|

|
Hier vindt u alle binnengekomen pers- en andere berichten:
|
HERKOMST
|
ONDERW.
|
DATUM
|
SOORT
|
| |
|
|
|
| |
|
|
|
| FAON |
Armeniërs willen duidelijkheid van Turkse kandidaat-Kamerleden over genocide-standpunt
|
12-09-06
|
persbericht
|
| |
|
|
|
| NRC Handelsblad |
Turkse erkenning
genocide niet uitgesloten
|
9-09-06
|
pers
|
| |
|
|
|
| Volkskrant |
Claim tegen Pamuk afgewezen
|
28-07-06
|
pers
|
| |
|
|
|
| NRC |
EU laakt Turkije om veroordeling van journalist
|
13-07-06
|
pers
|
| |
|
|
|
| NRC |
Bevestiging straf
Hrant Dink
|
12-07-06
|
pers
|
| |
|
|
|
| ANP |
Wetsontwerp strafbaarstelling ontkennen genocide
|
1-06-2006
|
pers
|
| |
|
|
|
| Christen Unie |
wetsontwerp
|
01-06-2006
|
persbericht
|
|
|
|
|
| Vervolg overzicht |
2006-1 |
|
|
| |
|
|
|
| Vervolg overzicht |
2005 |
|
|
| |
|
|
|
| Vervolg overzicht |
2004-1 |
|
|
| |
|
|
|
| Vervolg overzicht |
2004-2 |
|
|
| |
|
|
|
Armeense gemeenschap heeft moeite met CDA-kandidaat
Gewijzigd op: 21/09/2006 00:01:10 Gepubliceerd op: 21/09/2006 00:00:00
HILVERSUM (ANP) - De Armeense gemeenschap in Nederland heeft er moeite mee dat het CDA Ayhan Tonca op een verkiesbare
plaats heeft gezet op de concept-lijst voor de verkiezingen voor de Tweede Kamer. In het verleden heeft Tonca diverse
malen het officiële Turkse standpunt vertolkt dat er geen sprake is geweest van genocide op het Armeense volk
in 1915.
In een brief aan het CDA-partijbestuur vraagt FAON (Federatie Armeense organisaties in Nederland) zich af of Tonca
nu afstand doet van dat standpunt. FAON wijst erop dat de ontkenning van de genocide haaks staat op het CDA-standpunt.
In het tv-programma NOVA wilde Tonca woensdagavond niet ingaan op de vraag of hij terugkomt van zijn standpunt.
CDA-partijvoorzitter Marja van Bijsterveld voorziet geen problemen. Zij wees erop dat Tonca, als hij wordt gekozen,
in de fractie zijn standpunten kan inbrengen. Dan volgt er in de fractie een debat. Fractieleden voegen zich vervolgens
aan de uitkomsten van dat debat.
In 1915 kwamen naar schatting 1,5 miljoen Armeniërs om het leven.
Persbericht
Armeniërs willen duidelijkheid van Turkse kandidaat-Kamerleden over
genocide-standpunt
Den Haag- 12 september 2006. De Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) en haar 24 april
Comité (www.24april.nl) hebben vandaag in een brief aan het CDA opheldering gevraagd over de heer Tonça,
die op de CDA-concept-kandidatenlijst de 35e plaats inneemt. De Armeniërs zijn verontrust, omdat Tonça
bij verschillende gelegenheden publiekelijk de Armeense genocide heeft ontkend.
Deze ontkenning staat haaks op het Nederlandse standpunt, zoals verwoord in een motie van André Rouvoet
(CU), waarbij de Tweede Kamer unaniem de Armeense genocide erkende.
De genocide, die in WOI 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse Rijk het leven kostte, wordt nog steeds door
Turkije ontkend. Behalve Armeniërs kwamen bij de massamoorden ook enorme aantallen andere christenen om, zoals
Assyriërs.
Het CDA heeft in totaal 3 Turkse kandidaten op de lijst; ook van de andere twee, het zittende kamerlid Cörüz
(nr. 19) en kandidaat Elmaci (nr. 56) wil de Armeense Federatie weten of zij de Armeense genocide erkennen, alvorens
de kandidatenlijst wordt vastgesteld.
De Federatie roept ook andere partijen op om snel duidelijkheid te geven over het standpunt van hun kandidaten
van Turkse afkomst over het gevoelige onderwerp van de Armeense genocide.
NRC Handelsblad
9 september 2006
‘Turkse erkenning van genocide niet uitgesloten’
Vraaggesprek met EU-onderhandelaar Ali Babacan
Niemand moet verwachten dat Turkije zijn standpunt over de Armeense kwestie wijzigt’, zei de Turkse premier Erdogan.
Maar zijn eerste onderhandelaar met de EU is genuanceerder.
Door onze redacteur Wilmer Heck
Den Haag, 9 sept. De vrijheid van meningsuiting laat nog veel te wensen over, de rechten van minderheden zijn niet
gegarandeerd, de positie van het leger is te sterk, de kwestie-Cyprus verkeert in een impasse en Ankara weigert
te erkennen dat honderdduizenden Armeniërs in de EersteWereldoorlog slachtoffer werden van genocide door Ottomaanse
Turken.
Kortom, EU-kandidaat Turkije wordt stevig aangepakt in het rapport dat CDA-europarlementariër Camiel Eurlings
heeft opgesteld en dat deze week veel steun kreeg in de buitenlandcommissie van het Europees Parlement (EP).
Ali Babacan, de Turkse minister van Economische Zaken en hoofdonderhandelaar met de EU, bezocht deze week Den Haag
om de Turkse zaak te bepleiten. Hij wijst de meeste Europese verwijten van de hand. Maar erkenning van de massamoord
op Armeniërs in 1915 als genocide sluit hij niet uit.
Op de Turkse ambassade ligt Babacan de Turkse positie toe.
Erkent u dat het Turkse hervormingsproces steeds trager verloopt?
“Nee, het kost gewoon tijd voordat de resultaten van de hervormingen zichtbaar worden. Onze bereidheid tot hervormingen
is in ieder geval even groot als voorheen en zal eerder toenemen dan afnemen. Het voltallige Europees Parlement
stemt over enkele weken over dit rapport. Tot die tijd zullen wij proberen het op andere gedachten te brengen.”
Wat vindt u van de eis dat Turkije de massamoord op Armeniërs in 1915 erkent als genocide?
“Turkije staat open voor alle uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek naar deze kwestie. Daarom hebben wij voorgesteld
om samen met de Armeniërs een onderzoekscommissie in te stellen. Verder hebben we al onze archieven opengesteld
voor wetenschappelijk onderzoek. Wij zijn alleen van mening dat het Europees Parlement niet de aangewezen instelling
is om zich uit te spreken over wat er is gebeurd. Volksvertegenwoordigers zijn geen historici. De opstelling van
het Europees Parlement, die niet ondersteund wordt door wetenschappelijk onderzoek, past ook niet in de Europese
manier van handelen.”
Als een door Turkije gesteunde onderzoekscommissie concludeert dat sprake was van genocide, erkent Turkije
dat dan?
“Ja, wij accepteren elke uitkomst.”
Gaat Turkije ervoor zorgen dat schrijvers niet langer worden aangeklaagd voor ‘belediging van de Turkse staat’?
“In de komende twee tot zes maanden evalueren we het bewuste wetsartikel 301. Als we zien dat dit artikel ongewenste
gevolgen heeft, zullen we bekijken wat we kunnen doen.”
Wat vindt u van de toon van het rapport-Eurlings?
“De manier waarop het geformuleerd is, laat achterliggende emoties zien. De negatieve invloed hiervan op de stemming
onder het Turkse volk is groot en bemoeilijkt de onderhandelingen. Als de Turken het gevoel krijgen niet welkom
te zijn, zullen ze zich afvragen of zich zo sterk op EU-toetreding moeten blijven focussen.”
Struikelblok in de relatie tussen de EU en Turkije vormt ook de Turkse weigering om de lucht- en zeehavens open
te stellen voor verkeer uit Grieks-Cyprus (dat niet door Ankara wordt erkend). De kwestie frustreert de onderhandelingen
en leidt er mogelijk toe dat ze deels worden opgeschort.
Babacan sprak in Den Haag ook met minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken. Na afloop stapte Bot op het vliegtuig
naar Cyprus. Om „te bekijken of er links of rechts ruimte” is om uit de impasse te komen, aldus diens woordvoerder.
Bot rapporteerde aan Europees Commissaris Olli Rehn (Uitbreiding), met wie Babacan op zijn beurt donderdag een
ontmoeting in Brussel had.
Is Turkije bereid als eerste een nieuwe stap in deze kwestie te zetten?
Ali Babacan: “Nee, zeker niet. Zoals de Europese Unie heeft beloofd, moet eerst het isolement van de Turks-Cyprioten
worden opgeheven. Daarna zijn wij direct bereid onze havens en vliegvelden te openen voor Grieks-Cyprus. We hopen
op nieuwe bemiddelingen door de Verenigde Naties. Het zou oneerlijk zijn om de partij die in 2004 bereid was tot
een compromis, nu te straffen met het stopzetten van onderhandelingen. De Grieks-Cyprioten stemden destijds tegen
het VN-compromis voor hereniging van het eiland, de Turks-Cyprioten stemden voor.”
Het bezoek van Bot aan Cyprus leverde volgens diens woordvoerder niet direct nieuwe inzichten op. „Maar het is
belangrijk dat er beweging blijft’’, aldus Bots woordvoerder, „want deze kwestie mag niet tot een echte impasse
in de onderhandelingen leiden. Hoopvol is wel dat er onder VN-toezicht ondertussen een voorzichtig begin is gemaakt
met heropening van de onderhandelingen tussen de Grieks- en Turks-Cyprioten.” De woordvoerder benadrukt dat er
geen sprake is van officiële bemiddeling namens de EU.
De Volkskrant
28 juli 2006
Claim tegen Pamuk afgewezen
AP, AFP - ISTANBUL - Een Turkse rechtbank heeft vrijdag een claim tegen de schrijver Orhan Pamuk afgewezen. De
nationalistische advocaat Kemal Kerincsiz en vijf anderen eisten 4000 euro schadevergoeding van Pamuk omdat deze
de Turken heeft ‘beledigd, vernederd en vals beschuldigd’.
Pamuk meent dat Turkije een miljoen Armeniërs heeft omgebracht. De massamoorden op Armeniërs in WO I
zijn een taboe-onderwerp. Eerder werd ook een strafklacht tegen Pamuk geseponeerd.
Vrijdag werd tegen de schrijfster Elif Shavak 3 jaar cel geëist om haar boek over de Armeense massamoorden,
dat ‘beledigend is voor de nationale identiteit’.
NRC Handelsblad
13 juli 2006
EU laakt Turkije om veroordeling van journalist
Door onze correspondent
BRUSSEL, 13 JULI. De Turkse regering moet de wet zodanig aanpassen dat rechterlijke uitspraken die de vrijheid
van meningsuiting aantasten niet meer mogelijk zijn. Dit heeft Europees Commissaris Olli Rehn, belast met uitbreiding
van de EU, gezegd over een vonnis van het Turkse Hof van Beroep. Dit bevestigde deze week de veroordeling van een
Turks-Armeense journalist die in een artikel de Turkse identiteit zou hebben beledigd. Rehn zegt “teleurgesteld”
te zijn. In het najaar komt het dagelijks bestuur van de EU met een tussenrapportage over het verloop van de hervormingen
in Turkije. Dit rapport is weer bepalend voor de onderhandelingen van de Unie met Turkije over het EU-lidmaatschap.
NRC Handelsblad
12 juli 2006
Straf journalist Turkije bevestigd
Istanbul, 12 juli. Het Turkse Hof van Beroep heeft de veroordeling van de Turks-Armeense journalist
Hrant Dink wegens “belediging van de Turkse identiteit” bevestigd. Dink werd in oktober vorig jaar door een lagere
rechtbank veroordeeld tot een half jaar gevangenisstraf voorwaardelijk. Hij had in een artikel in zijn blad Agos
geschreven dat de Armeniërs afstand moeten nemen van haat jegens Turken omdat die “jullie bloed vergiftigt”.
Tegen NRC Handelsblad zei Dink eerder dit jaar dat hij bedoeld had te zeggen dat Armeniërs naar de toekomst
moeten kijken en niet naar het gruwelijke verleden van de Turkse genocide op de Armeniërs. Maar volgens de
rechtbank kwamen Dinks uitspraken er op neer dat er gif zit in Turks bloed. (AFP)
ANP 1 juni 2006
ChristenUnie: bestraf ontkenning van volkerenmoord
DEN HAAG (ANP) - Het ontkennen van volkerenmoord, zoals de Holocaust, moet strafbaar worden. De ChristenUnie heeft
daartoe een wetsvoorstel ingediend. Wie opzettelijk genocide en misdrijven
tegen de menselijkheid ontkent om daarmee anderen te beledigen of aan te zetten tot haat, maakt zich volgens het
voorstel schuldig aan een strafbaar feit waarop maximaal een jaar cel staat.
De indiener van het wetsvoorstel, Tweede Kamerlid Tineke Huizinga van
de ChristenUnie, wil een en ander expliciet in het wetboek van strafrecht opnemen om een duidelijk signaal te geven
dat dergelijke ontkenningen ontoelaatbaar zijn. Ook is het dan beter mogelijk om discriminatie op internet aan
te pakken, zei Huizinga donderdag bij de presentatie van haar voorstel.
Voor slachtoffers van volkerenmoord en hun nabestaanden zijn welbewuste ontkenningen van het aangedane kwaad of
opzettelijke verdraaiing van feiten “onverteerbaar”. Huizinga noemde als voorbeeld behalve de jodenvervolging door
de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog ook de omvang van de slavernij, waarin ook Nederland een “kwalijke rol”
heeft gespeeld.
Bovendien herinnerde het Kamerlid aan de volkerenmoord op Armeniërs in 1915 ten tijde van het Ottomaanse rijk
die in het hedendaagse Turkije en door Turken elders nog steeds wordt ontkend. Huizinga en andere Kamerleden zijn
de afgelopen tijd bedolven onder e-mails van vooral Turken die zich tegen het voorstel van de ChristenUnie keren.
Huizinga benadrukte dat haar voorstel niet bedoeld is om de vrijheid van meningsuiting te beperken. Het debat over
feiten in de geschiedenis moet volgens haar altijd worden gevoerd. De ontkenning, goedkeuring of rechtvaardiging
van volkerenmoord moet daarom strafbaar zijn op het moment dat het een welbewuste uiting is om mensen te beledigen
en te discrimineren.
De Federatie Armeense Organisaties Nederland noemt het wetsvoorstel een stap voorwaarts en is blij dat de Armeense
genocide expliciet in de toelichting wordt genoemd. Een vertegenwoordiger ervan, Inge Drost, gaat ervan uit dat
het met deze wet mogelijk zou zijn om sites in Nederland aan te pakken waarop de Armeense volkerenmoord wordt ontkend,
zoals op de volgens haar onschuldig ogende site www.armenië.nl.
Ook het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie en het Centrum Informatie en Documentatie Israël
(CIDI) lieten in een reactie weten het voorstel te steunen. Het wetsvoorstel gaat nu eerst voor advies naar de
Raad van State, waarna de Kamer zich erover kan buigen.
Persbericht CU
Maak ontkennen van genocide strafbaar
donderdag 01 juni 2006 12:27
De ChristenUnie heeft een wetsvoorstel ingediend dat het ontkennen,
op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of rechtvaardigen van volkerenmoord en misdrijven tegen de menselijkheid
strafbaar stelt. Van strafbare uitingen is sprake als deze bewust worden gedaan in de wetenschap dat mensen daardoor
op discriminerende wijze worden beledigd, of met de bedoeling aan te zetten tot haat of geweld tegen bevolkingsgroepen.
Over de hele wereld komen dit soort ontkenningen voor. Een bekend voorbeeld is de ontkenning van de holocaust.
De Iraanse president Achmadinejad noemde de holocaust onlangs een mythe. De erkenning van de Armeense genocide
is ook nog steeds een heikel punt. De moord op zeven duizend moslims in Sebrenica werd lang ontkend in Servië.
Uitspraken van ver over de grenzen klinken ook door in ons land.
"Het ontkennen, op grove wijze bagatelliseren, goedkeuren of rechtvaardigen van volkerenmoord en misdaden
tegen de menselijkheid, is een pijnlijke zaak voor de slachtoffers en hun nabestaanden. Met het ontkennen van deze
gruweldaden, wordt hun verleden ontkend en dat is opnieuw een aanslag op hun identiteit," aldus Tineke Huizinga,
de indiener van het wetsvoorstel.
Volgens rechterlijke uitspraken valt ontkenning van de holocaust in beginsel onder het discriminatieverbod uit
het wetboek van strafrecht. Dit wetsvoorstel beoogt het vastleggen van deze uitspraken in de wet, maar heeft daarnaast
een bredere strekking. Het voorstel heeft immers ook betrekking op andere in brede kring erkende volkerenmoorden
of misdrijven tegen de menselijkheid.
In de ons omringende landen als België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en Frankrijk is al sprake
van soortgelijke wetgeving. In een aantal gevallen is deze nog beperkt tot de holocaust en andere misdrijven tegen
de menselijkheid, die onder het nazi-regime zijn begaan.
In sommige landen overweegt men eveneens uitbreiding van deze wetgeving.
Huizinga: "Leon Meijer, lid van de Permanente Campagne van de Christenunie, droeg het idee bij de Tweede Kamerfractie
aan en is nauw betrokken geweest bij de voorbereidingen. De voorbereidingen van het wetsvoorstel hebben een jaar
geduurd. Er zijn verschillende juridische experts en maatschappelijke organisaties bij betrokken geweest. Er is
gekeken naar de wetteksten in de ons omringende landen. We zijn niet over één nacht ijs gegaan en
de tekst die er nu ligt, is volgens de ChristenUnie een goede aanvulling op ons rechtsysteem".
|
© April 24 Committee - The Hague april 2004
|
|