, heeft de minister van Buitenlandse Zaken mij desgevraagd verzekerd de motie zo te
willen verstaan dat daarin ook de Assyriërs worden begrepen. In de gesprekken met Turkije zullen derhalve
beide verschrikkingen aan de orde worden gesteld.
Met Diekstra ben ik van mening dat aan de héle geschiedenis recht moet worden gedaan. De aanvaarding van
mijn motie heeft de kans dat dit de komende tijd daadwerkelijk zal gebeuren in elk geval weer een stukje dichterbij
gebracht.
De auteur is fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer.
STAATSCOURANT NR. 17
Dinsdag 25 januari 2005
Armeens Auschwitz
'Deze God, waartoe jij bidden wilt, bestaat niet. Waar was hij, toen de joden in Polen hun eigen graven moesten
graven? Waar was hij toen de Nazi's met de schedels van joodse kinderen speelden? Als hij bestaat en hij heeft
gezwegen, is hij net als Hitler een moordenaar.' De woorden zijn van Joseph Shapiro, hoofdfiguur uit Isaac Bashevis
Singers roman De Boetedoener. Het zijn in wezen ook de woorden van Richard Rubinstein in zijn boek getiteld Na
Auschwitz: 'Auschwitz heeft God gedood'.
Deze week is het 60 jaar geleden dat het concentratiekamp Auschwitz werd bevrijd. Is Auschwitz inderdaad dat keerpunt
in de geestelijke geschiedenis van de mensheid geweest waar Joseph Shapiro en Richard Rubinstein over spreken?
Het moment waarop het geloof in God, en daarmee het bestaan van God, niet langer verdedigbaar was? Hoe gek het
ook klinkt, ik zou willen dat het waar was. Ik zou willen dat er geen eerdere verschrikkingen van het niveau van
Auschwitz hadden plaatsgevonden, waardoor God of een ander mensverenigend universeel geloof voorgoed zijn geloofwaardigheid
zou verliezen. Maar zo eenvoudig is het niet.
Dit jaar is ook het 'jubileumjaar' van een andere verschrikking. Deze vond niet alleen bijna 30 jaar voor Auschwitz
plaats, maar stond er ook model voor. Het was Hitler himself die in 1939, kort voor de bloedige aanval op de Polen,
zijn legerbevelhebbers duidelijk maakte dat Duitsland van de wereldopinie niets te vrezen had. Want, zo zei hij,
'Wer redet heute noch von der Vernichtung der Armenier?'. Hoe is het mogelijk dat, anders dan Auschwitz, de massamoord
op de Armeniërs, die onder aanvoering en verantwoordelijkheid van de Turkse regering in de periode 191517
werd begaan, nog altijd door de dader kan worden ontkend en dat die er internationaal nog mee wegkomt ook? Op 24
april 1915 werden in enkele grote Turkse steden duizenden Armeense politici, geestelijken en intellectuelen opgepakt,
voor een deel direct vermoord en voor een deel gedeporteerd. Het was het startsein voor de deportatie en vervolgens
uitroeiing van het grootste deel van de Armeense bevolking in het Turkse rijk. Van de twee miljoen daar levende
Armeniërs hebben er volgens vooraanstaande historici zeker 1.200.000 in concentratiekampen, door slachtpartijen
of door uithongering de dood gevonden. Bij dat proces waren Duitse diplomaten en adviseurs - Turkije had in de
Eerste Wereldoorlog de kant van Duitsland gekozen - actief betrokken.
De voor het Armeense Auschwitz direct verantwoordelijke Turkse minister, Talaat Pasha, maakte van de onderneming
ook bepaald geen geheim. Zo vroeg hij aan toenmalige Amerikaanse ambassadeur Henry Morgenthau een keer het volgende:
'Ik wil graag dat u de Amerikaanse levensverzekeringsmaatschappijen er toe beweegt om ons een complete lijst te
sturen van al hun Armeense polishouders. Ze zijn praktisch allemaal dood nu en er zijn geen erfgenamen meer om
het geld te innen. Het vervalt daarom allemaal aan de staat. De regering is nu de begunstigde. Wilt u dat doen?'
Het verzoek is niet ingewilligd. Maar feit blijft dat tot op de dag van vandaag in tal van Turkse steden straten
en pleinen naar Talaat Pasha genoemd zijn. Feit is ook dat de EU met Turkije over toetreding praat zonder vooral
de erkenning van haar Auschwitz te hebben geëist. Als Europeaan schaam ik me diep.
René F.W. Diekstra
Haagsche Courant
4 jan. 2005
Nederland maakte omissie over Armenië goed
door
Inge Drost
De Tweede Kamer heeft vlak voor het kerstreces unaniem een motie van ChristenUnie-leider André Rouvoet aanvaard
waarin Turkije wordt gevraagd de genocide op de Armeniërs in 1915 te erkennen.
Daarmee rehabiliteerde Nederland zich als land van het internationale recht. Als EU-voorzitter was ons land er
niet in geslaagd deze kwestie op Europees niveau te regelen ondanks de oproep van het Europees Parlement en ondanks
de inzet van minister Bot.
In de motie-Rouvoet wordt de Nederlandse regering gevraagd om in de dialoog met Turkije de erkenning van de Armeense
genocide voortdurend en nadrukkelijk aan de orde te stellen. Minister Bot zag de motie dan ook als ondersteuning
van zijn beleid en heeft hem daarom zelfs ‘verwelkomd’.
Met de unanieme steun van parlement en regering is nu althans in Nederland het tijdperk definitief afgesloten van
het taboe rond de woorden ‘Armeense genocide’. Einde tijdperk, einde taboe: beter was het natuurlijk geweest als
dit nieuwe geluid op 17 december luid en duidelijk op de Euro-top had geklonken.
Maar uiteindelijk gaat het om de boodschap aan Turkije, dat onder toeziend oog van Europa, aan de slag zal moeten
met het onder ogen zien van zijn eigen verleden, hoe pijnlijk ook. De boodschap ís aangekomen: in Turkije
is al betreurd dat als dank voor het Nederlands voorzitterschap een straat naar Nederland in Ankara werd vernoemd.
Toch moet gehoopt worden dat de weg naar erkenning van het Armeense drama en naar verzoening met het verleden nu
zal worden ingezet.
Inge Drost vertegenwoordigt het 24-April Comité van de Armeense Federatie
|